In Oeganda wordt de volgende pandemie verhinderd

Wanneer gorilla’s meer waard zijn dan mensen

© Pablo Garrigós Cucarella

Een bouwvakker rust uit in wat de eetzaal moet worden van een nieuw hotel in Buhoma, nabij het Oegandese natuurpark Bwindi. Hier wordt gehoopt op een toestroom van buitenlandse toeristen.

De Oegandese regering besteedt veel aandacht aan de wilde dieren en toeristen in het zuidwesten van het land. Maar wat met de behoeften van de lokale bewoners? De regio is een actieve broeihaard van virussen en andere ziekteverwekkers. Investeren in een betere opsporing van nieuwe ziektes kan ons behoeden voor een volgende pandemie… maar tegen welke prijs?

Twintig dagen per maand is Ricky Okwir Okello vroeg uit de veren. In de natuurparken Bwindi en Mgahinga, in het zuidwesten van Oeganda, volgt en behandelt de dierenarts berggorilla’s. Okello is een van de meer dan twintig medewerkers van Gorilla Doctors, een ngo die zich ontfermt over de met uitsterven bedreigde berggorilla. De twee parken waar Okello werkt, behoren tot de Bwindi Mgahinga Conservation Area. Ze liggen aan de grens van Oeganda met Rwanda en met het woelige oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC).

Meer dan 60 procent van Oeganda’s inkomsten uit toerisme vloeit voort uit deze Conservation Area. Niet verwonderlijk dus dat de Oegandese regering fors investeert in veiligheidsmaatregelen. Ze wil koste wat het kost vermijden dat conflicten uit de DRC overslaan en die inkomsten in het gedrang brengen.

Maar de regering heeft niet op alles vat. Het natuurpark Bwindi is, volgens het Amerikaanse overheidsagentschap National Institutes of Health (NIH), ‘een hotspot voor virussen en andere ziekteverwekkers die de volgende wereldwijde pandemie zouden kunnen veroorzaken’.

Door het intense contact tussen mens en dier is het risico groter dat nieuwe zoönotische ziektes zich ook onder mensen verspreiden. En zoönosen, ziektes die van dieren op mensen kunnen overgaan, zijn niet alleen in Oeganda een probleem. Volgens Benard Ssebide, hoofddierenarts van de Gorilla Doctors, is twee derde van alle besmettelijke ziektes in de wereld afkomstig van dieren. ‘Het merendeel van die ziektes komt van niet-menselijke primaten of van vleermuizen.’

Zoönosen zijn dezer dagen niet meer uit het nieuws weg te slaan. Denk maar aan de apenpokken: die ziekte is endemisch in Centraal- en West-Afrika sinds de jaren zeventig, toen daar een einde kwam aan het vaccinatieprogramma tegen pokken. Sindsdien hebben de apenpokken zich verspreid over ten minste 27 andere landen. Een ander bekend voorbeeld is hiv/aids. Uit gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijkt dat in totaal ongeveer 80 miljoen mensen met hiv/aids zijn besmet, bijna de helft van hen is gestorven. Op het vlak van behandeling zijn er gelukkig enorme stappen gezet.

En dan is er natuurlijk nog covid-19. De gerenommeerde John Hopkins University registreerde tot nu toe 6,3 miljoen covid-19-gerelateerde sterfgevallen. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal de wereldeconomie tegen 2024 een verlies geleden hebben van maar liefst 12 biljoen dollar (11,2 biljoen euro) door de gevolgen van de ziekte.

Om zulke zoönosen te bestrijden pleit een aantal organisaties voor investeringen in vaccins en toegankelijke diagnostische tests. Een van die organisaties is de Global Preparedness Monitoring Board, die toezicht houdt op de wereldwijde paraatheid voor gezondheidscrises.

Een groeiend aantal epidemiologen, biologen en economieprofessors is bovendien van mening dat de maatregelen om een pandemie te voorkomen, moeten worden uitgebreid. Zij pleiten voor een betere opsporing, om sneller vast te stellen wanneer ziektes overgaan van dier op mens, of omgekeerd.

Opsporing

Ook Gorilla Doctors legt zich toe op de opsporing van ziekteverwekkers die kunnen uitmonden in pandemieën. Want primaten, en met name berggorilla’s, delen meer dan 97 procent van hun genetisch materiaal met de mens. Om de ziekteverwekkers te vinden, gaan dierenarts Okello en zijn collega’s van Gorilla Doctors ‘s morgens vroeg op zoek naar de berggorilla’s. Ze worden daarbij bijgestaan door spoorzoekers van de Uganda Wildlife Authority (UWA), de overheidsinstantie die de nationale parken in het land beheert.

Een voordeel van die vroege ochtendtochten is dat Okello en zijn collega’s de berggorilla’s nog aantreffen in hun nesten. Ze nemen er stalen van de ontlasting van de dieren. Ze volgen de primaten ook om hun gezondheid te onderzoeken, speekselmonsters te verzamelen en zieke dieren te behandelen. Op andere dagen vangen Okello en zijn collega’s vleermuizen of verzamelen ze stalen van bavianen en apen.

Het vooronderzoek gebeurt in het veldkantoor van de Gorilla Doctors. Na de voorbereidende tests sturen ze de monsters naar het Uganda Virus Research Institute (UVRI) voor verder onderzoek. Later gaan ze naar het EpiCenter for Emerging Infectious Disease Intelligence (EEIDI) aan de University of California (UC), Davis in de Verenigde Staten. Het EEIDI is een van de weinige onderzoeksinstellingen voor virale ziektes met een mondiale insteek. Het wordt gefinancierd door de Verenigde Staten, via de National Institutes of Health (NIH).

Behalve met Gorilla Doctors werkt EEIDI ook samen met het Bwindi Community Hospital, dat gerund wordt door een Amerikaanse christelijke ngo. De ngo verzamelt in het kader van het EEIDI-project monsters onder mensen die in de omgeving van het nationale park wonen. Daardoor is het mogelijk om ziekteverwekkers te monitoren die van dier op mens overgaan.

De UC Davis verstrekt niet alleen financiële middelen, de onderzoekers van de universiteit ontwikkelen ook modellen waarmee ze kunnen bepalen waar een volgende infectieziekte vandaan zou kunnen komen. ‘We kunnen op die manier ontdekken in welke regio’s of gebieden mensen mogelijk risico lopen, en in welke tijd van het jaar’, zegt dr. Christine Kreuder Johnson, directeur van het EpiCenter for Disease Dynamics en hoogleraar Geneeskunde en Epidemiologie aan de UC Davis.

Evenwicht

De gezondheidssector in Oeganda is grotendeels ondergefinancierd. In sommige gevallen is ze afhankelijk van westerse donoren. Die financieren zo een groot deel van Oeganda’s vaccinatie- en anticonceptiediensten, en sponsoren ook de behandeling van onder meer malaria, hiv/aids en tuberculose.

Diezelfde donoren moeten ook financiële steun voorzien voor de gemeenschap, zegt Kate Tushabomwe, gezondheidsambtenaar van Kanungu, het district waarin het Bwindi-natuurpark ligt. Volgens haar is die steun namelijk van onschatbare waarde in de strijd tegen besmettelijke ziektes. ‘We hebben fondsen nodig om deze ziektes, die afkomstig zijn van dieren, te bestrijden’, zegt ze.

‘Zouden de gorilla’s er zonder ecotoerisme nog zijn?’
Christine Kreuder Johnson (EpiCenter for Disease Dynamics)

Volgens Tushabomwe heeft bijna niemand in haar gemeenschap voldoende geld om het park zelf te kunnen bezoeken. Om een trektocht te maken en berggorilla’s te spotten, betaalt een buitenlandse toerist 666 euro. Een Oegandees moet 250.000 Oegandese shilling (omgerekend 63 euro) betalen.

Maar dan nog zijn de kosten van zo’n trektocht behoorlijk hoog voor een gemiddelde inwoner die niet in staat is om genoeg eten, gezondheidszorg en andere sociale diensten te bekostigen. Dat betekent dat de meerderheid van de toeristen die de gorilla’s gaan bezichtigen, buitenlanders zijn.

‘Als er geen ecotoerisme was, zouden de gorilla’s er dan nog zijn?’ vraagt dr. Johnson zich luidop af. Ze voegt er meteen aan toe dat ontbossing en verwoesting de dieren er op andere plaatsen toe dwingt om andere oorden op te zoeken. Dat kan ook leiden tot de verspreiding van ziektes.

De huidige regeling in het Bwindi-natuurpark is nog altijd de beste optie, meent dr. Gladys Kalema-Zikusoka, dierenarts en vicevoorzitter van de African Primatology Society. De wilde dieren kunnen naast de mensen overleven, en de kans op ziekteverspreiding is kleiner.

© Pablo Garrigós Cucarella

Een organisatie van vrijwilligers houdt gorilla’s uit de buurt van de lokale gemeenschap. Maar die weet zelden of niet over het risico van ziektes die de dieren kunnen overdragen op de mens.

Buffer

Met 409,8 mensen per vierkante kilometer is dit deel van Zuidwest-Oeganda een van de dichtstbevolkte gebieden van het land. De vrees van natuurbeschermers zoals dr. Kalema-Zikusoka is dat steeds meer mensen druk zullen uitoefenen op het leefgebied van de wilde dieren. De vraag naar landbouwgrond is nu al bijzonder groot. Nelson Guma, hoofdopzichter van de Bwindi Mgahinga Conservation Area, zegt dat de overheid gemeenschappen heeft aangespoord om theeplantages aan te leggen rondom de nationale parken.

Hoewel thee een laagwaardig gewas is dat goed gedijt in gebieden bestemd voor commerciële landbouw, zegt Guma dat het gewas in Bwindi werd geïntroduceerd als buffer tussen de mens en de wilde dieren. Hij geeft toe dat de gemeenschappen eigenlijk noodgedwongen thee verbouwen, omdat olifanten en berggorilla’s alle andere gewassen vernietigen. Hij voert aan dat de gemeenschappen wel een bescheiden vergoeding ontvangen via opbrengsten uit toerisme. Ook wijst de Oegandese regering een deel van het park toe aan de gemeenschappen om er ecotoerismehotels en -lodges te bouwen.

Ik ben proMO*

 

Steun ons unieke non-profit mediaproject en word proMO*.

Je ontvangt ons magazine en geniet van een pak andere voordelen

Je maakt MO* mee mogelijk en steunt ons in onze missie.

Voor € 4/maand of € 50/jaar.

Ik word proMO*

Infrastructuur

Ondanks de voordelen meent gezondheidsfunctionaris Kate Tushabomwe dat de gemeenschap in Kanungu het niet erg zou vinden als de dieren werden overgebracht naar een plek waar ze minder vatbaar zijn voor infectieziekten. Veel bezoek van lokale bewoners ontvangen de berggorilla’s toch niet.

Ze zegt dat Kanungu en de rest van Oeganda er nu al niet in slagen om voldoende financiële middelen te vinden voor bestaande gezondheidsproblemen in haar district, zoals malaria, hiv/aids, tuberculose en ondervoeding. En ook al is het aantal sterfgevallen dankzij donaties uit het Westen aanzienlijk gedaald, de financiering is volgens Tushabomwe nog altijd ontoereikend.

Wat ook niet helpt, is de gebrekkige gezondheidsinfrastructuur in Bwindi Mgahinga. Het gebied ligt niet alleen aan de grens – wat voor Oeganda doorgaans betekent dat er weinig dienstverlening is – maar het is ook ingesloten door bossen en bergketens, die de toegang tot nabijgelegen infrastructuur moeilijk maken. De dichtstbijzijnde intensievezorgdienst is die van Buhoma, een klein stadje met heel wat toeristische voorzieningen vanwege de ligging aan de rand van het Bwindi-natuurpark. De dienst ligt op zes uur rijden, over een hobbelige weg.

Ook zijn er geen isolatiecentra, hoewel het gebied geboekstaafd staat als een wereldwijde hotspot voor besmettelijke ziektes. Bij een uitbraak van een besmettelijke ziekte als COVID-19, worden de leden van de gemeenschap volgens Haven Nahabwe, gezondheidsfunctionaris in Bwindi, aangemoedigd om zich thuis af te zonderen.

Gebrek aan apparatuur

UNESCO beschrijft Bwindi Forest als een ‘site van uitzonderlijke universele waarde’. Het is de thuisbasis van 202 vlindersoorten, berggorilla’s, chimpansees, bergaapjes, Afrikaanse olifanten en duikers. Het is een hotspot voor biodiversiteit, net als de andere nationale parken in het majestueuze Virunga-gebergte.

Die grote diversiteit betekent dat er onder de wilde dieren en de mensen die er leven heel wat ziekteverwekkers zijn. Nochtans zijn er alleen maar laboratoria die kunnen testen op ziektes als malaria of hiv/aids. Het gemeenschapsziekenhuis van Bwindi voegde onlangs PCR-tests voor COVID-19 toe. Voordat die tests voorhanden waren, stierven sommige COVID-19-patiënten nog voordat ze hun testresultaten hadden ontvangen, zegt Tushabomwe.

De situatie is sindsdien verbeterd, maar het duurt nog altijd minstens 48 uur voordat iemand die vermoedelijk besmet werd met een filovirus, dat koorts en hevige bloedingen veroorzaakt, zoals ebola en het marburgvirus, de resultaten krijgt.

John Kayiwa, de laboratoriummanager die verantwoordelijk is voor het EEIDI-project bij het Uganda Virus Research Institute, geeft toe dat de lange wachttijd niet zonder risico is. De ziektes verspreiden zich langzaam, maar dat mag geen reden zijn om zo lang te wachten met testen. COVID-19, bijvoorbeeld, verspreidt zich wel razendsnel.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Vogelverschrikkers

‘Om berggorilla’s te beschermen tegen menselijke infecties, hebben we de gemeenschappen duidelijk gemaakt dat traditionele manieren om vogels uit tuinen te verjagen niet langer toereikend zijn’, zegt Mary Tweheyo. Ze is lid van het Village Health Team (VHT), een groep van vrijwillige gemeenschapswerkers die de bevolking voorlichten over sanitaire voorzieningen en de preventie van besmettelijke ziektes als ebola en COVID19. ‘Vroeger plaatsten we vogelverschrikkers in onze tuinen, zodat vogels onze gewassen niet zouden plunderen,’ vertelt Tweheyo.

‘We maakten de vogelverschrikkers van stokken en oude kleren om de vogels te misleiden.’ Alleen: de berggorilla’s trokken soms die oude kleren aan, zegt Dr. Kalema. Dat leidde tot een uitbraak van schurft.

De leden van het VHT hebben er geen idee van dat dieren een bron kunnen zijn van infectieziekten. Ze houden vol dat het de mensen zijn die de dieren in het park moeten beschermen. ‘Wij hebben toegang tot medische zorg om ziektes aan te pakken die de gorilla’s op ons kunnen overbrengen, het is moeilijker om de gorilla’s te behandelen’, zegt een andere vrijwilliger. Ze geeft toe dat ze niet weet dat er organisaties zijn die de dieren in het park behandelen, zoals de Gorilla Doctors.

Het is duidelijk dat mensen die maar moeizaam hun weg vinden naar goede gezondheidszorg makkelijk besmet kunnen raken door zoönotische ziektes.

Leden van de Human Gorilla Conflict Group (HUGO), een vrijwilligersorganisatie die de gorilla’s uit de buurt van mensen wil houden, bevestigen dat natuurbeschermers in Bwindi geen moeite doen om met de gemeenschap te praten over hun bescherming tegen zoönotische ziektes.

Phinehas Sunday, de voorzitter van HUGO in een van de dorpen die aan het park grenzen, zegt niet te weten dat dieren ook mensen kunnen besmetten. Samen met andere leden van zijn gemeenschap ontfermt Sunday zich over gezondheid van de wilde dieren, en drijft hij ze terug naar het bos. Hij doet dat zonder financiële compensatie.

Het raakt Sunday zichtbaar dat een aanval van berggorilla’s hem jarenlang aan het bed gekluisterd hield, en de UWA hem al die tijd nooit financieel heeft ondersteund. In plaats daarvan heeft ze hem en andere slachtoffers van de berggorilla aangespoord om lid te worden van HUGO, en om de wilde dieren zelf uit de tuinen van mensen te verjagen.

Sunday wil dat de UWA meer rekening houdt met de noden van de gemeenschap. ‘We zijn ontevreden over het parkbeheer. Bewoners die gebruikmaken van de natuurlijke rijkdommen van het park en daarop betrapt worden, belanden achter de tralies. De enige manier om weer vrij te komen, is je land verkopen om ambtenaren om te kopen’, zegt hij.

Levi Tindimwebwan, een inwoner van Buhoma, spaart evenmin zijn kritiek op de UWA. Hij meent dat de organisatie zich meer inspant voor de berggorilla en de wilde dieren in Bwindi dan voor de mensen die er wonen. Want terwijl de wilde dieren vrijelijk in tuinen kunnen grazen, zorgt de UWA ervoor dat de gemeenschappen diep in de buidel moeten tasten als kinderen brandhout rapen in het park, zegt Tindimwebwan.

De leden van HUGO vinden dat de opbrengsten van het toerisme op zijn minst de (gratis) gezondheidszorg van de gemeenschap moeten financiëren. ‘We wonen vlak bij het park en als onze gezondheidszorg niet goed is, kunnen we besmet raken door zieke dieren’, zegt Bernard Byamukama, die in het verleden ook een aanval van berggorilla’s overleefde.

© Pablo Garrigós Cucarella

Een toeriste gaat op de foto met een gorilla. Bezoekers moeten tien meter afstand houden van de gorilla’s om de overdracht van zoönosen tegen te gaan.

Een bittere strijd

Heel wat huishoudens staan voor een lastige keuze: betalen voor gezondheidszorg of gebruikmaken van de diensten van de Oegandese overheid, die op papier gratis zijn. Dat de keuze voor een gezondheidscentrum van de overheid bijzonder risicovol is, ondervond ook Miriam Kyomugisha. Toen haar baby van elf maanden plots diarree had en moest braken, zocht ze haar toevlucht in een traditionele behandeling met geneeskrachtige kruiden.

Een dag later vond een lid van het gezondheidsteam van het dorp Kyomugasho en haar zieke baby, en schreef een briefje voor de dokters van een gezondheidscentrum in Kayonza. Toch zegt Kyamugasho dat ze nooit echt werd geholpen, ondanks dat briefje: haar baby kreeg rehydratiezouten toegediend en werd weer weggestuurd.

De baby braakte de rehydratiezouten uit, en een dag later stond Kyomugasho terug voor de deur van het gezondheidscentrum. Een arts verwees het kind door naar het Bwindi Community Hospital voor een behandeling, maar die kon Kyomugasho niet betalen. ‘Ik ben een arme, alleenstaande moeder, ik kan me een behandeling in het ziekenhuis niet veroorloven’, jammerde ze. Maar de verpleegster gaf geen krimp.

Ondanks de vele inspanningen van dierenarts Okello, de Gorilla Doctors en het Bwindi Community Hospital om infectieziekten op te sporen, is het duidelijk dat mensen die maar moeizaam hun weg vinden naar goede gezondheidszorg makkelijk besmet kunnen raken door zoönotische ziektes. Het zou goed kunnen dat zo’n besmetting op een dag uitmondt in een volgende pandemie.

Dit artikel maakt deel uit van een reeks en kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek en Le Fonds pour le journalisme.

 

Deze reportage werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift