De Gantoise Plantrekkers sjotten tegen armoede... maar nu even niet

Voor de ene ontspanning, voor de ander een reddingsboei: ‘Zonder voetbal ga ik dood’

© Elien Spillebeen

Freddy, ouderdomsdeken van de Gantoise Plantrekkers, in het doel. ‘Het voetbalveld is niet enkel een plaats om te ontspannen, maar ook om te ontmoeten’, zegt begeleidster Karolien.

Voetbal is voor de leden van de Gantoise Plantrekkers meer dan ontspanning, maar sporten in groep ligt nu weer buiten bereik. Wie het voordien al moeilijk had, wordt extra hard getroffen door de coronacrisis. ‘Het voetbalveld is niet enkel een plaats om te ontspannen, maar ook om te ontmoeten. Door de sluiting van cafés en ontmoetingsplekken weten we niet hoe het met sommige kwetsbare mensen gaat.’

Het is nog rustig op terrein C van het Gentse sportpark de Blaarmeersen wanneer we eind oktober komen kijken naar een van de wekelijkse trainingen. ‘Het is niet zeker of er iemand komt opdagen’, meldt trainer Pierre. Het gure herfstweer houdt de twijfelaars misschien wel thuis, en dit is ook niet de gebruikelijke plaats van afspraak. Enkele minuten na het aanvangsuur is er nog niemand te zien. ’Al komt er maar één persoon opdagen, dan is het toch opnieuw de moeite, maakt sociaal coach Dirk zich sterk.

De begeleiders van voetbalploeg De Plantrekkers staan hoopvol op post. De trainers van de KAA Gent Foundation hebben zoals gewoonlijk een laagdrempelige training in petto. Dirk van het Gentse OCMW en enkele straathoekwerkers staan klaar voor de gebruikelijke babbel. Ook Pascal, vrijwilliger van het eerste uur, is er om het drinkwater en de ontsmettingsgel aan te reiken.

De Gantoise Plantrekkers zijn geen doorsnee voetbalploeg. Het is een van de 28 teams van Younited, vroeger beter bekend als de Belgian Homeless Cup, een sportief project voor mensen die niet makkelijk aansluiting vinden bij andere vrijetijdsactiviteiten.

‘Bij het woord homeless dachten veel mensen aan Zakkenman’, legt Dirk uit, doelend op een bekende Gentse dakloze man die vaak in het centrum van de stad verblijft. ‘Maar onze spelers hebben een veel diverser profiel. Ze zijn niet altijd dak- of thuisloos. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat ze hun plan moeten trekken om telkens opnieuw de dag door te komen. Maar het zijn ook plantrekkers in de andere betekenis van het woord: ze lopen er soms de kantjes wat van af. Dat merken we hier ook wel eens’, lacht hij.

‘Cathy laat weten dat ze op komst is’, meldt Pascal. Samen met haar twee dochters komt Cathy van de bushalte gewandeld. Helemaal uit Eeklo is ze gekomen. Ze is een speelster van het eerste uur. ‘Al tien jaar’, bevestigt Cathy. ’Ik leefde toen een paar maanden op straat. Via het SOC (een sociaal inloopcentrum, red.) ben ik hier beginnen voetballen. En nu speelt mijn oudste dochter ook mee.’

Intussen heeft Cathy weer een dak boven haar hoofd en verhuisde ze van Gent naar Eeklo. Maar elke dinsdag trekt ze voor negentig minuten voetballen nog even naar Gent. ‘Mijn ma heeft dat nodig’, lacht dochter Ashley. ‘Ze heeft veel energie. Je moet niet denken dat zij ’s avonds bij ons eens in de zetel zit. Nee, altijd bezig!’ Cathy lacht, bindt haar veters strak vast en schopt de bal de koude lucht in.

© Elien Spillebeen

Plantrekkersbegeleider Dirk: ‘Velen hebben hier nog een dak boven hun hoofd. Maar elke dag vechten om het te kunnen behouden, is stresserend.’

Warm nest

Op het moment van ons eerste bezoek mocht voetballen in de openlucht nog. Maar de coronacijfers kleurden toen alweer donkerrood. ‘Als er deze week wordt aangekondigd dat we niet meer mogen voetballen, dan zoeken we iets anders’, zegt Dirk. ‘Wandelen, of samen iets eten, want we weten dat het voor jullie belangrijk is.’ Cathy knikt.

Met een beperkt groepje vatten ze uiteindelijk de training aan. Maar Dirk is toch blij met de opkomst. ‘Sinds het begin van de coronacrisis is het nog moeilijker geworden om onze doelgroep te bereiken.’ Tot voor kort huisvestte sportzaal Dracuna in de Bloemekenswijk de Plantrekkers, al een decennium lang. Maar COVID-19 dwong hen uit dat warme nest.

Dat de ploeg tijdelijk dakloos speelt is beter dan niets, maar verre van ideaal. De zes kilometer afstand naar het nieuwe voetbalveld vertaalt zich met het openbaar vervoer in 48 minuten onderweg zijn, een dik uur stappen of twintig minuten fietsen. De afstand en het guurdere weer zijn extra drempels die er in de overdekte Dracunazaal niet waren.

‘De ene dag heb je een baan en een huis. Maar plots kan het razendsnel gaan en voor je het weet staan de gerechtsdeurwaarders voor de deur.’

Na de vrouwentraining stromen de mannelijke spelers toe. Minder dan voorheen, maar meer dan een ruim elftal is opgedaagd. Straathoekwerkster Karolien is tevreden. ‘Door de sluiting van cafés en ontmoetingsplekken vinden we sommige kwetsbare mensen niet en weten we dus niet hoe het met hen gaat’, zucht ze. Het voetbalveld is niet enkel een plaats om te ontspannen, maar ook om te ontmoeten.

Dat er geen plaats is om de spelers te laten douchen baart haar ook zorgen: ‘Niet iedereen kan straks thuis douchen. Er zijn in Gent al weinig publieke wasplaatsen, en hier op de Blaarmeersen zijn ze nu ook gesloten. We hebben nog gevraagd om een uitzondering, maar helaas niet gekregen.’

Onderzoekscentrum Covivat bevestigt wat armoedeorganisaties op het terrein al snel vaststelden: de coronacrisis treft al wie al kwetsbaar was vóór deze gezondheidscrisis extra hard. De Nationale Bank kwam met harde cijfers: het gemiddelde inkomenverlies door de coronacrisis is groter voor mensen met een lager inkomen.

Maar liefst 80 procent van de Belgische armoedeorganisaties zag tijdens deze gezondheidscrisis de doelgroep groter worden, blijkt uit een uitgebreide bevraging door de Koning Boudewijnstichting. Uit diezelfde bevraging blijkt dat 67 procent van de bevraagde personen in armoede een verdieping van de problemen ervaart en bijna de helft met nieuwe problemen werd geconfronteerd.

Uitlaatklep

Seba, de jongste speler van de ploeg, komt met een donker gezicht aanzetten. Praten hoeft niet vandaag, geeft hij aan. ‘Slechte week’, mompelt hij. Hij wil gewoon sjotten. Na enkele trappen slaat zijn gemoed zichtbaar om. Teamgenoot Junior moet even iets van het hart voor hij klaar is voor de aftrap. Even stoom aflaten bij een van de begeleiders helpt.

‘Daarvoor kom je inderdaad wel’, bevestigt Bram. ‘Mijn moeder speelde ooit zelf in deze ploeg. Toen ze hoorde dat ik op straat leefde, is ze me komen zoeken. Haar raad was dat ik moest komen sjotten. Ik was er niet onmiddellijk van overtuigd, want ik kan echt niet voetballen’, lacht hij. Maar ondertussen is de man die ‘niet kan sjotten’ een vaste waarde in de ploeg.

© Koen Broos/ Younited

‘Ik kan echt niet voetballen’, lacht Bram (rechts op foto). ‘Maar het is een uitlaatklep. En als ik een vraag heb, zal ik die hier sneller stellen. Vroeger had ik eerder gezegd dat ik het wel liever zelf uitzocht.’

‘Ik ben een beetje beter geworden, maar goed zeker niet’, geeft hij na de training toe. ‘Nee, dat is waar’, grijnst Seba, terwijl hij als grap de veters van Brams schoenen aan elkaar knoopt. ‘Jij bent wel de enige die zich niet verzet wanneer ik zoiets doe.’

Hij schudt lachend het hoofd. ‘Ik knoop ze toch gewoon straks weer los’, reageert Bram gelaten. ‘Voetbal is hier een uitlaatklep. En door hier te komen spelen leer ik ook de sociaal werkers op een andere manier kennen. Als ik een vraag heb, zal ik die hier sneller stellen. Vroeger had ik eerder gezegd dat ik het wel liever zelf uitzocht.’

De economische gevolgen van de gezondheidscrisis treffen deze doelgroep bijzonder hard.

‘Ik heb al regelmatig geprobeerd daklozen naar hier te krijgen, maar die verlaten vaak moeilijk het centrum van de stad. Tijdens die eerste lockdown hadden ze allemaal blaren op hun voeten doordat ze steeds van hun bankjes werden weggejaagd. Dat mocht toen niet, hé, op een bankje uitrusten’, verduidelijkt Bram.

‘Noem mij trouwens geen dakloze, maar een thuisloze’, benadrukt hij. ‘Ik kan altijd wel bij iemand terecht, hoor. In februari deed ik toch een beroep op de nachtopvang. Maar toen de plaatsen door corona beperkt werden, heb ik snel mijn plaats afgestaan. Anderen konden die beter gebruiken.’

Vandaag staat Bram vast in zijn schoenen. Hij voelt zich goed in zijn vel. En hoewel hulpverleners hem opnieuw richting een eigen woonst willen begeleiden, is hij zelf niet overtuigd van dat idee. ‘Wie niets heeft, kan niets verliezen’, zo ziet hij het vandaag. ‘De ene dag heb je een baan en een huis. Maar plots kan het razendsnel gaan en voor je het weet staan de gerechtsdeurwaarders voor de deur.’

‘Dat horen we wel vaker’, bevestigt Dirk. ‘Velen hebben hier nog een thuis of een dak boven hun hoofd. Maar elke dag vechten om het te kunnen behouden, is stresserend.’

Het laatste wat we hebben

Een week later komt de groep opnieuw bijeen op de Blaarmeersen. Bram, die deze week niet dacht erbij te zijn, is toch van de partij. ‘Onze cursus voor dak- en thuislozen is na één sessie alweer afgeblazen door corona’, verklaart hij. Ook de oudste van de ploeg, de 68-jarige Freddy, is er dit keer. Hij vindt het bijzonder spijtig dat een speeddate werd afgeblazen door corona, en krijgt van straathoekwerkster Karen prompt een snelcursus videochatten.

De economische gevolgen van de gezondheidscrisis treffen deze doelgroep bijzonder hard. Sommigen verdwijnen van de radar van hulpverleners. Andere oud-spelers van de Plantrekkers duiken onverwacht weer op. Zo is Koens aanwezigheid voor veel spelers een verrassing. Ze begroeten hem hartelijk. ‘Twee jaar geleden speelde ik in deze ploeg’, vertelt hij. ‘Het ging goed. Ik had werk, een huis. Maar nu, door corona, ben ik mijn werk weer kwijt.’

Dirk liep hem deze week toevallig tegen het lijf. ‘De zorgen stonden op zijn gezicht af te lezen. Hij wist dat we nog trainden. Maar hij had die toevallige ontmoeting nodig om terug te komen.’

Lees ook

De verloren zoon loopt zich de longen uit het lijf en krijgt het geregeld moeilijk. ‘Rustig, Koen. Forceert u niet!’, roept trainer Pierre. Hier wordt goed voor je gezorgd, horen we geregeld. De gezondheid van heel wat spelers is opvallend broos. Nancy maakt voor en na de training gretig gebruik van haar inhalator. ‘Astma’, bevestigt ze.

Ook Cathy vindt na twee hartoperaties nog moeilijk een plaats op de arbeidsmarkt. ‘Maar Dirk houdt mij goed in de gaten, hoor.’ Wanneer ze zich te hard inspant, wordt ze inderdaad bezorgd teruggefloten.

Seba belandde al twee keer met een hartfalen in het ziekenhuis. En ook Freddy heeft zijn inhalator bij de hand. Hoewel ze risicopatiënt blijken te zijn in deze gezondheidscrisis, is dat voor geen van hen een argument om thuis te blijven. ‘Zonder voetbal ga ik dood’, antwoordt Seba op de vraag wat een nieuwe lockdown voor hem zou betekenen. ‘Mét voetbal ook, als ik zo over je hartprobleem hoor’, lacht Bram.

Ook Freddy hoopt van harte dat de werking niet stilgelegd zal worden: ‘Wat schiet er anders nog over? Het is het laatste dat we nog hebben.’

Beter dan thuis

Enkele dagen later werd duidelijk dat het voorlopig de laatste training van de Plantrekkers was. De begeleiders beraadden zich over creatieve oplossingen om het contact toch niet helemaal te verliezen. Met de eindejaarsperiode in het vooruitzicht is de eenzaamheid een jaarlijkse bezorgdheid. Maar nu alle alle ontmoetingsplaatsen gesloten blijven en maaltijden delen onmogelijk wordt, dreigt het een bijzonder moeilijke kerst te worden, vreest ook Dirk.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Om twee uur verzamelen we aan de Blaarmeersen’, laat Dirk op een koude en regenachtige decemberdag weten. ‘De vrouwen leken wel enthousiast over een veilig alternatief om toch wat samen te kunnen bewegen. Voor de mannen ligt het wat moeilijker denk ik.’

De opkomst is tegen de verwachtingen in indrukwekkend en zelfs hoger dan de voetbaltrainingen. Ook Brams moeder, die vroeger ooit nog voetbalde bij de ploeg, maar al lang haar schoenen aan de haak hing, zag deze bijeenkomst wel zitten.

‘Afstand houden en in groepjes van vier blijven’, wordt uitdrukkelijk gevraagd. Enkele groepjes trekken naar het minigolfterrein, twee gaan er petanque spelen en de rest gaat wandelen door het recreatiedomein. Bram is blij dat zijn broer en zus met een beperking ook even kunnen meegenieten van de verstrooiing. Seba baalt dan weer van dit rustige alternatief, geeft hij duidelijk aan. Maar alleen thuiszitten, daar heeft hij zeker genoeg van.

Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Deze reportage werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3100   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift