Zuid-Soedan: van Afrikaanse belofte naar mislukte staat

De bevolking van Zuid-Soedan is bereid haar beulen te vergeven in ruil voor vrede, maar hun in onmin geraakte leiders geven geen krimp. Wat volgt is een dodelijke politieke impasse. Hoe komen ze daar ooit weer uit? Een verslag uit Juba, Zuid-Soedan.

‘Wij burgers willen geen oorlog, wij willen alleen vrede.’
© Andreas Stahl

Als Lang Diar Hoth (26) op de avond van 15 december 2013 een paar felle knallen hoort, weet hij direct dat er wordt geschoten. Vanuit de deuropening van zijn huis ziet hij hoe aan het einde van de straat drie jongens aan komen rennen, gevolgd door een groep gewapende mannen. Opnieuw wordt er geschoten, een van de jongens valt neer.

In paniek verstopt Hoth zich onder zijn bed. Door een gat in de muur ziet hij hoe drie soldaten het huis van zijn overburen inrennen en beginnen te schieten. Even later slepen ze vijf lichamen naar buiten, en rennen dan weer verder. Hoth is in shock en sluit zijn ogen. Overal om hem heen klinken schoten, af en toe wordt er geschreeuwd.

Zuid-Soedan is op dat moment exact 889 dagen onafhankelijk. Wat begon als de aankondiging van een nieuwe tijd, is geëindigd zoals het begon: als een mislukte staat.

De VN-basis in Juba oogt vijftien maanden na de massaslachting als een kleine stad.
© Andreas Stahl

Ijdele hoop

De broze basis en onderliggende politieke spanningen zorgden voor slecht bestuur, enorme corruptie, en een schrijnend gebrek aan democratie.

Op 9 juli 2011 kiest de bevolking van Zuid-Soedan unaniem voor onafhankelijkheid. Aan een tweeëntwintig jaar durende oorlog tussen de islamitische machthebbers uit het noorden van Soedan en een verzameling rebellengroepen uit het overwegend zwarte zuiden, is een einde gekomen. Westerse landen hadden hier jaren voor gewedijverd, en klappen verheugd met de nieuwe leiders mee.

Toch waren de vooruitzichten toen al slecht. Zuid-Soedan had niets. Geen overheidsapparaat, infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, of banken. De politieke leiding bestond uit voormalige krijgsheren die in de oorlog voor meer doden hadden gezorgd in onderlinge gevechten, dan in de strijd tegen het noorden.

 Utenriksdepartementet UD (CC BY-ND 2.0)

Op de avond van 15 december 2013 barst de bom als een partijbijeenkomst escaleert en Kiir de Presidentiële Garde de opdracht geeft om alle niet-Dinka’s binnen het leger te ontwapenen.

Desondanks blijft de internationale gemeenschap het regime vanaf het begin vrijwel kritiekloos steunen, ervan overtuigd dat de leiders hun leven zouden beteren nu een nieuw gemeenschappelijk doel was gevonden: het opbouwen van een vrij en democratisch Zuid-Soedan.

Het bleek ijdele hoop. De broze basis en onderliggende politieke spanningen zorgden voor slecht bestuur, enorme corruptie, en een schrijnend gebrek aan democratie. In juli 2013 werden de eerste barstjes zichtbaar, toen president Salva Kiir zich bedreigd voelde door de ambitie van zijn partijgenoot en vice-president Riek Machar om president te worden. Hij verving hem met een kliek vertrouwelingen van zijn eigen stam, de Dinka.

Voor de komende maanden dreigt voor 2,5 miljoen mensen een hongersnood.
© Andreas Stahl

Coup

Op de avond van 15 december 2013 barst de bom als een partijbijeenkomst escaleert en Kiir de Presidentiële Garde de opdracht geeft om alle niet-Dinka’s binnen het leger te ontwapenen. Hij beschuldigt Machar van het beramen van een coup, en Machar slaat op de vlucht. Die nacht trekt de Presidentiële Garde moordend door de stad op zoek naar Nuer, de stam waartoe Machar behoort.

Binnen een maand is de droom van Zuid-Soedan omgeslagen in een nachtmerrie.

Al die tijd ligt Hoth onder zijn bed. In paniek belt hij een paar studiegenoten en begrijpt al snel wat er aan de hand is. Wat begon als een intern politiek conflict, breidt zich snel uit langs etnische lijn. Dinka’s jagen op Nuer, zijn stam, en er is maar één vrijhaven: de basis van de VN, even buiten de stad.

De volgende dag stuurt een bevriende Dinka een auto met een Dinka-chauffeur om hem op te halen. Hij krijgt een pet op die normaal alleen door Dinka’s wordt gedragen en weet zo via allerlei door gewapende Dinka-jongeren afgezette wegen de basis van de VN te bereiken. Daar zitten 13.000 doodsbange Nuer bijeen, ze worden beveiligd door VN-soldaten.

In Juba vinden die nacht tot wel 10.000 mensen de dood. Machar verenigt zich in de Sudan People’s Liberation Army-in-Opposition (SPLA/IO) en neemt wraak op Dinka’s in de stad Bor, waarna Kiir’s troepen zich revancheren op de inwoners van Leer. Binnen een maand is de droom van Zuid-Soedan omgeslagen in een nachtmerrie. Alleen Congo kwam na haar onafhankelijkheid sneller in de problemen.

De toenemende spanning is tijdens een toespraak van Kiir op 18 maart goed zichtbaar.
© Andreas Stahl

Terug bij af

‘Nuer en Dinka lijden in deze oorlog samen.’

De VN-basis in Juba oogt vijftien maanden na de massaslachting als een kleine stad. Kinderen gaan naar school, vrouwen doen de was, oude mannen zitten gedachteloos op houten bankjes. Maar er staat ook nog steeds een hek omheen en het wordt bewaakt door VN-soldaten. Alleen vrouwen en jonge kinderen durven naar buiten.

Hoth is sinds zijn huiveringwekkende vlucht het kamp niet meer uit geweest, bang om te worden vermoord. Drie neven werden die nacht ontvoerd en gedood, zijn studie human resource management aan de Universiteit van Juba heeft hij moeten staken.

In Juba wonen op dit moment 35.000 mensen (90 procent van de inwoners behoren tot de de Nuer-stam) in zogenoemde protection of civilians sites (PoC’s), een soort vluchtelingenkampen bewaakt door VN-soldaten. In heel Zuid-Soedan leven 118.000 mensen in zulke kampen.

Hoth: ‘Het is allemaal de schuld van Kiir, die alle macht naar zichzelf toe trok ten koste van de burgers. De etnische verschillen heeft hij daarvoor misbruikt. Nuer en Dinka lijden in deze oorlog samen. Zij zijn onze broeders, en wij die van hen. We trouwen onderling en ik heb veel vrienden die Dinka zijn. Ze wonen hier maar tien minuten vandaan, maar door de oorlog heb ik hen al ruim een jaar niet meer gezien. We houden nu contact via de telefoon.’

Hij schudt zijn hoofd, en zegt: ‘Dit is een schandalige oorlog die alleen maar verliezers kent. De politici moeten hun problemen oplossen, want wij betalen de prijs daarvan. Wij burgers willen geen oorlog, wij willen alleen vrede.’

Mensen worden aangevoerd met vrachtwagens om de geplaagde president te steunen.
© Andreas Stahl

Mislukte vrede

Maar dat is nou net het probleem: iedere poging om de politieke twist uit te praten mislukt. De laatste keer in maart, toen de kemphanen bijeenkwamen in Addis Ababa, de hoofdstad van buurland Ethiopië.

‘Zuid-Soedan is een land waar allerlei andere landen iets van willen.’

Officieel liepen de vredesbesprekingen stuk op relatief overzichtelijke punten, zoals de verdeling van macht en de structuur van de overheid, maar een oplossing werd ook tegengehouden door de belangen van de onderhandelaars zelf, zegt professor Luka Deng Kuol, directeur van het Centre for Peace & Development Studies aan de Universiteit van Juba, en tevens Global Fellow aan het Peace Research Institute Oslo (PRIO).

De buurlanden van Zuid-Soedan die onderdeel uitmaken van de Intergovernmental Authority on Development (IGAD), die bij de onderhandelingen als bemiddelaars optreden, hebben volgens hem te veel te winnen of te verliezen bij de uitkomsten ervan. Zuid-Soedan is op haar beurt afhankelijk van de relaties met hen. Dat leidt tot een bekrompen benadering, zegt Kuol.

De vredesbesprekingen worden geleid door de Intergovernmental Authority on Development (IGAD). De leden van IGAD zijn Ethiopië, Kenia, Oeganda, Soedan, Somalië, Eritrea, Djibouti en Zuid-Soedan. De eerste vier landen zijn buurlanden van Zuid-Soedan.

Kuol: ‘Zuid-Soedan is een land waar allerlei andere landen iets van willen. Er is bijvoorbeeld heel veel olie. Omdat we zelf geen toegang tot de zee hebben moeten we beslissen of we dat via Soedan, Ethiopië of Kenia gaan exporteren. Water is heel belangrijk voor de regio, en 45% van het Nijl-bassin ligt in Zuid-Soedan. Al die belangen spelen mee bij de manier waarop de onderhandelaars zich opstellen.’

Soms zijn deze landen ook direct betrokken bij de oorlog. Zo steunt Soedan de SPLA/IO van Machar, en helpt Oeganda het leger van Kiir.

Wapens worden aangevoerd vanuit alle omliggende landen. Personen die hier geld mee verdienen hebben soms korte lijntjes met de onderhandelaars, en die willen helemaal geen snelle oplossing voor het conflict.

Maar hoe langer een oplossing uitblijft, hoe meer de problemen zich opstapelen. Volgens de Verenigde Naties hebben 4,1 miljoen Zuid-Soedanezen dit jaar hulp nodig, maar is slechts 12% van het benodigde budget aanwezig. Voor de komende maanden dreigt voor 2,5 miljoen mensen een hongersnood.

Wat doet de internationale gemeenschap?

De impasse leidt tot woedende reacties uit de internationale gemeenschap. Zij leggen de schuld bij de koppige politieke leiders, en vragen zich steeds meer af of ze het land nog wel willen blijven steunen. Het totale gebrek aan een oplossing zorgt voor dreigementen.

Begin mei stelde secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon dat er sancties zullen volgen als het vechten doorgaat en er geen resultaten worden geboekt bij de volgende vredesbesprekingen. Hij noemde onder andere: reisverboden, het bevriezen van bankrekeningen en een wapenembargo.

In het uitgelekte rapport van de Afrikaanse Unie werd ook felle kritiek geleverd op de rol die de VS, Groot-Brittannië en Noorwegen hebben gespeeld in de opbouw van Zuid-Soedan. Met hun steun, zo stelt het rapport, werd een ‘politiek onbetwiste gewapende macht’ gecreëerd, wat resulteerde in een ‘onverantwoordelijke politieke klasse.’

In maart lekte een onderzoeksrapport van de Afrikaanse Unie (AU) naar de oorzaken van de oorlog uit, waarvan de inhoud zo controversieel was dat de AU het zelf achterhield. De aanbevelingen kwamen erop neer dat zowel Kiir als Machar geen onderdeel zouden moeten uitmaken van een overgangsregering en dat de leiding over het land voor drie tot vijf jaar zou moeten overgeven aan buitenstaanders van de AU, gesteund door de VN.

Geen Zuid-Soedanese politicus die hier over nadenkt. Ze hebben niet voor niets een halve eeuw gestreden voor onafhankelijkheid; nu ze het eindelijk hebben zullen ze het verdedigen tot de dood.

Hardliners voelen de hete adem van buitenstaanders in hun nek, en steken alleen maar meer hun kop in het zand. Daaromheen cirkelt een hitsige groep wapenhandelaren, krijgsheren, en politici die proberen te profiteren van de chaos.

Afgewisseld door dweilorkesten en gejuich roept Kiir dat hij nooit zal toestaan dat buitenlanders de controle over het land zullen overnemen.
© Andreas Stahl

‘Kregen wij compensatie toen ze ons vermoordden?’

De toenemende spanning is tijdens een toespraak van Kiir op 18 maart goed zichtbaar. Overal hangen spandoeken met teksten als: ‘Sancties zijn nooit een oplossing voor vrede’ en ‘Geen beloning voor rebellie’. Mensen worden aangevoerd met vrachtwagens om de geplaagde president te steunen.

Kiir staat op een podium, omringd door hoogwaardigheidsbekleders, militairen, religieuze leiders, en een enkele afgevaardigde uit het buitenland. Ze schudden handen en slaan elkaar op de schouders. Hij toont zich strijdbaar en is vastberaden niet in te binden.

De toeschouwers juichen en zwaaien met vlaggetjes, en je vraagt je af of in dit klimaat ooit een oplossing kan worden gevonden?

Afgewisseld door dweilorkesten en gejuich roept Kiir dat hij nooit zal toestaan dat buitenlanders de controle over het land zullen overnemen. Indien nodig, vecht hij terug. Nooit zal hij vertrekken en toestaan dat Machar terugkeert naar de macht. Hij noemt hem een ‘dwaas’ en een ‘verrader’, en verwijst veelvuldig naar de massaslachting in Bor, waar Machar’s mannen in 1991 honderden Dinka’s uitmoordde.

‘Ook toen al bleek dat hij niet te vertrouwen was,’ schreeuwt hij. Dat Nuer nu compensatie willen voor familieleden die in Juba zijn gedood door het leger in 2013, noemt hij absurd.

Kiir: ‘Dat kregen wij Dinka’s in 1991 toch ook niet toen zij ons vermoordden? Ik sta daarom niet toe dat slachtoffers in Juba zullen worden gecompenseerd. Zij kwamen tegen ons in opstand.’

De toeschouwers juichen en zwaaien met vlaggetjes, en je vraagt je af of in dit klimaat ooit een oplossing kan worden gevonden?

Ik vraag het Rabecca Abuega, een Dinka meisje die onderdeel uitmaakt van een welkomsparade voor Kiir. Ze verloor haar beide ouders bij de massaslachting in Bor in 1991, en in 2013 trof haar oom en tante hetzelfde lot toen Nuer-jongeren die loyaal waren aan Machar hen in hun eigen huis verbrandden. Maar in tegenstelling tot de oorlogstaal van Kiir, wil zij juist niets weten van oorlog en confrontatie.

Abuega: ‘De oorlog is een politiek gevecht, het heeft niets met clans te maken. Wij burgers willen dit niet. We willen allemaal vrede. Alleen politici hebben iets te winnen bij oorlog.’

Om vrede te bewerkstelligen moeten de politici elkaar vergeven, vervolgt ze, net zoals dat zij de moordenaars van haar ouders heeft vergeven. Daarna moeten de burgers kiezen wie er president zal zijn. ‘Dat is de enige manier waarop we als eenheid verder kunnen gaan,’ stelt ze.

Hardliners voelen de hete adem van buitenstaanders in hun nek, en steken alleen maar meer hun kop in het zand.
© Andreas Stahl

Vol vertrouwen

Een bevolking die vrede wil en bereid is te vergeven, geleid door koppige politici die het land alleen maar dieper de ellende intrekken. Het is Kuol een doorn in het oog. Hij vreest dat zich de komende maanden een crisis zal ontvouwen die haar weerga niet kent.

‘Als het lukt om de rijkdom bij de bevolking terecht te laten komen, kunnen we de problemen zelf aan.’

Onnodig, zegt hij daarbij. ‘Zuid-Soedan is rijk aan grondstoffen, en als het lukt om goed functionerende instanties op te zetten om die rijkdom bij de bevolking terecht te laten komen kunnen we de problemen zelf aan.’

Kuol: ‘Dan kunnen de oorzaken van de oorlog worden aangepakt: jeugdwerkloosheid, armoede, slecht bestuur, politieke corruptie, en een gebrek aan onderwijs. Op lokaal niveau kan de haat en het wantrouwen wat door de oorlog is gevoed, bestreden worden, om zo stap voor stap de rust te herstellen om het land weer op te bouwen.’

Hij klinkt vol vertrouwen als hij over de mogelijkheden van Zuid-Soedan spreekt, maar dat verandert abrupt wanneer het heden weer ter sprake komt.

Want wie moet dat doen?

Uit zijn blik spreekt ineens onzekerheid, of zelfs schaamte. ‘Ik kan alleen zeggen wat er zou moeten gebeuren,’ zegt hij dan. ‘Wie dat moet doen, en hoe, kan op dit moment niemand zeggen. Dat is nou juist het probleem.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift