‘Frankrijk is geen eerlijke bondgenoot. Ze zijn hier vooral uit economisch eigenbelang’

Wat doen de Fransen in Mali?

Al meer dan vijf jaar zijn de Fransen verwikkeld in een militaire operatie in Mali. Maar wat doen ze daar eigenlijk? En wordt hun aanwezigheid op prijs gesteld? ‘Frankrijk is geen eerlijke bondgenoot. Ze zijn hier vooral uit economisch eigenbelang.’

Betoging, Bamako, 10 januari 2018

Betoging, Bamako, 10 januari 2018

De vraag werd op scherp gezet op de vijfde verjaardag van de Franse Operatie-Serval. Die interventiemacht begon in 2013, met als doel om de aan Al Qaeda gelinkte jihadisten uit de door hen veroverde steden in Noord-Mali te duwen. In 2014 ging Serval over in Barkhane, dat daarnaast een uitgebreider mandaat had voor ‘counterterrorisme’ in de hele Sahel. De tijdelijke Serval-missie in Mali draaide zo uit op een permanente Franse aanwezigheid van Mauritanië tot Tsjaad.

In de hoofdstad Bamako organiseerde de beweging On a tout compris op 10 januari een betoging om te protesteren tegen de Franse aanwezigheid. Niet dat er veel volk was: de politie had een samenscholingsverbod afgekondigd op het startpunt van de betoging. In verspreide slagorde trokken de verschillende groepjes er dan maar op uit.

Vooral in het noorden van het land vinden er regelmatig dergelijke betogingen plaats. Niet zelden ontaarden ze in geweld.

‘A bas la France!’, klinkt het strijdvaardig. Straatverkopers en voorbijgangers knikken instemmend. Busjes volgepakt met mensen rijden luid toeterend voorbij. De twee aanwezige blanke journalisten krijgen hier en daar rare blikken toegeworpen. Maar al bij al is de sfeer gemoedelijk.

Tot de Franse ambassade in zicht komt. Het gebouw – op normale dagen al een onneembare burcht – is volledig omzoomd door op Robocops lijkende agenten. Een blokje scheurt zich los en stormt op ons af. Het groepje van zo’n dertig vreedzame manifestanten krijgt achtereenvolgens een lading traangas, rubberkogels en nog meer traangas in de maag gesplitst. In Mali stellen politieagenten geen vragen, zo blijkt. Ze weten vier betogers te grijpen, de rest ontsnapt in de vier windrichtingen. De vier krijgen klappen en worden in een pickup gesmeten.

‘Stilaan begonnen we te beseffen dat de interventie niet alleen bedoeld was om tegen de jihadisten te strijden.’

Aan de Bourse du Travail spreken we met Moussa Coulibaly, president van de beweging On a tout compris. Hij schetst hoe zijn gevoelens jegens de voormalige kolonisator Frankrijk veranderden. ‘Aanvankelijk waren we Frankrijk dankbaar. Ze hebben ons geholpen met de hordes jihadisten uit het noorden te donderen en onze steden te bevrijden. Maar stilaan begonnen we te beseffen dat de interventie niet alleen bedoeld was om tegen de jihadisten te strijden.’

Coulibaly merkt op dat er, ondanks de verpletterende militaire overmacht van de Fransen, nog steeds niets verbeterd is. ‘Integendeel zelfs. Drones, helikopters, jachtvliegtuigen, een troepenmacht van 4500 koppen …’, somt hij op. ‘En toch is de situatie in vijf jaar tijd alleen maar verslechterd. De jihadisten zaten vroeger alleen in het noorden. Nu zitten nu overal!’

Voor Coulibaly wijst dat op een dubbele agenda. ‘De Fransen zijn hier in de eerste plaats om zichzelf te helpen, uit economisch eigenbelang.’

Coulibaly’s stelling wordt bevestigd wordt door Oumar Mariko. Mariko is professioneel gezien een manusje-van-alles: studentenleider, dokter, ziekenhuisdirecteur, co-couppleger, partijleider. In 2002, 2007 en 2012 was hij kandidaat voor de Malinese presidentsverkiezingen. Onder luid gejuich en applaus is hij intussen aangekomen op de Bourse du Travail.

Kadhafi’s profetie

‘Mevrouw de Franse ambassadrice!’, steekt hij van wal. De loden zon brandt, de geur van traangas hangt nog in vele neuzen. ‘De jeugd van Mali klaagt u aan. We dulden het niet langer dat de beslissingen in dit land worden gemaakt in Parijs.’

Op dat elan gaat hij nog wel even door. De menigte lust er pap van. Het grootste deel van zijn speech is in het Bambara, lingua franca in de etnische mozaïek die Mali is. Jammer genoeg resoneert de taal niet goed in een westers oor.

Achter hem op het geïmproviseerde podium houden zijn aanhangers de Malinese driekleur op. Dit zijn echte aanhangers, niet de betaalde schoffies die je meestal aantreft in het kielzog van West-Afrikaanse politici.

Betoging, Bamako, 10 januari 2018

Niet alleen de boodschap, ook Mariko’s manier van speechen verraadt wie zijn politieke helden zijn: charismatische, eigengereide volksmenners zoals Chavez en Castro.

‘Kadaffi zei het al: Het noorden van Mali is rijk aan grondstoffen. Op een onbewaakt moment zullen de westerlingen komen om ze te exploiteren.’

De zee van filmende gsm’s splijt devoot open wanneer Mariko even later van het podium klimt. Even later laat hij zich strikken voor een kort interview. ‘De Fransen zijn niet naar hier gekomen om de Malinezen te helpen. Frankrijk probeert dit land te breken, om zo de hand te kunnen leggen op de grondstoffen. Kadhafi zei het al: Het noorden van Mali is rijk aan grondstoffen. Op een onbewaakt moment zullen de westerlingen komen om ze te exploiteren.’

Voor Oumar Mariko brak dat moment aan met de aanvang van operatie-Serval.

Zicht over Bamako en rivier Niger. Bamako, 13 januari 2018 © Arne Gillis

Zicht over Bamako en rivier Niger. Bamako, 13 januari 2018

Strategische belangen

In de Sahel is er inderdaad meer te vinden dan terroristen, zand en dadels. De hele regio barst van de grondstoffen. ‘Mali is de vierde grootste goudexporteur ter wereld. Niger is de vierde grootste uraniumexporteur ter wereld. De Sahel herbergt ook petroleum, coltan, lithium, koper, gas, plaats voor zonne- en windenergie … noem maar op.’ Mariko ziet in de Franse aanwezigheid in de eerste plaats een manier om die grondstoffen te beveiligen.

Het Nigerese uranium wordt ontgonnen door het Franse bedrijf Orano, dat vroeger Areva heette. Het uranium uit Niger vormt 30 procent van de totale brandstofnood voor de 59 Franse kernreactoren. Of anders gezegd: zonder het uranium uit Niger gaat een derde van alle Franse lampen uit.

In de Malinese bodem zou uranium en petroleum zitten, al weet niemand precies hoeveel. De Nigerese uraniummijnen liggen hoe dan ook maar een paar honderd kilometer van de Malinese grens. Poreuze grenzen zijn het, met achteloze pennentrekken door het eindeloze niemandsland getrokken. Het gebied is bovendien vergeven van jihadisten, niet zelden afkomstig uit Mali.

‘Het beveiligen van die grondstoffen is geen neokolonialisme, het is geopolitiek. Het gaat over de bescherming van vitale interesses en strategisch belang.’

Jean-Paul Deconinck, hoofd van de MINUSMA-troepenmacht van de Verenigde Naties, ontkent niet dat er strategische belangen gemoeid zijn met de westerse aanwezigheid in Mali. Voor Deconinck is de strijd tegen jihadisten niet tegenstrijdig met de verdediging van de strategische belangen.

‘Heeft er iemand iets op tegen dat die grondstoffen beveiligd worden?’, argumenteert hij. ‘Het beveiligen van die grondstoffen is geen neokolonialisme, het is geopolitiek. Het gaat over de bescherming van vitale interesses en strategisch belang.’

EUTM-missie, sinds 31 januari geleid door Spanje. Koulikoro, november 2017 © Arne Gillis

EUTM-missie, sinds 31 januari geleid door Spanje. Koulikoro, november 2017

Kolonialisme

Het hoeft geen verbazing te wekken dat de Franse president Macron tot nu toe al vier keer op staatsbezoek ging in de Sahel, waarvan twee keer naar Mali. Maar voor Coulibaly en Mariko is de langdurige Franse aanwezigheid een schending van de Malinese soevereiniteit. En dat respectloze gedrag heeft nu lang geduurd, vinden ze.

‘Nationale soevereiniteit is gebaseerd op een nationale munt en een nationaal leger’, zegt Coulibaly. ‘Het Franse leger heeft het hier overgenomen. Onze munt is gelinkt aan die van de Fransen, en onze president kan zich niet meer laten zien in het noorden zonder dat hij de Fransen daarvan op de hoogte brengt. Welke soevereiniteit? We worden opnieuw gekolonialiseerd. Op een slimme manier, dat wel, maar even beledigend.’

De jongeman wordt er furieus van. ‘Franse bedrijven doen hier gouden zaken. Oorlog levert op. Maar levert op voor wie? Voor grote industrieën. En die bevinden zich in Europa. Wij komen op straat om deze demagogie aan te klagen.’

Het klinkt op zijn beurt nogal demagogisch. Maar wie de handel en wandel van enkele grote Franse bedrijven met belangen in Mali natrekt, kan alleen maar concluderen dat hij gelijk heeft. De aandelen van enkele grote Franse wapenfabrikanten gingen door het dak sinds de aanvang van Operatie-Serval. Het aandeel van Dassault verdubbelde bijna sinds eind 2012, dat van Thales SA verviervoudigde.

Zowel Dassault als Thales SA leveren militair materieel aan voor onder meer Barkhane. Bovendien kunnen ze nieuwe technologieën testen op het slagveld, waardoor het materiaal het label ‘Combat Proven’ meekrijgt. Dat label maakt het op de internationale markt dan weer gemakkelijker om nieuwe klanten aan te trekken.

Duiventil

Frankrijk is niet het enige westerse land dat haar militair apparaat ontplooid heeft in de Sahel. De Verenigde Staten hebben militaire banden aangehaald met Niger. Ze kregen toestemming om een drone-basis van 110 miljoen dollar te bouwen in het noordelijke Agadez. Duitsland stuurde troepen naar Niger en kreeg eveneens toestemming van Nigerees president om een logistieke militaire basis te bouwen in de strijd tegen extremisme. Ook Italië kondigde aan dat het een troepenmacht van 470 koppen zou sturen naar het noorden van Niger om mensensmokkel tegen te gaan.

De Sahel begint stilaan te lijken op een duiventil.

Zo begint de Sahel stilaan te lijken op een duiventil. Maar achter het officiële gordijn van de strijd tegen jihadisme en mensensmokkel spelen er nog andere, ondoorzichtige belangen. Waar Jean-Paul Deconinck het heeft over de beveiliging van grondstoffen, spreekt Mariko liever over een georganiseerde rooftocht op diezelfde grondstoffen. En hoe dan ook zijn er bij een aantal Europese defensiebedrijven zoals Dassault en Thales een paar mensen enorm veel geld aan het verdienen.

Generaal Jean-Paul Deconinck, MINUSMA Mali. Bamako, 15 januari 2018 © Arne Gillis

Generaal Jean-Paul Deconinck, MINUSMA Mali. Bamako, 15 januari 2018

En de Belgen?

België had tot 31 januari 2018 de leiding over de EUTM-trainingsmissie. Deze missie moet het Malinese leger veranderen van een amateuristische, corrupte kliek in een performant, jihadistenverslindend beroepsleger. Een derde van het 30.000-koppige leger doorliep intussen al de vorming. Maar de weg is lang. Volgens rapporten van Human Rights Watch is het Malinese leger zelf betrokken geweest bij executies en gedwongen verdwijningen van burgers.

EUTM-missie, sinds 31 januari geleid door Spanje. Koulikoro, november 2017 © Arne Gillis

EUTM-missie, sinds 31 januari geleid door Spanje. Koulikoro, november 2017


De Belgische communicatieverantwoordelijke van de EUTM-missie heeft dat rapport ook gelezen. ‘In alle trainingen die wij geven, van logistieke tot leidinggevende functies, komt een module mensenrechten voor. Maar in een leger van 30.000 manschappen kunnen er zeker rotte appels tussen zitten’, verklaarde hij al tegen MO* in november 2017.

De EUTM-missie, momenteel onder Spaans gezag, is een onderneming die bij de Malinezen op meer sympathie kan rekenen dan Operatie-Barkhane. Dat alvast bij Coulibaly, voorzitter van On a tout compris. Hij vindt dat dat het enige is waar Mali nood aan heeft: technische steun voor het Malinese leger. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat we de problemen met de jihadisten niet op onszelf kunnen aanpakken. Dat is duidelijk. Maar de hulp die we nodig hebben is technisch-militair van aard.’

Of Coulibaly zelf concrete alternatieven heeft? ‘Het wordt hoog tijd dat de Malinezen zelf de beslissingen beginnen te nemen. Het probleem van het jihadisme kunnen we aanpakken door ons eigen leger te professionaliseren. We zouden een verplichte legerdienst kunnen invoeren vanaf 18 jaar. Want het zijn de kinderen van een land die hun land moeten bevrijden, geen mensen van buitenaf.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur