Dossier: 
Conclusies na een week in de drukpan van de COP in Madrid

Klimaatbeleid: het gevaar zit in het niets doen

UNClimatechange (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Dat de klimaatverandering een urgent probleem is, wisten we al dankzij de meeste recente wetenschappelijke rapporten, maar in Madrid ontmoet je ook mensen die je dat duidelijk maken. Alle groepen die rechtstreeks voor de eigen voedselvoorziening zorgen, zijn extreem kwetsbaar voor de veranderende weerspatronen — inheemse volkeren, kleine boeren,… — evenals heel wat mensen die dicht bij de zee wonen,…

De oceanen slaan liefst 93 procent van alle energie van de opwarming op. Dat is een gigantische energiebom en die komt op allerlei manieren aan land: orkanen, regenbommen, overstromingen,… Die kwetsbare groepen en landen waren in Madrid aanwezig en hun verhalen maken indruk. Het roept enorme vragen inzake rechtvaardigheid op. Vaak gaat het immers om groepen die geen verantwoordelijkheid dragen voor de verandering van onze atmosfeer, maar er wel door van hun grond verdreven worden en hun leven erdoor ontregeld zien.

(De COP’s, de Conferentie van de Partijen – de partijen zijn de staten – zijn immers in de loop der jaren uitgegroeid tot een gigantisch gebeuren waar, naast de onderhandelingen, landen en groepen van mensen in talloze paviljoenen uitleggen wat klimaatverandering voor hen betekent, en wat ze eraan doen. Het is bij mijn weten een van de weinige diplomatieke hoogmissen waar de onderhandelaars in de verte het gehuil van Indianen en of het gezang van Micronesiërs horen.)

Er zijn oplossingen, technisch en institutioneel – Europa toont de weg

De top deed geen recht aan die urgentie. Wel stelde ik er vast dat er momenteel veel meer oplossingen beschikbaar zijn dan tien jaar geleden, toen ik mijn vorige COP meemaakte. Een voorbeeld. In 2025 plannen twee Zweedse bedrijven en een Fins bedrijf — met steun van overheden — de ingebruikname van de eerste industriële staalfabriek die staal produceert met waterstof, en dus zonder koolstof in de lucht te stoten. Hun staal zal twintig procent duurder zijn, maar ze rekenen erop dat de EU er tegen dan voor zorgt dat hun propere staal niet benadeeld wordt op de markt. De Indiase cementproducent Dalmia produceert dan weer cement met heel weinig broeikasgassen. Nochtans zijn staal en cement – respectievelijk goed voor zeven en vijf procent van de globale uitstoot — lastige sectoren, waar de transitie naar een klimaatneutrale productie moeilijk is.

De basistechnologie van wind- en zonne-energie wordt op steeds meer plaatsen goedkoper dan hun fossiele concurrenten. Als overheden zouden stoppen met die laatste massaal te subsidiëren (denk aan onze bedrijfswagens), dan zou dat nog veel meer het geval zijn.

De Europese Centrale Bank zou voortaan alleen nog investeren in groene financiële producten,…

Bij momenten kon ik me in Madrid de contouren voorstellen van een nieuw economisch regime dat de transitie naar een klimaatneutrale samenleving op een veel hoger toerental brengt door de triljoenen op de financiële markten in stelling te brengen. Dat is ook nodig om de temperatuurstijging tot twee graden te beperken.

De EU kan hier de grote voorloper worden. De Europese Commissie en Raad keurden vorige week de Green New Deal goed, die de EU tegen 2050 klimaatneutraal moet maken. Dat was eigenlijk het beste nieuws in Madrid.

Klimaatneutraal tegen 2050 betekent dat de Europese economie zich helemaal instelt op die ombouw naar koolstofarm. Dat begint bij de Europese Centrale Bank waar de nieuwe gouverneur, Christine Lagarde, aankondigt dat de ECB in haar werk rekening houdt met klimaatverandering. De ECB moet banken testen op hun klimaatrisico’s: hoeveel fossiele en binnenkort dus mogelijk waardeloze activa hebben ze in hun bezit?

De ECB zelf zou voortaan alleen nog investeren in groene financiële producten,… Dat laatste wordt mogelijk omdat de Europese Commissie werkt aan een taxonomie van groene financiële producten zodat we in de hele EU vastleggen wat groene financiële producten zijn en wat niet. Vraag is of de de ECB en de Europese Commissie op die manier de globale desinvestering in fossiele brandstoffen zullen orkestreren?

Internationale samenwerking is nodig

Wat leerde ik nog in Madrid? Internationale samenwerking is nodig om innovatie te bevorderen en om zo snel mogelijk “schaal te scheppen”, en zo de prijs van innovaties naar beneden te duwen. Zo werkte het bij zonnepanelen: de Duitsers schiepen een grote markt voor zonnepanelen en de Chinezen konden daardoor op grote schaal en dus goedkoper gaan produceren. Zo werd het goedkope zonnepaneel geboren. Dit geldt ook voor andere groene technologie zoals batterijen, waterstof,… ze kunnen maar goedkoper worden als ze op grote schaal worden gemaakt, en dat lukt makkelijker als er een internationale markt is.

Als de EU en China samen kiezen voor elektrische wagens en hernieuwbare energie, dienen ze een klap toe aan de fossiele wereld.

Dit gaat ook om strategie en geopolitiek. De EU en China kunnen elkaar hierin vinden: hun keuze voor hernieuwbare energie kan hen commercieel en industrieel ten goede komen. Volgend jaar in september is een ontmoeting voorzien tussen de EU en China. Beiden kunnen daar een deal voor Glasgow “voorkoken”. Maar het gaat veel verder: als deze twee grote blokken samen kiezen voor elektrische wagens en hernieuwbare energie, dienen ze een klap toe aan de fossiele wereld.

Aan de andere kant van het spectrum staan pakweg Saoedi-Arabië, en de andere olieproducenten die denken op een schat te zitten, maar die nu te horen krijgen dat een een deel van de schat in de grond moet blijven. Hoe kan je hen daarvan overtuigen?

Vlaanderen/België is doorgaans geen koploper

Andere vaststelling die keer op keer terugkwam: ons land is doorgaans geen koploper. Tijdens de COP liet Vlaanderen weten dat het zijn klimaatdoelen niet zal halen. Ik leerde er op de COP tevens dat België geen deel uitmaakt van de 26 landen die al tien jaar ministeriële bijeenkomsten over propere energie organiseren. We maken evenmin deel uit van de Coalitie van 70 landen die hogere klimaatambities willen. Telkens zijn Vlaanderen of België daarmee letterlijk een eiland in West-Europa, want al onze buurlanden, en uiteraard de Scandinavische landen doen wel mee.

De Vlaamse regering voert een klimaatbeleid met de handrem op. Ze wil begrip tonen met het bij sommigen haast culturele verzet tegen klimaatbeleid. Windmolens worden dan zoiets als “klimaatminaretten”.

Je kan natuurlijk zeggen: dat zijn politieke keuzes. En dat klopt ook.

Maar eigenlijk staan ze wel haaks op twee fundamentele ambities van de Vlaamse regering: innovatie en meegaan met het noorden van Europa.

Vlaanderen wil innoveren. Maar de Zweedse vicepremier Isabella Löwin benadrukte bij de presentatie van het koolstofloze staalproject dat innovatie een helder en ambitieus regelgevend kader vergt, dat aanzet tot vernieuwen. Dat hebben wij op het gebied van klimaat en energie niet. Het is nog altijd niet duidelijk waar we heen gaan en onze doelen zijn allesbehalve ambitieus: we zijn de minst ambitieuze van al onze buurlanden. En bij de Scandinavische landen komen we niet eens in de buurt.

Ik heb het niet over het feit dat een paar kerncentrales een paar jaar langer open blijven – zoals de ingenieurs onlangs suggereerden. Dat mag best als voor de rest maar zonneklaar of hernieuwbare energie de toekomst is. Dat was zo toen Bart Tommelein energieminister was, die schreeuwde het van de daken. Nu is het met de handrem, bezorgd om de perceptie. Men wil begrip tonen met het bij sommigen haast culturele verzet tegen klimaatbeleid. Windmolens worden dan zoiets als “klimaatminaretten”, terwijl het gewoon machines zijn die ons moeten helpen in de strijd tegen klimaatverandering.

Nieuw is het allemaal niet. België heeft het een barslechte milieutraditie: ‘de EU heeft ons altijd vooruit moeten drijven inzake milieubeleid. Zonder de EU was er bijvoorbeeld nooit een mestactieplan geweest,’ zegt een insider.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Zal het Vlaamse klimaatbeleid sociaal zijn?

En toch. Een ander Vlaams klimaatbeleid is mogelijk. Positief vond ik dat de drie energie-experten van de Open VLD, N-VA en CD&V (Schiltz, Gryffroy en Bothuyne) in Madrid, los van elkaar, benadrukten dat het Vlaamse klimaatbeleid sociaal moet zijn, en iedereen moet meenemen. Juist. Heel juist. Maar wie dat echt meent, en bovendien een zekere snelheid wil ontwikkelen, heeft belastinggeld nodig. Robrecht Bothuyne (CD&V) wees op de 30 miljoen euro die Vlaanderen vrijmaakt voor de renovatie van woningen, maar hij zei er meteen bij: ‘Ik weet dat het peanuts is, maar het is een begin.’

Benieuwd of een rechtse regering kan zorgen voor een progressief klimaatbeleid

Anno 2020 is een slecht geïsoleerde woning die veel koolstof uitstoot, geen loutere privé-kwestie meer. Vermits we de uitstoot naar nul moeten brengen, is het in zekere zin ook een publiek probleem. Alle schoorstenen moeten immers dicht over dertig jaar. Tenzij je mensen in de kou wil laten zitten, zal je dus ook voor wie het niet kan betalen, de overgang naar koolstofarm moeten financieren. Waar tot nu toe klimaatbeleid eerder regressief was (en de mensen met eigen huizen en zonnepanelen bevoordeelde), zal het nu progressief moeten worden. Benieuwd of een rechtse regering daarvoor kan zorgen.

Klimaatbeleid maakt het leven aangenamer

Als ze dat doet, kan ze ook vertellen dat een sociaal klimaatbeleid het leven niet onaangenaam maakt. Wel integendeel. Een klimaatbeleid gaat gepaard met gezondere lucht, meer bossen, beter geïsoleerde woningen en dus meer comfort. Het gevaar, de bedreiging zit juist in het niets doen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur