Dossier: 
Hoe activisten de tanker van oliebedrijven willen doen keren

Als de aandeelhouders revolteren

© Panos / Sven Torfinn

Aandelen in oliebedrijven zoals Shell kopen heeft één groot doel: ‘Dan moet het zijn aandeelhouders vertellen waarom het niet alles uit de kast haalt om de klimaatcrisis te keren.’

De Nederlandse oliereus Shell verschijnt deze week voor de rechter voor de beschuldiging ‘gevaarlijke klimaatverandering’ te veroorzaken. Maar naast rechtszaken instellen ontpoppen klimaatactivisten zich ook steeds vaker tot aandeelhouders om het luisterend oor van oliebedrijven te krijgen. ‘Het is de enige manier om door te dringen in de hoofden van oliebazen.’ Maar is het ook effectief?

In het voorjaar van 2015 kreeg Ben van Beurden, CEO van het Brits-Nederlandse olie- en gasbedrijf Shell, honderden mails. Allemaal met dezelfde boodschap. ‘Dag Ben, ik ben je nieuwste aandeelhouder. Jij kan de wereld veranderen. Mijn steun heb je.’ Ondertekend: ‘Je groene aandeelhouder.’

‘Ik heb ze allemaal gelezen’, grapte Van Beurden in mei van dat jaar, op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering, als antwoord op Mark van Baal. ‘Ik sta hier namens al die mensen die u een mail hebben gestuurd’, had die gezegd.

Het energievraagstuk is zo simpel dat het onwaarschijnlijk is dat de omslag van fossiel naar hernieuwbaar niet sneller gebeurt.

Van Baal had enkele maanden eerder Follow This opgericht. Hij hoopte via nieuwe en gevestigde aandeelhouders de druk op Shell zo hoog op te voeren dat het bedrijf van koers zou veranderen: weg van fossiele brandstoffen, recht naar hernieuwbare energie; weg van klimaatdestructie, recht naar een bedrijfsvoering verzoenbaar met een leefbaar klimaat.

Via zijn website verkocht hij groene aandelen van Shell, en bij iedere aankoop vertrok er automatisch een mail naar de CEO met de vraag het fossiele schip hier en nu te keren. ‘Heel sympathiek initiatief’, feliciteerde Van Beurden hem.
‘Maar de tijd is nog lang niet rijp.’
‘Het was 2015’, vertelt Van Baal via Zoom. ‘En Shell vond dat het te vroeg was om iets aan de klimaatcrisis te doen.’

Echt verbazen deed het hem natuurlijk niet. In 2015 investeerde het oliebedrijf exact nul euro in hernieuwbare energie. Van Baal zocht een manier om de directie ervan te overtuigen dat dat niet langer kon, dat oppompen wat er op te pompen viel – zoals Van Beurden dat omschreef – een ticket naar een levensgevaarlijke toekomst was.

Een logische berekening

‘Bij mij heeft het ook even geduurd voor ik goed en wel doorhad waar die klimaatcrisis toe leidt’, vertelt hij verder. Als werktuigbouwkundig ingenieur verkocht hij jarenlang koelcontainers aan grote rederijen. ‘Ik maakte machines die CO2 in de lucht pompen. Ik stond er gewoon niet bij stil.’

Tot hij in 2006 de documentaire An Inconvenient Truth van Al Gore bekeek en besloot zijn kennis en kunde te gebruiken om niet langer deel te zijn van het probleem, maar van de oplossing. Van Baal werd journalist, analyseerde het energievraagstuk en kwam tot de conclusie dat het helemaal niet zo moeilijk, ja, zelfs logisch is. De berekening, meende hij, is zo simpel dat het onwaarschijnlijk was dat de omslag van fossiel naar hernieuwbaar niet sneller gebeurde.

‘Hoe krijg je een CEO van een oliebedrijf zo ver dat hij het roer omgooit?’

‘De zon levert binnen een uur voldoende energie om de wereldeconomie te laten draaien. De technieken om die zonne-energie om te zetten in bruikbare energie worden steeds goedkoper. Tegelijkertijd wordt het steeds duurder om olie te ontginnen. Dan zegt mijn ingenieursgeloof: de omslag komt er, en je kan beter vroeg dan laat de overstap maken.’

‘Doe dat nu gewoon’, schreef hij als energiejournalist. ‘Anders sleur je je bedrijf naar de afgrond en sleep je de rest van de wereld mee.’ Want ook dat was voor Van Baal duidelijk: je mag en kan de Shells, BP’s, Exxons, Totals van deze wereld vervloeken en failliet wensen, uiteindelijk is het beter ze mee te krijgen.
Alleen: niemand luisterde.

Van Baal schreef en schreef. Altijd weer hamerde hij op de economische voordelen van overschakelen. Het leverde hem schouderklopjes op, maar het veranderde niets. ‘Hoe krijg je een CEO van een oliebedrijf zo ver dat hij het roer omgooit?’ Van Baal brak zich er het hoofd over. Hij schreef er zelfs een roman over. Zijn vrouw zei: ‘Als roman is het niet goed, maar als manifest wel. Dit kan het begin van een beweging zijn. Een beweging van activistische aandeelhouders.’ De enigen naar wie zo’n oliebaas ooit luistert, had Van Baal uitgedokterd, zijn de mensen die het geld ophoesten en die het ook weer kunnen weghalen.

Opnieuw leek het hem eenvoudig: leg de grote, institutionele aandeelhouders de cijfers voor, dan kunnen ze niet anders dan andere investeringen eisen. Van Baal klopte aan bij de grote, institutionele beleggers. Het onthaal was warm en meelevend. ‘Hartstikke sympathiek initiatief’, kreeg hij keer op keer te horen. ‘Maar wij doen dit al. We praten met Shell.’

‘In 2019 kregen 75 grote, internationale oliebedrijven van hun aandeelhouders te horen dat ze zich moeten aanpassen.’

‘Engagement’ heet het in het vakjargon van de beleggerswereld. Twee keer per jaar houdt de top van Shell vertrouwelijke gesprekken achter gesloten deuren met zijn grotere investeerders. ‘We vertellen dan heel duidelijk welke kant het op gaat’, verzekerden die Van Baal. Meer konden ze er niet over kwijt. Vertrouwelijkheid was deel van de effectiviteit.

‘Alleen’, zegt Van Baal. ‘Er was geen effect. Er restte me maar één optie: ik moest het zelf doen. Van onderuit.’ Het was het begin van Follow This. Een tegen-intuïtief initiatief, gnuift Van Baal: aandelen van Shell kopen om de invloed op het bedrijf te vergroten. Wie vijf miljoen euro aan kapitaal vertegenwoordigt heeft niet alleen recht van spreken, maar kan ook resoluties indienen. Daar was het Van Baal om te doen. ‘Dan dwing je een oliebedrijf standpunt in te nemen. Dan moet Shell zijn aandeelhouders vertellen waarom het niet alles uit de kast haalt om de klimaatcrisis te keren.’

Koppige resoluties

Strijden met de middelen die het kapitalisme zelf bedacht, is al even oud als het kapitalisme zelf. Een van de eerste activistische aandeelhouders zou volgens Wikipedia de uit Doornik afkomstige handelaar Isaac Le Maire zijn, die eind 16de eeuw zijn financiële gewicht in de schaal wierp om de Verenigde Oost-Indische Compagnie te ondermijnen. Niet voor het hogere doel, maar voor zijn eigen profijt.

Statoil was dan weer het eerste oliebedrijf dat met aandeelhoudersactivisme geconfronteerd werd. In 2009 diende een coalitie onder leiding van WWF en Greenpeace een resolutie in: ze wilde een moratorium op de ontginning van teerzanden in Canada. Amper 0,15 procent van de aandeelhouders schaarde zich achter deze eis. Een jaar later was dat aantal negen keer zo groot. Al betekende dat nog steeds amper een goedkeuring van 1,38 procent. Maar in de wereld van de aandeelhoudervergaderingen heet dat een ‘grondige verschuiving’.

© Pascal Rohe

‘Als een oliebedrijf zegt dat het zelf naar nuluitstoot gaat, dan ben je als een sigarettenfabrikant die stopt met roken maar liefst nog zo veel mogelijk sigaretten verkoopt.’

Sindsdien moeten ieder jaar meer CEO’s van oliebedrijven zich het hoofd breken over resoluties die het vrijuit boren naar olie in kwetsbare gebieden willen verbieden. Geen van die resoluties werd goedgekeurd, maar telkens weer dwongen ze de directie om een standpunt in te nemen. Waarom was zo’n resolutie volgens hen
‘onnodig’, ‘irrelevant’, ‘een afleiding’ of ‘slecht voor de zaken’, zoals ze argumenteerden?

Zeker na het klimaatakkoord van Parijs (2015) lag er bij de meeste internationaal georganiseerde oliebedrijven een klimaatresolutie op de bureaus van de CEO’s. ‘In 2013 telden we zo’n 17 resoluties die polsten naar klimaatactie, naar een klimaatboekhouding of naar een reconversiestrategie’, vertelt Jeanne Martin van ShareAction, een in Londen gevestigde ngo die grote en kleine investeerders masseert om hun geld te belegen in wat maatschappelijk belangrijk is. ‘In 2019 waren het er 75. Total, BP, Shell, Equinor – het vroegere Statoil –, het Australische Rio Tinto, maar ook Chevron en ExxonMobil in de Verenigde Staten krijgen van hun aandeelhouders te horen dat ze zich moeten aanpassen.’

Follow This zette in 2017 de toon voor deze resoluties. De coalitie achter Van Baal wilde dat een bedrijf als Shell een toekomst uittekende in lijn met het Akkoord van Parijs, en dat voor alle emissies. Technisch uitgedrukt betekent dit dat Shell werd gevraagd niet alleen de CO2 uit de eigen bedrijfsvoering te schudden, maar ook uit de producten die het verkoopt.

‘Onredelijk’, wuifde Shell-CEO Van Beurden de resolutie in 2017 weg. Met als uitleg dat een oliebedrijf niet verantwoordelijk is voor wat klanten doen met de olie en het gas die het oppompt. ‘Verbranden, denk ik?’ antwoordde Van Baal daarop.

‘Als een oliebedrijf zegt dat het zelf naar nul gaat, dan ben je als een sigarettenfabrikant die stopt met roken maar liefst nog zo veel mogelijk sigaretten verkoopt’, zegt Van Baal. ‘De tabaksindustrie levert me altijd goede metaforen op. Ze hebben de tactieken van vertragen en twijfel zaaien bedacht.’

Tot verbazing van Shell én Van Baal stemde zes procent van de aandeelhouders voor zijn resolutie en tegen het advies van het bedrijf. Van Baal: ‘Dat lijkt weinig, maar je moet weten dat zo’n vergadering een soort Noord-Koreaanse verkiezing is. Meestal knikt iedereen gewoon mee met de directie.’

In mei vond op de aandeelhoudersvergadering van Shell ‘een kleine revolte’ plaats: een aantal van de grote aandeelhouders wil niet langer mooie praatjes, maar actie.

Sindsdien dient Follow This ieder jaar dezelfde resolutie in. Tot wat Shell voorstelt en uitdoktert werkelijk overeenkomt met wat in het Akkoord van Parijs staat. ‘Als we niet willen dat de temperatuur globaal met meer dan 1,5 graad toeneemt, dan moet een oliebedrijf zijn zakenplan herbekijken. Ze kunnen niet alles oppompen wat ze in de boeken hebben staan.’

In 2018 beloofde Shell de totale uitstoot van zijn activiteiten tegen 2050 te halveren. ‘Onvoldoende’, oordeelde Follow This. Ondertussen vloeit al vier procent van de investeringen naar hernieuwbare energie. ‘Dat moet minstens vijftig procent zijn’, meent Van Baal. ‘Shell belooft veel, maar doet nog niet zoveel. Grote aandeelhouders, zoals pensioenfondsen als Actiam, Egon, Agmea en Nationaal Nederlanden, worden ongeduldig. Erg ongeduldig.’

Het ging wat verloren in de ontreddering over een mondiale pandemie, maar in mei van dit jaar vond op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering ‘een kleine revolte’ plaats. Net als enkele andere oliebedrijven beloofde het Shellbestuur tegen 2050 koolstofneutraal te zijn. Over hoe of wat werd nog niet gesproken, maar ze wisten wel dat het betekende dat die vervelende resolutie nu van de baan was.

Maar opnieuw tot verbazing van het bestuur kon een aantal van de grote aandeelhouders de ergernis niet meer verbijten. ‘Wij willen niet langer mooie praatjes, wij willen actie’, stelden ze. Dit keer schaarde 14,4 procent van de stemgerechtigden zich achter de vraag van Follow This. Ook bij Total, Rio Tinto, BP en Equinor lagen de percentages opvallend hoog.

© Reuters / Essam Al Sudani

Een olieveld in Irak, uitgebaat door Exxon-Mobil. ‘In 2013 telden we bij oliegiganten 17 resoluties van aandeelhouders die polsten naar klimaat- actie. In 2019 waren het er 75.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Rebelleren of desinvesteren?

Een mens zou kunnen denken dat het allemaal erg traag gaat. In zijn laatste rapport meldt Climate 100+ dat drie procent van de olie- en gasbedrijven een ‘reductiedoel heeft dat wetenschappelijk onderbouwd is’, maar ‘dat geen enkel van de bedrijven al begrijpelijk heeft uitgelegd hoe het in 2050 klimaatneutraal zal of kan zijn.’ Climate 100+ is een coalitie van grote investeerders die de honderd meest CO2-intensieve bedrijven en sectoren wil aanzetten om hun uitstoot tot nul te herleiden. Veertig van die honderd zijn oliebedrijven.

Omdat bedrijven van binnenuit bekeren zo tijdsintensief is, menen sommigen dat het misschien beter is dat investeerders hun olieaandelen verkopen en het geld weghalen uit de fossiele industrie. Dat is het idee achter divestment. Nog anderen zijn ervan overtuigd dat oliebedrijven geen rol te spelen hebben in de wereld van morgen. Ze willen dat ze ophouden te bestaan en alle winst die ze maakten gebruiken om de sociale en ecologische schade te herstellen die zij veroorzaakten. Het is de eis van de actiegroep Shell Must Fall.

‘Allemaal legitiem en noodzakelijk’, meent Van Baal. Toen hij Follow This oprichtte, nam hij zich een paar principes voor waarvan hij niet wil afwijken. Een daarvan is: niet discussiëren over strategieën. ‘We hebben ze allemaal nodig’, stelt hij. Als voorbeeld geeft hij de rechtszaak die in Nederland is aangespannen tegen Shell. De organisatie Milieudefensie heeft Shell er met zevenduizend mede-eisers voor de rechtbank gedaagd. Ze klagen aan dat het bedrijf actief geld gaf aan lobbygroepen om twijfel te zaaien over de klimaatcrisis.

‘Als aandeelhouder moet ik dat officieel maar niets vinden, maar ik ben bijzonder blij dat onze resolutie als bewijsstuk dient in deze rechtszaak. Het belangrijkste is dat de tanker keert. Hoe, dat maakt niet uit.’

Hij glimlacht en citeert een uitspraak van Roger Cox, de advocaat die de Klimaatzaak in Nederland bepleitte en nu ook de zaak tegen Shell voorbereidt. ‘“Als je maar voldoende speren naar de olifant gooit, dan gaat hij neer”, zegt Cox altijd. Ik antwoord dan: “Nee, dan verandert hij van koers.”’ Maar, voegt hij er ootmoedig aan toe: ‘Na vijf jaar Follow This ben ik iedere illusie verloren dat een CEO van een oliebedrijf werkelijk het licht zal zien. Ze zijn al decenialang met olie en gas bezig, meestal succesvol, in hun ogen. Ze kunnen zich niet voorstellen dat de wereld zonder hun producten kan.’

Werk je binnen het systeem of probeer je het systeem te veranderen? Het is een fundamentele vraag die ook de effectiviteit van aandeelhoudersactivisme belicht. In hetzelfde jaar waarin Van Baal groene aandelen van Shell aan de man bracht, besloten drie studenten aan een cafétafel in Leuven hun universiteit te overtuigen niet langer in de fossiele industrie te beleggen. Geneeskundestudent Gert-Jan Vanaken was een van hen.

Het was het begin van de campagne KULeuven Fossielvrij, die op korte tijd bijzonder succesvol was. De universiteit verkocht een aandelenfonds ter waarde van 2,5 miljoen euro en stelde nieuwe regels op.

‘Een geweldige ervaring’, vertelt Vanaken. Nog steeds vindt hij divestment en aandeelhoudersactivisme waardevolle en noodzakelijke strategieën. Maar ze voelen hem stilaan ook te nauw aan. ‘Het is een eenvoudige en doeltreffende boodschap. Aandeelhouders gebruiken hun macht om een bedrijf klimaatvriendelijker te maken. Of ze halen hun geld weg en investeren het in groene technologieën. Maar je blijft binnen het kader. Je legitimeert bedrijven die het probleem veroorzaakt hebben. En het lijkt zo alsof het klimaatprobleem gewoon een kwestie van de juiste technologie is. Zo vereng je de klimaatcrisis tot een curve van emissies, terwijl het gaat over een veel ruimer sociaal en ecologisch probleem. Dat probeer ik nu aan te kaarten.’

‘Maar,’ haast hij zich eraan toe te voegen, ‘ik denk dat iedere strategie waardevol is. Zolang je weet waar de blinde vlek zich bevindt.’

Deze analyse werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur