Kleptocratie, een cultuur van angst en de kunst van verzet

Zimbabwe na Mugabe: kunst als laatste toevlucht voor verzet

(c) Arne Gillis

 

17 april 1980, middernacht. De vlag van het onafhankelijke Zimbabwe wordt voor de eerste keer gehesen en niemand minder dan Bob Marley tekent present bij de geboorte van de Afrikaanse natie. In het Rufaro-stadion in de hoofdstad Harare (toen nog Salisbury geheten) speelt hij met zijn Wailers een legendarische set op het Onafhankelijkheidsfestival.

Het nummer Zimbabwe ging de geschiedenis in als poolster van de strijd voor zwart zelfbestuur.

‘To divide and rule could only tear us apart
In everyman chest, there beats a heart
So soon we’ll find out who is the real revolutionaries
And I don’t want my people to be tricked by mercenaries’

Diezelfde avond wordt een bedachtzame ex-leraar ingezworen als premier: Robert Mugabe, die in het decennium daarvoor het witte minderheidsregime van Ian Smith bevocht met zijn rebellengroep Zimbabwe Africa National Union (ZANU, waaruit later de regeringspartij ZANU-PF zou komen).

Wanneer de massa in collectieve extase gaat, schiet de politie in paniek met traangas op de uitzinnige menigte. The Wailers worden ter plaatse uitgerookt en verlaten het podium. De traangasaanval gaat de geschiedenis in als eerste gewelddaad van het fonkelnieuwe regime.

Bijna veertig jaar na het mythische optreden loop ik door Mbare, de wijk waar het Rufaro-stadion zich bevindt. Wat hier eufemistisch een high density area heet, zou elders een sloppenwijk heten.

‘Alles blijft toch bij het oude. De enige schrik die we hier hebben, is dat het nog erger wordt.’

De extase van die historische zomeravond in 1980 is vervlogen. Vrouwen verkopen tweedehandskleren en verbranden afval in het midden van de straat, jongeren hangen doelloos rond. ‘Chillspot, no killspot’, staat geschilderd op de muur van een van de grote woonkazernes.

Achter de hoek prijkt een portret van Mugabe. ‘Ach, dat portret staat er al zo lang. We zijn het simpelweg vergeten verwijderen’, klinkt het bij een voorbijganger. ‘En bovendien, alles blijft toch bij het oude. De enige schrik die we hier hebben, is dat het nog erger wordt onder Mnangagwa.’

Een natie van economen

Die angst wordt nog gevoed op een koude maandagochtend in juli, in de hoofdstad Harare. Ik heb afgesproken in een restaurant met Gerry Jackson, een vooraanstaande journaliste. Omdat de prijzen elke dag veranderen, is de prijslijst apart van het menu afgedrukt.

Begin jaren 2000 begon Jackson een kritische radiozender, de eerste onafhankelijke zender van het land. ‘Piratenradio’, oordeelde de regering, ook al had Jackson aanvankelijk toestemming gekregen van het Hooggerechtshof.

Na zes dagen in de ether merkte ze met kalasjnikovs bewapende mannen op in haar tuin. Ze pakte haar boeltje en trok naar Londen, waar ze Radio Shortwave verderzette gedurende dertien jaar.

Ik tref haar na een wc-bezoek aan met het hoofd in haar handen. ‘Moet je nu horen’, zegt ze wanneer ze is bekomen. ‘De regering heeft net beslist om het gebruik van buitenlandse valuta te verbieden.’ Een minuut later ontploffen de sociale media. ‘Het verbod handhaven is onmogelijk’, zegt Jackson. ‘Het is waanzin’, vindt Twitter.

Als Zimbabwaan heb je voor je eigen goed maar beter kennis van economische processen

Voor een buitenstaander komt het nieuws over als een fait divers. Maar als Zimbabwaan heb je voor je eigen goed maar beter kennis van economische processen. Dat het verbod er zo hard op inhakt, is omdat het de vrees doet toenemen dat Zimbabwe terugkeert naar de hyperinflatie van 2008. Toen verloor de munt elke 24 uur de helft van haar waarde.

Om de morsdode economie tot leven te wekken, werd afscheid genomen van de Zim dollar. Een veelheid aan munten kwam ervoor in plaats, onder meer de Amerikaanse dollar en de Zuid-Afrikaanse rand.

Geconfronteerd met een toenemend gebrek aan die buitenlandse valuta – Zimbabwe importeert het grootste deel van zijn producten – introduceerde de regering in 2016 de zogenaamde bond notes.

Maar de vis beet niet: het publiek lustte de nieuwe munt niet. Een tweede poging met de RTGS Dollar, een digitale versie van de bond, pakte ook niet.

De grootste reden is gebrek aan vertrouwen: mensen kopen de munt niet, uit schrik dat hij net zoals in 2008 in razendsnel tempo aan waarde zal verliezen. Dat is niet ongegrond. Waar de RTGS geïntroduceerd werd aan 1:2,5 tegenover de Amerikaanse dollar, schuiven ze op de zwarte markt voor 1:13.

‘Een normaal land gebruikt zijn eigen munt’, zegt financiënminister Mthuli Ncube. Maar Zimbabwe is geen normaal land.

Op Twitter circuleren er intussen berichten dat de politie van deur tot deur gaat om handelaars te intimideren die toch buitenlands geld aannemen. Wanneer we willen betalen, ontstaat er chaos. Als buitenlander beschik ik niet over RTGS en geld uit de automaat halen is vrijwel onmogelijk: de banken kampen met een gebrek aan papiergeld.

‘Een normaal land gebruikt zijn eigen munt’, spreekt financiënminister Mthuli Ncube de natie wat later toe op televisie. Maar Zimbabwe is geen normaal land. Vraag dat maar aan eender wie ooit met een briefje met veertien nullen op heeft moeten betalen.

Vertwijfeld kijkt de ober naar de tien Amerikaanse dollar in mijn hand – tot een half uur daarvoor nog een geldig betaalmiddel. Dan neemt hij ze onderhands aan. Wisselgeld heeft hij niet.

(c) Arne Gillis

 

Buitenlandse investeerders?

Intussen reist president Mnangagwa de wereld rond om te verklaren dat zijn land ‘open for business’ is, in een poging om buitenlandse investeerders aan te trekken.

Stroomonderbrekingen van zeventien uur zijn dagelijkse kost geworden, op sommige dagen werd zelfs de luchthaven al getroffen.

‘Beeld je de eerste buitenlandse investeerder in die vol goede moed landt op Robert Mugabe International’, wordt er gelachen op de sociale media na de zoveelste stroomonderbreking. Onderbrekingen van zeventien uur zijn dagelijkse kost geworden, op sommige dagen werd zelfs de luchthaven al getroffen.

Iemand beschrijft hoe zo’n investeerder zou aankomen in een pikdonkere luchthaven. In het schijnsel van een aftandse zaklamp laat hij zijn paspoort afstempelen, waarop hij wat bankbiljetten lichter wordt gemaakt door een corrupte ambtenaar. Hij probeert een taxi te nemen, maar die zijn er niet omdat ze staan aan te schuiven voor wat benzine. Zo gaat het nog even verder, tot de man van pure ellende op het eerste vliegtuig richting betere investeringsoorden springt.

Ministerie van Creatieve Belastingheffing

(c) Arne Gillis

 

Het zou een sketch van de hand van Comrade Fatso en Outspoken kunnen zijn. Met hun Magamba Network nemen ze al jaren hun overheid in de zeik in een combinatie van sketches, komedie, digitale media en urban festivals. Daartoe richtten ze allerhande satellietorganisaties op, die zich allemaal hebben genesteld in een met scheepscontainers opgetrokken constructie in de hoofdstad Harare.

‘In een gepolariseerde context zoals in Zimbabwe biedt activistische kunst de mogelijkheid om de dialoog te openen.’

‘Wij promoten in de eerste plaats het debat’, stelt Fatso. Hij noemt zichzelf een culturele activist. ‘In een gepolariseerde context zoals in Zimbabwe biedt activistische kunst de mogelijkheid om de dialoog te openen. Van cultuur gaat kracht uit, op voorwaarde dat ze zich flexibel en dynamisch opstelt’, vindt hij.

In het gebouw nemen ze net een sketch op waar de valutaperikelen op de korrel worden genomen. In een ander filmpje brengen de excellenties van ‘Creatieve Belastingheffing’ en ‘Tribalisme en Geschiedvervalsing’ samen de dag door.

‘Door te lachen met de situatie, nemen we de druk van de ellende weg. Tegelijk stelt het ons in staat om na te denken over de situatie.’

De filmpjes worden duizenden keren bekeken. ‘Het is belangrijk om de jeugd aan te spreken op een toon die hen zint. Klassieke vormen van activisme zoals de politieke bewegingen doen dat niet. Die zijn veel te hiërarchisch georganiseerd, en daarom ondoordringbaar’, argumenteert Fatso.

Maar in een land als Zimbabwe voer je niet zomaar actie, zelfs niet met ludieke filmpjes. De president beledigen komt je op een jaar cel te staan. Het gebouw waar Fatso en de zijnen zich ophouden, werd in 2017 overvallen door de politie.

Spionnen in het Park

‘Kom morgen overdag terug, en je zal ze zien: een paar figuren die in het park rondhangen en het Theatre in de gaten houden.’ Daves Guzha, directeur van het befaamde Theatre in the Park, voelt zich bekeken, maar maakt er zich desondanks niet druk om.

‘Wees niet verlegen’, sprak Guzha tegen de spionnen, toen hij hen voor het eerst opmerkte. Waarna hij hen uitnodigde om samen koffie te drinken in het theater. Natuurlijk gingen ze er niet op in, maar het idee om de geheime dienst uit te nodigen op een kopje koffie karakteriseert Guzha. ‘s Mans tong spreekt provocatie, zijn ogen humor.

Het is die combinatie die hem gevreesd en geliefd maakt in zijn land, en ver daarbuiten. Verschillende van zijn stukken staan op de zwarte lijst van het regime.

(c) Arne Gillis

 

De draconische censuurcommissie van het regime ‘stimuleerde de groei van een creatieve sector waar moed bijna tastbaar wordt.’

‘Angst wordt een realiteit, en zelfcensuur de norm’, stelt Guzha zelf over de repressie waar zijn sector mee te kampen heeft. Maar de draconische censuurcommissie van het regime diende onrechtstreeks ook een ander doel: ‘Het stimuleerde de groei van een creatieve sector waar moed bijna tastbaar wordt.’

Niet alle kunstvormen ondergingen dezelfde evolutie, volgens Guzha. Muziek raakte gecompromitteerd, theater floreerde. ‘Muzikanten worden gekocht door het regime.’

Volgens Guzha is dat vooral historisch zo gegroeid: in de tijd van de gewapende opstand vervulden muzikanten al een belangrijke rol aan de “zachte kant” van de strijd. De onafhankelijkheidsstrijd is zo sterk vervlochten met die muzikale traditie, dat ze dezelfde naam kregen: chimurenga.

Zowel Fatso als Guzha beseffen dat hetzelfde kan gebeuren met hun kunstvormen. ‘Er kwam een vertegenwoordiger van de regering naar me toe, die me vertelde dat het een goed idee zou zijn mocht ik een boerderij met een stuk land krijgen. Vanaf het moment dat je daarop ingaat, ben je verloren’, zegt Guzha.

Een maand na ons gesprek, op 28 juli, wordt Guzha samen met drie medewerkers gearresteerd in zijn theater. Politieagenten stormden tijdens de voorstelling van een film over religieus extremisme het Theatre in the Park binnen. De aanklacht: ‘onwettige publieke voorstelling van een film’. Met andere woorden: de Censuurcommissie (officieel Zimbabwe’s Censorship and Entertainment Control Act) is wakker geworden.

Afronauten

‘De wetten van dit land zijn er nooit op gericht geweest om de bevolking te dienen’, zegt Albert Chimedza, een internationaal gerespecteerde bouwer van traditionele mbiras (duimpiano’s). ‘Onder het koloniale bewind dienden de wetten de belangen van de blanke minderheid. En omdat de wetten nooit echt hervormd zijn, waren we gedoemd om ook na de onafhankelijkheid een roofelite aan de macht te brengen.’

‘De enige notie die Afrikaanse leiders hebben van macht, dateert uit de koloniale tijd.’

Hij spreekt van een koloniaal trauma van continentale omvang. ‘De enige notie die Afrikaanse leiders hebben van macht, dateert uit de koloniale tijd.’ Chimedza redeneert dat er een mentale omwenteling nodig is om dat trauma teniet te doen – iets dat in zijn ogen alleen met gedegen onderwijs kan gebeuren.

Bij gebrek daaraan lijken ’s lands vooraanstaande kunstenaars zoals Guzha en Fatso in koppositie te staan om de pagina in het land definitief om te slaan.

In de high density area’s gaat het leven intussen voort. Black Phar-I slentert rond in de sloppenwijken van Zimbabwe’s tweede stad, Bulawayo. Hij is een graffitikunstenaar, maar de weinige spuitbussen die hij nog heeft, gebruikt hij liever om betaalde opdrachten te doen.

Er gaat een nieuwe klerenwinkel open, en die moet straks beschilderd worden. ‘Eigenlijk is het ongelooflijk’, grijnst hij. ‘Zelfs met het land in deze staat zijn er nog mensen die aan mode denken.’ Op vraag van de bewoners schilderde hij al vele huisjes in de sloppenwijk. We zien twee Afronauten. Een sociale converteermachine – niemand weet nog waarvoor die machine dient. En veel vrouwen die hartjes blazen.

‘Ik doe niet aan politiek. Deze wijk heeft schoonheid nodig’, glimlacht Black.

Dit is geen regering, dit is een kartel

Een korte geschiedenis van de voormalige graanschuur van Afrika in vier cruciale momenten.

1983-1987 Gukurahundi

Milities van de ZANU-partij van Mugabe vermoordden in de periode van 1983 tot 1987 zo’n 20.000 etnische Ndebele, vermeende aanhangers van Mugabe’s politieke rivaal Joshua Nkomo. Voor veel Zimbabwanen was deze gukurahundi-moordcampagne het bewijs dat geweld in het DNA van de regeringspartij ingebakken zit. Het thema is nog steeds een groot taboe in de Zimbabwaanse politiek.

USAF (Public Domain CC0)

Robert Mugabe brengt een bezoek aan een Amerikaanse militaire basis in 1983. Vanaf datzelfde jaar vermoordden milities van zijn partij zo’n 20.000 etnische Ndebele.

1990: Opkomst van oppositiepartij MDC

In 1999 kwam er een breuk in het eenpartijstelsel dat Mugabe tien jaar daarvoor succesvol had ingevoerd. De oppositiepartij Movement for Democratic Change verenigde landbouwers, arbeiders en vakbond.

De inflatie was tot boven de 70 procent opgejaagd en er heerste een toenemend gebrek aan brandstof en levensmiddelen. Aids maakte 1700 slachtoffers per week. Dat er ook nog eens een geldverslindende missie naar de Congolese burgeroorlog werd gestuurd, viel in zeer slechte aarde bij de hongerende bevolking. 

Een referendum over de grondwet moest uitkomst bieden. Toen zijn voorstel voor een nieuwe grondwet verworpen werd, lanceerde Mugabe een intimidatiecampagne tegen verdachte tegenstanders: witte boeren en grootstedelijke paupers. De campagne tegen de paupers culmineerde in 2005 in Operatie Verwijder het Afval. Grote delen van ‘s lands sloppenwijken, waaronder Mbare, werden platgebrand. Zo’n 700.000 mensen verloren hun huis.

2000: Landhervormingen

Internationale aandacht voor het Mugabe-regime kwam er pas echt vanaf het jaar 2000. Mugabe voerde toen een landhervormingsprogramma door waarbij blanke boeren werden verdreven van hun landerijen. Meer dan 100.000 vierkante kilometer land moest opnieuw in zwarte handen komen. Dat ging niet zonder slag of stoot, en vele witte boeren werden mishandeld, sommigen vermoord.

British South Africa Company (Public Domain)

Blanke boeren op een fruitboerderij in wat toen, de vroege jaren twintig, nog Zuid-Rhodesië heette. In 2000 voerde Mugabe landhervormingen door waarmee hij blanke boeren van hun land verdreef.

De boeren bezaten de landerijen in de eerste plaats dankzij een extreme vorm van arrogantie en racisme in het voormalige Zuid-Rhodesië: van het Verenigd Koninkrijk kregen de witte kolonisten nagenoeg carte blanche. Totale minachting voor de zwarte meerderheid werd de tweede natuur van de kolonisten.

De bezette landerijen kwamen nadien niet noodzakelijk in handen van zwarte landbouwers, maar van Zimbabwanen met goede partijconnecties. In veel gevallen lieten ze de verworven boerderijen verkommeren. De arbeiders verloren hun werk, de productie stokte, de economie stortte in.

Eind 2017: Coup

Eind 2017 was Mugabe al goed de negentig gepasseerd, en de dictator zat op partijvergaderingen vaker wel dan niet in te dommelen of wartaal uit te kramen. Al jaren was er binnen ZANU-PF achter zijn rug een intense machtsstrijd bezig over wie hem moest opvolgen.

Er was Mugabe’s echtgenote Grace, die gesteund werd door een groepje jonge parlementairen onder de naam Generation 40. Een club zonder ideologisch project, maar waarvan de leden elkaar vonden in een onwaarschijnlijke drang naar zelfverrijking via partijkanalen. Grace Gucci Mugabe zelf spande de kroon.

Maar de belangrijkste figuur was toch Emmerson Mnangagwa, die Mugabe al kende sinds de onafhankelijkheidsstrijd en daarom krediet had opgebouwd bij het leger – waar de topposities nog steeds in handen waren van de machtige veteranen. Die steun van het leger bleek cruciaal in Mnangagwa’s aanloop naar het presidentschap.

Nanorsuaq (CC BY-SA 4.0)

Vreugde in de straten van Harare: na 37 jaar kwam er in 2017 een einde aan het Mugabe-tijdperk. Maar op veel verandering hoeven de Zimbabwanen niet te hopen met opvolger Mnangagwa.

Maar op veel verandering hoeven de Zimbabwanen niet te hopen. Het was Mnangagwa die Operatie Gukurahundi coördineerde. Het bloed van 20.000 mensen kleeft aan zijn handen. En zijn kabinet is gevuld met dezelfde figuren die tot over hun oren in corruptieschandalen verwikkeld zijn.

Mnangagwa schudde het etiket van coupleider van zich af door de verkiezingen van juli 2018 met 50,8 procent te winnen. De oppositie sprak van grootschalige fraude. Tijdens een massale opstand tegen de stijging van de benzineprijzen in januari 2019 kwamen nog twaalf mensen om het leven.

In de woorden van Gerry Jackson, journaliste: ‘Dit is geen regering, dit is een kartel.’ Haar woorden komen met een tip: ‘Gooi elke notie van rationaliteit overboord als je dit land wilt proberen te begrijpen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur