Op de fiets maakt Sadjo Thiam de sporen van het kolonialisme in Antwerpen zichtbaar
‘Wie de geschiedenis niet kent, ziet ook niet hoe die vandaag nog doorwerkt in onze samenleving’
Sadjo Thiam
Sadjo Thiam
Een nieuwe generatie gidsen loodst bezoekers langs de stille sporen van kolonialisme in Antwerpen. Op de fiets, tussen monumenten en in musea laat oprichtster en politicologe Sadjo Thiam zien hoe de stad zelf een archief kan zijn.
Op een kille zondagmiddag komt een klein groepje fietsers samen aan de rand van het Antwerpse Stadspark. Met zijn vieren zijn ze, ieder met zijn eigen blik: twee mannen die aandachtig om zich heen kijken, een vrouw die zwijgend haar sjaal strakker trekt en een studente die wat later arriveert en zich verontschuldigt terwijl ze haar fiets parkeert.
Sadjo Thiam en Saphir Kasiam staan geduldig op hen te wachten. Thiam is oprichtster van Acces, een platform dat expertise en samenleving met elkaar verbindt via het delen van kennis. Ze heeft haar handen diep in haar jaszakken en bestudeert de groep aandachtig. Naast haar staat de twintigjarige studente Kasiam licht gespannen heen en weer te bewegen. Het is haar eerste keer als gids.
Boven het gezelschap torent een hoge granieten obelisk: de Congozuil. ‘Wat zien jullie?’, vraagt Kasiam aan de fietsers. Blikken gaan de hoogte in. Iemand wijst naar de uitgestrekte ster boven op het monument. ‘Is dat de ster van Congo?’
‘Dat klopt’, antwoordt Kasiam, terwijl ze met haar hand langs de ornamenten gaat. ‘De Congoster, de kroon, de inscripties: dit zijn geen neutrale versieringen. Ze tonen hoe handel, rijkdom en geweld samenkwamen in één koloniale machine. En dat moest gezien worden.’
Ze wijst naar de figuur boven op de obelisk. ‘Niet toevallig is dat Mercurius, de Romeinse god van handel en winst. Congo werd voorgesteld als een economische belofte.’
Kasiam vertelt dat de obelisk in 1911 werd opgericht om de annexatie van Congo-Vrijstaat door de Belgische staat te vieren. Vandaag vormt hij het begin van een ander verhaal — een verhaal dat niet viert, maar bevraagt.
De gids benadrukt dat het koloniale project groter was dan Leopold II alleen. ‘Hij onderhield nauwe banden met het Britse Koningshuis en wilde België positioneren als internationale speler. Zijn netwerk van macht en handel vormde de basis van een koloniale infrastructuur waarvan de gevolgen generaties lang voelbaar zouden zijn.’
Even is de groep stil, alsof ze voor het eerst echt voelt hoe de stad verweven is met macht, handel en een koloniale geschiedenis.

Saphir Kasiam geeft voor het eerst een gidsenrondleiding.
Zwijgende beelden
De groep zet zich weer in beweging en fietst richting Antwerpen-Zuid, waar het stadsbeeld langzaam verandert. Statige herenhuizen en hippe koffiebars vormen het decor waarin het Lambermont-monument in zicht komt.
Kasiam geeft een teken om te stoppen en stapt van haar fiets. ‘Denk even aan de meest charismatische persoon die je kent’, zegt ze. ‘Misschien een familielid, een vriend, een collega.’ Ze laat een korte stilte vallen. ‘Ik denk dan aan iemand als Auguste Lambermont.’
De blikken gaan naar het bronzen standbeeld uit 1912. Lambermont zit licht voorovergebogen aan een sierlijke fontein. ‘Dit is een standbeeld van iemand die een sleutelrol speelde tijdens de Conferentie van Berlijn in 1885. Daar hielp hij mee mogelijk maken dat Leopold II Congo als zijn privébezit kon claimen.’
Kasiam legt uit hoe Lambermonts rol als diplomaat bepalend was voor de legitimatie van de kolonisatie en hoe zijn naam decennialang, zelfs tot op vandaag, ongehinderd in het straatbeeld aanwezig bleef.
Moet je zulke standbeelden uit het straatbeeld verwijderen? Daarover is Thiam stellig. Koloniale standbeelden, meent ze, zijn geen twistpunten maar aanknopingspunten. ‘Zonder uitleg verwijder je het symptoom, niet de oorzaak. Standbeelden zijn een tastbaar bewijs van onze geschiedenis. Ze moeten gebruikt worden om het verhaal erachter te vertellen.’
Een van de fietsers merkt op dat hij het standbeeld van Lambermont al jaren dagelijks passeert, zonder zich ooit te hebben afgevraagd wie hier wordt herdacht. Een ander vraagt zich af waarom koloniale verantwoordelijkheid zo vaak wordt herleid tot figuren met bloed aan de handen en zelden tot degenen die het systeem mee ontwierpen.

Tijdens een fietstocht door Antwerpen wordt het koloniaal verleden van de stad zichtbaar.
Na de Lambermontplaats loopt de route verder naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Daar vraagt Sadjo Thiam de deelnemers om even hun ogen te sluiten en zich een beeld te vormen van Afrika en zijn bewoners. Voor sommigen voelt dat wat onwennig aan, maar het zet hen aan om na te denken over hoe hun beeld van Afrika tot stand is gekomen.
Kasiam wijst erop dat musea en kunstcollecties historisch een belangrijke rol hebben gespeeld in die beeldvorming. Niet alleen door de kunstwerken en objecten die uit Afrika werden geroofd, maar ook via tentoonstellingen die een hiërarchisch en stereotiep beeld van Afrikaanse culturen verspreidden.
Ze herinnert eraan dat tijdens de Wereldtentoonstelling van 1894, die plaatsvond nabij het KMSKA, 144 Congolezen in een nagebootst dorp werden opgevoerd als onderdeel van koloniale propaganda.
‘Deze objecten en tentoonstellingen vertellen vaak maar één kant van het verhaal’, legt Kasiam uit. ‘Ze tonen esthetiek en zogenaamde ‘‘authenticiteit’’, maar verbergen de context van ongelijkheid, dwang en geweld waarin ze terecht zijn gekomen.’
Ze benadrukt dat deze eenzijdige verhalen tot vandaag doorwerken in hoe Afrikaanse gemeenschappen worden bekeken, herinnerd en erkend.
‘Zonder uitleg verwijder je het symptoom, niet de oorzaak.’
Vanuit het KMSKA leidt de route naar de Entrepot du Congo aan de Sint-Jansvliet, vandaag een commerciële ruimte maar vroeger een opslagplaats voor goederen die vanuit Congo naar Antwerpen werden ingevoerd. De gidsen vertellen over de logistiek van de koloniale handel en de manier waarop zowel goederen als mensen werden verplaatst.
Vervolgens houdt de groep een korte pauze bij de Sint-Annakapel, een plek die de religieuze invloed binnen het koloniale project symboliseert. Eindigen doet de rondleiding bij het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB), een academisch onderzoeksinstituut dat verbonden is aan de Universiteit Antwerpen. Het instituut is historisch gegroeid uit de hervorming van koloniale opleidingsstructuren, waaronder de Koloniale Hogeschool.
Elke halte op de route nodigt uit tot reflectie: hoe leeft het koloniale verleden vandaag nog door? Wie wordt herdacht en wie vergeten? En hoe tonen instituties en publieke herdenkingen hun blijvende invloed op het heden?
Emoties verklaren geen systemen
De fietstocht ‘Revisit History: Een Koloniaal Heden’ van Acces vertrekt vanuit één eenvoudige gedachte: het verleden helpt ons het heden te begrijpen.
Enkele dagen na onze fietstocht spreek ik oprichtster Sadjo Thiam in een drukke koffiebar in Antwerpen. ‘Het is niet de bedoeling om met de vinger te wijzen’, zegt ze terwijl ze haar tas neerzet en we op zoek gaan naar het rustigste plekje dat er is. ‘Wel om bewustzijn te creëren. Om te tonen hoe structuren werken en hoe de geschiedenis blijft doorleven.’
Thiam groeide op in Congo en vluchtte op vijfjarige leeftijd met haar moeder naar België. Ze studeerde politieke wetenschappen en internationale betrekkingen, een achtergrond die duidelijk doorsijpelt in haar manier van werken: analytisch, kritisch, maar steeds gericht op verbinding.
‘Ik ben opgeleid om structuren te doorzien en te begrijpen’, benadrukt ze. ‘Verandering werkt alleen als mensen bereid zijn om met een open blik te luisteren. Daarom kies ik voor een educatieve aanpak geïnspireerd op de Braziliaanse pedagoog Paulo Freire, die vertrekt vanuit een gezamenlijke reflectie in plaats van confrontatie.’
De stad als archief
Voor Thiam is het doorleven van het verleden geen abstract begrip. Ze deelt meteen de drijfveer achter haar werk. ‘De koloniale geschiedenis is vandaag nog zichtbaar in onze steden, ons onderwijs en op de arbeidsmarkt’, zegt ze. ‘Wanneer bepaalde groepen structureel minder kansen krijgen, of wanneer racistische opvattingen blijven circuleren, is dat geen toeval. Het zijn historische processen die nooit echt zijn verwerkt.’
Volgens haar komt een groot deel van de weerstand tegen gesprekken over het Belgische koloniale verleden niet voort uit kwaadwilligheid, maar uit een gebrek aan herkenning. ‘Veel mensen zien de link met hun eigen realiteit niet. Zolang die verbinding ontbreekt, blijft het verleden abstract en lijkt het los te staan van het heden.’
Net daar wringt het schoentje. ‘Wie de geschiedenis niet kent, mist inzicht in wat daaruit is voortgekomen. De welvaart van steden als Antwerpen is historisch gegroeid, binnen een context waarin de stad deel uitmaakte van het koloniale exploitatiesysteem. Dat erkennen gaat niet over schuld, maar over verantwoordelijkheid.’
Wat ‘Revisit History: Een Koloniaal Heden’ onderscheidt, is de nadruk op het verhaal en de educatieve aanpak. ‘Antwerpen is een archief’, zegt Thiam. ‘Ik probeer de plekken die sporen van het koloniale verleden dragen echt zichtbaar en herkenbaar te maken, zodat deelnemers hun blik kunnen verruimen en hun manier van kijken kan verschuiven.’
Via Acces geeft Sadjo Thiam vorm aan projecten met een duidelijke maatschappelijke missie.
Wie bezit kennis?
Sadjo Thiam raakt het meest gepassioneerd wanneer ze spreekt over jongeren met een migratieachtergrond in Vlaanderen. Ze maakt zich zorgen over de wereld waarin zij opgroeien: een samenleving waarin positieve spiegelbeelden schaars zijn.
‘Veel van die jongeren krijgen van jongs af aan mee dat ze aan de zijlijn staan. Dat beïnvloedt hoe zij zichzelf zien, hoe ze hun plaats in de samenleving inschatten en in welke mate ze zich daarin positioneren. Hoewel er verandering is en steeds meer jongeren hun weg vinden, blijft die vooruitgang voorlopig beperkt.’
Daarom werkt ze ook bewust met jonge gidsen. Niet alleen om kennis door te geven, maar omdat ze het belangrijk vindt dat jongeren zich betrokken voelen bij geschiedenis en bij het gesprek daarover.
Daarnaast richt ze zich op scholen, omdat ze gelooft dat het voor jongeren essentieel is om mensen te zien in wie ze zich kunnen herkennen, en dat die hun dat verhaal ook kunnen vertellen. Ze herinnert zich een rondleiding met een klas vijftienjarigen bij wie de betrokkenheid opvallend groot was. ‘Zo’n ervaring blijft veel langer hangen dan theorie in een klaslokaal’, zegt ze.
Die focus op jongeren sluit aan bij haar bredere werk met Acces, dat ze in 2019 oprichtte om maatschappelijk gerichte projecten te realiseren. ‘Ik wil complexe thema’s toegankelijk maken en mensen toegang geven tot kennis die anders misschien buiten hun bereik zou blijven.’
‘Wat als ‘geschiedenis’ wordt gepresenteerd, is geen neutraal gegeven, maar het resultaat van keuzes.’
De vraag wie kennis bezit, behandelt Thiam niet in abstracte termen, maar heel concreet. Tijdens de tour toont ze hoe kennis tastbaar wordt in de stad zelf: in monumenten, musea, straatnamen en gebouwen. Die plekken vertellen verhalen, maar altijd vanuit een specifiek perspectief.
‘Wat als ‘‘geschiedenis’’ wordt gepresenteerd, is geen neutraal gegeven maar het resultaat van keuzes over wat wel en niet getoond wordt. Met Revisit History wil ik vanzelfsprekendheden doorbreken en bezoekers uitnodigen om opnieuw naar het verleden te kijken. Om zich af te vragen: wie spreekt, wie zwijgt, welke verhalen krijgen een plek in ons publieke geheugen, en hoe beïnvloedt het zichtbaar maken – of juist verbergen – van elementen uit onze geschiedenis onze maatschappij vandaag.’
We zijn omringd met het verleden, zegt Thiam. ‘Wie leert kijken naar wat als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd, krijgt ook een zicht op hoe onze samenleving is gevormd’, zegt ze. ‘En dat inzicht opent ruimte voor andere manieren van denken en handelen.’
Haar projecten en fietstochten beschouwt ze niet als een eindpunt maar als een begin. ‘Wanneer mensen achteraf met een nieuwe blik naar de stad kijken en zich afvragen waarom iets op een bepaalde plek staat staat of wie er ontbreekt, is mijn doel bereikt. Het gaat erom dat ze zelf blijven lezen, ontdekken en vooral leren oog te hebben voor nuance.’
Meer over dekolonisatie
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in


