Dossier: 

Arme Polen rekenen op rechtse politiek voor sociale bescherming

Gewone families vergroten de macht van populistische, nationalistische anti-immigratiepartijen in Europa. Dat wordt duidelijk in zuidoost-Polen, waar zwartwerk en emigratie overlevingsmechanismes zijn om te ontsnappen aan werkloosheid, lage lonen en onzekere arbeidsomstandigheden. Pieter Stockmans trok twee weken door “Polen B”.

'Ons zoontje is ziek en we kunnen de kinderbijslag van PiS goed gebruiken' © Pieter Stockmans

 

Stampende voeten, de dansvloer kolkt, de wodka vloeit rijkelijk. Deze stadsjongeren dansen de Mazurka, een Poolse volksdans van het platteland, op het jaarlijkse traditionele muziekfestival in Warschau. De economische vooruitgang ging even snel als de danskoppels rond hun as draaien. Polen wordt soms het economische wonder genoemd. In 1990 was het land er het slechtst aan toe van alle Oost-Europese landen; twintig jaar later, in crisisjaar 2009, was Polen het enige Europese land dat economisch bleef groeien.

Maar de vruchten werden niet overal in Polen gelijk geplukt. ‘De groei van het inkomen per hoofd van de bevolking voor de onderste 40 procent hinkt achterop bij de groei voor de gehele bevolking’, schrijft de Wereldbank. Professor economie Marek Góra van de Warsaw School of Economics beaamt dit: ‘Het toenemende welvaartsniveau en de werkgelegenheid zijn geconcentreerd in de metropolen. In de landelijke regio’s zien we een ander verhaal. Als je van Warschau naar Podkarpackie (Voor-Karpaten, uiterste zuidoosten van het land, nvdr) reist, kom je in een andere wereld terecht.’

Podkarpackie

De hypermoderne infrastructuur getuigt van de economische boom in de hoofdstad. De sneltrein uit Warschau heeft zelfs internetverbinding. In Podkarpackie rijden nog oude, lawaaierige boemeltreinen die in Warschau een anachronisme zouden zijn.

Volgens de Social Diagnosis 2013, een officiële studie over de Poolse economie, kent Podkarpackie het laagste gemiddelde netto maandloon, namelijk 250 euro. Voor Warschau is dat 400 euro. De meerderheid leeft er op het platteland. Armoede komt er het meest voor en is er het diepst. Het is ook de meest religieuze provincie. Uitgerekend hier haalde het nationalistisch-katholieke PiS (“Recht en Rechtvaardigheid”) tot 60% van de stemmen.

De oostelijke provincies worden smalend “Polen B” genoemd, een naam die PiS als een geuzennaam draagt. Deze partij, in België bekend om hun aanval op de rechtsstaat en hun conservatieve rechtse standpunten, werpt zich in Polen in de beste linkse traditie op als belangenbehartiger van het “precariaat”. Dat is de relatief grote groep Polen die in precaire omstandigheden leeft.

Baligród is een dorpje aan de voet van het bosrijke Karpaten-gebergte. Bij het overheidsbedrijf voor bosbeheer staat Grażyna met haar kleinzoon. ‘Mijn zoon knapt er soms klusjes op, maar ze geven hem geen vast contract, mijn schoondochter zorgt voor ouderen in het dorp’, zegt ze. Als ik vraag of ze dat in het zwart doet, kijkt Grażyna verbaasd op. ‘Zou jij op die kruimeltjes nog belastingen betalen? Officieel zijn ze werkloos.’

© Pieter Stockmans

Grazyna: ‘Een man in het dorp verongelukte op een werf. Hij was niet verzekerd omdat hij zwartwerkte. Zijn familie bleef met lege handen achter.’

De sluiting van staatsbedrijven in de landbouw na de val van het communisme en, meer recent, van fabrieken met de overgang naar een diensteneconomie, leidde in deze landelijke regio tot structurele werkloosheid. Investeren in toerisme biedt mogelijkheden, maar daarvan is nog maar weinig te merken. Zwartwerk en emigratie zijn vaak geen keuze, maar overlevingsmechanismes.

‘Als je verdrinkt, zou je je zelfs aan een scherp mes vastklampen’, grijnst Grażyna. Ze verwijst naar het succes van PiS in Podkarpackie. Grażyna woont nog in een houten huis, maar vorig jaar zag ze bij haar buren een stenen huis verrijzen. Betaald met geld verdiend in de seizoensarbeid in Italië. De dochters van Grażyna’s zus werken dan weer in het Verenigd Koninkrijk.

Sinds 2004, het jaar van de toetreding tot de EU, emigreerden vele Polen die tot dan toe werkloos waren en in schaduweconomie werkten. De Polen die voor 2004 al in het buitenland werkten, vaak in het zwart, konden hun werksituatie regulariseren. Velen bleven naast hun geregulariseerde job in het zwart werken, om meer geld naar Polen te kunnen terugsturen. De Poolse Centrale Bank schat de waarde van het geld dat emigranten terug naar Polen sturen op 1,2% van het Poolse BNP.

‘Ze pakken ons werk af’

Tussen de houten huisjes met grasperkjes, de gezellige aardewegen die kriskras door het dorp kronkelen en het rustgevende geluid van de bergrivier, is de grijze communistische woonblok een abominabel zicht. Op de parking staan verschillende auto’s met Britse nummerplaten.

Joanna, een tenger meisje, draagt haar boodschappen naar binnen. Ze studeert voor kleuterlerares. Om de huur te betalen, doet ze allerlei kleine jobs in winkels. ‘De meeste vrouwen uit deze woonblok zijn al naar het buitenland vertrokken, ze keerden terug met moderne iPhones’, zegt ze bedeesd. ‘De mannen werken in de bouw, in het zwart. Een vriend van me stierf in een arbeidsongeval. Omdat hij niet verzekerd was, bleef zijn familie met lege handen achter.’

Die avond verblijf ik bij Dorota, die in haar huis achter de vervallen orthodoxe kerk gastenkamers verhuurt. Vriend aan huis Wojtek is al sinds 5 uur in de namiddag zelf gebrouwen wodka aan het hijsen bij de barbecue. De lege dansvloer doet denken aan betere tijden. ‘We moesten alles sluiten’, zegt Dorota. ‘Door de hoge belastingen maakten we alleen maar verlies. De liberale partij zag nooit om naar Podkarpackie omdat ze hier toch geen stemmen kunnen halen. Bijna iedereen stemt voor PiS, we volgen de raad van de priester in de kerk.’

‘Polen verwachten alles van emigratie, maar moeten niks hebben van immigranten. Waar is de logica?’

Wojtek niet. Gezeten op een barkruk onder het portret van de Poolse paus Johannes Paulus II lacht hij Dorota en haar echtgenoot weg: ‘Jullie stem zal alles nog erger maken.’ Met elk glas wodka wordt hij scherpzinniger: ‘Polen verwachten alles van emigratie, maar moeten niks hebben van immigranten. Waar is de logica?’

Waar Wojtek op doelt: PiS is boos over de negatieve opmerkingen van de Britse premier David Cameron over de 580.000 Polen in het Verenigd Koninkrijk (op 64 miljoen Britten), maar doet hetzelfde met de kleine groep van 7600 vluchtelingen (op 38 miljoen Polen) die de vorige regering aanvaardde op te nemen.

Dorota’s echtgenoot protesteert, struikelend over zijn tong: ‘Ze nemen ons werk af en wij zijn veroordeeld tot zwartwerk en emigratie.’ Hij echoot het discours van de Poolse president Duda (PiS). De Poolse economie probeert de rijke landen van het westen nog altijd bij te benen en de levensstandaard van jongeren te verhogen zodat zij aan de eigen Poolse economie kunnen bijdragen in plaats van aan buitenlandse economieën.

© Pieter Stockmans

Wojtek: ‘Jullie stem voor PiS zal alles nog erger maken.’

Het is niet zeker dat de Poolse arbeidsmigranten in het Verenigd Koninkrijk zullen kunnen blijven bij een neen-stem in het Britse referendum over EU-lidmaatschap op 23 juni. Hele gemeenschappen in zuidoost-Polen zouden zonder inkomsten vallen en de lokale schaduweconomie vervoegen.

Polen heeft één van de hoogste negatieve immigratiesaldo’s ter wereld. Vandaag leven 2,5 miljoen Polen in het buitenland, ook al is de toename elk jaar kleiner. Meer dan de helft woont en werkt in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. In België leven 70.000 Polen.

De sterkste economische groei van Centraal-Europa, en toch de hoogste emigratiecijfers en steun voor populistische partijen. Hoe valt dat te rijmen? ‘De ongelijkheid tussen de lonen en de levensstandaard in Polen en die in West-Europa is tot vandaag de drijvende kracht achter de emigratie uit Polen’, zegt professor Marek Góra. ‘De afgelopen twintig jaar stegen we van 43% tot 68% van het Europese BNP per capita, maar onze verwachtingen groeien nog sneller dan de capaciteit van de economie om eraan tegemoet te komen. Populistische partijen als PiS leggen dat niet uit, maar buiten dat uit.’

500+

De volgende ochtend rijdt de bus dwars door de ochtenddauw boven de velden van Podkarpackie. In het dorpje Blizne stapt Magdalena op. Ze is onderweg naar Rzeszów, de hoofdstad van Podkarpackie, waar ze studeert voor schoonheidsspecialiste. Net als Joanna maakt ze een onderdanige indruk. Alsof ze zich schaamt voor de vragen die ik haar stel. ‘Om hier een vaste job te vinden, zijn connecties belangrijker dan competenties. Ik heb management gestudeerd, maar ben al meer dan een jaar werkloos na ontelbare sollicitaties.’ De jeugdwerkloosheid in Podkarpackie loopt op tot 40%.

‘Als je maandloon 300 euro is, maakt een maandelijkse kinderbijslag van 110 euro een aardig verschil in het gezinsbudget.’

Magdalena trouwde jong, maar aan kinderen kunnen ze niet beginnen. ‘We wonen nog in bij mijn ouders. Om een huis te kopen, proberen we op alle manieren geld bij elkaar te sparen. Mijn man werkt 15 uur per dag in een bar. Ik werk als kinderverzorgster, in het zwart, natuurlijk. Vorig jaar ben ik met mama een maand druiven gaan plukken in Luxemburg. Daar verdiende ik op korte tijd dubbel zoveel als in Polen. Het liefst zou ik een eigen schoonheidssalon openen, maar de belastingen zijn zo hoog voor zelfstandigen.’

Magdalena stemde voor PiS. Ze vermeldt meteen het 500+ programma, hét uithangbord van de partij. Jonge, kwetsbare gezinnen ontvangen per kind maandelijks 500 złoty (110 euro) kinderbijslag. ‘Als je maandloon 300 euro is, maakt dat een aardig verschil in het gezinsbudget’, zegt Magdalena. ‘Het stelt ons in staat om aan kinderen te beginnen’. En dat is de bedoeling van de regering. Polen heeft een uitzonderlijk lage vruchtbaarheidsgraad.

Lublin

Alina Pospischil toont me alle plekjes van Lublin die een progressieve sfeer uitademen: moderne koffiebars, een veganistisch restaurant, het jaarlijkse jazzfestival dat ook deze editie volle zalen trekt. Als journaliste binnen de cultuurafdeling van Radio Lublin heeft ze haar handen vol. Elke dag valt er wel iets te beleven. In de zomer komen alle hoeken van de middeleeuwse oude stad tot leven, met Poolse volksmuziek en openluchttheater.

Radiomaker Alina Pospischil werkt onder een “rommelcontract”

Maar de economie sputtert. Ook Alina zelf kampt met onzekerheid. ‘Radio Lublin, een publieke zender, laat me werken onder junk contracts, tijdelijke contracten die telkens hernieuwd worden’, zegt ze bij een bord pierogi. Ze is niet beschermd tegen ontslag, ziekte of arbeidsongevallen, bouw geen pensioenrechten op.

‘Als deze precaire vorm van tewerkstelling aanhoudt, zullen we voor grote problemen komen te staan. De samenleving zal ooit moeten betalen als deze generatie zonder pensioen oud wordt’, waarschuwt professor economie Marek Góra. ‘Er groeit nu al een grijze, parallelle economie van Polen die minder rechten hebben dan andere Polen.’

Van alle Europese lidstaten telt Polen het hoogste aantal werknemers met tijdelijke contracten voor jobs van onbepaalde duur. 44% van de jongeren werkt onder zulke contracten. ‘Met tijdelijke contracten proberen werkgevers de hoge administratieve lasten, belastingen en sociale bijdragen te omzeilen’, zegt professor Góra. ‘Het bestaan van deze contracten moedigt bedrijven aan om mensen aan te nemen. Dat verklaart de lage werkloosheid in Polen. Werknemers moeten minder van hun loon afstaan aan de belastingen, dus kunnen ze op korte tijd meer geld sparen.’

Maar Alina wil zich veilig voelen: de komende maanden plant Alina ze een appartement te kopen, volgend jaar trouwt ze met haar vriend. Met tijdelijke contracten is het moeilijk om een lening te krijgen bij de bank. ‘Een collega had een motoraccident. De operatie kostte 16.000 euro. Met een vast contract zou hij verzekerd zijn en die operatie niet heel zijn leven moeten afbetalen, maar de baas weigerde.’

De hardwerkende Pool

Dat is uiteraard een zorg voor Marian Król, voorzitter van de lokale afdeling van Solidarność, de wereldberoemde vakbond die in 1989 de communistische Poolse regering ten val bracht na massale stakingen.

‘De keerzijde van de medaille van het Poolse economische wonder: flexibiliteit voor buitenlandse bedrijven en onzekerheid voor hardwerkende Poolse families. De regering van PiS gaat dit aanpakken’, zegt hij bij het monument voor Lublin July – een reusachtig kruis en een standbeeld van een arbeider die zijn kettingen breekt.

In juli 1980 was Król één van de leiders van de stakingen in een aantal grote fabrieken in Lublin. Die stakingen leidden tot de oprichting van de onafhankelijke vakbond Solidarność in Gdansk, waar negen jaar later geschiedenis werd geschreven.

‘Is die journalist links of rechts?’, vroeg mijn contactpersoon bij Solidarność, waarmee hij leek te bedoelen dat West-Europese journalisten “links” zijn en dus tegen Polen. Krysztof Bogusz werkt als arbeider in een pralinebedrijf. Hij draagt een kruisje rond zijn nek. ‘Het verwondert me niet dat West-Europa tegen PiS is’, zegt hij. ‘De Poolse arbeider staat zwak tegenover de grote West-Europese bedrijven en PiS wil dat veranderen. De liberalen maakten ons wijs dat buitenlandse investeringen al onze problemen zouden oplossen.’

Zijn loon is te laag om leningen af te betalen, dus doet hij allerlei jobs in zijn vrije tijd. Als ik vraag hoe hij zich daarbij voelt, volgt enkel een diepe zucht. Kortom: het spanningsveld tussen economische groei en menselijke ontwikkeling dat paus Johannes Paulus II aanhaalde in zijn encyclieken Laborem Exercens (1981) en Sollicitudo Rei Socialis (1987).

Król – in zijn bureau hangt een portret van de Poolse paus – windt er geen doekjes om: ‘We gaven onze leden de raad te stemmen op de partij die arbeiders verdedigt. Vandaag is dat PiS. Bovendien hadden we een voorakkoord met president Duda (PiS): hij zou onze voorstellen overnemen en onze leden zouden voor hem stemmen. Tot nu toe voeren ze uit wat ze beloofden, dus hebben we geen reden om te staken.’

De achterstelling van Polen B was volgens PiS-voorzitter Kaczyński een geheim complot. De Poolse staat moest gezuiverd worden.

Tomek, een diepgelovige vader die met zijn zoontje in het park speelt, spreekt zacht, als een priester: ‘Acht uur werken per dag is onvoldoende om je een waardig leven te veroorloven. De kerk is onze kracht. God zal ons beschermen en PiS komt voor ons op.’ Tijdens de transitiejaren leidde wijdverspreide angst en onzekerheid tot wantrouwen tegen de elite in de grote steden.

Drie populistische bewegingen profiteerden van die radicalisering. Poolse Zelfverdediging, een boerenbeweging die in de jaren ’90 hamerde op de ongelijke groei. De Liga van Poolse Families, katholieke nationalisten die Polen wilden beschermen tegen atheïstische communisten en seculiere liberalen. En PiS, opgericht door de Kaczyński-broers en ontstaan uit de radicale antiliberale vleugel van Solidarność. Zij waren tegen de machtsdeling tussen communisten en liberalen, uitgewerkt door de gematigde liberale vleugel onder leiding van Lech Wałęsa die president werd. De achterstelling van Polen B was volgens Kaczyński deel van een geheim complot. De Poolse staat moest gezuiverd worden.

© Pieter Stockmans

Tomek: ‘De kerk is onze kracht. God zal ons beschermen en PiS komt voor ons op.’

Polen B tegen Polen A

In een getraumatiseerd land dat meermaals van de kaart werd geveegd door geheime deals tussen grootmachten, resoneert zo’n verhaal van verzet tegen economische én politieke uitsluiting, en moreel verval. Voortaan was het Polen B tegen Polen A: het authentieke Poolse volk tegen de buitenlands aangestuurde elite in de ontwikkelde steden.

In 2006 vormden de drie populistische partijen zelfs kortstondig de regering. De coalitie viel uiteen door onderlinge geschillen en kon zo goed als niks realiseren. De liberale partij kwam aan de macht voor de volgende acht jaar. Als de economische crisis ook Polen had getroffen, was dat misschien anders verlopen.

Toch was er iets verrot onder de oppervlakte. Van 2004 tot 2008 was de werkloosheid gedaald van 19% tot een lage 7%, maar in 2010 opnieuw gestegen naar 10%. Van 2008 tot 2013 steeg de jeugdwerkloosheid van 17% tot 27%, boven het Europese gemiddelde. De economische groei verdoezelde het hoge aantal rommelcontracten, wat leidde tot onzekerheid over de toekomst. Kers op de taart was de vluchtelingencrisis, die PiS hielp om in te spelen op een mix van politiek-economische ontevredenheid én morele identiteitskwesties.

Tien jaar na hun korte regeerperiode krijgen ze een herkansing en nu mogen ze het helemaal alleen doen. Voor het eerst sinds de val van het communisme behaalde één partij een absolute meerderheid in het parlement. PiS heeft nu president, regering en parlement.

De Visegrádgroep – een coalitie tussen Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije – wordt nu bestuurd door vier populistische regeringen.

De Poolse verkiezingen hadden Europese gevolgen. De Visegrádgroep – een coalitie tussen Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije – wordt nu bestuurd door vier populistische regeringen en vormt een krachtig oppositieblok tegen het Europa van Duitsland en Frankrijk. Dat liet zich al voelen in het Europese vluchtelingenbeleid.

In haar inauguratiespeech trok premier Beata Szydło (PiS) van leer tegen het liberale systeem en nam ze het op voor de hardwerkende Pool. Ze wil sociale hulp opdrijven, landelijke regio’s ontwikkelen, rommelcontracten afschaffen, jeugdwerkloosheid aanpakken. Ambitieuze maatregelen die het zwartwerk in Polen zouden kunnen terugdringen, maar de kinderbijslag voor kwetsbare gezinnen zal in 2016 alleen al 3,5 miljard euro kosten.

‘Hun peperdure, populistische maatregelen zullen geen structureel verschil maken’, zegt arbeidsbemiddelaar Aleksandra Obara giechelend. Ze ziet heel wat inwoners van Lublin op haar bureau passeren. Laagopgeleide klanten en langdurig werklozen die niemand nog wil aannemen. ‘Ze vertellen me dat ze bijverdienen in het zwart, in de bouwsector. Ook hoogopgeleiden hebben het moeilijk. De stad telt vier universiteiten en meer dan 40% van de inwoners is jonger dan 35 jaar. Er zijn dus veel jongeren die elk jaar de arbeidsmarkt instromen. Ze werken hard voor een diploma en dan bied ik hen een laagbetaalde job als schoonmaker of magazijnier aan.’

'Ons zoontje is ziek en we kunnen de kinderbijslag van PiS goed gebruiken' © Pieter Stockmans

‘Ons zoontje is ziek en we kunnen de kinderbijslag van PiS goed gebruiken’

Lubelskie

Eén straat, 200 huizen. Dat is Strachosław, een slaperig dorpje in de uitgestrekte vlaktes van de provincie Lubelskie. Vele inwoners genieten niet meer van de groene velden, de witte kersenboombloemen, de schuurtjes vol opeengestapeld hout en de ooievaarsnesten. Ze zijn naar de stad of naar het buitenland vertrokken.

Michał en Paulina zijn één van de weinige jonge koppels die er nog wél wonen, bij Paulina’s ouders omdat ze nog geen financiële stabiliteit konden bouwen. Paulina werkt als verpleegster voor een privékliniek, met tijdelijke contracten.

Michał nam jarenlang allerlei kleine jobs aan, soms zonder contract. ‘Als je wil werken, kan je werk vinden’, zegt Michał. ‘Helpen in een printbedrijf, afwassen in een restaurant, gsm-masten demonteren. Nu ben ik magazijnier. Om een lening te krijgen in de bank, moet ik wel een job vinden met een hoger loon. Daarom gaan we naar Lublin verhuizen.’

Gewone jongeren die gefocust raken op het gebrek aan werkzekerheid en de tijdelijke tewerkstelling in laaggeschoolde en laagbetaalde banen, geven weinig om PiS’ extreme imago, maar stellen hoop in hun sociale beleid. ‘De komende vier jaar zullen we zien wat PiS waard is, maar hun kinderbijslag is ons alvast veel waard. Ja, ik heb voor PiS gestemd’, lacht Michał. De liberale regering deed hen meer belastingen betalen, de antiliberale regering geeft hen geld.

Een paar huizen verder sluit Szczepan zijn werkdag af in de plaatselijke garage. We gaan zitten op een bankje aan een levensgroot Mariabeeld. ‘Hier werk ik met tijdelijke contracten, maar voor mij is dat geen probleem omdat ik via de staat verzekerd ben als landbouwer’, zegt hij. Naast de garage runt zijn moeder een kruidenierswinkeltje in wat vroeger zijn ouderlijk huis was.

© Pieter Stockmans

Strachosław, een slaperig dorpje in de uitgestrekte vlaktes van de provincie Lubelskie.

‘We hadden drie winkels, maar we moesten ze sluiten. Te hoge belastingen. Daarom werken veel mensen hier in het zwart. Het paletbedrijf stelt twintig mensen tewerk: vijf met vast contract, de rest werkt in het zwart. Ze staan geregistreerd als werkloos en krijgen uitkeringen, en tegelijk verdienen ze geld in het zwart.’

Szczepan lacht al mijn vragen weg: ‘Iedereen weet dat hier. Het is toch normaal in onze situatie?’ De Europese Commissie en het Poolse ministerie van economie schatten het aandeel van de schaduweconomie in Polen op ongeveer 20%, zoals de meeste Zuid –en Oost-Europese landen. In sommige plattelandsgebieden loopt het op tot 50%. In de meeste Noord- en West-Europese landen bedraagt het 10-15%. Uitzonderingen: België met 16% en Ierland met 30%.

Gouden Hand

Hoe dichter bij de Oekraïense grens, hoe meer houten huisjes. In Dubienka, een dorpje op een steenworp van de grens, staat de naam van de communistische landbouwcoöperatie die 27 jaar geleden sloot nog op een boog boven de ingang.

Vijf jaar geleden bracht ik in dit dorp kerstmis door bij Aneta, de tante van de Poolse zangeres Olga Kozieł. Vijf jaar later tref ik hen aan in hetzelfde houten huisje met enkel een keuken en twee kamers. Aneta en haar zeven kinderen behoren tot het 1% van Poolse huishoudens onder de armoedegrens. ‘Je kan zelf zien wat er de laatste vijf jaar is veranderd’, grijnst ze. ‘De kinderen slapen nog steeds op matrassen op de grond in de woonkamer. Alleen de man is veranderd. Mijn ex-man is naar Engeland vertrokken en ziet niet meer naar zijn kinderen om.’

Aneta: 'Later word ik afhankelijk van mijn kinderen. In mijn hele leven werkte ik slechts acht jaar legaal. Mijn pensioen zal te laag zijn.' © Pieter Stockmans

Aneta: ‘Later word ik afhankelijk van mijn kinderen. In mijn hele leven werkte ik slechts acht jaar legaal. Mijn pensioen zal te laag zijn.’

Jarek is Aneta’s nieuwe vriend. We gaven hem een lift na zijn werk. ‘Ik ben arbeider in een bedrijf dat boort naar schaliegas’, zegt Jarek. ‘Als ik tijd zou hebben, zou ik ook bijklussen in het zwart. Maar ik moet zes dagen per week van’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werken. Ik slaap op de werkplaats en kom enkel in het weekend naar huis.’

Aneta heeft in haar hele leven nog maar acht jaar legaal gewerkt. Ze is bezorgd omdat haar pensioen te laag zal zijn als ze geen werk meer vindt. In het zwart heeft ze wel veel gewerkt. In Dubienka staat ze bekend als “de gouden hand”. ‘Ik ging overal klusjes opknappen: muren schilderen, elektronica herstellen, noem maar op. Maar de mannen van het dorp werden boos omdat ik hun opdrachten afpakte’, lacht ze.

Volgende maand gaat Jarek een andere uitweg verkennen: hij gaat in Londen in de bouw werken. Misschien komt Aneta met de kinderen achterna, maar ze wil niet meer hopen. Ook de beloftes van PiS kunnen haar gestolen worden. ‘Ik heb niet gestemd, zeker niet voor PiS. Ik kan hen niet luchten. Maar ik moet zeggen dat de kinderbijslag voor ons hachje redt.’

Bij ons afscheid vliegen vier ooievaars boven het huis, een geluksbrenger. Hoe zal ik hen binnen nog eens vijf jaar aantreffen? Olga voelt een stil verdriet als ze haar zeven neefjes en nichtjes in de armoedeval ziet. In Lublin zijn haar nichtjes van vaderskant op bezoek. Hun vader reist de wereld rond als bankier. Ze demonstreren hun kunsten als mandolinespelers en turners. Tussen deze twee extremen binnen Olga’s familie liggen vele gradaties van economische onzekerheid.

Olga zelf gaat haar eigen weg als ondernemende kunstenares op zoek naar een nieuwe identiteit voor het Polen van de 21ste eeuw. Open op de wereld, mét behoud van de eigen identiteit. Het kosmopolitische en verdraagzame Polen van weleer, het Polen van morgen?

Deze reportage kwam tot stand met de hulp van de Poolse journaliste Alina Pospischil.

Op woensdag 8 juni organiseert MO* een niet te missen gespreksavond over zwartwerk in Europa, met onder andere de Poolse journaliste Maja Wolny over: ‘De economische logica van de Europese Unie vergeet de kwetsbare boeren en werklozen in de oostrand’

 

© Pieter Stockmans

Aneta’s dochter doet haar plechtige communie.

 

© Pieter Stockmans

De bewoners van vele houten huisjes op het platteland zijn naar het buitenland vertrokken. Hier woont nog altijd een gezin met zes kinderen.

 

© Pieter Stockmans

In Dubienka staat de naam van de communistische landbouwcoöperatie die 27 jaar geleden sloot nog boven de ingang.

 

© Pieter Stockmans

Vele dorpen op het platteland kregen Europese subsidies, zoals Dubienka aan de Oekraïense grens.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur