Er bestaat al een muur tussen de EU en Turkije. Hij snijdt Cyprus doormidden.

‘Zuid-Cyprus heeft Noord-Cyprus niet nodig’

Het eiland Cyprus telt zo’n 1,2 miljoen eilandbewoners. 400.000 daarvan leven in de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, waar Turks wordt gesproken en de munteenheid de Turkse lira is. In Zuid-Cyprus vormt Grieks de officiële taal en wordt in euro betaald. 

De kloof die de Griekse en Turkse gemeenschap van elkaar scheidt, ontstond in de aanloop naar de onafhankelijkheid van Groot-Brittanië in 1960. Na eeuwenlang samenleven, resulteerde aanhoudend conflict in twee verschillende regeringen toen de Turkse gemeenschap zijn eigen staat oprichtte in 1983. Gaat die geografische scheiding gepaard met twee verschillende visies op de Cypriotische geschiedenis? 

Laatst verdeelde hoofdstad van Europa: Lefkosia

Bepaalde delen van de Ermoustraat in Lefkosia, hoofdstad van Cyprus, worden niet door mensen maar door ratten bewoond. De verlaten woningen maken er deel uit van de Groene Lijn, een bufferzone die Zuid- van Noord-Lefkosia scheidt.

Enkele dagen na een mislukte staatsgreep door de Griekse militaire junta in 1974, viel Turkije het eiland binnen met oog op het beschermen van de Turks-Cypriotische minderheden. De Verenigde Naties kwamen - letterlijk en figuurlijk - tussenbeide en installeerden de 180 kilometer lange Groene Lijn, een bufferzone. De grens loopt van oost naar west en snijdt het hele eiland in tweeën. Het vormt een symbool voor het gebroken hart van vele Cyprioten die familieleden of vrienden verloren tijdens het conflict.

Door de gleuven van de gebarricadeerde doorgangen probeer ik me in te beelden hoe de straat er bewoond uitzag. Betreden is uit den boze. Overal hangen borden die het verbieden foto’s te nemen. Op slechts twintig minuten wandelafstand van het centrum, lijkt het hier, afgezien van enkele VN-soldaten, doods. Spreuken als ‘Your wall can not divide us’, ‘Break the wall’ en ‘Walls are for houses’ dekken niet alleen de muren, maar ook het relaas van de oorlogshandelingen tussen Grieks- en Turks-Cyprioten.

De vrouw die in de verte foto’s neemt, is het eerste teken van leven in het straatbeeld sinds de tengere zwartgevlekte kat van twee straten terug. Eleni werd in Lefkosia geboren, kort na de Turkse invasie. ‘Toen er nog geen grensovergangen waren, hoorde ik onze buren praten en lachen, maar ik had geen idee hoe het er uitzag aan de andere kant. Ik had de grens nooit overgestoken.’ 

‘Vele Grieks-Cyprioten steken de grens niet over, uit desinteresse of nijd. Ik wel, want ik hou van het Turkse eten’

Het bleef klank zonder beeld, tot in 2003 de eerste grensovergang openging na meer dan vijfentwintig jaar. Inmiddels zijn er zeven grensovergangen in gebruik. ‘Vele Grieks-Cyprioten steken de grens niet over, uit desinteresse of nijd. Ik wel, want ik hou van het Turkse eten’, zegt Eleni. Ze raadt me aan naar Sedirhan in Noord-Lefkosia te gaan, haar favoriete restaurant. 

Niet erkend

Om de Groene Lijn over te steken, moet ik twee grenscontroleposten passeren, een Grieks- en Turks-Cypriotische. Terwijl mijn paspoort wordt gescand bij de Griekse controlepost, wordt twee meter verderop een man de toegang tot het zuidelijke deel geweigerd. Nadien schuift hij achter me aan bij de Turkse controlepost.

De grenzen zijn zeven op zeven, vierentwintig op vierentwintig open voor Cyprioten, maar niet alle inwoners van Noord-Cyprus worden als Cyprioot erkend. Vanaf 1974, na de Turkse inval, migreerden vele Turkse families naar de gevormde Republiek in Noord-Cyprus. Daarom mogen enkel Turken die met Cyprioten getrouwd zijn of Cypriotische ouders hebben, de grens naar Grieks-Cyprus oversteken.

Eens ik de bufferzone verlaat, betreed ik voor het eerst een land dat internationaal geen erkenning krijgt. De Turkse Republiek van Noord-Cyprus werd gesticht in 1983 en wordt enkel door Turkije zelf erkend. Volgens Taner, een jonge dertiger, is dat behoorlijk in het nadeel van de Turks-Cyprioten. ‘We kunnen niets verkopen aan andere landen. We hebben nochtans liters olijfolie en kilo’s appelsienen. Turkije wil niet dat wij dat soort dingen kunnen verkopen. We importeren en exporteren alles via Turkije. Op die manier keert al het geld van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus terug naar daar.’ 

Het terras van het huis waar Taner met zijn familie woont, kijkt uit op de bufferzone. Ondanks zijn wantrouwen in politiek, blijft hij hopen op een eengemaakt eiland. Hij haalt zijn internationaal paspoort boven. De zon schijnt op de gouden letters van het bordeaux boekje in drie talen: Grieks, Turks en Engels. ‘Waarom staan hier drie talen op? Omdat ze alledrie deel uit maken van de Cypriotische cultuur. Maar, aan beide zijden van de Groene Lijn zijn er nationalisten. Zij zien Noord-Cyprus als Turks, en Zuid-Cyprus als Grieks.’ 

Na de inval immigreerden een twintigduizendtal Turkse gastarbeiders naar de pas opgerichte Republiek in Noord-Cyprus om de economie nieuw leven in te blazen. ‘Mijn ouders verhuisden ‘78 naar hier. Ik ben hier geboren en opgegroeid. Mijn ouders zijn Turken, maar ik ben een Cyprioot’, zegt Taner.

Ik vraag hem of er een verschil is in perceptie van het conflict tussen Turken en Turks-Cyprioten. ‘Weet je? Leiders als Rauf Denktaş, de eerste president van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, zouden de cel in vliegen zodra er een eenmaking is. Hij maande het Turkse volk aan om naar Noord-Cyprus te komen, een huis uit te kiezen en er een slot op te zetten. Op die manier vergrootte de regering het Turkse bevolkingsaantal hier. Turken die toen een huis kregen, willen natuurlijk geen eenmaking, want dan zouden ze dat huis moeten teruggeven aan de oorspronkelijke eigenaar. Daarom zijn ze fanatiek nationalist. Het gaat niet over vrede of geen vrede, maar over geld en bezit.’

‘Turkije is de moeder en Noord-Cyprus het kindje’

Ramazan, ook een jonge dertiger, houdt er een andere visie op na. ‘Sommige Turkse families in armoede waren op zoek naar nieuwe kansen. Noord-Cyprus was vanaf ‘74 een makkelijke keuze want vanuit Turkije kon je visumvrij komen. De regering vergemakkelijkte het immigratieproces.’ 

Ramazan is journalist bij de grootste krant van Noord-Cyprus, Kıbrıs Gazetesi. Hij vindt de manier waarop de westerse media de verdeeldheid van het eiland omschrijven, tegenstrijdig. ‘Wij accepteren de term “invasie” niet als een beschrijving van wat gebeurde. De oorlog begon vanwege een militaire staatsgreep door Griekenland. Als Europa het als een invasie omschrijft, moeten ze de Turks-Cyprioten dan niet redden? Moeten ze geen sancties treffen tegen Turkije omdat het Europees grondgebied bezet? Dat doen ze niet, omdat ze niet om de Turks-Cyprioten geven.’ 

Hij verwijt internationale organisaties partijdigheid, in het voordeel van Zuid-Cyprus. ‘Iedereen weet dat Noord-Cyprus de eenmaking harder nodig heeft dan Zuid-Cyprus. Politiek gaat niet om gevoelens, maar om behoeften. Momenteel heeft Zuid-Cyprus ons niet nodig. Ze dwingen zichzelf niet tot eenmaking. Dankzij de Europese Unie staan ze sterker bij onderhandelingen. Ze krijgen geld voor het hele eiland van de EU, maar spenderen het alleen in het zuiden en doen ondertussen niets voor het noorden. Wist je dat je met een Turks-Cypriotisch paspoort niet verder dan Turkije kan reizen? En de Europese Unie spreekt over mensenrechten?’

De vlag van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus is onlosmakelijk verbonden met de vlag van Turkije. Ze wapperen altijd in paar. ‘Turkije is de moeder van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, en Noord-Cyprus is het kindje’, beaamt Muharrem. Hij werkt al meer dan twintig jaar als soldaat voor het Turks-Cypriotische leger in Cyprus.

De vervreemding tussen Noord- en Zuid-Cyprus wordt weer bevestigd als ik hem vertel dat ik via de luchthaven van Paphos geland ben. Hoewel hij op tweejarige leeftijd met zijn ouders uit Turkije migreerde en die luchthaven al in 1983 geopend werd, wist Muharrem niets af van het bestaan ervan.

In 2003 stemde hij ‘ja’ tijdens het referendum voor de uitvoering van het plan-Annan. De oplossing die het plan voorschreef, was de creatie van één centrale overheid voor het hele eiland, met Grieks- en Turks-Cypriotische deelstaten. 65% van de Turks-Cyprioten was voor, en 75% van de Grieks-Cyprioten tegen het voorstel, waardoor het uiteindelijk niet doorging.

‘Als ik nu opnieuw mocht stemmen, zou ik waarschijnlijk negatief stemmen. Europa wil ons toch niet. Al meer dan veertig jaar drijven we handel met geen enkel land behalve Turkije. De gebouwen zijn niet gerestaureerd en er is amper geïnvesteerd in toerisme omdat het zolang verboden was om Noord-Cyprus te bezoeken. Als er ooit een eenmaking komt, heeft Zuid-Cyprus teveel kosten aan het Noorden.’

Muzikale microsamenleving

Ondanks de wanhoop die bij een groot deel van de bevolking speelt, houden veel Cyprioten het hoofd hoog. Zo verspreidt het bi-communale koor de boodschap van vrede via muziek. Iedere woensdagnamiddag repeteren ze samen, in één van de weinige gebouwen in de bufferzone die nog in gebruik is. Destijds was het een gigantische hotel dat nu VN-soldaten te slapen legt. Het opende bijna twintig jaar geleden de deuren voor deze groep enthousiastelingen.

‘Door samen te zingen bevorderen we vriendschap en wederzijds begrip. Wij doen op microniveau wat de hele samenleving in Cyprus zou moeten doen’

Wat hen samenbrengt in het koor, is niet alleen de liefde voor muziek maar ook het gevoel van puur Cypriotisch te zijn. ‘Ik ben geen Turks-Cyprioot, ik ben gewoon Cyprioot. We zingen samen in het Grieks en in het Turks”, vertelt één van de koorleden. De dirigent roept op tot meer empathie: ‘Door samen te zingen bevorderen we het niveau van vriendschap en het wederzijds begrip voor elkaars pijn. Wij doen op microniveau wat de hele samenleving in Cyprus zou moeten doen. Zo hebben sommige Grieks-Cyprioten het moeilijk met het erkennen van de gevormde Republiek in Noord-Cyprus. In het koor maakt het niet uit of je de Republiek al dan niet erkent, wel dat je elkaars gevoeligheden kunt erkennen.’ 

Voorbeeld voor iedereen

Het koor werd opgericht in ’97, nog voor de eerste grenscontrolepost openging. Daarom kwamen de leden in de beginjaren samen in Pyla, een dorp dat zich gedeeltelijk in de bufferzone bevindt en internationaal bekend staat omwille van de Grieks- en Turks-Cypriotische coëxistentie.

De reden dat de twee gemeenschappen hier in vrede samenleven is Costas Mutides. Tot en met 1974 aanvoerder van het Cypriotische leger en nadien muhtar (lees: burgemeester) van het dorp voor meer dan twintig jaar. ‘Tijdens de oorlog vertrouwde niemand elkaar. Iedereen was bang voor de fanatieke Cyprioten uit de Griekse en Turkse gemeenschappen omdat ze elkaar vermoordden. Nadat de Turken in ‘74 Pyla bezetten, schuilde de Griekse populatie in Dhekelia, een Britse basis niet ver hiervandaan. Als ze te lang zouden blijven, zouden ze al hun bezittingen verliezen. Daarom ging ik, na drie maanden, onderhandelen en bracht de Griekse gemeenschap terug naar Pyla. Eerst de oudste mensen, dan de jongere. Langzaamaan kwam iedereen terug. We maakten een regelgeving en leefden samen. Als we een probleem hadden, gingen we zitten en zochten we een antwoord.’

Terwijl de Turks-Cyprioten na de oorlog naar Noord-Cyprus verhuisden en de Grieks-Cyprioten naar het zuiden trokken, bleven beide gemeenschappen in Pyla samenleven. Costas’ huis bevindt zich pal tussen een Grieks en Turks café op het dorpsplein. ‘We creëerden een vertrouwensband. Wij gaan naar hun koffiehuis en zij komen naar dat van ons. We drinken samen koffie en zijn gelukkig.’ Pyla is dus, aldus Costas is ‘een voorbeeld voor het hele eiland.’

Het Cypriotische landschap straalt vrede uit, maar de realiteit wil nog niet mee

Afscheid nemen van Costas betekent ook afscheid nemen van Cyprus. Mijn laatste uren spendeer ik op de rots van Aphrodite, de godin van de schoonheid. Het Cypriotische landschap straalt vrede uit, maar de realiteit wil nog niet mee. Hoewel het eiland ondertussen ruim veertig jaar in twee gebarsten is, ligt de situatie nog steeds gevoelig bij de inwoners aan beide kanten. Zelfs jongeren die het nooit anders kenden, zijn gepassioneerd over het onderwerp. Velen zijn hoopvol, anderen zijn bitter. Eén ding is zeker: het laat niemand onverschillig.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift