Wie vecht echt tegen ISIS? Koerdische Peshmerga's en Amerikaanse “Irakstrijders”

Na een maandenlange patstelling heeft een grootschalig offensief door Peshmerga IS uit tien dorpen verdreven, geholpen door Amerikaanse vrijwilligers en luchtaanvallen. Pieter Stockmans en Baram Maaruf berichten van op de frontlinie in Kirkoek, Irak.

© Baram Maaruf
Peshmerga wachten op orders om het dorpje Albu Najem binnen te trekken terwijl Koerdische eenheden, ondersteund door luchtaanvallen van de coalitie, de tegenstanders aanvallen.
© Baram Maaruf

Maandenlang was er nauwelijks beweging aan de frontlinie tussen de Koerdische Peshmerga en de Islamitische Staat (IS) in Noord-Irak. Dat is eind augustus allemaal veranderd. 

Bij het ochtendgloren van 26 augustus verzamelden duizenden Peshmerga’s, voornamelijk van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), bijgestaan door speciale antiterrorisme-eenheden, vrijwilligers, en ondersteunende medische teams. Hun plaats van bijeenkomst: de snelweg langs het dorp Haftagar, ten zuidoosten van Daquq in de provincie Kirkoek.

Verschillende Iraaks-Koerdische generaals daagden op om de verzamelde troepen te leiden. Ook militairen van het Amerikaanse leger waren aanwezig, schijnbaar om te helpen en de luchtoffensieven van de anti-IS-coalitie te coördineren.

Ook militairen van het Amerikaanse leger waren aanwezig, schijnbaar om te helpen en de luchtoffensieven van de anti-IS-coalitie te coördineren.

Aan de vooravond van de operatie waren de straten van Kirkoek buitengewoon stil en leeg. De bewoners waren op de hoogte van de aanval en de meesten bleven binnen. Tegelijk waren duizenden veiligheidsagenten over de hele stad verspreid om eventuele zelfmoordaanslagen van IS te verhinderen.

Uiteindelijk lanceerde IS een preventieve aanval aan de frontlinie om vier uur ’s ochtends, terwijl de Peshmerga’s nog over de snelweg raasden op weg naar de frontlinie 50 kilometer verderop.

Enkel de vlammen van Kirkoeks beroemde brandende oliebronnen lichtten op aan de horizon. Terwijl de zon begon te rijzen over de woestijn, stroomden meer en meer Peshmergastrijders toe. Sommigen wandelden, anderen reden, enkelen namen zelfs selfies. Dorpelingen verzamelden op bergen opgehoopte aarde of op daken om een glimp van de actie op te vangen.

Het gevecht begint

Het lukte niet om met de troepen tot aan de vechtlinie te geraken, maar we konden de ontploffingen vanaf de frontlinie, 1 kilometer achter de vechtlinie, zien en horen.
Eerst kwam het geluid van de in Rusland gefabriceerde Katyusharaketten die werden gelanceerd door de Peshmergatroepen, gevolgd door Amerikaanse luchtaanvallen die een doffe knal aan de horizon achterlieten. Het occasionele lossen van geweerschoten kletterde in de verte. Na ongeveer 30 minuten verspreidde het nieuws zich door de wachtende rangen: het eerste dorp was ingenomen.

Aan de frontlinie stond personeel van het Amerikaanse leger bovenop de opgehoopte aarde om de vechtlinie te overzien, beneden stonden Amerikaanse oorlogsveteranen te wachten die vrijwillig de rangen van de Peshmerga hadden vervoegd. Voor zo ver wij konden vaststellen, was er geen contact tussen het officiële Amerikaanse leger en deze Amerikaanse vrijwilligers.

© Baram Maaruf
Onder de vechtende strijdkrachten zitten ook leden van een Amerikaanse paramilitaire groep die zichzelf de “Daesh Hunting Club” noemen.
© Baram Maaruf

‘Ik was in Kobani [in Syrië] met de YPG [Eenheden voor de Verdediging van het Volk] en nu ben ik hier met de Peshmerga in Kirkoek. Ik heb in het Amerikaanse leger gediend in Afghanistan’, vertelde een Amerikaanse vrijwilliger, die een speld van de Koerdische PKK leider Abdullah Ocalan op zijn uniform droeg.

‘Ik schaam me. Ik ben hier om af te maken waarmee we begonnen zijn, maar we zijn niet langer Amerikaanse laarzen op de grond. We zijn nu bij de Koerden.’

Een andere Amerikaanse vrijwilliger bij de Peshmerga droeg trots een speld van de Koerdistan Arbeiderspartij (PKK) op zijn uniform, ondanks het feit dat zijn land de groep beschouwt als een terroristische organisatie.

‘Irak bestaat niet meer’, zei hij. ‘Ik vocht in Irak na 2003. We vielen het land binnen, gooiden alles overhoop en kijk hoe het er nu aan toe is: IS gebruikt Amerikaanse wapens, verkracht vrouwen, steekt dorpen in brand. Ik schaam me. Ik ben hier om af te maken waarmee we begonnen zijn, maar we zijn niet langer Amerikaanse laarzen op de grond. We zijn nu bij de Koerden.’

‘Ik voel een soort energie die ik nooit voelde toen ik in dienst was bij het Amerikaanse leger in Irak. Ik ben hier tegen de wil van mijn overheid in, maar ik vecht voor wat juist is’, voegde hij toe.

Het aantal Amerikanen dat samen met de Koerdische troepen vecht in Syrië wordt geschat op honderd. In Irak zouden dat er mogelijk zelfs meer zijn, al is het moeilijk om accurate cijfers te bekomen. Velen hebben een militaire achtergrond, of een problematische thuissituatie.

‘Ik ben hier tegen de wil van mijn overheid in, maar ik vecht voor wat juist is’

‘Nadat ik terugkwam van [actieve dienst in] Irak, heeft mijn vrouw me verlaten. Ik hield een geweer tegen mijn hoofd en pleegde bijna zelfmoord, tot ik hier een nieuw levensdoel vond’, vertelde hij.

De situatie waarin de Amerikaanse strijders hier terechtkomen is allesbehalve gemakkelijk. Ondanks de anti-IS-coalitie die de VS vorig jaar samenbracht, werd maar traag vooruitgang geboekt.

Zelfs wanneer IS-militanten zich terugtrekken, hebben ze de gewoonte om geïmproviseerde explosieven (improvised explosive devices, of IED’s) achter te laten. Er vielen doden en gewonden bij de Koerdische ontmantelingsteams die voorop liepen. In de eerste uren van het offensief stierven twee Peshmergastrijders onmiddellijk terwijl ze een IED probeerden te ontmantelen. De luide ontploffing daverde tot aan de frontlinie, waar de sfeer langzaamaan grimmiger werd. Een uur later kondigde generaal Wasta Rasul een derde dode aan toen hij terugkeerde van de frontlinie.

‘De ontmantelingsteams belden me net om te zeggen dat de IED’s ontmanteld zijn en dat ik met mijn troepen het eerste dorp kan binnengaan’, vertelde hij. ‘Deze dorpen zijn gelegen op een strategische locatie om IS te omsingelen en hun bevoorradingsroutes af te snijden. Als deze plaatsen niet worden bevrijd, vormen ze een gevaar voor de hoofdweg van Kirkoek naar Baghdad en voor de Koerdische en andere steden naast de door IS bezette gebieden.’

Politieke vertegenwoordigers van alle grote Iraaks-Koerdische partijen begonnen aan de frontlinie aan te komen. Aso Mamend, een lid van het PUK-politbureau, en Mohamed Haji Mahmoud, een Peshmergaveteraan en socialistische leider, trokken de meeste toeschouwers.

‘ISIS Hunting Club’ in actie

Terwijl het offensief vorderde, kwamen graafmachines om wegen uit te graven naast de hoofdweg, zodat de drie divisies IS vanuit verschillende hoeken zou kunnen aanvallen. Konvooien met voorraden van Katyusha raketten raasden voorbij, met strijders die het insigne van “ISIS Hunting Club’ droegen, een Amerikaanse paramilitaire organisatie. Tegen 9 uur ’s ochtends hadden de Koerdische troepen al vier dorpen op IS veroverd.

© Baram Maaruf
Generaal Wasta Rasul coördineert een aanval tijdens het offensief
© Baram Maaruf

‘De centrale Iraakse overheid in Bagdad wil niet zien dat wij teveel grondgebied veroveren, omdat wij onze landen terugnemen’

‘Peshmerga zouden IS makkelijk kunnen overmeesteren, maar de centrale Iraakse overheid in Bagdad wil niet zien dat wij teveel grondgebied veroveren, omdat wij onze landen terugnemen die etnisch gezuiverd werden tijdens Saddams arabiseringscampagnes’, zei Sirwan Maaruf, een vertegenwoordiger van de PUK bij het Europees Parlement.

De spanningen tussen Koerden en Arabieren in Irak zijn diepgeworteld. De zogenaamde arabiseringscampagnes begonnen in de jaren tachtig toen Saddam Hoessein een gedwongen volksverhuizing van zowel Koerden als Arabieren uitvoerde, in een poging de Koerdische dominantie in bepaalde delen van het land te doen afnemen.

Het referendum over de toekomst van de omstreden stad Kirkoek, dat in 2007 moest plaatsvinden, is al geruime tijd uitgesteld. Koerdische troepen namen de stad vorig jaar in, toen het Iraakse leger op de vlucht sloeg voor IS. Beschuldigingen van mensenrechtenschendingen door Koerden tegenover Arabische dorpelingen in de heroverde gebieden hebben de relaties er waarschijnlijk niet op vooruitgeholpen.

Ondanks die bezorgdheden van Bagdad, vertelde generaal Wasta Rasul dat Amerikaanse luchtsteun steeds frequenter en beter wordt. ‘Amerikaanse legervliegtuigen komen sneller naar hier dan vroeger’, vertelde hij. ‘We zijn met niets begonnen en nu hebben we moderne wapens. Dit geeft me hoop.’

‘We zijn met niets begonnen en nu hebben we moderne wapens. Dit geeft me hoop.’

Hij benadrukte ook dat zijn troepen IS in enkele maanden zouden kunnen verslaan als ze controle kregen over de wapenvoorraad van het Iraakse leger, en dat de beschuldigingen van mensenrechtenschendingen niet kloppen.

‘Achter mijn frontlinie liggen vijftig Arabische dorpen. Ik zorg ervoor dat zij in vrede kunnen leven. Hen buitenjagen is niet ons doel’, zei hij.

Smeulend puin, rust in de schaduw

De frontlinie, waar enkele uren eerder nog zovele strijders waren samengekomen, begon leeg te lopen. Samen met de strijders konden we de ingenomen dorpen binnenrijden. De kalmte aan de frontlinie contrasteerde sterk met de chaos in de dorpen net na de gevechten. Gebouwen die IS gebruikte als hoofdkwartier waren vernietigd door de luchtaanvallen, verlaten lemen huizen smeulden nog na van de raketten die hen hadden geraakt. Puin, tinnen daken, glas en verbogen ijzer lagen verspreid over het hele dorp.

In Albu Najem, het eerste dorp dat overgenomen werd, lagen Peshmergatroepen te rusten in de schaduw. Hun glimlachende gezichten vertoonden tekens van uitputting, zweet, zand en dunne vlokjes as die door de lucht zweefden. Noch de geur van kerosine, olie, rook en stof, noch het daverende geluid van passerende tanks, graafmachines en gigantische militaire voertuigen konden hen storen. Eén Peshmergastrijder begon te bidden in het midden van al deze gekte. Koerdische sloopmachines sloopten alle muren en huizen in het dorp om IEDs en mijnen uit de weg te ruimen.

© Baram Maaruf
Peshmerga bidden voor de militaire basis die ze een uur eerder veroverden op IS
© Baram Maaruf

Terwijl Albu Najem nog nasmeulde, haastten de Peshmergastrijders zich om sandwiches te grijpen die Sirwan Maaruf voor hen had meegebracht. Ze deelden verhalen van de gevechten.
‘Ze [de IS] verstopten zich in een huis van het dorp Tal Bassal’, vertelde één van de strijders van de speciale eenheden toen hij van de vechtlinie terugkwam.

‘Ik keerde terug toen we het vijfde dorp bereikten. Anderen bleven verder gaan tot het tiende. Dicht bij mij ontplofte een IED, onze kapitein stierf ter plekke.’

Het was niet het eerste dodelijke slachtoffer waarvan hij getuige was in het afgelopen jaar. Zijn broer stierf aan het front tegen IS en verschillende van zijn familieleden werden gedood tijdens zelfmoordaanslagen in Kirkoek.

‘Dit was een goed voorbeeld van samenwerking tussen de Peshmerga, antiterrorisme-eenheden en luchtaanvallen van de internationale coalitie.’

Volgens generaal Rasul hadden de Peshmerga aan het einde van de operatie ongeveer 250 vierkante kilometer van IS ingenomen. Hij zei dat slechts vier strijders gedood werden aan zijn kant, allemaal door IED’s. Hij vertelde later dat hij had gezien hoe IS-strijders 40 dode lichamen van hun kompanen met zich meenamen naar Hawijah. 

‘Ook de luchtaanvallen van de coalitie doodden veel IS-strijders, maar hun lichamen zijn te onherkenbaar verminkt om hen te kunnen terugvinden’, vertelde Rasul.

© Baram Maaruf
Generaal Sheikh Jaffar, topcommandant tijdens het offensief
© Baram Maaruf

‘We hebben onze doelen bereikt. Ik heb de opdracht gegeven om met 19 sloopmachines een nieuwe beschermingslijn te maken net voor het tiende dorp. Dit was een goed voorbeeld van samenwerking tussen de Peshmerga, antiterrorisme-eenheden en luchtaanvallen van de internationale coalitie.’

Ook de EU-vertegenwoordiger van de PUK, Sirwan Maaruf, was vol lof over het offensief.
‘Dit was nog maar het begin’, zei hij. ‘De operatie zal verdergaan totdat we de grenzen van historisch Koerdistan zullen bereiken. Dan zullen we ons toeleggen op verdediging. We gaan niet verder om de steden en dorpen op IS te veroveren waar vooral soennitische Arabieren wonen. Dat is aan het Iraakse leger. Wij vechten voor Koerdistan, niet voor Irak.’

‘Wij willen hier democratie vestigen, door een seculier politiek systeem dat alle burgers beschermt, ongeacht zijn of haar etniciteit of religie.’

Deze doelstelling zal bezorgdheid opwekken bij zowel soennitische als sjiitische Irakezen. Ze kan ook verhinderen dat uit de huidige chaos nog een verenigd Irak kan komen.

‘In het begin van 2015 stonden 2000 IS-strijders klaar om ons aan te vallen en Kirkoek over te nemen’, zei generaal Rasul voordat het offensief van start ging. ‘Maar wij willen hier democratie vestigen, door een seculier politiek systeem dat alle burgers beschermt, ongeacht zijn of haar etniciteit of religie.’

‘Als de centrale Iraakse regering denkt dat wij onze martelaars voor niks geven, vergissen ze zich. We zullen Kirkoek nooit opgeven’, voegde hij toe.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur