‘Er moet meer toezicht komen op contracten tussen makelaars en spelers’

Verdienen aan de dromen van Afrikaanse voetbalmigranten

© Sarah Mattison

 

Een maand geleden verscheen op Fox Sports een documentaire over voetballer Nii Lamptey. Daarin vertelt de Ghanese speler openhartig over zijn voormalige spelersmakelaar1 Antonio Caliendo. De Italiaanse Caliendo stelde een contract op toen Lamptey in de jaren negentig bij het Belgische Anderlecht ging spelen, als veelbelovend talent dat voor de sport vanuit Ghana naar Europa migreerde.

‘Ik leerde Caliendo op het verkeerde moment kennen’, vertelt Lamptey in de documentaire. ‘Ik was laagopgeleid en wist niet waarvoor ik tekende. Maar later kwam ik erachter dat ik was opgelicht.’ De voetballer legt uit dat hij van club naar club ging, waaronder ook naar PSV. Maar het geld voor de transfers ging naar Caliendo, die dat in de documentaire ontkent.

‘Er zijn al een heleboel spelers uitgebuit omdat ze niet konden lezen wat er in hun contract stond’

Het verhaal van Lamptey is niet uniek, zegt Harrison Esam Awuh. Hij groeide op in Kameroen en migreerde ook voor het voetbal naar Europa. Toen hij geblesseerd raakte, stortte hij zich op zijn studie. Nu woont hij in Amsterdam en werkt als onderzoeker aan het Afrika-Studiecentrum in Leiden. Ook runt hij een voetbalacademie in Kameroen. Awuh: ‘Er zijn al een heleboel spelers uitgebuit omdat ze niet konden lezen wat er in hun contract stond. De makelaar legde papieren voor hun neus, die ze blind tekenden omdat ze niet begrepen wat erop stond.’

Europa als droom

In veel Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, zoals Ghana, Kameroen, Senegal en Congo, dromen jongens van een voetbalcarrière. Om zich heen zien ze dat het vinden van een baan moeilijk is, zelfs voor degenen die gestudeerd hebben. Dat motiveert niet om veel energie in hun opleiding te steken. Vaak richten ze daarom hun pijlen op het voetbal, als kans om geld te verdienen en naar Europa te kunnen vertrekken, ‘het beloofde land’.

De migratie van Afrikaanse voetballers naar Europa begon in de jaren tachtig. Door de opkomst van televisie en sponsoring door bedrijven begon voetbal een verdienmodel te worden. Sport was niet alleen een hobby meer, maar ook een carrièremogelijkheid. In de jaren negentig werden de Europese competities voor het eerst wereldwijd uitgezonden, dus ook in Afrikaanse landen. Zo verschoof de focus van veel Afrikaanse voetballers naar de grote Europese clubs en competities, waar veel meer geld en faam op het spel stond dan bij de Afrikaanse teams en wedstrijden.

In deze jaren begon voor veel voetballers het verlangen om naar Europa te migreren. In de Europese competitie groeide het aantal Afrikaanse spelers tussen 1996 en 2000 van 350 naar ongeveer duizend. Maar dit getal geeft geen volledig beeld: dit zijn namelijk slechts de spelers die officieel gerekruteerd zijn vanuit een Afrikaanse club, en niet de voetballers die op een andere manier naar Europa zijn gemigreerd in de hoop daar in een lagere competitieklasse een contract te bemachtigen.

Woensdag 19 december kwamen in Amsterdam op het symposium Globalisering en Sport – Een Afrikaans perspectief verschillende onderzoekers en oud-voetballers bijeen om te praten over de migratie van jonge Afrikaanse voetballers naar Europa. In hun onderzoek en eigen ervaringen komt keer op keer de uitbuiting naar voren waar deze voetballers slachtoffer van worden. Dat gebeurt op verschillende manieren.

Oud-profvoetballer Kizito (Kiki) Musampa werd geboren in Congo maar verhuisde op zijn achtste naar het Gelderse Ede. In zijn carrière speelde hij onder andere voor Ajax (tussen 1994 en 1997), Atlético Madrid en Manchester City. In deze voetbalwereld zag hij veel Afrikaanse profs die via makelaars naar Europa waren gekomen.

‘Spelers tekenen een contract met de makelaar, die ze van alle kanten uitbuit’

Het verlangen van de voetballers naar een beter leven in Europa wordt gevoed door makelaars die naar Afrika gaan om talentvolle jongens te scouten. ‘Ze loeren naar het gouden talent waarmee ze geld kunnen verdienen, door contracten te tekenen en later transfers naar andere clubs te regelen’, legt Musampa uit. ‘Ik ken vele gevallen van spelers die hier komen en geen idee hebben wat hun rechten zijn. Ze tekenen een contract met de makelaar, die ze van alle kanten uitbuit.’ Het is hetzelfde fenomeen dat Awuh al beschreef: voetballers tekenen een contract dat ze niet begrijpen, waarna de uitbuiting begint. ‘De makelaar heeft alle vrijheid in zo’n contract’, aldus Musampa.

Vaak verdienen de voetballers veel minder dan hun Europese collega’s, omdat de makelaar veel geld in eigen zak steekt of in het contract heeft vastgelegd dat het recht op aankopen met het verdiende geld bij de makelaar ligt in plaats van bij de speler. ‘De voetballer werkt hard, maar de makelaar verdient soms de helft van zijn salaris.’

‘Mentaal zijn voetballers helemaal kapot als ze erachter komen dat ze jaren voor niets hebben gevoetbald’

Wanneer makelaars zichzelf in het contract het recht hebben toegekend om aankopen te doen, kan dat dramatische gevolgen hebben voor de voetballer. Musampa: ‘Ik ken jongens die op het hoogste niveau spelen en torenhoge schulden hebben. Mentaal zijn ze helemaal kapot als ze erachter komen dat ze jaren voor niets hebben gevoetbald en dat ze nog jaren moeten werken om de schulden af te lossen. Dat is diep triest.’

Bedrogen door Afrikaanse ‘makelaars’

Niet alleen in Europa gaat het mis. Al in Afrika zijn er op lokaal niveau makelaars die proberen te verdienen aan de dromen van de jonge voetballers. ‘Er zijn een heleboel nepmakelaars in Afrika. Zij zeggen een connectie te hebben met Europese clubs, maar dat klopt vaak niet’, vertelt Awuh. Hij legt uit dat de nepmakelaars de jonge voetballers hun eigen vliegticket naar Europa laten betalen. ‘Ze praten op de jongens in, beloven ze een mooie carrière in Europa. Dan springen familieleden in om het geld aan ze te lenen, zodat ze dat later met een voetbalcarrière kunnen terugbetalen. Maar vervolgens verdwijnen de makelaars. Of ze brengen de speler naar Europa en laten hem daar aan zijn lot over.’

Awuh ziet in zijn voetbalacademie regelmatig nepmakelaars op zijn studenten afstappen. Hij vertelt over een jong talent dat werd benaderd door een makelaar. Hem werd een gouden carrière beloofd, en de jongen wilde maar wat graag. Awuh deed er alles aan om de ouders te overtuigen dat het geen goed idee was om met deze malafide makelaar in zee te gaan. ‘Gelukkig gingen ze niet op het aanbod in. Een tijdje later ging de speler op stage naar Qatar. Toen hij terugkwam, kwamen er nog veel meer nepmakelaars op hem af’, vertelt Awuh. ‘Ik stuur veel van deze nepmakelaars weg, maar soms weten ze een voetballer te verleiden om toch te gaan.’

‘Makelaars proberen echt om er van alle kanten een slaatje uit te slaan’

Antropoloog Uroš Kovač legt tijdens het symposium uit hoe belangrijk het is om de rol van familie hierin te begrijpen. De droom van de Afrikaanse jongens is geen individuele aangelegenheid, maar leeft in hun hele familie. Makelaars zorgen ervoor dat de jongens geld lenen van deze familieleden om naar Europa te komen, zodat ze zich daarna schuldig voelen. Want door dat schuldgevoel zullen ze harder werken om te slagen in Europa. Als dat niet lukt, willen ze niet terug omdat ze de confrontatie met hun familie niet aankunnen, stelt Kovač.

In Congo ziet Musampa ook bij ‘echte’ lokale makelaars een vreemde strategie. ‘Soms sturen ze de verkeerde speler op een test bij een Europese club, zodat die niet goed genoeg wordt bevonden en terugkomt. Het geld daarvoor hebben ze dan al geïnd. De speler die eigenlijk op proef mocht, kunnen ze alsnog sturen, om vervolgens nóg een keer geld te innen. Ze proberen echt om er van alle kanten een slaatje uit te slaan.’

De toekomst

De onderzoekers en oud-voetballers zien ook mogelijkheden om in de toekomst aan de uitbuiting een einde aan te maken. Zo stelt antropoloog Mark Hann dat er winst te behalen valt bij de football academies in Afrika. Europese clubs investeren geld in deze opleidingsinstituten, waar jonge jongens training en scholing krijgen. Dat is aan de ene kant positief, maar betekent ook dat de Europese clubs gemakkelijk goedkope spelers kunnen werven, omdat ze banden hebben met de academie. Zo kwam onlangs naar buiten dat Manchester City samenwerkt met de bekende Ghanese voetbalschool Right To Dream, om zo het alleenrecht te claimen op spelers die daar worden opgeleid.

Deze overeenkomst leidt niet alleen tot uitbuiting van goedkope spelers die vervolgens met veel winst worden verkocht aan andere clubs, maar zorgt er ook voor dat Afrikaanse voetballers massaal naar het buitenland vertrekken. Daardoor verzwakt de nationale competitie , terwijl deze volgens Hann juist gepromoot zou moeten worden. Ook Awuh vindt dat. ‘Als er geïnvesteerd wordt in Afrikaans voetbal, kunnen spelers dáár een fatsoenlijk loon verdienen. Dan zullen ze minder wanhopig zijn om naar Europa te migreren.’

‘Studeren is belangrijk, want dan hebben de jongens nog kansen als het in de voetbalwereld niet lukt’

Daarnaast pleit Awuh voor meer scholing in Afrika. Voetballers weten nu vaak niet welk contract ze tekenen in Europa omdat ze dat niet begrijpen. ‘Ze moeten leren hoe het werkt en waar ze op moeten letten. En studeren is ook belangrijk, want dan hebben ze nog kansen voor als het in de voetbalwereld niet lukt’, aldus Awuh. Daarom moeten spelers op zijn eigen voetbalschool in Kameroen ook goede cijfers halen op school, om te mogen voetballen. En ook ouders moeten leren over de risico’s van nepmakelaars, vindt Awuh. ‘Ze moeten leren hoe je een oplichter herkent. De ouders lenen vaak het geld uit aan hun kinderen, dus als zij inzien dat spelers bij echte makelaars nooit hun eigen vliegticket hoeven te betalen, kan een hoop ellende worden voorkomen.’

Voor Europa ligt de rol volgens Musampa bij het controleren van de makelaars hier. ‘Er moet meer toezicht komen op contracten tussen makelaars en spelers. Geen enkele speler moet alle macht aan een makelaar kunnen geven’, vindt hij. Maar ook in Afrika moeten lokale makelaars gecontroleerd worden, bepleit Musampa. ‘Je hebt aan de ene kant de Afrikaanse makelaars die spelers oplichten en ook de Europese makelaars die het op een andere manier doen. Zij moeten allemaal beter gecontroleerd worden, zodat dit niet meer kan gebeuren.’

Nii Lampteys voetbalcarrière is mede door zijn makelaar heel anders gelopen dan hij had gehoopt. Zijn loopbaan eindigde in thuisland Ghana, waar hij daarna zijn eigen school oprichtte. De klaslokalen zijn vernoemd naar de landen waar hij heeft gespeeld, zoals China, Argentinië, Portugal, Turkije, Engeland en ook Nederland. In de documentaire vertelt hij: ‘Ik ben opgelicht en ik wil niet dat deze kinderen dat ook meemaken. Iedere speler, zeker in Afrika, zou moeten weten wat hij tekent voordat hij zich laat vastleggen. Daarom heb ik deze school opgericht.’

Dit artikel werd eerst gepubliceerd door One World

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift