Dossier: 

Vijf geopolitieke hotspots van 2014

© Lectrr

In Oekraïne, Afghanistan-Pakistan, de Sahel, Syrië en de Zuid-Chinese Zee kraakten het afgelopen jaar de tektonische platen van de geopolitiek. Lokale, nationale, regionale en buitenlandse belangen botsten in die hotspots met mekaar, in een strijd om macht en invloed, vaak met gruwelijk bloedvergieten tot gevolg. MO*journalist Kristof Clerix en professor David Criekemans (Universiteit Antwerpen) bespreken enkele van de meest gevoelige plaatsen van het wereldtoneel.

1. De Zuid-Chinese Zee

‘Het conflict rond de Zuid-Chinese Zee symboliseert de opkomst van China, zowel economisch, politiek als militair’, zegt David Criekemans, die buitenlands beleid doceert aan de Universiteit Antwerpen.

‘De manier waarop die casus zich in komende jaren ontwikkelt, zal veel zeggen over de verdere opkomst van China. Je voelt dat dit theater op een termijn van tien-vijftien jaar zeer belangrijk zal worden, ook al omdat de koopkracht in de regio aanzienlijk toeneemt.’

‘Via de Chinese diaspora kan Beijing de politiek in verschillende landen van de regio proberen beïnvloeden.’

Thierry Ehrmann (CC BY 2.0)

Een portret van XI Jinping, de president van China.

Een escalatie zou gevolgen kunnen hebben voor de hele wereldeconomie gezien de strategische ligging van de Zuid-Chinese Zee.

In 2014 werd het spel rond de Zuid-Chinese Zee alvast hard gespeeld. De spanningen tussen China, de Filipijnen en Vietnam liepen verder op. Een escalatie van de conflicten zou gevolgen kunnen hebben voor de hele wereldeconomie gezien de strategische ligging van de Zuid-Chinese Zee: een van de belangrijkste handelsroutes loopt dwars doorheen deze wateren.

Waarover gaat de onenigheid? In 2009 vaardigde China de zogenaamde U-vormige lijn of Negenstreepjeslijn uit. Beijing claimt liefst tachtig tot negentig procent van de Zuid-Chinese Zee, tot groot ongenoegen van de andere landen waar de zee aan grenst: Vietnam, de Filipijnen, Maleisië, Brunei, Indonesië, Singapore, Thailand en Cambodja.

‘Wat dit dispuut zo gevaarlijk maakt, is een toxische mix van nationale en internationale politiek. In China is de Negenstreepjeslijn uitgegroeid tot een nationalistisch symbool van ‘s lands inspanningen om de vernederingen van de 19de en 20ste eeuw te overkomen’, schreef weekblad The Economist in 2014. ‘Kleine eilandjes en onherbergzame rotsen die kleine puntjes vormen in de zee worden omgevormd tot mini-forten om territoriale claims kracht bij te zetten.’

‘China heeft het afgelopen jaar verschillende eilandjes gebetonneerd en verstevigd’, voert ook Criekemans aan. ‘Het ziet ernaar uit dat Beijing er een aantal militaire basissen gaat ontwikkelen – en dat terwijl ze in de exclusieve economische zone van Vietnam en de Filipijnen liggen. De Chinese interesse is natuurlijk economisch: in de zee zijn grondstoffen te vinden – vooral olie en gas.’

China is ook zijn zeevloot sterk aan het uitbreiden. ‘Het heeft één vliegdekschep – een trainingschip – en is een tweede aan het bouwen. Dat symboliseert de militaire opkomst van China, én de mogelijke veranderende machtsconstellaties in de regio.’

Criekemans wijst erop dat ook de Verenigde Staten met hun vloot aanwezig zijn in de Zuid-Chinese Zee. ‘De VS hebben militaire partnerschappen afgesloten met Maleisië, Indonesië en de Filipijnen. Hoe meer China zich manifesteert, des te meer de VS dat ook doen. China wil liever individueel met elk van die landen onderhandelen, terwijl de Amerikanen multilateraal willen coördineren, zowel militair als ook politiek.’

2. De Sahel

De Afrikaanse Sahel – sowieso al een van de armste regio’s ter wereld – degradeerde in 2014 verder tot een gordel van instabiliteit. Landen als Mali, Nigeria, Soedan en Somalië werden geplaagd door gruwelijk geweld.

‘Verschillende landen in de Sahel zijn failed states, of minstens potentiële gefaalde staten’, zegt Criekemans. ‘Er heerst instabiliteit. Het Westen probeert via interventies – al dan niet militair – wijzigingen op het terrein te brengen, maar dat blijkt moeilijk te zijn. Het gaat om landen die onvoldoende mogelijkheden hebben om te ontwikkelen, en die door die interne instabiliteit ook nog eens weinig buitenlandse investeringen aan te trekken.’

© Reuters

Boko Haram – dat sinds 2009 in het noorden van Nigeria een strijd voert voor een islamitisch staatsbestel – pleegde bomaanslagen, ontvoerde burgers en brandde hele dorpen plat.

‘De problemen in Nigeria zullen in 2015 alleen maar toenemen omdat 70 procent van zijn inkomsten olie-gerelateerd zijn.’

Met de moordende bomaanslag in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja – waarbij minstens zeventig doden vielen – en de ontvoering van zo’n tweehonderd meisjes uit een internaat in Chibok drukte de wahabitische moslimbeweging en terreurgroep Boko Haram in Nigeria zijn stempel op 2014. De islamisten staken ook scholen en kerken in brand – waarna een aantal middelbare staatscholen de deuren sloten. Boko Haram – dat sinds 2009 in het noorden van Nigeria een strijd voert voor een islamitisch staatsbestel – pleegde bomaanslagen, ontvoerde burgers en brandde hele dorpen plat.

Volgens de International Crisis Group joegen de aanslagen van Boko Haram een half miljoen Nigerianen op de vlucht. Gezien Nigeria in 2015 presidentsverkiezingen organiseert, leeft de vrees bij waarnemers dat de aanloop naar de verkiezingen getekend zal worden door geweld. En dat is nog niet alles. Criekemans: ‘De problemen in Nigeria zullen in 2015 alleen maar toenemen omdat 70 procent van zijn inkomsten olie-gerelateerd zijn. Met de huidige implosie van olieprijzen komt Nigeria als het ware zonder inkomsten te zitten.’

Verder is er nog een belangrijke regionale dimensie. Boko Haram beschikt immers ook over uitvalsbasissen in buurlanden Niger, Tsjaad en Kameroen. In Kameroen terroriseerde Boko Haram in 2014 de bevolking onder meer met ontvoeringen en aanslagen. Gevreesd wordt dat de instabiliteit overslaat naar die nabijgelegen landen. 

In Somalië dan pleegde de aan Al Qaeda gelieerde beweging Al Shabaab dan weer een aanslag op het presidentieel paleis in Mogadishu en sloot de Somalische bevolking een tijdlang af van het internet. De Somalische nationale veiligheidstroepen en de troepen van de

Missie van de Afrikaanse Unie in Somalië probeerden de groepering te weren uit Mogadishu, maar Al-Shabaab dreef het aantal aanslagen op belangrijke plekken op. Ook in Kenia zaaide Al Shabaab in 2014 dood en verderf.

Ondanks de inspanningen om Mali te stabiliseren, zijn maar weinig Malinese vluchtelingen naar hun vaderland teruggekeerd. Niger vangt nog steeds tienduizenden Malinezen op.

Het Franse leger lanceerde in augustus 2014 de antiterreur-operatie Barkhane. 3000 Franse militairen zijn sindsdien gestationeerd in Mali en Tsjaad. Verder zijn ook Mauretanië, Niger en Burkina-Faso partnerlanden van de militaire operatie, de opvolger van de Franse operatie Serval uit 2013, die ook al was gericht tegen gewapende terreurgroepen in Mali.

Ook het Amerikaanse leger is met zijn United States Africa Command in de Sahel actief, onder meer met antiterrorisme-oefeningen.

Een van de oorzaken voor de instabiliteit in de Sahel gaat terug op de val van Kadhaffi. Na de Libische revolutie viel Libië ten prooi aan een strijd tussen allerhande schimmige en sterk bewapende milities en clans. In de chaos werden verschillende Libische wapendepots geplunderd. De wapens kwamen terecht bij islamitische terreurgroepen en gewapende bendes uit de regio.

3. Oekraïne

Oekraïne – strategisch gelegen tussen Rusland en het Westen – kende een bijzonder turbulent jaar. Na de pro-Europese antiregeringsprotesten op het Maidan-plein in Kiev begin 2014 trad president Janoekovitsj af en kwam de regering-Jatsjenjoek aan de macht. Rusland reageerde met de annexatie van de Krim, het schiereiland waar de Russische Zwarte Zeevloot een belangrijke basis heeft. In een referendum stemde de meerderheid van de Krim-bevolking voor aansluiting met Moeder Rusland, waar de Krim tot 1954 al toebehoorde. Daarmee plaatste Moskou het Westen voor een voldongen feit. De officiële reden voor de annexatie was de bescherming van etnische Russen op de Krim.

Michael Kötter (CC BY-NC-SA 2.0)

Na de pro-Europese antiregeringsprotesten op het Maidan-plein in Kiev begin 2014 trad president Janoekovitsj af en kwam de regering-Jatsjenjoek aan de macht.

‘De spanningen tussen Rusland en het Westen van de voorbije vijftien jaar hebben zich in Oekraïne veruitwendigd.’

Vervolgens braken in de lente van 2014 ook in het oosten van Oekraïne pro-Russische opstanden uit. Kiev en de NAVO beschuldigden Rusland er van clandestien troepen en militair materieel de grens over te sturen. Het Kremlin ontkende. Sinds maart woedde de burgeroorlog tussen het Oekraïense leger en de separatisten in het Donetsbekken voort. De humanitaire situatie in de regio verslechterde fel. Ziekenhuizen werden gebombardeerd, ambulances door gewapende groeperingen in beslag genomen, burgers raakten gewond en er vielen meer dan 4000 doden. De pro-Russische separatisten riepen eenzijdig de Volksrepubliek Loehansk en de Volksrepubliek Donetsk uit.

Op de rampzalige 17 juli 2014 kwam het geopolitieke conflict rond Oekraïne plots heel dicht bij huis, toen de Malaysia Airlines vlucht MH17 boven Torez in Oost-Oekraïne werd neergeschoten. Alle 298 inzittenden, waaronder 196 Nederlanders, kwamen om. Het officiële onderzoek naar de precieze oorzaak loopt nog steeds.

Het Oekraïne-conflict beheerste ook de agenda van de NAVO-top in Wales, begin september. NAVO-secretaris-generaal Rasmussen riep Rusland op zich terug te trekken van Oekraïens grondgebied, een einde te stellen aan het smokkelen van wapens en strijders naar Oekraïne, alle hulp aan gewapende milities in Oekraïne te beëindigen en zich te engageren tot een constructief politiek proces. De Europese Unie langs haar kant kondigde economische sancties af tegen een aantal Russische personen en bedrijven.

Ondanks een vredesakkoord dat op 5 september door Rusland in Minsk werd gesmeed, hield het conflict tussen beide kampen aan. En eind december besliste Oekraïne zijn statuut van niet-gebonden land te laten vallen – een belangrijke stap in de richting van mogelijk NAVO-lidmaatschap op termijn.

‘Oekraïne is geopolitiek belangrijk omdat het een testlaboratorium is voor de betrekkingen tussen de westerse en Russische invloedssfeer’, zegt David Criekemans.

‘De spanningen tussen Rusland en het Westen die de voorbije vijftien jaar al aan het opbouwen waren, hebben zich in Oekraïne veruitwendigd. Zoals ik huidige ontwikkelingen zie, blijkt het moeilijk te zijn om naar de kern van de problemen te gaan. Ik denk dat Oekraïne hoe langer hoe meer in de richting evolueert van een bevroren conflict. Er zijn veel breekpunten, maar sinds de laatste verkiezingen (begin november 2014 organiseerden Donetsk en Loehansk hun eigen stembusgang die niet door Kiev werd erkend) zijn de inwoners van Donetsk en Loehansk niet meer vertegenwoordigd in Kiev en vica versa, en men graaft zich in in zijn eigen positie. Ik vrees dat we naar een frozen conflict gaan. Dat zegt dan veel over relatie tussen Rusland en het Westen, die op een absoluut dieptepunt zit.’

4. Syrië

Na een strijd van ruim 3,5 jaar zijn in Syrië meer dan 200.000 mensen om het leven gekomen en miljoenen burgers ontheemd. Plunderingen, verkrachtingen en armoede waren in 2014 in Syrië opnieuw schering en inslag. Burgers stierven aan honger en ziektes die voor de oorlog zelden voorkwamen. Hele steden en delen van het erfgoed werden in puin gelegd. Het Syrische leger en de rebellen veroverden om beurten dorpen op elkaar.

In 2014 lag de stad Aleppo langs twee kanten onder vuur, enerzijds door het Syrische regime, anderzijds door terreurbeweging Islamitische Staat (IS). VN-speciaal gezant voor Syrië Staffan de Mistura stelde in november 2014 een lokaal staakt-het-vuren in Aleppo voor, maar de gevechten bleven aanhouden. De Syrische oppositie lag verder ook onder vuur van het aan Al Qaeda gelinkte Jabhat al-Nusra.

Thierry Ehrmann (CC BY 2.0)

Portret van Aboe Bakr al-Baghdadi, IS-leider.

‘Het Westen kijkt met een schizofrene blik naar Irak en Syrië.’

Midden 2014 kende het Syrië-conflict een kantelpunt met de indrukwekkende opmars van IS in Syrië en Irak. Na het oprukken van IS in juni en juli 2014 – en het uitroepen van een kalifaat dat zich uitstrekte van het Iraakse Diyala tot het Syrische Aleppo – zetten de VS een internationale militaire coalitie op die vanaf augustus IS-doelwitten begon te bombarderen.

Ook België nam met F16’s aan de coalitie deel. De Koerdische peshmerga-strijders uit Noord-Irak en Syrië werden een belangrijke bondgenoot in de strijd tegen IS, dat miljoenen dollar per dag verdiende met de verkoop van olie en zo zijn operaties kon financieren. 

Als antwoord op de bombardementen onthoofdde IS meerdere Amerikaanse en Britse gijzelaars. De gruwelijke beelden gingen via YouTube de wereld rond, net als de beelden van de bedreiging en ontzetting van de Jezidi-minderheid op het Sinjargebergte.

Professor David Criekemans gelooft niet in de westerse strategie van louter luchtbombardementen. ‘Uiteindelijk zul je het moeten doen met boots on the ground, en waarschijnlijk kan je dat niet aan Iraki’s en soennitische rebellen overlaten. Ik geloof trouwens evenmin in een loutere militaire strategie: er moet opnieuw een economisch perspectief tot ontwikkeling komen.’

‘Vaststelling is dat wij in het Westen met een schizofrene blik naar Irak en Syrië kijken. Voor Irak zeggen we dat er een inclusieve politieke oplossing moet komen, maar voor Syrië zeggen we dat niet. Daar steunen we de soennieten, die in de meerderheid zijn. Met betrekking tot de alawieten (waartoe de in juni 2014 herverkozen president al-Assad behoort) willen de VS vooral dat president Assad vertrekt. Maar je moet de alawieten ook een perspectief bieden, anders gaat de burgeroorlog gewoon door.’

Hoe langer het conflict duurt, des te groter de kans is dat meer landen erbij betrokken raken. ‘Syrië schuift af naar een oorlog zonder einde tussen een autocratisch, sektair regime en een nog meer autocratisch en sektaire jihadi groepering die het potentieel heeft om ook voorbij Syrië en Irak het Midden-Oosten te destabiliseren’, waarschuwde de International Crisis Group in september 2014. Met Syrische vluchtelingen in buurlanden Libanon, Turkije, Irak en Jordanië, en complexe agenda’s en belangen van grote regionale spelers als Saoedi-Arabië, Turkije en Iran, nam het Syrië-conflict in 2014 als een tikkende tijdbom inderdaad steeds meer regionale dimensies aan.

‘Een bijkomende dimensie is het risico van IS-geweld geïmporteerd in Europa’, zegt Criekemans. Inmiddels zijn ruim 150 Belgen in Syrië ter plekke, een veertigtal is gesneuveld en zo’n negentig zijn teruggekeerd. Acht daarvan zaten in 2014 in Antwerpen op het beklaagdenbankje van het monsterproces tegen Sharia4Belgium. België bleef evenmin gespaard van geweld. Bij een aanslag op het Joods museum in Brussel vielen op 24 mei 2014 vier doden. De vermoedelijke dader, een Fransman, had in 2013 nog in Syrië meegevochten.

5. Afghanistan-Pakistan

Eind 2014 kwam een einde aan de ISAF-missie van de NAVO in Afghanistan, die dertien jaar heeft geduurd. ‘Officieel beëindigen de VS hun gevechtsmissie, al blijven er nog ruim tienduizend Amerikaanse troepen in Afghanistan gestationeerd, op basis van een bilateraal veiligheidsakkoord’, zegt Criekemans. ‘Het gaat om adviseurs die de 350.000 Afghaanse strijdmachten – de Afghan National Security Forces – verder opleiden.’

US Marines (CC BY-NC 2.0)

‘Officieel beëindigen de VS hun gevechtsmissie, al blijven er nog ruim tienduizend Amerikaanse troepen in Afghanistan gestationeerd, op basis van een bilateraal veiligheidsakkoord.’

‘Opnieuw blijkt dat je met militaire macht alleen landen niet stabiliseert.’

Daartegenover staan meer dan 800 gewapende groepen die samen de Afghaanse opstand uitmaken. Een deel ervan zijn de afgelopen jaren nooit zo actief geweest als in 2014. Zelfs in de winter bleven de aanslagen aanhouden. Waarnemers vermoeden dat de rebellen hun militaire posities proberen te versterken om zo later hun onderhandelingspositie kracht bij te kunnen zetten. Gevolg was dat het dagelijkse leven in Afghanistan getekend bleef door geweld.

Met veel verwachting kijkt de internationale gemeenschap uit naar het presidentschap van Ashraf Ghani, een voormalige technocraat van de Wereldbank. De uitslag van de Afghaanse presidentsverkiezingen van september 2014 liet maanden op zich wachten. Positief was alvast dat er geen politieke implosie volgde op de stembusganag. Sinds het aantreden van Ghani zijn de relaties tussen Afghanistan en Pakistan alvast verbeterd.

Pakistan kampte in 2014 met verschillende soorten extremistische groeperingen: sommige sektarisch, andere gericht op Kasjmir en India, nog andere verbonden met de Pakistaanse Taliban. In juni 2014 begon het Pakistaanse leger – na mislukte onderhandelingen – een militaire operatie tegen Noord-Waziristan, een van de tribale gebieden op de grens met Afghanistan waar onder meer Al Qaeda onderdak had gevonden. Noord-Waziristan, tevens de uitvalsbasis van de Pakistaanse Taliban, werd voor het zevende jaar op rij ook bestookt door moordende raids van Amerikaanse drones. Die drone-bombardementen creëerden voor de Pakistaanse Taliban in hun thuisbasis een stevige publieke steun.

De aanslag op een middelbare school in Peshawar midden december 2014, waarbij de Pakistaanse Taliban meer dan 140 slachtoffers ombrachten, was een extreem voorbeeld van het binnenlands geweld in Pakistan door groepen die oorspronkelijk door de Pakistaanse staat gesteund of gefaciliteerd werden. De huidige bevelhebber van het Pakistaanse leger, generaal Raheel Sharif, ziet volgens The Economist jihadisme echter als ‘s lands grootste bedreiging.

‘Ik denk dat de Pakistaanse Taliban niet alleen een militaire maar ook een politieke factor zijn waarmee je rekening moet houden’, zegt David Criekemans. ‘De grens tussen Afghanistan en Pakistan is vrijwel onbestaande. De vrees is dat de Taliban een soort van IS-scenario zullen ontplooien in de regio. De vraag is of een soort politieke dialoog met de Taliban kan opgestart worden om tot enige stabiliteit te komen.’

‘Wat Afghanistan betreft, lijkt in onze geesten een tijdperk te zijn afgesloten. ‘Nu moeten ze het zelf oplossen.’ Vraag is of het gaat lukken. Persoonlijk vind ik dat we meer moeten denken in termen van een economisch ontwikkelingsplan. Telkens opnieuw blijkt dat je met militaire macht alleen landen niet stabiliseert. In Afghanistan heeft men ook een politionele en justitiële capaciteit proberen opbouwen. Het land heeft echter ook een economisch perspectief nodig. Landen kunnen immers snel terug afglijden. Het probleem is echter dat er bij onze publieke opinie weinig draagvlak bestaat om er nog eens naar toe te gaan. Dat is een aandachtspunt voor 2015, dat amper in het internationale debat aan de orde komt.’

‘Je kan paralllen trekken met de Amerikanen die in de jaren tachtig in Afghanistan rebellen gesteund hebben. Nadien wilde men dat ook economisch doen, maar daar was toen geen draagvlak meer voor in het Amerikaanse Congress. Gevolg was dat Afghanistan terug afgleed. Nu is er opnieuw een kans – er is enige stabiliteit – maar als zo’n land geen perspectief heeft op ontwikkeling, kan het snel weer afglijden.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur