WK Voetbal voor niet-erkende staten: Abchazië speelt alleen nog onder eigen vlag

Na het gewapend treffen van augustus 2008 is Abchazië de facto onafhankelijk van Georgië. In de aanloop naar de World Football Cup van ConIFA bezocht journalist Marijn Sillis de woelige regio, die staat te popelen om haar elftal het veld op te sturen.

Een veel te snelle Mercedes brengt ons van Nagorno-Karabach naar de Armeense hoofdstad Jerevan. In een verstikkende nachttrein gaat het verder richting de Georgische hoofdstad Tbilisi. Vervolgens zet een rochelende taxichauffeur ons af aan de “grens” tussen Georgië en Abchazië. Een Georgische politieman vraagt ons wat we aan de andere kant van plan zijn. ‘Toerisme’, liegen we. De man is een agent, geen grenswachter. Georgië houdt vol dat Abchazië – dat 21 jaar geleden de onafhankelijkheid uitriep en sinds 2008 ook de facto onafhankelijk is – nog steeds deel uitmaakt van het land.

Na tien minuten wandelen over de brug in niemandsland, overhandigen we de Abchazische grenswachters onze clearance letter voor Abchazië. Foto’s nemen is verboden. Achter de prikkeldraad wordt Sascha Düerkop, de secretaris-generaal van de ConIFA, opgewacht door een strakke Lexus. De bevallige Amina Enik (22) stelt zich voor als tolk. De chauffeur blijkt de coach van het Abchazische voetbalelftal.

© Marijn Sillis

Sascha Düerkop, secretaris-generaal van ConIFA, steekt de brug in het niemandsland tussen Georgië en Abchazië over.

Tijdens de rit vertelt de coach dat de openingsceremonie en het slotfeest van het “alternatieve Wereldkampioenschap voetbal” het belangrijkste zijn voor hem, en dat hij keuze genoeg heeft om zijn team samen te stellen. ‘Normaal is juni een vakantieperiode, maar ik zal geen enkele jongen moeten overtuigen. Voor hen is het een eer om eindelijk voor Abchazië te kunnen voetballen.’

In Soechoemi krijgt Düerkop tien minuten om zich op te frissen. Vervolgens wordt hij naar het parlement gebracht. We hebben de bergen van Nagorno-Karabach ingeruild voor het strand van Abchazië, maar de sfeer blijft dezelfde: politiek geïnspireerd.

© Marijn Sillis

Sascha Düerkop wordt ontvangen door een delegatie met onder meer vice-premier Eshba.

Côte d’Azur met Lada’s

In zijn kantoor zegt vicepremier Beslan F. Eshba dat Abchazië alles heeft om lid te kunnen worden van de FIFA. Hij is evenwel blij dat ConIFA zijn land een kans geeft om ‘zich te tonen aan Europa én Amerika’. Drie journalisten volgen de meeting en interviewen Düerkop achteraf.

Vraag: ‘Hoe denk je een Zweeds visum te krijgen voor al die voetballers?’

Antwoord: ‘ConIFA heeft een medewerker op de Zweedse immigratiedienst. Elke speler krijgt een persoonlijke uitnodiging. Het lukt ons zelfs om vluchtelingen uit Darfur (die het team Darfur United vormen, red.) in Zweden te krijgen. We verwachten dus allerminst problemen voor Abchazië.’

Niet veel later werpt een staatsjournalist een tweede bedenking op: ‘In het verleden zijn we vaak op het allerlaatste moment geweigerd, omdat de druk van buitenaf te groot werd. We zijn een beetje ongerust dat het nu weer kan gebeuren.’ Düerkop stelt opnieuw gerust. Vertaalster Amina glimlacht. ‘Ik ben een van de weinige Abchazen die de kans heeft gehad om vaak te reizen. De mensen hier zijn het gewend om afgewezen te worden, niet om te mogen deelnemen. Vandaar de vragen.’

Ze voegt eraan toe dat Düerkop een fundamentele fout heeft gemaakt tijdens zijn meeting met de vicepresident. ‘Je zei dat we een niet-erkende staat zijn. We zijn wél erkend (zij het alleen door Rusland, Nicaragua, Venezuela en Nauru, red.). Je kan zeggen dat we geen deel zijn van FIFA. Of niet vertegenwoordigd worden in de wereld. Maar niet dat we niet-erkend zijn.’

Het piekfijne hotel waarin Düerkop ondergebracht wordt, kijkt uit op de Zwarte Zee. In de lentezon lijkt Soechoem een Côte d’Azur met Lada’s. In de schaduw spelen lokale bejaarden schaak of domino. Sommige gebouwen zijn opgetrokken in de kitscherige USSR-stijl, een van de moderne koffiebarretjes heet Dolce Vita.

© Marijn Sillis

Zicht op Gagra, met het stadion van de stad.

Tussen de palmbomen bezingt Astamur Adleiba – manager van de nationale ploeg en de man die Düerkop overtuigde om naar Abchazië te komen – de schoonheid van zijn stad. Hij draagt ons op Soechoem grondig te verkennen. Hij verzoekt ons evenwel niet te ver van de boulevard af te wijken. Ik herinner me een passage uit Koorddansen in de Kaukasus, waarin de Nederlandse journalist Olaf Koens beschrijft hoe hij hier op zijn eerste nacht in elkaar geslagen en beroofd werd.

Zuid-Ossetië op bezoek

Ook de parlementsvoorzitter, Valerie Bganba, en zijn collega-parlementsleden willen Düerkop ontmoeten. Aan het parlementsgebouw maakt de Duitser kennis met Sergej Zassejev (39). De minister van Sport van Zuid-Ossetië heeft speciaal voor Düerkop twintig uur in de auto gezeten – een rit van Tsinvali langs de Georgisch-Russische grens over Sotsji tot in Soechoem. Ook zijn “land” – in dezelfde situatie als het bevriende Abchazië – neemt deel aan het Wereldkampioenschap in Zweden.

© Marijn Sillis

Sergej Zassejev, Minister van Sport van Zuid-Ossetië.

‘Sinds de oorlog in 2008 ligt de competitie stil, maar we willen opnieuw een voetbalfederatie opbouwen. Zuid-Ossetië heeft kampioenen voortgebracht in het volleybal, het worstelen en de atletiek. We beogen nu hetzelfde in het voetbal en andere sporten. We proberen een eigen Olympisch Comité op te richten en willen niet langer binnen Russische delegaties optreden. Of we dan liever op een lager niveau zoals ConIFA meespelen? Daar is zelfs geen discussie over. Het maakt niet uit binnen welke federatie of op welk niveau: we spelen alleen nog onder eigen vlag.’

In het parlement stelt Bganba dat hij en al zijn collega’s het project volledig steunen. Hij voegt eraan toe dat elke regio in zijn land een stadion heeft en dat er een gloednieuwe arena gebouwd wordt in de hoofdstad. ‘Een kampioenschap in Abchazië zou dus ideaal zijn.’ Vervolgens bedankt hij Düerkop: ‘We worden niet alleen geïsoleerd, maar ook gediscrimineerd. Voor ons is deze uitnodiging een enorm teken van respect.’

© Marijn Sillis

Voetbal in het nationale stadion van Soechoem. Op de tribune: ‘Abchazië is een onafhankelijke republiek.

Zonder de vrolijke meeting te willen vergallen, voeg ik er voorzichtig aan toe dat de heren voetballers in Zweden ongetwijfeld veel politieke vragen zullen krijgen van journalisten. Sommige parlementsleden kijken geïrriteerd. ‘Onze jongens weten prima hoe ze zich moeten gedragen. Bovendien: ooit hebben we hier het wereldkampioenschap domino georganiseerd. Geen enkele deelnemer heeft een penny betaald, heel de wereld was hier vertegenwoordigd. En we hebben nadien niemand horen klagen.’

Van het parlement gaat het rechtstreeks naar de nationale televisie voor een talkshow. Düerkop verzoekt alle journalisten en tv-makers om hun stukken pas twee dagen later te publiceren en uit te zenden. Wij moeten tenslotte opnieuw de grens met Georgië over. Toeristen worden niet verondersteld illegitieme politici te ontmoeten.

Klaar om de wereld te ontdekken

Na één week voetbalvisite in de Kaukasus krijgen we uiteindelijk een eerste (en laatste) wedstrijd te zien. Op een vrijdagmiddag kijken zo’n honderd toeschouwers naar de Super Cup-wedstrijd tussen kampioen Nart Soechoem en bekerwinnaar Gagra. Het voetbal lijkt op dat van Overijse tegen Ukkel. Düerkop moet de beker overhandigen. De Duitser heeft er net een voormiddag toeristische uitstapjes opzitten. Hij heeft het strand, de bergen en een klooster van dichtbij gezien. En hij werd vriendelijk verzocht langs te gaan bij hotels die een ‘prima uitvalsbasis’ zouden kunnen zijn voor een toekomstig Europees Kampioenschap.

Half lamgeslagen door de promopraatjes, beslis ik me te focussen op Amina. De jonge studente die bijverdient als tolk, reisde half Europa en de VS door.

© Marijn Sillis

Amina.

Amina: ‘Hoe dat kan? Ik heb geluk gehad. Ik ben één keer geselecteerd voor een uitwisselingsproject, en heb daar nadien van kunnen profiteren. Maar ik heb er ook voor moeten vechten, hoor. Jullie, jonge Europeanen, kunnen overal naartoe. Ik moet drie keer naar Moskou vliegen om een visum aan te vragen, met het risico dat het uiteindelijk geweigerd wordt. Elke keer opnieuw moet ik de struggle aangaan, maar ik blijf het doen. De andere optie is: mijn Russisch paspoort weggooien, op het strand gaan liggen, genieten van Abchazië en de rest van de wereld laten verdommen. Helaas ligt dat niet in mijn aard. En veel vrienden voelen hetzelfde. Mijn generatie is klaar om de wereld te ontdekken.’

Even later analyseert Amina dat haar land misschien een fout gemaakt heeft: te veel op Rusland leunen. Of ze toegeeft dat Abchazië een puppet state is? Ze schudt het hoofd. ‘Neen. Abchazië is onafhankelijk. Uiteraard is Rusland economisch gezien letterlijk van levensbelang voor ons. Maar zeg eens, wat konden we anders doen? In het oosten ligt Georgië, in het zuiden de Zwarte Zee. Veel opties hadden we niet, hè?’

En die Georgiërs, daar heeft zelfs deze jonge, intelligente dame niet veel goede woorden voor over. ‘Ik ontmoet vaak jonge Georgiërs, binnen uitwisselingsprojecten over vrede. Slimme, hoogopgeleide mensen. Maar geen van hen is mijn vriend. Ze hebben het altijd over politiek en oorlog. Ze zeggen me te respecteren, maar als ik hen vraag of ze mijn land ooit zullen erkennen, is hun antwoord steeds hetzelfde: “Blabla… neen.”’

Angst voor Sotsji

Op de afscheidslunch toasten manager Adleiba en minister Zassejev op hun landen, op god en alle gevallen soldaten. Ik begin over de Krim en Sotsji. Adleiba haalt de schouders op: ‘Wat heeft dat met ons te maken? Abchazië is Abchazië, wij zijn onafhankelijk.’ En dan: ‘Wat Sotsji betreft: daar moeten jullie de volgende keer landen. Dan moeten jullie niet door Georgië.’

Amina geeft toe dat ze zich grote zorgen heeft gemaakt om Sotsji. ‘Maandenlang werd gezegd en geschreven dat onze grens met Rusland zou sluiten. We waren doodsbang. Dat zou een ramp geweest zijn. Gelukkig zijn we daarvan gespaard gebleven.’ (Opgewonden) ‘Ik heb zelfs twee wedstrijden bijgewoond.’

Minister Zassejev wil wel nog iets toevoegen. ‘Weet je dat de Krim ooit een deel van Abchazië was?’ (Glimlacht) ‘Ach, het is een stuk van Rusland, een geschenk dat het ooit aan Oekraïne gaf. Ik begrijp niet waarom de rest van de wereld er zo’n punt van maakt. In het Westen verdedigen jullie de democratie, maar jullie hebben een nogal vreemde opvatting over dat woord. Democratie betekent: de macht aan het volk. Wie anders dan het volk heeft dan het recht een staat uit te roepen? Een land moet erkend worden door zichzelf, niet door anderen.’

Tijdens een geanimeerde avond met veel wijn vertelt Zassejev dat zijn jeugd eindigde op zijn zestiende, toen zijn vader het leven liet tijdens de eerste oorlog met Georgië. En dat hij eigenlijk piloot wilde worden. Dat hij thuis zelf wijn maakt, met Deep Purple of Scorpions op de achtergrond. Hij nodigt me uit naar Zuid-Ossetië. ‘Eigenlijk lijkt me dat een fantastisch beroep, journalist. Goede journalisten moeten grenzen opzoeken, alles met hun eigen ogen aanschouwen. Kom eens langs. Dan gaan we samen naar de Georgische grens.’

De volgende dag wacht die andere grens met Georgië. Op Abchazisch grondgebied verplicht een grenswachter me enkele foto’s van mijn camera te wissen. Aan de andere kant van de brug nemen Georgische agenten – met dank aan een geagiteerde buschauffeur – gelukkig niet te veel tijd voor ons.

In mijn rugzak steken een muts van Zuid-Ossetië en het boek Abchazië 1992-1993: Victory. Meer dan twintig jaar later blijft de vraag wie nu eigenlijk wat gewonnen heeft. Veel zal het voetbal daar wellicht niet aan veranderen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift