Wat u van president Erdogan niet mag weten over Turkije

Of niet alles al gezegd en geschreven is over Turkije, vroeg Tine Danckaers zich af toen ze naar Turkije vloog, op zoek naar het verhaal achter de rode vlaggen en de loden stilte. Maar ondanks de angst om te praten schreeuwen Turkse burgers hun verontwaardiging uit. ‘Het verhaal over de repressie kan niet vaak genoeg verteld worden’, klinkt het. 

  • Vladimir Varfolomeev (CC BY-NC 2.0) Istanboel Vladimir Varfolomeev (CC BY-NC 2.0)
  • © Tine Danckaers Murat Belge, bekende linkse mensenrechtenactivist, schrijver en academicus © Tine Danckaers
  • © Tine Danckaers Murat Seçkin, directeur van de experimentele cultuurplaats karGART © Tine Danckaers
  • Brookings Institution (CC BY-NC-ND 2.0) President Recep Tayyip Erdoğan Brookings Institution (CC BY-NC-ND 2.0)
  • JD Lasica (CC BY 2.0) Istanboel JD Lasica (CC BY 2.0)
  • Mike Norton (CC BY 2.0) Rally in de straten van Istanboel op 24 juli vlak na de staatgreep Mike Norton (CC BY 2.0)

In diepe concentratie, met oog voor finesse en à la tête du client maakt de kramer onze durums met vis klaar. Zijn kraam is niet meer dan een tafel, maar wel een met vergunning. Die liet lang op zich wachten toen stadsvernieuwing de aanwezigheid van de straatventers op deze plek bedreigde. Een eenzame nog rechtopstaande bouwval achter hem is de schutting tegen de zeebries die van de Bosporus komt. Daarachter, op het gras, zit een jong stel in de middagherfstzon, naast de nieuw aangelegde wandelstrook. Oud en nieuw in een perfecte symbiose, de noodtoestand lijkt even bij het vuilnis gezet. Maar schijn bedriegt. Dit is Istanboel, de stad van paradoxen, waar de spanning onderhuids zindert.

Aan de overkant, in de bruisende kunstenaarswijk Kadiköy, is het intussen full house in het keramiekatelier van de Iraanse kunstenares Mitra*. Nog geen twee maanden geleden verhuisde ze haar werkplaats uit het conservatieve en opeengepakte Tophane naar een buurt met gelijkgezinden. Het kost haar meer huur maar minder strijd. ‘Na de coup kon ik de buurt en de strijd tegen de “normenbrigades” van Tophane niet langer verdragen.’ Mitra bezweek met andere woorden voor de sociale druk van wat ze ‘de Bronx van Istanboel’ noemt.

Sociologe Berna Turan schrijft hoe in Tophane zeer gericht politieraids werden gehouden op gemengde studentenhuizen. Het contrast tussen de levensstijl van de studenten en die van de conservatieve buurtbewoners zou er uitgesprokener zijn dan elders. Maar het gaat verder dan die strenge gedragsvoorschriften, vertelt Mitra. Ze vertelt hoe de jongeren van de buurt bekend stonden als de herrieschoppers van Gezi, diegenen die de “échte Turkse waarden” kwamen verdedigen tegen al te regeringskritische geesten. ‘Tijdens een forum dat we in Yeniköy hielden (een van de rijkere wijken in de Avrupa Yakası, het westelijke, Europese deel van de stad, td), werden we door deze jongeren aangevallen. Toen we de politie waarschuwden, kwam die gewoon niet opdagen.’

Cultuurbotsingen waren er al lang voor de nacht van 15 juli, de nacht waarop de hemel op de hoofden van de Turken viel. De noodtoestand die daarna werd afgekondigd lijkt echter de conservatieven een duw in de rug te geven. In 2016 stond Turkije in de mondiale index van de persvrijheid op de 151ste plaats van de 180 landen. De censuur op de vrije meningsuiting is vandaag doorgedrongen tot in vele kieren van Istanboel. Weinig Turken durven nog te praten met een buitenlandse journaliste.

Academische vrijheid

© Tine Danckaers

Murat Belge, bekende linkse mensenrechtenactivist, schrijver en academicus

Wie geen blad voor de mond neemt, is de bekende linkse mensenrechtenactivist, schrijver en academicus Murat Belge. Belge, drieënzeventig, maakte ‘alle coups van het land mee’. Maar deze keer is het erger, vindt hij. Anders dan bij vorige Turke staatsgrepen, die slechts door een minderheid werden gesteund, staat de Turkse bevolking massaal en absoluut achter de machtsgreep van de president en de ‘daaraan gekoppelde ongeoorloofde wetteloosheid’. En daar zit voor Belge de tristesse: ‘Ik ben niet getraind om tegen de samenleving te vechten.’

De campus van de progressieve Bilgi Universiteit, waar Belge lesgeeft, gelegen aan het water van de Gouden Hoorn in het Europese deel, is nochtans bedrijvig als altijd en ademt, tussen de studenten en de kunstwerken in de tuin, vrijheid. Bilgi staat bekend als een progressieve, kritische universiteit, een plek ook waar seculier en gelovig Turkije samen door dezelfde deur kunnen. Maar zelfs Bilgi ontsnapt niet aan de druk om in het regeringsgelid te lopen. Nog voor de staatsgreep, werd een collega, Zeynep Sayin Balikcioglu, zonder enige onderzoeksprocedure ontslagen. De reden: kritische uitspraken over de Turkse president Erdoğan. Een Duitse academicus – die prompt zijn samenwerking met Bilgi verbrak – noemde het ‘einde oefening voor de academische vrijheid’.

‘We komen uit een militaire dictatuur en bewegen naar een islamitisch nationalisme met dictatoriale trekken.’

‘Dat een kritische universiteit als Bilgi dit doet, is een zekere schok’, reageert Belge, die eraan toevoegt dat de overname van de universiteit door een Amerikaans bedrijf met een sterk marktgerichte agenda het bestuurlijke karakter wellicht heeft veranderd. ‘Maar het is zo: volledige academische vrijheid bestaat noch in Bilgi, noch elders.’ Tegelijk zegt Belge, ook een groot criticus van de vroegere militaire machtsstructuren in Turkije, dat niet alle burgerlijke vrijheden op de schop gingen. Turkije zit op dit moment in een transitie tussen twee politieke periodes, legt Belge uit. ‘We komen uit een militaire dictatuur en bewegen naar een islamitisch nationalisme met dictatoriale trekken. Elk van die periodes heeft haar eigen logica. Op sommige gebieden zie ik democratie, op andere het tegengestelde.’

Zowat tien kilometer verderop, in een ander universiteitskantoor, noemt socioloog Ferhat Kentel, ook niet wars van kritische meningen, de huidige erosie van zijn land totaal. Toch vindt hij het nog meevallen met de academische vrijheid. ‘Ik geef persoonlijk min of meer dezelfde lessen als zes jaar geleden.’ Maar, geeft hij toe, hij wikt zijn woorden meer en probeert polemiek sneller uit de weg te gaan. ‘Maar dat neemt niet weg dat ik mijn kritiek over de ongeoorloofde heksenjacht sinds de noodtoestand wel degelijk uit.’

Mike Norton (CC BY 2.0)

Rally in de straten van Istanboel op 24 juli vlak na de staatgreep

Code 36

Op een van de weinige rustige plaatsen in Istanboel ontmoet ik Umut*. Voorzichtigheid is geboden, ze wordt gevolgd, weet ze. Toch wil ze praten. Misschien helpt het om het onrecht te keren. Of misschien kan praten de psychische problemen verlichten die ze heeft sinds ze, ten onrechte, werd ontslagen. ‘Ik slaap slecht, vergeet zoveel’, zegt ze, terwijl ze me thee aanreikt. Haar hand beeft.

Umut is het slachtoffer van het eerste nooddecreet onder de nieuwe wetgeving die onder de noodtoestand van kracht werd. Op 23 juli sloot de Turkse regering 1043 privé-scholen, 1229 stichtingen, 19 vakbonden, 35 medische instituten en 15 universiteiten. Umut werkte aan een van deze universiteiten, als hoogleraarsassistente in de sociale wetenschappen met een specialisatie in de psychologie. Tussen 15 en 23 juli werden de academici in het buitenland die verbonden waren aan de universiteiten op de zwarte lijst teruggeroepen. ‘Zesduizend mensen, van logistieke medewerkers tot decanen, werden zonder enige rechtsprocedure uit het systeem gegooid’, vertelt Umut. ‘Bij de procedure werden zes staatsmechanismen totaal genegeerd.’ Maar het punt dat nog het meest vergeten wordt, vindt Umut, is dat de universiteiten wel degelijk onder staatscontrole stonden. ‘Ik zelf heb twee jaar geleden, toen ik begon aan deze universiteit, na een screening van de staat, officiële toelating gekregen om hier te beginnen.’

‘Code 36 werd na 15 juli gecreëerd, en wil zoveel zeggen als: ontslagen wegens banden met Gülen. Eénmaal raden of je met die code vervolgens nog ergens werk vindt.’

Nee, ze heeft geen banden met de Gülenbeweging, zegt Umut stellig. Ze wist en weet nog steeds niets van banden die de universiteit met de beweging zou hebben. Ze heeft op die universiteit overigens altijd graag gewerkt, wegens de vrijheid die ze er kreeg en de vriendelijke sfeer die er hing. Maar vandaag heeft ze dus een ontslagdossier, dat een code 36 kreeg. ‘Die code werd na 15 juli gecreëerd, en wil zoveel zeggen als: ontslagen wegens banden met “FETÖ”, de door de overheid gebruikte benaming voor de “terroristische” beweging van Fethullah Gülen en zijn aanhang. Gevolg: elk sollicitatiegesprek dat ik heb, eindigt met code 36. Zelfs al zouden mensen me willen aannemen, dan durven ze het gewoon niet, uit angst zelf met de Gülenbeweging in verband te worden gebracht.’

De economische gevolgen zijn groot: Umut krijgt, net als haar ontslagen collega’s, geen werkloosheidsuitkering van de staat. Nu haar werkgever geen sociale bijdragen meer betaalt, moet ze zelf maandelijks een bijdrage storten om in orde te blijven met de sociale zekerheid. ‘Mijn geld is op, ook voor de huur. De banken sluiten dossiers ook af vanwege code 36. Ik heb intussen al wel wat schulden.’

Umut schreeuwt haar onschuld uit. ‘Maar vandaag ben je in Turkije zonder enig onderzoek “bezoedeld” of schoon.’ Ze ziet ook een streep door haar academische carrière getrokken. ‘Ik stapte erin uit idealisme, het besef dat ik uit de academische wereld word gebannen, is wellicht het zwaarst om te dragen. En wat met al dat kennisverlies? Turkije holt zijn eigen intelligentie uit. Intellectuelen worden nu als staatsgevaarlijk gezien.’

Wie zoet is, krijgt lekkers

© Tine Danckaers

Murat Seçkin, directeur van de experimentele cultuurplaats karGART

‘Onze hersenen worden kleiner gemaakt, door de angst en door het kennisverlies’, zegt Alper*, acteur en betrokken bij een kunstorganisatie aan de andere kant van de Bosporus, in het hippe Kadıköy. Nog voor 15 juli kwam Alpers naam, samen met die van andere kuntenaars, op een publieke “lijst van de schande” in de Turkse media wegens “deloyaliteit”. Nadat academici ontslagen of bedreigd waren omdat ze in een petitie opriepen tot een andere aanpak van het conflict met de Koerden, tekenden vertegenwoordigers uit de kunstwereld op hun beurt een petitie om de academici te ondersteunen. ‘Wie niet in de pas loopt, betaalt de rekening’, zegt Murat Seçkin, directeur van de experimentele cultuurplaats karGART. ‘Na de coup waren er door de regering georganiseerde evenementen, manifestaties. Sommige performers die weigerden daarheen te gaan, werden daarna ontslagen.’

‘Wie niet in de pas loopt, betaalt de rekening. Sommige performers weigerden naar door de overheid opgezette manifestaties te gaan: ze werden ontslagen.’

karGART bevindt zich in het bruisende, jonge Kadıköy. De noodtoestand lijkt hier iets uit een ander land. De drukte van de “eetstraten” dijt vanaf zeven uur, zoals altijd al het geval was, uit naar de uitgaansbuurt met de vele hippe cafés, koffiebars en alternatieve cultuurtempels. En toch, ook hier is het repressieve klimaat binnengedrongen. Al te westerse programmeringen worden afgelast, klinkt het. ‘En belangrijke evenementen, zoals het filmfestival in Malatya in Zuidoost-Turkije (november 2016, td), worden afgelast onder het mom van de noodtoestand’, vertelt Alper. ‘Het is een zoveelste poging om de kunsten het zwijgen op te leggen. Podiumvoorstellingen die als te provocerend worden gezien, komen, zeker in Anatolië, niet meer aan de bak. Op symbolische plekken als Taksim zie je nu cultuurfestivals die door de AKP worden georganiseerd.’

Het geld gaat naar traditionele voorstellingen of islamitische groepen, zegt Alper. ‘Anders gezegd: wie dicht bij de regering staat, krijgt geld.’ karGART overleeft als onafhankelijke kunstplaats dankzij de opbrengst van het café. Maar niet iedereen heeft die mogelijkheid. Wie wil overleven als kunstenaar, moet de eindjes aan elkaar knopen, zegt Alper. En dus haken veel kunstenaars af wegens geldgebrek.

Vladimir Varfolomeev (CC BY-NC 2.0)

Istanboel

Turkse groei is dubbel verhaal

In een communistisch kroegje, in een van de vele zijstraten van Istiklal Caddesi, ontmoet ik de Nederlandse Peter Edel, publicist en de man achter de website turkije.nl. Noodtoestand of niet, Edel blijft een kritisch waarnemer van het land waar hij bleef hangen voor de liefde. Of de Turken geen ongelijk hebben als ze de Europeanen verwijten te kritisch en te eenzijdig naar Turkije te kijken, vraag ik hem. We zien met andere woorden de goede dingen niet, Turkije heeft toch een sterke economische groei?

‘Ja hoor, dat verhaal kennen we intussen. Als je vergelijkt met 2002 is Turkije er economisch en in termen van algemene levenskwaliteit op vooruitgegaan’, zegt Edel. ‘Maar het verhaal over de veerkrachtige Turkse economie wordt door de AKP evenzeer eenzijdig naar voren geschoven. Turkije doet het, wat economische groei betreft, beter dan Europa. Binnen de G-20 is Turkije de op drie na snelst groeiende economie.’ Edel noemt groei de ‘heilige graal’ voor de AKP, ‘waar kiezers zich op blindstaren’.

‘Maar de groei is eerder gebaseerd op de binnenlandse vraag dan op export. Turkije is een leenland.’ Of was, want sinds 15 juli zijn de banken niet meer geneigd krediet te verlenen. Wat de overheidsuitgaven betreft, daarvan gaat een deel naar de Syrische vluchtelingen, maar vooral ook naar militaire uitgaven. Met name het gewapend conflict tegen de Koerdische PKK deed de Turkse overheidsuitgaven enorm toenemen.

De Koerden: de andere staatsvijand

Sinds het gewapend conflict tegen de PKK na het mislukken van de vredesgesprekken in 2015 in alle hevigheid weer oplaaide, groeide ook het anti-Koerdische klimaat in Turkije. De repressie na 15 juli richtte zich niet alleen tegen de Gülenbeweging, maar ook tegen die andere Turkse staatsvijand: de Koerden. In september werd een twintigtal radio- en tv-zenders gesloten, zowel Koerdische als alternatieve, onafhankelijke media, die kritisch berichtten over het Turks-Koerdische conflict. En op 29 oktober, de Dag van de Republiek, werden nog twee persagentschappen, drie tijdschriften en tien kranten gesloten.

‘Veel Turken kennen de Koerden enkel in een oorlogsretoriek en vereenzelvigen hen met de PKK’, zegt Ayse Erdem van de pro-Koerdische politieke partij HDP. Het succesmoment van de HDP bij de verkiezingen van 7 juni 2015 is vandaag weg. De HDP was erin geslaagd om, in coalitie met kleine linkse partijen, ook groene en rode stemmers te trekken, en werd volop gesteund uit Europa. In juni 2015 haalde de HDP met meer dan dertien procent van de stemmen de kiesdrempel en doorkruiste daarmee de plannen van de AKP, die een absolute meerderheid dacht te behalen, waarmee ze de grondwet wilde wijzigen. ‘We hadden het gevoel dat we de polarisering en de impasse konden doorbreken, dat we op een legale manier bruggen konden bouwen. Maar na de aanslagen en de volgende verkiezingen in november is alles veranderd.’

Ayse Erdem wijst naar de lege stoelen in haar kantoor. ‘In juni 2015 was geen enkele stoel meer vrij. Nu hebben we nieuwe computers: vervangtoestellen nadat de politie hier zonder huiszoekingsbevel binnenviel en alles vernietigde. Tussen de twee verkiezingen werden de 39 districtsgebouwen van de HDP in Istanboel aangevallen. 52 bekende HDP’ers werden gearresteerd.’ Het maakt allemaal deel uit van de criminaliseringsstrategie van de staat tegen de Koerden, zegt Ayse Erdem. ‘De haatpropaganda heeft haar werk gedaan. Zelfs mensen die voor de HDP hebben gestemd, vinden het vandaag verschrikkelijk dat de HDP-afgevaardigden Koerdisch zijn.’

Vandaag wordt de HDP zelfs, met 59 afgevaardigden in het parlement, buiten cruciale gesprekken gehouden, zoals de verandering van de grondwet. De kritiek dat de HDP een directe lijn heeft met de PKK kent ze. ‘Het is onzin, de PKK geeft ons net de kritiek dat we te veel in het Turkse gareel lopen. We nemen afstand, met het risico dat we HDP-stemmen verliezen. Maar natuurlijk hebben veel Koerden kennissen of familie die bij de PKK zijn. Maakt hen dat dan ook tot PKK’ers?’

Toen Erdogan in 2005 de Koerdische kwestie een Turks probleem noemde, geloofde ze hem. ‘Vandaag weet ik dat hij loog. Hij wilde president worden, en daarvoor had hij de chaos nodig. Alles wat hij heeft gedaan na de coup, is illegaal. Voor de coup was de repressie al aanwezig. Nu hebben ze het op iedereen gemunt: mensen die de vrede verdedigen worden ook als staatstvijanden gezien.’

Brookings Institution (CC BY-NC-ND 2.0)

President Recep Tayyip Erdoğan

Tegengif

Ook al is Turkije op de rem gaan staan, de wereld draait verder, zegt Ferhat Kentel. ‘Steden als Istanboel, Ankara en Izmir blijven kosmopolitische plekken, waar de staat er nooit in zal slagen om iedere andersdenkende te controleren.’ Bovendien is niet iedereen van plan om te buigen voor het angstklimaat. De angst mag dan, na Gezi en na 15 juli, Turkije in haar greep hebben, er zijn nog wel degelijk Turkse burgers die andere wegen zoeken.

In Kocaeli, nabij Istanboel, richtten negentien docenten die in september decretaal ontslagen werden, intussen een alternatieve academie op. Ze gaan, met andere woorden, door met lesgeven. En het verzet weerspiegelt zich ook in jongere, minder gevestigde hoeken. In vrijplaatsen zoals Komsu, een cafeetje in Kadıköy, bouwen burgers aan een alternatieve samenleving. Er wordt voedsel ingezameld. Wie geen geld heeft kan hier toch terecht voor heerlijke maaltijden. Maar ook in Tarlabasi, een conservatieve, Koerdische wijk dicht bij Taksim, bouwen jongeren aan een hechtere samenleving.

‘De Turken zijn geen volslagen idioten. Ik hoop dat ze op een dag zullen besluiten: democratie is beter.’

Het linkse collectief Infial, een jaar oud, is een vreemde eend in de wijk. ‘We zijn een anarchistisch collectief dat zich verzet tegen het kapitalisch systeem. Maar we zijn ook en vooral pluralistisch en vinden samenlevingsopbouw in de buurt hier zeer belangrijk’, zegt Ardit*. Infial geeft onder meer workshops aan kinderen en vrouwen, en een deel van de leden is ook betrokken bij Food no Bombs. Dat laatste collectief houdt wekelijkse voedselbedelingen voor de vele daklozen en de vluchtelingen in Istanboel. Maar niets is zonder risico. Ook bij Infial viel de politie al een paar maal binnen, onder meer nadat in de bibliotheekkamer een boek was gevonden met ‘PKK’ in de titel. Tegen de huurder van het gebouw loopt intussen ook een aanklacht wegens belediging van de president. ‘De reden: de verspreiding van stickers waarop Erdogan stond afgebeeld met de tekst: God save the Queer.’

‘De druk is na de coup opgevoerd, zoals overal’, vertelt Ardit. ‘We houden ons zeker gedeisder, in het huidige wetteloze klimaat. De politie kan nu binnenvallen zonder huiszoekingsbevel, je kan opgepakt worden zonder enige aanklacht. Maar we gaan door.’

‘De linkse stemmen zijn een veel te kleine minderheid, dat is niet meteen hoopgevend’, zegt academicus Murat Belge. Tegelijk ziet hij sporen van hoop: ‘De Turken zijn geen volslagen idioten. Ik hoop dat ze op een dag zullen besluiten: democratie is beter.’

* Schuilnaam

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur