Welkom in het land waar slavernij nog bestaat

De Verenigde Naties stuurden een speciale rapporteur naar het Noord-Afrikaanse land Mauritanië om ter plaatse te onderzoeken of slavernij nog bestaat. ‘De Amerikaanse plantagehouders dróómden van slaven zoals wij ze hier hebben. Je hoeft ze niet vast te binden, want ze lopen toch niet weg.’

© Lisa Develtere

© Lisa Develtere

Ze moet een jaar of 15 geweest zijn, nog te jong om een sluier te dragen, toen Essatime voor het eerst zwanger werd. Van papa, zoals ze gewend was om hem te noemen. Niet dat hij haar vader was, of dat ze zijn dochter was. Hij was haar meester, en zij was zijn slaaf. Net zoals haar moeder en haar grootmoeder hun hele leven slaven waren geweest, stond ook haar toekomst en die van de baby in haar buik al vast.

Zittend op de vloer van haar hutje van planken en lappen, in een buitenwijk van de Mauritaanse hoofdstad Nouakchott, vertelt Essatime (27) haar verhaal. Met een uitdrukkingsloos gezicht, alsof ze verlamd is door wat ze heeft meegemaakt.

© Lisa Develtere

Essatime © Lisa Develtere

Toen ze 5 jaar was, vroeg een invloedrijke Arabisch-Berberse familie om een klein meisje dat kon helpen in het huishouden. Essatime werd weggehaald bij haar moeder, die als slaaf bij een andere familie woonde, om in het onbekende huis te koken, de vloer te vegen, en de voeten van haar meester te masseren.

Historisch fenomeen

Volgens de Mauritaanse overheid is Essatime nooit een slaaf geweest. Officieel bestaat er geen slavernij in Mauritanië, een kaal woestijnland in Noord-Afrika.

‘Slavernij is een historisch fenomeen, dat we hier vroeger hebben gekend. Maar dat is verleden tijd.’

Mevrouw Mint Abdel Wedoud, voorzitter van de Commission Nationale des Droits de l’Homme, ontvangt ons in een koud kantoor. Boven haar bureau hangt het portret van president Aziz. De mensenrechtenorganisatie heeft een onafhankelijk statuut, maar werkt samen met de overheid.
‘U bent nu een week in dit land’, steekt mevrouw Wedoud van wal. ‘Hebt u één slaaf gezien?’

© Lisa Develtere

Mint Abdel Wedoud, voorzitter van de Commission Nationale des Droits de l’Homme. © Lisa Develtere

Voordat ik kan antwoorden, zegt ze beslist: ‘Nee, u hebt geen slaaf gezien. Er zijn hier namelijk geen slaven. Ik heb in mijn leven nog nooit een slaaf gezien. En mijn kinderen ook niet. Slavernij is een historisch fenomeen, dat we hier vroeger hebben gekend. Maar dat is verleden tijd.’

Zoals de geit

Slavernij werd drie keer afgeschaft in Mauritanië. In 1905 door de Franse kolonisator. Daarna met de onafhankelijkheid in 1961 en opnieuw in 1981. De afschaffing bleef al die tijd een dode letter en het duurde tot 2007 voordat er concrete wetgeving kwam. Sindsdien riskeert een slavenhouder een celstraf van 5 tot 10 jaar.

‘Het is als een geit die zijn hele leven vastgebonden is geweest. Als je het touw doorsnijdt, blijft hij gewoon staan.’

Volgens de wet is iedereen vrij. Toch krijgt mevrouw Mint Abdel Wedoud weleens een dossier binnen van iemand die zegt slaaf te zijn.

‘Na onderzoek blijkt meestal dat er geen sprake is van slavernij, maar van een historische band waardoor mensen bij hun voormalige meesters blijven, zelfs als ze vrij zijn.’

Het is het officiële standpunt van de overheid. Slavernij heeft bestaan, maar niet meer. Er zijn alleen nog séquelles: overblijfselen van een oud systeem.

Collega Déthié Mamadou Sall, die is komen meeluisteren, wil het graag uitleggen aan de hand van een vergelijking: ‘Het is als een geit die zijn hele leven vastgebonden is geweest. Als je het touw doorsnijdt, blijft hij gewoon staan.’

Onwil bij de overheid

Toch plaatsen verschillende mensenrechtenorganisaties Mauritanië bovenaan de lijst met landen waar slavernij nog bestaat. Volgens de Walk Free Foundation leeft vier procent van de bevolking in slavernij, het hoogste percentage ter wereld.

De Verenigde Naties stuurden in 2009 en in 2014 een speciale rapporteur ter plaatse om de situatie te onderzoeken. In haar rapport bevestigt Gulnara Shahinian dat er inderdaad slavernij bestaat in Mauritanië. Het gaat daarbij om traditionele slavernij. Die vorm van slavernij heeft niets met moderne slavernij te maken, en wordt van moeder op kind doorgegeven.

Traditionele slavernij wordt van moeder op kind doorgegeven

Een traditionele slaaf wordt geboren als eigendom van een meester die de volledige macht heeft over zijn leven, lichaam en bezittingen. De eigenaar kan hem weggeven, uithuwelijken, het erfrecht ontzeggen en onbetaald laten werken. In tegenstelling tot de overheid, die de verantwoordelijkheid grotendeels bij de persoon zelf legt, leggen de VN die terug bij de overheid.

In haar rapport spreekt de rapporteur waardering uit voor de stappen die op het gebied van wetgeving zijn gezet, maar constateert een gebrek aan uitvoering in de praktijk. ‘Politie en justitie tonen zich onwillig om beschuldigingen van slavernij op te volgen’, schrijft ze. ‘De meeste zaken worden zonder grondig onderzoek gesloten.’

Ze is bovendien verontrust door het lage aantal succesvolle veroordelingen sinds 2007: één.

Gebalde vuist

De frontlijn van het gevecht tegen de slavernij loopt dwars door Mauritanië. Met één strijder voorop. De Mauritaanse Spartacus.

© Noortje Palmers

Biram Dah Abeid

© Noortje Palmers

De frontlijn van het gevecht tegen de slavernij loopt dwars door Mauritanië. Met één strijder voorop. De Mauritaanse Spartacus noemt een buitenlandse journalist hem. Malcolm X, vergelijkt een ander. Zijn eigen landgenoten noemen hem gewoon Biram.

Zijn voornaam volstaat om te weten over wie het gaat. Tot diep in de woestijn praten ze over hem. Lijsten zijn portret in. Geven hun baby’s zijn naam.

Biram Dah Abeid (50) is de bekendste anti-slavernij activist van Mauritanië. In een paar jaar tijd heeft hij het land in twee groepen verdeeld: voor- en tegenstanders van IRA, zijn ngo.

L’Initiative pour la Résurgence du mouvement Abolitionniste heeft een rode gebalde vuist als logo. Een vuist richting staat, die volgens IRA medeplichtig is aan slavernij.

De machthebbers behoren tot een etnische elite van Arabische Berbers die zelf slaven hebben. Ze hebben geen enkel belang bij bestrijding. Zelfs de neef van de president heeft slaven, zegt IRA. Essatime was één van hen.

Geen paleis maar de cel

Biram vecht al vanaf zijn kindertijd tegen slavernij. Na zijn studie geschiedenis sluit hij zich aan bij de anti-slavernij organisatie SOS Esclaves. Maar uiteindelijk vindt hij hun aanpak niet efficient genoeg. Te conformistisch. Te mild voor de staat.

In 2008 besluit hij om IRA op te richten. De machthebbers verdienen een klap om de oren, en die gaat Biram uitdelen. Betogingen en hongerstakingen volgen, en heldhaftige bevrijdingsacties van slaven.

Wanneer hij in 2013 islamitische geschriften verbrandt die slavernij zouden rechtvaardigen, staat het land op zijn kop. Zijn protest trekt de aandacht. De internationale pers reist af om hem te spreken.

Biram krijgt de United Nations Human Rights Prize, een prestigieuze prijs die Nelson Mandela ook heeft ontvangen. Op het toppunt van zijn populariteit stelt hij zich in 2014 verkiesbaar als president. Maar in plaats van het presidentieel paleis, wordt het de cel.

Begin 2015 wordt Biram tot twee jaar cel veroordeeld voor lidmaatschap aan een niet erkende organisatie, deelname aan een niet toegestane samenkomst en het verstoren van de openbare orde. Hij zit momenteel in een streng bewaakte gevangenis middenin de Sahara.

Wie zijn de slaven en wie de meesters?

Ik ontmoet Biram Dah Abeid in februari 2014. Hij zit op dat moment nog niet in de gevangenis, en heeft zich net kandidaat gesteld als president. Een imposante man, omringd door 3 beveiligingsagenten die hij met één blik tot stilte maant.

‘Het choqueert mij dat sommige westerlingen zeggen dat slavernij in onze cultuur zit. Ze halen een grove misdaad uit de criminele sfeer, en maken er een cultureel fenomeen van.’

Voordat we het gesprek beginnen, wil hij weten of ik me goed heb voorbereid. Na een kleine overhoring, die abrupt wordt onderbroken als de naam van een andere activist valt, krijgt mijn fixer een uitbrander. Die had mij beter moeten inlichten. Dan knikt meneer Abeid, ik mag mijn eerste vraag stellen.

‘Wat is het grootste misverstand dat er over slavernij bestaat?’ wil ik weten. Biram zwijgt. Denkt na. Neemt dan het woord, langzaam, bedachtzaam, als een dominee.

‘Het choqueert mij dat sommige westerlingen zeggen dat slavernij in onze cultuur zit. Ze halen een grove misdaad uit de criminele sfeer, en maken er een cultureel fenomeen van. Dat voelt als een ontkenning van alles dat mij en mijn medemensen wordt aangedaan.’

© Lisa Develtere

Kastensysteem

Als Biram het over zijn medemensen heeft, heeft hij over de Haratin, de etnische bevolkingsgroep waar hij zelf toe hoort. Als je de Mauritaanse samenleving vergelijkt met het kastensysteem van India, zijn de Haratin de kastelozen, een gediscrimineerde en gemarginaliseerde bevolkingsgroep. Verdrukt door de piramide van een etnisch verdeelde samenleving. Dat heeft grotendeels met hun slavernijverleden te maken.

De meerderheid van de Haratin leeft in een situatie die het midden houdt tussen moderne en traditionele slavernij.

Honderden jaren geleden woonden deze zwarte boeren in het zuiden van het land, toen zij tijdens razzia’s gevangengenomen werden en tot slaaf gemaakt door de Witte Moren, Arabisch Berbers uit het noorden. Toen deze slaven tijdens de vorige eeuw gaandeweg bevrijd werden, kregen ze de naam Haratin, afgeleid van het Arabisch woord voor ‘vrijheid’. Maar erg vrij zijn ze nog altijd niet.

De meerderheid van de Haratin leeft in een situatie die het midden houdt tussen moderne en traditionele slavernij. Als ik vraag aan Biram of slavernij ook in de andere gemeenschappen voortkomt, ontkent hij stellig. ‘Er is maar één soort meesters: Arabische meesters.’

Zwarte meesters

‘Zo zwart-wit is het niet.’ Dat zegt Boubacar Messaoud, oprichter van de anti-slavernij organisatie SOS Esclaves. De zeventigjarige man strijdt al een half leven tegen slavernij. Vroeger vaak samen met Biram, maar de activisten verschillen de laatste jaren steeds vaker van mening.

‘Traditioneel komt slavernij in alle gemeenschappen voor. Ook onder zwarten.’

Boubacar woont in één van de betere wijken van de hoofdstad in een modern huis, dat hij zelf heeft ontworpen. Op de rustige binnenplaats is een traditionele nomadentent opgezet, waaronder de familie in de zomermaanden thee drinkt en televisie kijkt.

© Lisa Develtere

Boubacar Ould Messaoud © Lisa Develtere

‘Met wie je ook spreekt in Mauritanië, altijd hoor je weer dat slavernij bij anderen voorkomt, maar niet in de eigen gemeenschap. Slavernij is het zichtbaarste bij de Witte Moren, omdat zij bijna altijd zwarte slaven hebben.’ Bovendien komt slavernij bij hen het meest voor, en houdt het hardnekkiger stand. Toch is het gevaarlijk om het probleem versimpelen tot een raciale kwestie, zoals IRA doet. ‘Traditioneel komt slavernij in alle gemeenschappen voor. Ook onder zwarten. Er zijn zelfs Haratin die slaven hebben.’

Buschauffeur en ex-slaaf

Moyna was slaaf van een Haratin. Opmerkelijk genoeg zijn het twee medewerkers van IRA die me aan haar voorstellen. Vanuit het centrum van Nouakchott is het een halfuur rijden in oostelijke richting. Elke kilometer staan er minder huizen langs de weg. Uiteindelijk houdt ook het asfalt op.

Moyena (52) woont met een tiental familieleden in een houten barak middenin het hete woestijnzand. Onder het afdak zwermen vliegen rond een dienblad met beschadigde mango’s: haar broodwinning. Ze kan er nauwelijks van leven, maar alles is beter dan haar vorige leven, vindt ze.

Als jonge vrouw besloot ze te vluchten, nadat haar meester haar zwanger had gemaakt en de baby had gedood. ‘In die tijd reden er dagelijks bussen van Rosso naar Nouakchott’, vertelt ze in de donkere hut. ‘Ik had nog nooit de bus genomen. Had geen geld bij me. Ik wist zelfs niet waar dat voor diende, geld. Maar de buschauffeur liet me instappen. Toen we aankwamen in Nouakchott, riep de chauffeur me bij zich en fluisterde: “Toen ik u zag begreep ik dat u een slaaf was, zoals ik vroeger zelf ook ben geweest. Ik ben blij dat ik u kon helpen.”’

© Lisa Develtere

Moyena © Lisa Develtere

Waarom lopen slaven niet weg?

Slavernij roept dikwijls associaties op met de koloniale tijd, met zwarte slaven die aan ijzeren halskettingen zijn vastgebonden. Hoe zit dat in Mauritanie? Hoe zorgen meesters dat hun slaven niet weglopen?

‘De Amerikaanse plantagehouders dróómden van slaven zoals wij ze hier hebben. Ze hoeft ze niet vast te binden, want ze lopen toch niet weg.’

‘De Amerikaanse plantagehouders dróómden van slaven zoals wij ze hier hebben,’ zegt Boubacar Messaoud, van SOS Esclaves. ‘Je hoeft ze niet vast te binden, want ze lopen toch niet weg. Ze zijn volledig onderworpen, geformatteerd door een omgeving waarin slavernij diep verankerd is in de normen en waarden, in de tradities, in de religie.’

‘Om slavernij te begrijpen, moet je kijken naar de bron. Je hebt twee stadia. In het eerste stadium wordt een vrije mens –een man, een vrouw, een kind– op een kwade dag gevangen genomen. Hij haat degene die hem tot slaaf heeft gemaakt en probeert te vluchten, of zichzelf te doden. Maar de afstammeling van die slaaf, vele generaties later, is niet anders gewend. Hij is nooit vrij geweest. Zelfs niet in zijn gedachten.’

© Lisa Develtere

© Lisa Develtere

Paradijs

Die slaaf houdt van zijn meester. Hij is trots op hem. Op zijn moed, op zijn intelligentie. Niet zijn eigen vader is zijn voorbeeld, maar zijn meester. Hij schept over hem op tegen andere slaven. ‘Jouw meester geeft niet om jou. Kijk eens wat de mijne voor mij heeft gedaan.’

Gehoorzamen aan de wil van de meester is een heilige opdracht die hij plichtsgetrouw uitvoert.

Een slaaf zal soms zelfs bereid zijn om te sterven voor zijn meester, omdat hij gelooft dat hij daarvoor in het paradijs wordt beloond. Gehoorzamen aan de wil van de meester is een heilige opdracht die hij plichtsgetrouw uitvoert. Voor zijn lot weglopen, zou hoogverraad zijn, aan zijn meester, aan Allah. En wat zouden zijn broers en zussen er wel niet van denken, heeft hij soms meer recht op vrijheid dan zij?

Bovendien, waar zou hij naartoe moeten? Hij is nooit naar school geweest, hij heeft geen beroep geleerd. Waar zou hij moeten wonen, wie zou hem eten geven en werk? Hulp zoeken komt niet bij hem op, instanties zijn toch niet te vertrouwen en de politie zou hem beslist terugsturen. Nee, hij blijft beter waar hij is.

Zo denken de slavenmeesters

‘Ik had als kind mijn eigen slaaf,’ zegt Aminetou Mint El Moctar, een Moorse vrouw met een lang gezicht en een ouderwetse bril, die langzaam van haar neus zakt terwijl ze praat.

‘Toch beschouwde ik hen nooit als slaven, het voelde alsof ze mijn broers en zussen waren.’

‘Dat was heel normaal in onze familie, er woonden meerdere slaven bij ons thuis. Toch beschouwde ik hen nooit als slaven, het voelde alsof ze mijn broers en zussen waren. De oudste was als een moeder voor me. Ik dacht zelfs lang dat zij mijn mama was. Ze was blank, net als ik, en ik was onafscheidelijk van haar, ik sliep altijd bij haar.’

Aminetou raakt geëmotioneerd wanneer ze aan de vrouw terugdenkt. Ze glimlacht, sluit haar ogen even en kruist haar handen voor haar borst, alsof ze haar een knuffel geeft.

© Lisa Develtere

Aminetou Mint El Moctar © Lisa Develtere

Mensonterend

Maar toen Aminetou 13 jaar was, begon ze te vermoeden dat er iets niet klopte bij haar thuis. In die tijd, midden jaren zeventig, was de links-democratische beweging erg populair onder Mauritaanse jongeren.

Ze weigerde om met slaven in één huis te wonen. Uiteindelijk gaven haar ouders toe. Ze lieten hun slaven vrij.

Aminetou liep mee met manifestaties, bezocht info avonden. Wat ze daar hoorde zeggen over slavernij verwarde haar, maakte haar beschaamd. Het was niet normaal om slaven te hebben, maar mensonterend. Aminetou begon vragen te stellen en kwam steeds vaker met nieuwe ideeën thuis. Haar vader wilde er niks van weten, strafte Aminetou als ze weer eens over begon. Maar het meisje hield voet bij stuk. Ze weigerde om met slaven in één huis te wonen. Uiteindelijk gaven haar ouders toe. Ze lieten hun slaven vrij.

Rebel

Op dat moment wisten haar ouders nog niet dat hun dochter later een prominente mensenrechtenactiviste zou worden. Een heldin voor honderden vrouwen, vooral uit de Haratin gemeenschap. Voor een verkracht meisje dat ze in een oude ambulance naar het ziekenhuis bracht, voor een scheidende vrouw voor wie ze een advocaat regelde, voor een oude slavin die leerde lezen.

Mevrouw Mint El Moctar lijkt een wat lijzige mevrouw, maar is een rebel. Toen ze vorig jaar met de dood bedreigd werd door radicale islamisten, bleef ze gewoon doorwerken. Want iemand moet het doen: de nefaste gewoontes en tradities waar vrouwen onder lijden aankaarten. Het taboe rond slavernij doorbreken.

Jammer dan dat ze daar vijanden mee maakt. Veel vijanden. Bij de staat, bij de politieke en religieuze elites en bovenal in haar eigen gemeenschap van Witte Moren. Want hoe haalt ze het in haar hoofd om haar eigen mensen te bekritiseren? Laat de Haratin hun eigen rechten maar verdedigen. Niet zij, die Moorse, dochter van slavenhouders.

‘Slavenhouders zijn ziek’

‘Er vechten al Witte Moren met ons mee, soms zelfs tegen hun eigen families. Maar het zijn er niet veel,’ zegt Boubacar Messaoud van SOS Esclaves. Hij kent Aminetou al decennia. Ze hebben dagenlange zitstakingen gehouden voor politiekantoren, nachtenlang dossiers besproken.

© Lisa Develtere

Boubacar Ould Messaoud © Lisa Develtere

Slavernij verslaan kan alleen als je samenwerkt met de Arabische Berbers, is hun overtuiging. Daarom is het belangrijk dat er Witte Moren bij hun organisaties aangesloten zijn, dat ze in de optochten meelopen. Ze moeten weten dat het geen strijd is tegen hen. Maar mét hen.

‘Wij willen de Moorse gemeenschap niet uitsluiten of viseren, zoals IRA doet.’ zegt Boubacar. ‘We willen slavenhouders niet bedreigen, maar genezen. Want ze zijn ziek, mentaal ziek. Ze geloven dat ze superieur zijn. Ze denken dat het land van hun is, en dat alle anderen tweederangs burgers zijn. Wij willen laten zien dat we broers kunnen zijn.’

Dovemansoren

Is er een dialoog mogelijk met slavenhouders? Praat hij met ze? Boubacar zucht. Met een overtuigde slavenhouder is dat onmogelijk. Dat is voor dovemansoren spreken. Hij gaat wel in gesprek met mensen die hun slaven hebben bevrijd, maar toch nog met hen samenleven. Het fenomeen dat ze in Mauritanië séquelles noemen, overblijfselen van slavernij.

‘Een bevrijde slaaf moet een moeizaam proces doorlopen: hij moet zijn persoonlijkheid hervinden.’

‘Laatst kreeg ik bezoek van iemand die worstelde met een dilemma: “De vroegere slavin van mijn moeder wil dat ik voor haar kinderen zorg en ze naar school stuur. Ze weet niet wat ze zonder mij moet. Ik wil best helpen, maar omdat ze onze slaaf is geweest, voel ik me er ongemakkelijk bij.”’ Boubacar is altijd stellig in zijn advies. Je moet de banden verbreken. Compleet. Als je dat niet doet, leeft slavernij gewoon weer op.

‘Een bevrijde slaaf moet een moeizaam proces doorlopen: hij moet zijn persoonlijkheid hervinden. Hij moet zijn waardigheid opnieuw veroveren. Zich bevrijden van het dier dat hij is geworden, afgestompt en afhankelijk. Zelf leren denken en beslissingen nemen. Dat kan heel lang duren. Maar stapje voor stapje zal hij weer mens worden.’

Moet je een slaaf bevrijden, ook als hij er niet om vraagt?

Biram Dah Abeid werkt in 2008 als adviseur bij Commission Nationale des Droits de l’Homme, een mensenrechtenorganisatie die met de overheid samenwerkt. Hij is benaderd door een jongeman die zegt dat zijn zus slaaf is.

Habbi woont met haar meesters in een tentenkamp in Mederdra, een dorpje in het zuidwesten van Mauritanië. Biram besluit er naartoe te gaan, samen met een politieagent, de broer van Habbi en een Franse cameraploeg.

‘Klopt het dat u slaaf bent?’ Habbi ontkent. Ze is géén slaaf.

In twee terreinwagens rijden ze vanuit de hoofdstad de woestijn in. Na lang zoeken vinden ze de tent, en het meisje, met een baby op haar arm. Ze is duidelijk niet blij met het bezoek. De politieagent haalt een blocnote tevoorschijn.

‘Klopt het dat u slaaf bent?’ Habbi ontkent. Ze is géén slaaf. Haar broer mengt zich in het gesprek. ‘Je bent wél slaaf.’ Habbi wordt steeds defensiever. ‘Ik ben geen slaaf! Waar zijn de getuigen? Ik ga niet met jullie mee.’ De agent probeert tussenbeide te komen, maar Habbi begint te schreeuwen. ‘Ik dien een klacht in tegen mijn broer!’

“Marchands d’Esclaves: Mauritanie. Le mal continue” Documentaire van Arte uit 2013

Bevrijdingsacties

Als je dit fragment ziet, ga je als kijker gemakkelijk twijfelen. Is Habbi wel een slaaf? Weet Biram wat hij doet? Moet je slaven wel bevrijden? Als je Biram vandaag deze vragen zou voorleggen, zou hij 3 keer ‘ja’ antwoorden. Toch worden de bevrijdingsacties tegenwoordig helemaal anders aangepakt.

Een lokale journalist regelt een afspraak met IRA. De gsm’s van de prominente leden worden hoogstwaarschijnlijk afgeluisterd, dus het lijkt me beter om niet te bellen. Op zondagochtend om negen uur stopt een metallic Mercedes voor het hotel. Twee zwarte mannen in glimmende boubou’s stappen uit, stellen zich voor.

Hamady Lehbouss is de tijdelijke voorzitter van IRA, nu Biram in de gevangenis zit. Zijn collega is verantwoordelijk voor de financiën. Ze bewegen langzaam, formeel, zoals presidenten. Hamady neemt aan tafel plaats. Strijkt zijn boubou glad en kijkt me glimlachend aan, vanachter een bril met fijn zilverkleurig montuur. Ik vraag hoe ze tegenwoordig te werk gaan.

© Lisa Develtere

© Lisa Develtere

De vrucht laten rijpen

‘Het begint meestal met een tip,’ vertelt Hamady. ‘Als iemand zegt een slaaf te kennen, starten wij een onderzoek naar de omstandigheden. Daarvoor schakelen we een vrijwilliger in. Iemand met een minder bekend gezicht dan de leden van de eerste lijn. Die persoon probeert met de slaaf in contact te komen. Hij spreekt hem aan als hij naar de winkel gaat, als hij water gaat halen. Langzaam probeert hij het vertrouwen te winnen.’

‘Hij begint vragen te stellen: wat is zijn relatie met de familie, wordt hij betaald of niet? Vervolgens komt het erop aan de persoon te bewerken, dat wil zeggen bewust te maken van zijn situatie en van de mogelijkheid om zich daarvan te bevrijden. Dat proces van bewustwording kan lang duren, gemakkelijk een half jaar. Zo lang als nodig is voor de vrucht om te rijpen.’

Kat-en-muisspel

‘Eén dag voor de bevrijding bellen we het slachtoffer. Is hij echt klaar om weg te gaan bij zijn moeder of vader, is hij bereid om zijn meester aan te klagen?’

‘Eén dag voor de bevrijding bellen we het slachtoffer. Is hij echt klaar om weg te gaan bij zijn moeder of vader, is hij bereid om zijn meester aan te klagen? We leggen uit dat hij onder grote druk zal komen te staan.’

‘Als hij ja zegt, start de procedure. IRA stapt met het verhaal naar de prefect. Die belt naar de politiecommissaris om te zeggen dat hij een onderzoek moet starten. Vervolgens gaan een paar agenten naar het huis om de vermeende slaven en meesters mee naar het bureau te nemen.’
Hamady lacht. ‘Als er tenminste nog iemand thuis is. We hebben al meegemaakt dat we voor niks kwamen. Soms kent de prefect of de commissaris de desbetreffende familie en belt hij om te waarschuwen dat de politie eraan komt.’ Daar hebben ze iets op bedacht. Tegenwoordig laten ze het huis bewaken door een aantal IRA-leden tot de politie is gearriveerd.

© Lisa Develtere

© Lisa Develtere

De enige veroordeling

In het bureau volgt een verhoor. Daar mag niemand bij aanwezig zijn, maar volgens Hamady wordt de druk flink opgevoerd. ‘Je meester geeft je onderdak, hij geeft je te eten, en wat doe jij? Je komt hem beschuldigen, op aanraden van die lui van IRA, die je niet eens kent.’

‘In de geschiedenis van Mauritanië is er één slavenhouder veroordeeld, in 2011. De speciale rapporteur van de VN was toen in het land en de staat zag zich verplicht om iets te doen.’

Sommige slaven bezwijken onder druk, en krabbelen terug. Anderen zetten door. Maar het is uiteindelijk de procureur die beslist of hij een dossier opent of niet. Verreweg de meeste dossiers worden geseponeerd.

‘In de geschiedenis van Mauritanië is er één slavenhouder veroordeeld, in 2011. De speciale rapporteur van de VN was toen in het land en de staat zag zich verplicht om iets te doen. Het was de eerste en enige keer dat de wet van 2007, die slavernij strafbaar stelt, werd toegepast.’

‘Onder grote druk van IRA en andere organisaties werd de meesteres tot 2 jaar celstraf veroordeeld. Twee maanden daarna werd ze vrijgelaten.’ Hamady glimlacht. Zo gaat het in Mauritanië.

 

Dit artikel kwam tot stand met steun van Fonds Pascal Decroos en Free Press Unlimited

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift