Vluchtelingen in Griekse kampen wachten bang op de winter

Het Europese akkoord met Turkije heeft de vluchtelingenstroom over de Egeïsche Zee grotendeels doen opdrogen, voorlopig althans. Maar er zitten nog altijd zo’n 65.000 mensen vast in Griekenland. Voor hen zit er vaak niets anders op dan hun lot af te wachten. Want op de vraag hoe het nu verder moet heeft niemand een antwoord.

  • © Toon Lambrechts Elliniko is de perfecte metafoor voor de tragedie waarin Griekenland beland is. Van olympisch stadion naar armzalig vluchtelingenkamp. © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts Hoewel het niet mag, zie je overal kleine vuurtje van sloophout om te koken of als verwarming. De rook vermengt zich met de indringende geur van de petrochemische fabrieken verderop. © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts Binnen in de tenten is het puzzelen om iedereen een slaapplek te geven. © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts Moria is geen gesloten kamp. Vluchtelingen kunnen vrij in- en uitlopen, zolang ze maar op het eiland blijven. © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts Plastic kommetjes met een handvol droge pasta, meer is het niet. © Toon Lambrechts

‘C’est l’enfer ici, erger dan een gevangenis.’ Zo vat Pierre de situatie in Moria kort samen. De jonge Congolees stak zes maanden geleden de zeestraat tussen Turkije en het Griekse eiland Lesbos over, zich niet bewust van het akkoord tussen de EU en Turkije.

Dat was een halfjaar geleden. Ondertussen is er niets veranderd. Hij heeft er genoeg van. ‘Ze moeten ons vrijlaten, want asiel aanvragen is nog altijd geen misdaad, voor zover ik weet.’

De voormalige militaire basis net buiten het dorpje Moria op Lesbos is een van de vergeetputten waar de vluchtelingen worden gehuisvest die na het akkoord toch nog de Egeïsche Zee zijn overgestoken. Ook op de andere eilanden, zoals Chios en Samos, bevinden zich dergelijke kampen. In principe dienen vluchtelingen hier asiel aan te vragen. Wie erkend wordt mag doorreizen naar het vasteland, de anderen moeten terug naar Turkije.

‘Ze moeten ons vrijlaten, want asiel aanvragen is nog altijd geen misdaad, voor zover ik weet.’

Maar in de praktijk regeert de chaos. Behalve een honderdtal Pakistanen die de pech hadden om als voorbeeld te dienen werd nog niemand teruggestuurd. Het verwerken van de asielaanvragen verloopt tergend traag. De Griekse administratie kan de aanvragen niet aan, en de beloofde Europese hulp blijft uit.

Daardoor zitten mensen zoals Pierre maandenlang vast op de eilanden, met alle frustratie van dien. Enkele weken geleden nog ging bijna de helft van het overbevolkte kamp in Moria in vlammen op. De brand ontstond na hevige gevechten tussen de verschillende nationaliteiten in Moria.

Pierre toont een filmpje van de rellen op zijn gsm. ‘De Afrikanen stonden achter het plan om in hongerstaking te gaan, maar les blancs wilden niet meedoen.’ Het duurt even voor ik begrijp dat hij daarmee de Syrische bewoners van het kamp bedoelt. ‘Dat leidde tot ruzie, vechtpartijen en uiteindelijk tot de brand die de helft van het kamp in de as legde.’ Van het vuur is ondertussen niet veel meer te zien, behalve een uitgebrande elektriciteitskast en schroeiplekken in de bomen.

In Moria heerst een strakke hiërarchie onder de vluchtelingen. De procedure van de Syriërs verloopt al bij al redelijk vlot, terwijl Pierre als Afrikaan na zes maanden nog niet eens geregistreerd is. Dat zet kwaad bloed. Maar het zijn evengoed de overbevolking, de slechte levensomstandigheden en de knagende onzekerheid die voor spanningen zorgen.

Cisko, een vriend van Pierre, is erbij komen staan. Ze willen wel even de rest van het kamp laten zien. Het sanitair bijvoorbeeld, dat wansmakelijk smerig is. Cisko heeft een paar foto’s op zijn gsm van de insecten waarvan de plek vergeven is. En van het eten, de meest genoemde bron van klachten. Er slingeren nog een paar verloren porties rond. Plastic kommetjes met een handvol droge pasta, meer is het niet.

© Toon Lambrechts

Plastic kommetjes met een handvol droge pasta, meer is het niet.

Binnen in de tenten is het puzzelen om iedereen een slaapplek te geven. Het dunne zeil lijkt weinig winterbestendig, een vrees die Pierre en Cisko delen. Op een van de slaapzakken ligt een oudere man met zijn been in een verband. Met veel moeite vertelt hij dat hij een dokter wil zien, maar hier enkel paracetamol krijgt. ‘Alles is nu in Gods hand’, stamelt hij met beklemmende verslagenheid. Dan verzinkt hij weer in stilzwijgen.

Slopende onzekerheid

Moria is geen gesloten kamp. Vluchtelingen kunnen vrij in- en uitlopen, zolang ze maar op het eiland blijven. Voor de ingang hebben ondernemende Grieken een tiental koffietenten, eetkramen en winkeltjes geïnstalleerd. Die zitten afgeladen vol met vluchtelingen en ngo-personeel. Want de leiding van het kamp mag dan in handen zijn van het Griekse leger, zonder de ondersteuning van een aantal internationale ngo’s zou het niet lukken.

Een van die ngo’s is de Nederlandse organisatie Stichting Bootvluchteling. Arianne Kattenberg werkt al een half jaar als medisch coördinator op Lesbos. ‘De situatie is erg veranderd. Voorheen bleven vluchtelingen slechts enkele dagen op Lesbos, om dan door te reizen. Maar na het akkoord met Turkije zijn er heel wat mensen vast komen te zitten, zonder te weten waar ze aan toe zijn. Dat leidt tot enorm veel frustratie en wanhoop. De wachttijd voor een interview kan soms wel tot een halfjaar oplopen. Dat is te lang, en mentaal slopend.’

‘Als er morgen een grote boot strandt, dan hebben de autoriteiten een groot probleem. Alles zit vol, en de winter staat voor de deur.

Als medicus ziet ze de impact van die onzekerheid op de mensen. ‘De geestelijke gezondheid is een grote zorg, door het lange wachten en de uitzichtloosheid raken mensen in een depressie. Dat dit een groeiend probleem is zien we terug in onze medische cabine door de toenemende paniekaanvallen, automutilatie of in de ergste gevallen zelfs suicide.. Er is te weinig psychologische ondersteuning op het eiland. Artsen zonder Grenzen is ondertussen wel gestart met een team psychologen. Maar zeker de situatie van niet-begeleide minderjarigen, families en kwetsbare groepen is problematisch. De hulporganisaties doen hun best om kwetsbare groepen extra te ondersteunen, maar de capaciteit is gewoon ontoereikend.’

Het akkoord tussen de EU en Turkije in maart maakte een einde aan de massale toestroom van vluchtelingen op de Griekse eilanden. Toch komen er nog wekelijks mensen aan op de kusten van Lesbos, al gaat het vandaag slechts om enkele tientallen. Ze voegen zich bij de ongeveer vijfduizend vluchtelingen die momenteel op de eilanden verblijven. Dat ze soms tot een halfjaar in Moria vast komen te zitten is voor iedereen een onwelkome verrassing, aldus Kattenberg.

‘Er zijn vluchtelingen die zeggen dat ze, als ze hadden geweten wat hen op Lesbos te wachten stond, de oversteek nooit gemaakt hadden. Anderen waren er zich dan weer totaal niet van bewust wat hen te wachten stond. Veel hangt af van de praatjes die smokkelaars hen op de mouw spelden. En er is zeker ook een groep die wel wist wat ze kon verwachten, maar voor wie het waar ze vandaan komen nog slechter was.’

Op de vraag of deze situatie nog lang houdbaar is antwoordt Kattenberg resoluut van niet. ‘Als er morgen een grote boot strandt, dan hebben de autoriteiten een groot probleem. Alles zit vol, en de winter staat voor de deur. Het kamp in Moria is ook gewoon niet veilig. Er zijn regelmatig gevechten, er is tot prostitutie,… Dat zijn natuurlijk de consequenties als je zoveel mensen onder slechte omstandigheden dwingt in onzekerheid te leven.’

Vergane glorie

Waarschijnlijk heeft iemand het al eerder geschreven, maar Elliniko is de perfecte metafoor voor de tragedie waarin Griekenland beland is. Het gigantische terrein in een van de buitenwijken van Athene deed tot 2001 dienst als internationale luchthaven. Later werden er enkele stadions neergezet voor de Olympische Spelen van 2004, maar die werden snel verlaten. Elliniko – volgens sommigen het waardevolste stuk vastgoed aan de Middellandse Zee – moet van de Griekse schuldeisers verkocht worden, maar nieuwe bouwplannen zijn er nog niet. En dus dient het oude luchthavengebouw vandaag als vluchtelingenkamp, samen met de olympische honkbal- en hockeystadions.

De drie kampen in Elliniko huisvesten een fractie van de zo’n 60.000 vluchtelingen die na het sluiten van de grenzen op de Balkanroute niet verder konden reizen. Zij dienen in Griekenland asiel aan te vragen, in de hoop in aanmerking te komen voor relocatie elders in Europa, maar zowel de erkenningsprocedure als de relocatie gaat de mist in. De levensomstandigheden in de kampen zijn deplorabel, ondanks de fondsen die de Griekse overheid ontvangt. De meeste kampen werden haastig opgetrokken op verlaten industrieterreinen of kazernes. Maar die geïmproviseerde aanpak heeft zijn grenzen bereikt, zeker met de winter voor de deur.

© Toon Lambrechts

Binnen in de tenten is het puzzelen om iedereen een slaapplek te geven.

In de gangen van Baseball, zoals het kamp is gaan heten, is het een komen en gaan van ngo-personeel dat de dingen in goede banen probeert te leiden. Een paar lokalen zijn omgebouwd tot schoolklassen waar kinderen Grieks en Engels volgen. Ze kijken uit over het grasveld waar ooit het Cubaanse nationale honkbalteam Australië versloeg en olympisch goud behaalde. Vandaag is het speelveld ingenomen door rijen tenten met het ondertussen vertrouwde logo van de VN-vluchtelingenorganisatie. Een bevreemdend gezicht.

In de eerste maanden na het sluiten van de grenzen op de Balkan verbleven hier meer dan 4000 mensen. De Griekse overheid wil de kampen in Elliniko uiteindelijk sluiten, dus beetje bij beetje worden de vluchtelingen elders ondergebracht. Wie er wel nog woont is Attaullah Hayat, afkomstig uit Afghanistan. Het kind in zijn armen is hier geboren, drie maanden geleden. ‘Toen we hier aankwamen werd ons op het hart gedrukt dat we hier maar even zouden zijn. Dat is acht maanden geleden. Er doen voortdurend geruchten de ronde dat Elliniko gesloten zal worden en dat we verhuizen naar een plek met betere accommodatie, maar ik merk er weinig van.’

Geen antwoorden

In zijn asielprocedure komt maar weinig vaart. ‘Het heeft drie maanden geduurd voor ik geregistreerd werd. Ik wacht nog altijd op een datum voor het tweede interview. Sommige mensen geven het gewoon op en keren terug, zelfs naar Afghanistan’, vertelt Hayat. ‘Voor wie uit een relatief stabiele provincie komt is dat een optie, maar ik kan niet terug.’ Hayat werkte voor het Amerikaans leger als tolk, en wordt dus gezocht door de Taliban. ‘Er bestaan wel programma’s om de voormalige tolken asiel te verlenen in de VS, maar omdat ik maar enkele maanden voor de Amerikanen heb gewerkt, val ik daarbuiten.’

‘Kunnen we verder reizen of blijven we in de kampen? Niemand die ons daar een antwoord op kan geven. Dat weegt. Acht maanden in een tent is te veel.’

‘Maar eigenlijk wil niemand hier in Griekenland blijven. Dat leidt tot verwarring, want wat gaat er met ons gebeuren als we hier asiel aanvragen? Kunnen we verder reizen of blijven we in de kampen? Niemand die ons daar een antwoord op kan geven. Dat weegt. Veel mensen lopen op hun tandvlees. Mijn vrouw ook, ze huilt voortdurend. Acht maanden in een tent is te veel. De mensen die hier nu nog zitten hebben geen keuze. Terugkeren gaat niet en smokkelaars zijn te duur.’

Als ik vraag naar hoe het dagelijks leven hier verloopt is Hayat kort. ‘Je kunt je wel voorstellen hoe het is om hier acht maanden te zitten. Veel te heet in de zomer, en binnenkort veel te koud. Als het regent lekken de tenten. De verveling en de vermoeidheid vreten aan je. De ngo’s doen hun best, maar kunnen ook maar doen wat ze kunnen. Ach, het is één grote business, de vluchtelingenkwestie.’

City Plaza

Een wachtkamer in de open lucht, daar heeft het Victoriaplein nog het meeste van weg. Een honderdtal vluchtelingen probeert er de tijd te doden. De meesten Afghanen en Pakistanen, hier en daar een enkele Afrikaan. Ze zwijgen, het meeste is waarschijnlijk al lang gezegd. Alleen de kinderen hebben nog de energie om enthousiast achter de duiven aan te rennen.

Om de hoek van het Victoriaplein ligt City Plaza. Ooit een hotel, en nu nog altijd, eigenlijk. Het gebouw werd in april dit jaar bezet door een groep activisten met als doel vluchtelingen onderdak te bieden, maar ook als middelvinger tegen het beleid van de regering om vluchtelingenkampen zover mogelijk van de steden vandaan te houden.

© Toon Lambrechts

Moria is geen gesloten kamp. Vluchtelingen kunnen vrij in- en uitlopen, zolang ze maar op het eiland blijven.

City Plaza heeft nog altijd het uitzicht van een hotel, met een receptie op de benedenverdieping en een koffiebar op de eerste etage. Aan de ingang hangt een bordje dat het hotel vol zit. Alleen worden de kamers vandaag niet bewoond door toeristen, maar door zo’n 400 vluchtelingen, van wie bijna de helft kinderen. Dat is te merken in de gangen van City Plaza, het lawaai is oorverdovend.

Nina excuseert zich voor het kabaal. Ze is een van de mensen die het City Plaza openhoudt. Een noodzaak volgens haar, want na het sluiten van de grenzen en het akkoord met Turkije was het duidelijk dat de huisvesting van vluchtelingen een heikel punt zou worden. ‘Maar de belangrijkste reden voor ons om City Plaza te openen is niet de leemte in te vullen die de overheid liet. Dat kan de solidariteitsbeweging niet waarmaken. Het gaat ons in de eerste plaats om een levend alternatief te tonen, een tegenvoorbeeld voor het systeem van de kampen. En dan niet alleen wat de levensomstandigheden betreft: wij functioneren op basis van participatie en zelforganisatie.’

Geen eenvoudige opdracht, want hoewel bijna iedereen al maanden in Griekenland vastzit, blijft Griekenland een transitland in de hoofden van de vluchtelingen. ‘Maar het lukt min of meer, praktisch gesproken toch. We proberen hen ook zoveel mogelijk te betrekken bij het nemen van de beslissingen, maar dat werkt niet voor iedereen.’

‘De vrijwilligers organiseren lessen en activiteiten, maar we zijn erin geslaagd alle kinderen die dat willen naar school te sturen. Een hele overwinning.’

City Plaza heeft een duidelijke politieke agenda, aldus Nina. ‘We ijveren voor zaken zoals open grenzen, menswaardige opvang en toegang tot onderwijs. Met zoveel gezinnen hier is dat een belangrijk punt. De vrijwilligers organiseren lessen en activiteiten, maar we zijn erin geslaagd alle kinderen die dat willen naar school te sturen. Een hele overwinning.’

Dat mag inderdaad een overwinning heten. In het begin van het schooljaar besliste de Griekse overheid dat vluchtelingenkinderen naar de lokale scholen mogen. Maar op veel plaatsen stuitte de komst van de nieuwe leerlingen op stevig verzet van schooldirecties en ouders. In Oraiokasto, een stad in het noorden, dreigden ouders de school te bezetten om zo de komst van de nieuwe leerlingen te verhinderen. Hun actie kreeg de steun van de burgemeester. Het laat zien hoe de vluchtelingenkwestie tot diepe verdeeldheid in de Griekse samenleving leidt.

Het beleid van de overheid om de kampen zover mogelijk bij de steden weg te houden helpt niet echt, vertelt Nina. ‘Het creëert een soort gevoel dat vluchtelingen iets zijn om bang van te zijn. Daarom dat een plek als City Plaza, waar mensen in het centrum van Athene worden opgevangen, zo belangrijk is. Hoe je het ook wendt of keert, veel vluchtelingen zullen nog lang in Griekenland zitten, dus we proberen banden tussen hen en de rest van de samenleving te smeden.’

Nina verwoordt wat veel Grieken denken. Het is niet de Griekse overheid, maar de EU die de lijnen in het vluchtelingenbeleid uitzet. ‘Ik ben ervan overtuigd dat heel de huidige situatie een duidelijk doel dient. Het is een boodschap aan wie nog in Turkije zit: kom niet naar Griekenland, want er wachten je enkel de kampen, of een mogelijke deportatie. Het is subtieler dan enkele jaren geleden, toen mensen in gesloten detentiecentra werden opgesloten, maar de essentie blijft hetzelfde. Afschrikking.’

Improviseren op een industrieterrein

Weggestopt in de uitgestrekte industriële woestenij ten noordwesten van Thessaloniki ligt het Softex-kamp. De naam herinnert eraan dat hier ooit toiletpapier geproduceerd werd, maar van die bedrijvigheid is niets meer te merken. Enkel het betonnen skelet van de voormalige fabriek staat er nog. Het terrein werd in mei dit jaar haastig volgepropt met tenten om de vluchtelingen op te vangen na de ontruiming van het geïmproviseerde kamp in Idomeni aan de Grieks-Macedonische grens.

Die tijdelijke oplossing werd permanent. Enkele honderden vluchtelingen slaagden erin om toch nog over de grens te komen, of vonden een plek in Thessaloniki. De rest, toch zo’n 1400 mensen, wacht af. Ook Abrahim, een krasse zeventigjarige Palestijn uit Syrië. Nochtans leek zijn reis voorspoedig te verlopen. In een paar dagen trok hij van Turkije naar het noorden van Griekenland, maar daar sloeg de deur voor zijn neus dicht. Net als vele duizenden anderen kwam Abrahim vast te zitten in Idomeni. ‘Dat waren harde maanden, maar nog altijd beter dan hier in Softex.’

© Toon Lambrechts

Hoewel het niet mag, zie je overal kleine vuurtje van sloophout om te koken of als verwarming. De rook vermengt zich met de indringende geur van de petrochemische fabrieken verderop.

Aan een opsomming van wat er allemaal fout gaat in Softex wil hij niet eens beginnen. Dat is nochtans behoorlijk wat. Eten, huisvesting, sanitair en medische zorg laten te wensen over. In augustus stierf een meisje van zeventien in het kamp omdat de ambulance er te lang over deed om Softex te bereiken. Veiligheid is een probleem. Er zijn verschillende gevallen bekend van seksueel geweld en gedwongen prostitutie. En dan is er de grote vraag die ook Abrahim bezighoudt. Wat brengt de winter?

Want het kan behoorlijk winteren in het noorden van Griekenland. De eerste koude, winderige dagen beloven weinig goeds, zeker voor de mensen die in de tenten buiten gehuisvest zijn. Hoewel het niet mag, zie je overal kleine vuurtje van sloophout om te koken of als verwarming. De rook vermengt zich met de indringende geur van de petrochemische fabrieken verderop.

Abrahim is erg teleurgesteld. ‘Ik heb altijd opgekeken naar Europa als een plek waar mensenrechten en de wet iets betekenden. Dat was toch wat de EU liet uitschijnen tegenover de rest van de wereld. Maar na zes maanden hier in Softex kan ik niet anders dan geloven dat het allemaal leugens waren.’ De man wil nog iets kwijt voor we afscheid nemen. ‘Wie anderen niet respecteert – vluchteling of niet – respecteert zichzelf niet. Dat geldt voor ons als individuen, maar evengoed voor de Griekse overheid en voor Europa. Schrijf op dat een oude man in Softex je dat verteld heeft.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.