‘Basta! Economische belangen zijn genoeg boven onze levens, lichamen en land geplaatst’

Analyse

Ecofeminisme in de praktijk in Latijns-Amerika

‘Basta! Economische belangen zijn genoeg boven onze levens, lichamen en land geplaatst’

‘Basta! Economische belangen zijn genoeg boven onze levens, lichamen en land geplaatst’
‘Basta! Economische belangen zijn genoeg boven onze levens, lichamen en land geplaatst’

Over heel Latijns-Amerika nemen vrouwen een rol op als voorvechtster voor ecologische en sociale rechtvaardigheid. ‘Als we de verschillende sociale gevechten niet samen aangaan, zal het heel moeilijk zijn het onrecht in de wereld te bestrijden.’

Mural van de Ecuadoraanse artieste Gabriela Ayala in Cotacachi, Ecuador

© Gabriela Ayala

De verandering komt van onderuit en van een enorme diversiteit aan vrouwen en levensverhalen die ieder vanuit hun eigen ruimte en ervaringen bestaande machtsrelaties uitdagen. Dit uit zich in een waaier aan vormen en expressies van ecofeminisme in het continent.

Het ecofeminisme ziet overeenkomsten tussen de historische onderdrukking van de vrouw en de exploitatie van de natuur, tussen geweld op vrouwen en de vernietiging van de natuur, tussen de historische ondergeschiktheid van de vrouw en de overheersing van de mens over de natuur.

Het gaat om ongelijke machtsverhoudingen binnen een koloniaal, kapitalistisch en patriarchaal systeem. Deze machtsverhoudingen manifesteren zich ook tussen mannen en vrouwen onderling en tussen landen in het noorden en in het globale zuiden.

Nadat de Franse feministe Françoise D’Eaubonne in 1974 als eerste over ecofeminisme schreef, pasten vrouwen het idee wereldwijd aan de specifieke context van hun levens aan.

© Gabriela Ayala

Mural van de Ecuadoraanse artieste Gabriela Ayala in Quito, Ecuador

© Gabriela Ayala

Het ecofeminisme ontwikkelde zich verschillend in noord en zuid. Volgens academici en activisten in Latijns-Amerika ontstond het ecofeminisme in dat deel van de wereld niet in de academische wereld, maar op straat, in de sociale strijd die zo eigen is aan het continent. Net zoals de overige vormen van feminisme in Latijns-Amerika uit de sociale bewegingen groeiden.

Vrouwen op het platteland, inheemse en Afro-Latijns-Amerikaanse vrouwen staan in de frontlinie.

Vooral vrouwen op het platteland, inheemse en Afro-Latijns-Amerikaanse vrouwen staan in de frontlinie in het verdedigen van hun land. Maar het ecofeminisme maakt ook deel uit van het activisme van stedelijke vrouwen, die de strijd van vrouwelijke landverdedigers en milieuactivisten tegen ontginningspraktijken op hun grond ondersteunen.

Ecofeministen in de steden gaan zo, op hun manier, op zoek naar nieuwe voorstellen om het verlies van de natuurlijke omgeving in hun land en de klimaatcrisis tegen te gaan, hand in hand met de strijdpunten van het feminisme op het continent.

De pijn van Latijns-Amerika

Het ecofeminisme in Latijns-Amerika is verbonden met een geschiedenis van ontginningsgeweld en de export van grondstoffen, waar de economieën van de Latijns-Amerikaanse landen sinds de kolonisatie op gebaseerd en afhankelijk van zijn.

‘Ecuador is een volgende fase binnengestapt van grootschalige mijnbouw.’

Onderzoekers waarschuwen dat de onophoudelijke zoektocht naar grondstoffen op het continent intensiever wordt en dat de landbouw- en natuurgrens steeds verder opschuift. Er wordt dieper in het Amazonewoud op zoek gegaan naar petroleum, mijnbouw wordt megamijnbouw, dammen megadammen, de monocultuur voor de export neemt steeds grotere proporties aan, en hydro-elektrische projecten en ontginningsconcessies verspreiden zich over heel het Latijns-Amerikaanse continent.

Antonella Calle Aviles is een jonge ecofeministe uit Ecuador. Ze maakt deel uit van het collectief Yasunidos dat zich sinds 2013 organiseert tegen ontginning van de grootste oliereserves van het land in het Yasuní-reservaat in de Amazone.

Calle vertelt dat Ecuador traditioneel een land van petroleumontginning is. ‘Maar de laatste jaren observeren we dat er veel concessies aan mijnbouwprojecten worden toegekend. En dit terwijl er nog steeds nieuwe petroleumconcessies bijkomen. Ecuador is aan een volgende fase, die van grootschalige mijnbouw, begonnen. We moeten ons hierop voorbereiden’, aldus Calle.

Het gewapend conflict in Colombia is verbonden met landbezit en bedrijven binnen de agro-, mijnbouw- en petroleum-industrie.

De ecofeminismes in het continent opereren in uiteenlopende nationale contexten. In Colombia vierde het vredesakkoord eind november zijn vierde verjaardag in mineur, te midden van een algemene heropleving van het geweld.

De Colombiaanse Gabriela Franco Prieto begon in juni dit jaar een Instagramaccount over ecofeminisme: La Totuma. Na zes maanden telt ze bijna negenduizend volgers en toont zo het belang van ecofeminisme voor het continent. Franco werkt voor de milieuorganisatie Pacto por el Clima en maakt deel uit van Fridays For Future Bogotá.

La Totuma heeft het over ‘ecofeminisme, klimaatrechtvaardigheid, vrede en vrouwen als politieke handlangers van de aarde.’ Het gewapend conflict in Colombia is onlosmakelijk verbonden met landbezit en bedrijven binnen de infrastructuur en agro-, mijnbouw- en petroleum-industrie. Het vredesproces maakt deel uit van een ecofeministische lezing van het land.

En hoewel de context verschilt, de ontginningspijn is een gedeeld leed. Calle: ‘Het is de realiteit van heel Latijns-Amerika en andere landen in het globale zuiden. Verschillende types van ontginning doorboren onze landen.’

© Gabriela Ayala

Mural van de Ecuadoraanse artieste Gabriela Ayala in Isabela, Galapagos Ecuador

© Gabriela Ayala

Activiste zijn in Latijns-Amerika

Calle legt uit dat ze vanuit deze realiteit, in het zuiden en als feministe, haar weg vond naar het ecologisch activisme. ‘Wanneer de overheid olie wil ontginnen in het Yasunipark, een van de meest biodiverse plaatsen op aarde, dan sta ik recht en kom ik op voor het leven dat constant bedreigd wordt.’De jonge ecofeministe plaatst haar activisme in de context van leven in een land waar voor de opeenvolgende overheden de economische belangen belangrijker zijn dan het leven van de volken die er wonen.

De ontginning van grondstoffen heeft een grote ecologische en sociale impact op lokale gemeenschappen. Mensenrechtenschendingen zijn de regel. Activisten benadrukken dat verantwoord grondstoffen ontginnen een oxymoron is.

Vrouwen en kinderen in armoede zijn de grootste slachtoffers van de degradatie van hun natuurlijke omgeving en ondervinden als eersten de gevolgen van de klimaatopwarming. Dit gaat van het verlies van bronnen van levensonderhoud en gezondheidsproblemen tot een stijging in alcoholisme en fysiek en seksueel geweld op vrouwen in de gemeenschappen in de omgeving van grote ontginnings- en energieprojecten.

‘Terwijl vrouwen de ruggengraat van de klimaatbeweging zijn, zijn ze het minst beschermd tegen staatsgeweld en hindernissen binnen en buiten hun gemeenschappen.’

Maar klimaatactivisme in Latijns-Amerika heeft heel andere implicaties dan in het westen. Wie vandaag op het continent opkomt voor het behoud van de natuurlijke omgeving riskeert criminalisering, vervolgd te worden, haatcampagnes en haar of zijn leven. In 2019 vond twee derde van de moorden op milieuactivisten en landverdedigers plaats in Latijns-Amerika (212, een recordaantal), met Colombia op kop. Sinds Global Witness in 2012 deze data publiceert is Latijns-Amerika keer op keer het gevaarlijkste continent voor klimaatactivisten.

Franco verwoordt het als volgt: ‘Vrouwen van de verschillende inheemse volken op het continent hebben zich altijd gemobiliseerd om hun land en lichamen te verdedigen tegen uitbuiting en geweld. Terwijl zij de ruggengraat van de klimaatbeweging zijn, zijn ze het minst beschermd tegen staatsgeweld en hindernissen binnen en buiten hun gemeenschappen.’

Meer dan een op tien vermoorde klimaatactivisten in 2019 waren vrouwen. Volgens de ngo Global Witness is seksueel geweld een onderbelichte tactiek om vrouwen het zwijgen op te leggen.

Latijns-Amerika komt ook veelvoudig terug in VN-documenten als het over geweld op vrouwen gaat. In 2017 noemde de vertegenwoordigster van de gendermissie van het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP in Latijn-Amerika, Eugenia Piza-Lopez, het continent de gewelddadigste regio in de wereld voor vrouwen buiten conflictgebieden.

Deze vormen van historisch geweld komen samen in de kwetsbaarheid van vrouwelijke landverdedigsters en klimaatvoorvechters.

© Gabriela Ayala

Mural van de Ecuadoraanse artieste Gabriela Ayala in Ibarra, Ecuador

© Gabriela Ayala

Het leven centraal plaatsen

Maar het ecofeminisme plaatst het leven in het centrum. Calle beschrijft dit als volgt: ‘Het leven in het centrum plaatsen is zeggen dat het genoeg is geweest. Basta! Economische belangen van de grote bedrijven zijn genoeg boven onze levens, lichamen en land geplaatst.’

‘Het leven centraal plaatsen in een land waar de macht van het geld heerst, is revolutionair.’

Het ecofeminisme breidt de individualistische visie van de moderniteit over zorg uit naar een onderlinge samenhang tussen de mens en de natuur: ‘Het leven als essentie beschouwen is zorg in het centrum plaatsen, niet enkel zorg voor de mens, maar ook voor de dieren, rivieren, bomen, zij die de aarde bewonen.’

En dit is revolutionair, ‘want,’ zegt Calle, ‘ze hebben ons altijd gezegd dat de economie boven alles staat. Het maakt niet uit wat de gevolgen daarvan zijn. Wij zeggen: “Het leven van vrouwen die uitgebuit worden doet er toe, het leven van vrouwen en volken die van hun grond gejaagd worden door grote bedrijven doet er toe. Het leven van kinderen en ouderen die uitgebuit worden of genegeerd omdat ze geen handenarbeid en nut bieden voor het kapitalistisch systeem doet ertoe.”’

Ook in Colombia is na meer dan vijftig jaar gewapend conflict en aanhoudend geweld het leven centraal plaatsen een opstandige actie, vertelt Franco: ‘Jarenlang stond in Colombia het leven langs de zijkant. Ook dit jaar waren er meer dan zestig massamoorden. We zijn het land met het hoogste aantal vermoorde landverdedigers in de wereld. Het leven centraal plaatsen in een land waar de macht van het geld heerst, is revolutionair.’

Allianties

‘De strijdpunten van het feminisme en de klimaatbeweging lopen door elkaar. Wij kunnen niet anders dan deel uitmaken van het verzet tegen deze historische schuld.’

In een continent dat in de tweede helft van de vorige eeuw aan een hoog tempo verstedelijkte, bevindt het actieterrein van vele ecofeministen zich in de steden. Vanuit de periferie of vanuit een meer geprivilegieerde plaats leveren ze hun strijd die onvermijdelijk verweven is met die van inheemse vrouwen, gemeenschapsfeministen en landverdedigsters.

‘Vele vrouwen in dit land – landbouwsters, inheemse vrouwen, Afro-Colombiaanse vrouwen, slachtoffers van het gewapend conflict, moeders aan het hoofd van een familie, vrouwen die ontheemd zijn – verdedigen het leven. In een land dat gebukt gaat onder machismo en ontginningsgeweld lopen de strijdpunten van het feminisme en de klimaatbeweging door elkaar. Wij kunnen niet anders dan deel uitmaken van het verzet tegen deze historische schuld’, vindt Franco.

De Ecuadoraanse ecofeministe Calle vertelt: ‘Wij organiseren ons met vrouwen afkomstig uit uiteenlopende contexten. Ik als ecologiste, feministe en anti-speciësiste (het anti-speciësisme verzet zich tegen de discriminatie van wezens op basis van hun soort, voornamelijk van dieren door de mens, nvdr.) uit de stad heb andere privileges dan een compañera die in het territorium woont. Maar het mooie van de natuur verdedigen met vrouwen met diverse achtergronden is dat het ons samenbrengt.’

‘Toch moeten we er voor opletten niet alle vrouwen samen binnen eenzelfde strijd te willen plaatsen’, vindt Calle, ‘want zo nemen we ook de verschillen weg.’ ‘In Ecuador zien we bijvoorbeeld hoe vrouwen die deel uitmaken van de mijnbouwsector andere vrouwen vertellen dat de mijnbouw hen werk zal brengen, en zo onafhankelijkheid en een eigen stem. Er zijn ook vrouwen die andere vrouwen en mannen uitbuiten.’

Feminisme in de klimaatbeweging

De klimaatbeweging heeft het feminisme nodig en andersom. Calle vertelt over haar eigen ervaring met gendergeweld binnen de klimaatbeweging en concretiseert zo de noodzaak om deze twee bewegingen samen te brengen.

‘De acties tegen de verschillende vormen van onderdrukking moeten samengaan’, vertelt de ecofeministe. ‘Als we de verschillende sociale strijdpunten niet samen aangaan zal het heel moeilijk zijn het onrecht in de wereld te bevechten. Hoewel het onrecht een ander gezicht heeft en zich op een ander manier uit, is het patriarchaal kapitalistisch systeem van onderdrukking hetzelfde.’

‘Ik beleefde het’, vervolgt Calle. ‘Ik ben seksueel aangerand door een medestrijder binnen een organisatie die de rechten van de natuur verdedigt. Je zou denken dat dit zich daar niet voordoet. Ik heb hem publiekelijk aangegeven, niet gerechtelijk. Hij heeft mij wel aangeklaagd via de legale weg, omdat ik zijn imago had aangetast en zou hebben gelogen.’

‘Het was een heel pijnlijk maar belangrijk debat. Landvoorvechters en zij die de natuur verdedigen, klagen bedrijven die hun land schade toebrengen publiekelijk aan. Deze bedrijven en de staat criminaliseren de activisten, ze vervolgen hen en sluiten hen op. Mijn aanrander heeft zo vele jaren tegen de criminalisering van klimaatvoorvechters gevochten, maar toen hij mij misbruikte had hij er geen probleem mee mij voor de rechtbank te brengen en een gevangenisstraf te eisen. Zo herhaalde hij zelf de logica van ontginningsbedrijven.’

‘Het is een grote fout geweest binnen de sociale bewegingen om gendergeweld niet te benoemen.’

‘Ik ben hier uitgekomen en heb de rechtszaak gewonnen, maar ik voelde mij heel erg bedreigd. Ik zag met veel pijn hoe personen die zich ecologisten noemen het geweld dat mij was aangedaan, minimaliseerden en zeiden: “Maar waarom moeten we het thema van seksueel geweld aangaan? Wij zijn ecologisten.”.’

‘Er moet nog veel gebeuren binnen een beweging waar het minder erg is dat een vrouw fysiek wordt aangevallen dan wanneer een petroleummaatschappij land inneemt. Het gaat in beide gevallen om geweld dat pijn veroorzaakt en de levens van vrouwen en volken verwoest.’

‘Het is een grote fout geweest binnen de sociale bewegingen dit ander geweld niet te benoemen’, vindt Calle. ‘We hebben nog een lange weg te gaan, maar wij als feministen en ecologisten schuiven dit nu naar voor: Er kan geen ecologisme zijn zonder feminisme en tegelijkertijd zal er geen feminisme zijn zonder ecologisme, want beide bewegingen zijn verweven.’

© Gabriela Ayala

Mural van de Ecuadoraanse artieste Gabriela Ayala in Ibarra, Ecuador

© Gabriela Ayala

Lichaam-territorium

Het gemeenschapsfeminisme en ecofeminisme in Latijns-Amerika benoemen dit tweevoudig geweld dat inheemse vrouwen en landverdedigsters ondervinden: Enerzijds het geweld van mannen en ook strijdmakkers op hun lichamen, en anderzijds het ontginningsgeweld dat plaatsgrijpt op het land van inheemse en andere gemeenschappen. De Guatemalteekse Maya-Xinka gemeenschapsfeministe Lorena Cabnal heeft het hier over het heroveren en verdedigen van het lichaam-territorium en land-territorium.

‘Hoe kunnen we weerstand bieden als we niet voor ons levenscentrum, ons lichaam-territorium, zorgen?’

Calle verwoordt dit vanuit haar activisme als volgt: ‘Het verzet begint in onze lichamen, het eerste territorium dat bedreigd wordt is ons lichaam. Het eerste dat het patriarchale systeem wil, is ons binnen de marktlogica plaatsen, uitbuiten, misbruiken, onze lichamen betwisten. Tegelijkertijd dreigt de ontginning van de natuurlijke rijkdommen ons zonder schoon water en land om van te leven achter te laten.

‘En dit is moeilijk om duidelijk te maken’, vervolgt ze, ‘want zelfs binnen onze bewegingen wordt de zorg voor ons lichaam-territorium als onbelangrijk gezien. Hoe kunnen we weerstand bieden als we niet voor ons levenscentrum, ons lichaam-territorium, zorgen?

Deze blik op het feminisme en ecologisme is belangrijk. Hier ontmoeten deze twee bewegingen elkaar en vertellen ze ons dat de eerste plaats van verzet ons lichaam-territorium is dat historisch misbruikt is geweest.’

Collectief verzet

Nemonte Nenquimo van het Waorani volk in de Ecuadoraanse Amazone, en winnares van de 2020 Goldman Prize voor Zuid-Amerika, roept in een interview in BBC Mundo op tot collectief verzet: ‘Verwacht niet dat alleen de inheemse volken de Amazone verdedigen. Als we allemaal samenkomen, kunnen we de toekomst van onze generaties veranderen.’

‘Er zit verzet in de straatacties waar we dansen en zingen te midden van zo veel geweld en oorlog, maar het zit ook in de stilte. Wanneer ik alleen ben, toon ik verzet in kleine acties die ik van mijn oma heb geërfd, zoals de zaadjes van de guave vrucht bijhouden om opnieuw te planten’, vertelt Franco.

Calle: ‘Ons verzet binnen Yasunidos uit zich op verschillende manieren: juridisch-legaal, er zijn veel straatacties geweest, acties die vreedzaam waren en creatief, feestelijk, met muziek, vanuit de vreugde van het leven te verdedigen. Maar we zijn ook genoodzaakt geweest instituties van de staat in te nemen tot de overheid ons wou ontvangen.’

‘In iedere actie, iedere ontmoeting die we met het collectief of met vrouwen van andere organisaties hebben, draait het om samenkomen, samen denken, dromen en vertellen waarom we opkomen tegen onrecht’, vertelt de Ecuadoraanse ecofeministe.’

‘Hierin zit voor mij hoop’, besluit Calle, ‘in andere mensen, in de dieren, in de natuur. Naar de Amazone gaan en de rivieren zien, het woud, andere compañeras zien strijden, daarin vind ik hoop.’

Dit artikel kwam tot stand in het kader van MO*onderzoekt.