Al een halve eeuw hernieuwbare energie in Centraal-Amerika

De klimaatverandering is hot. 2016 werd een recordjaar, het warmste ooit. Nochtans investeerde men het jaar voordien wereldwijd 286 miljard dollar in hernieuwbare energie. Ook in Centraal-Amerika is deze verandering voelbaar. MO* onderzocht de uitdagingen voor een regio die al een halve eeuw groen gaat.

Klimaatconferenties mobiliseren landen wereldwijd om klimaatdoelen en -plannen op te stellen. Westerse landen worden er steeds weer met de neus op de omvang van hun uitstoot gedrukt.

Intussen verschuift het zwaartepunt van investeringen in groene energie naar landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika.

© Fien Van den Steen

Koolstofneutraal, ook zonder Parijs

Zelfs zonder deelname aan het Parijsakkoord, in het geval van Nicaragua, zoeken landen hun weg naar hernieuwbare energie. Sommige landen gaan ver, Costa Rica bijvoorbeeld streeft niets minder dan koolstofneutraliteit na.

Het uiteindelijke globale doel is de klimaatverandering binnen de perken houden. Eerste werkpunt is de energiesector, die verantwoordelijk zou zijn voor twee derde van de wereldwijde broeikasgasuitstoot.

Honduras was tot voor de jaren 1970 bijvoorbeeld al een koolstofneutraal land wat energieproductie betreft.

Een koolstofneutrale energiesector is niet nieuw voor Centraal-Amerika. Al een halve eeuw verkent de regio de mogelijkheden van hernieuwbare energie. Honduras was tot voor de jaren 1970 bijvoorbeeld al een koolstofneutraal land wat energieproductie betreft.

Doorheen de geschiedenis van de regio treden verschillende motieven en dito voordelen van hernieuwbare energie naar voor.

Om te beginnen streven Latijns-Amerikaanse landen de vermindering van de klimaatsverandering na. Daarnaast hechtten ze belang aan hun petroleumonafhankelijkheid, voorts willen ze zowel energiezekerheid en energietoegankelijkheid verzekeren.

Het antwoord op deze problemen vond de regio in hernieuwbare energie, lang voor de westerse landen dit pad overwogen.

Kracht van klimaatverandering

Vandaag draait de transitie rond inperken van de klimaatsverandering, meer hernieuwbare energie betekent minder uitstoot van broeikasgassen.

Centraal-Amerika beschikt over voldoende natuurlijke rijkdommen om de regio in volledig van haar energievraag te voorzien, door hernieuwbare energie. Gestimuleerd door internationale tendensen groeit de realisatie van dit potentieel.

Dalende technologieprijzen zorgen ervoor dat deze energiebronnen competitief worden met thermische centrales. Tussen 2009 en 2014 daalden de kostprijs voor zonne-energie met 80 procent en voor windenergie met 60 procent.

Dalende technologieprijzen zorgen ervoor dat hernieuwbare energie competitief is. Tussen 2009 en 2014 daalde de kostprijs voor zonne-energie met 80 procent.

Klimaatconferenties creëerden plannen, fondsen en programma’s die focussen op het delen van kennis en middelen, vooral voor landen waar de klimaatverandering het hardst toeslaat.

Fondsen zoals het Climate Investment Fund, het Green Fund en programma’s zoals SE4ALL (Sustainable Energy For All) moeten deze doelen voor iedereen mogelijk maken.

De globale urgentie stimuleert internationale organisaties zoals ontwikkelingsbanken om hun focus te verleggen. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) -waarvan onder andere België een partnerland is- besloot als belangrijkste investeerder in de regio haar focus te verleggen naar duurzaamheid.

Tegen 2020 wil deze 25 procent van haar leningen toekennen aan milieuvriendelijke initiatieven, zoals hernieuwbare energie, tegenover 14 procent in 2015.

Toch zijn deze internationale tendensen en de gunstige geografische positie niet het beginpunt van de energietransitie van de regio.

Aarde, water en wet

Centraal-Amerika heeft al een halve eeuw ervaring in hernieuwbare energie tot zelfs een eeuw als het over Costa Rica gaat. Het oorspronkelijke doel was energieproductie zonder meer.

Verre van klimatologische of andere bekommernissen. Grootschalige hydro-elektrische centrales produceerden in de jaren 1980 tot driekwart van de gevraagde energie.

Deze ontwikkelden zich naast beginnende interesse in geothermische energie. Costa Rica implementeerde voor het eerst een wet rond geothermische energie in 1976, Nicaragua in 1977.

‘Toch moet je begrijpen dat men de grote vraag naar energie met grote projecten moet beantwoorden, kleine projecten kunnen geen toereikend antwoord bieden.’

De complexiteit van deze projecten zorgde de laatste jaren voor een daling van het aandeel hydro-elektrische energie in Latijns-Amerika. Ze daalde tot net geen 50 procent in 2009.

Vraagstukken over de impact van het project, zoals onteigeningen, watergebruik, landbouw en landrechten, krijgen meer aandacht door een groeiend bewustzijn.

Hierdoor wordt de onbelemmerde implementatie van dergelijke projecten bemoeilijkt.

Ook vandaag staan grootschalige hydro-elektrische centrales ter discussie. ‘Toch moet je begrijpen dat men de grote vraag hier met grote projecten moet beantwoorden,’ legt J. Blanco energiespecialist bij BUN-CA uit. ‘Kleine projecten kunnen geen toereikend antwoord bieden.’

‘De vraag die men wel moet stellen is met welke technologieën? Bij voorkeur met hernieuwbare energie. Daarbij moet ontwikkelingspolitiek zich afvragen hoe ze de impact zo klein mogelijk houden en hoe ze deze zullen compenseren.’

Intrede van petroleum en hervorming van de markt

De dominantie van hydro-elektrische energie werd doorbroken in de jaren 1990. De energiecrisis leidde tot de snelle implementatie van thermische centrales tegenover het langzame constructieproces van hernieuwbare energie. Tegelijkertijd werd de energiemarkt hervormd om de crisis het hoofd te bieden.

De waterkrachtcentrales in Honduras konden de energievraag niet bijhouden, zodat het land in crisis belandde. ‘Met stroompannes tot wel 14 uur per dag,’ verduidelijkt K. Rodriguez directeur van Honduras’ Associatie voor Kleine Energieproducenten (AHPEE) de ernst. Hierdoor zag het land zich verplicht het staatsmonopolie open te breken voor privé-investeerders. De wet rond geothermische energie werd nooit geïmplementeerd.

‘In Guatemala daarentegen werd de wet wel hervormd en geïmplementeerd in 1997 met als resultaat dat Guatemala vandaag de meest betrouwbare en geëvolueerde elektriciteitssector in de regio heeft, met nauwelijks stroomonderbrekingen, lagere prijzen en hogere efficiëntie’, aldus Rodriguez.

© Fien Van den Steen

SIEPAC, say what?
‘SIEPAC gaat over het kopen en verkopen van energie,’ zegt S. Cordoba, directrice van de associatie Renovables in Nicaragua.

Door de oprichting van een Regionale Energiemarkt (MER) kunnen Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama energie onderling kopen en verkopen. De energie wordt getransporteerd over SIEPAC dat in de jaren 1990 geconstrueerd werd.

In 2015 registreerde de MER er voor 3515 GWh regionale transacties, dit is een toename van 3,8 procent tegenover 2014. Bijna de helft van de transacties werden door Guatemala gemaakt -48 procent, gevolgd door El Salvador -29 procent en Costa Rica -13 procent. Honduras en Panama zijn ieder verantwoordelijk voor 4 procent transacties en Nicaragua voor 2 procent.

Eigen energiemarkt eerst

Naast het bouwen van thermische centrales leidde de impact van de regionale crisis tot regionale samenwerking in de vorm van een regionale energiemarkt oftewel het Centraal Amerikaans elektrisch interconnectie systeem (SIEPAC). De IDB leende de helft van de totaal vereiste 500 miljoen dollar.

Dankzij SIEPAC is er een verbetering van nationale transmissiesystemen, vermindering van verlies door transmissie en daling van energiekosten. Bovendien zou SIEPAC een jaarlijkse emissie van 1000 ton CO2 vermijden, volgens de IDB. Bovendien heeft het systeem haar nut reeds bewezen in tijden van klimaatsverandering.

Droogtes ondermijnden de hydro-elektrische capaciteit in Guatemala en El Salvador waarop Guatemala minder energie exporteerde en El Salvador meer energie moest importeren. ‘Door het SIEPAC systeem kunnen deze tekorten een tijdje verholpen worden,’ zegt Cordoba.

Toch duiden kritische stemmen op het gevaar van overproductie, die louter voor export bestemd is en waarbij de lokale bevolking gepasseerd wordt.

Tegelijk is er een te beperkte afzetmarkt, omdat het consumptiepatroon in de verschillende landen te gelijkend is.

Ter versterking van de regionale energiebelangen en het algemene milieubelang werd in 2007 de regionale Duurzame Energiestrategie 2020 geïmplementeerd.

‘Een regionale strategie die de SICA-landen (de SIEPAC-landen samen met Dominicaanse Republiek en Belize) opstelden met betrekking tot duurzame energie. Het zijn richtlijnen die de landen afzonderlijk kunnen invullen,’ zegt Mejia, ‘een vrijblijvend instrument, verre van een verplichting.’

Na petroleumonafhankelijkheid de crisis

Energie-uitwisseling en thermische centrales konden de crisis in toom houden totdat de petroleumprijzen begonnen te stijgen en een nieuwe crisis zich aandiende.

Voor petroleum is de regio bijna volledig afhankelijk van import, wat de landen kwetsbaar maakt voor prijsschommelingen op de internationale markt.

De nood aan onafhankelijkheid van petroleum dreef de regio terug naar hernieuwbare energie.

Dit resulteerde in de crisis in 2007, stijgende olieprijzen maakten de brandstof onbetaalbaar. ‘Niet alleen in de regio, maar in heel de wereld,’ zegt Mejia.

De nood aan onafhankelijkheid van petroleum dreef de regio terug naar hernieuwbare energie. Om deze energietransformatie wereldwijd te realiseren is er een reallocatie van kapitaal nodig.

De World Energy Outlook berekende dat de volgende jaren slechts 60 procent in plaats van 70 procent van het kapitaal in de energiesector naar fossiele brandstoffen zou mogen gaan.

Dalende petroleumprijzen zorgen de laatste jaren echter voor een stijgend gebruik van fossiele brandstoffen in de regio, zowel in de transportsector als in de elektriciteitssector.

Blijkbaar zijn bijkomende maatregelen nodig om het gebruik van fossiele brandstoffen minder aantrekkelijk te maken als de prijzen geen barrière vormen.

Waterpeil daalt, energienoden stijgen

Hoewel historisch gezien hydro-elektrische centrales de manier bij uitstek waren om de energievraag in de regio te beantwoorden, dringt zich vandaag de noodzaak tot diversificatie van de energiebronnen op, zowel door de impact van de centrales zelf als door de klimaatsverandering.

‘Hydro-installaties draaien de laatste jaren op hun laagste productieniveau ooit,’ zegt Cortes, directrice van het onderzoekscentrum naar hernieuwbare energie aan de Zamorano-universiteit in Honduras, ‘niet alleen hier in Honduras, maar in heel Centraal-Amerika.’

‘Hydro-installaties draaien de laatste jaren op hun laagste productieniveau ooit, niet alleen in Honduras, maar in heel Centraal-Amerika.’

Mejia acht bijkomende investeringen en een aangepast beleid noodzakelijk om de transitie verder te zetten. Des te meer omdat naast droogte ook intensieve landbouw een bedreiging vormt.

Grootschalige plantages van Afrikaanse palm bijvoorbeeld hypothekeren de omliggende waterbronnen. Vandaar de nood aan een degelijk beheer van de natuurlijke bronnen zodat de regio haar potentieel van 100 procent hernieuwbare energie kan realiseren.

Een snelle evolutie is nodig omdat ondertussen het energieverbruik stijgt. Bevolkingsgroei en toenemende urbanisatie en industrialisatie doen wereldwijd de energievraag stijgen, met 30 procent tegen 2040 volgens World Energy Outlook 2016. Een extra stijging wordt verwacht door de klimaatsverandering.

‘Er zullen bijvoorbeeld meer koelingssystemen zoals airconditioning gebruik worden, die dan weer de energievraag doen stijgen en dus de klimaatsverandering bespoedigen,’ stelt Cortes. Deze evolutie geldt overigens niet alleen voor Centraal-Amerika.

Geen toegang tot elektriciteit

Die stijgende vraag treft vooral mensen die al aangesloten zijn op een elektriciteitsnet. Daarnaast hebben wereldwijd nog steeds 1,2 miljard mensen geen toegang tot elektriciteit.

De rookontwikkeling door brandhout leidt jaarlijks tot 37.000 vroegtijdige overlijdens in de regio, waarvan voornamelijk vrouwen en kinderen.

2,7 miljard mensen zijn afhankelijk van brandhout in hun energievoorziening waaronder 20 miljoen Centraal-Amerikanen — net iets meer dan de helft van de bevolking.

Volgens de Wereldbank leidt de bijhorende rookontwikkeling jaarlijks tot 37.000 vroegtijdige overlijdens in de regio, waarvan voornamelijk vrouwen en kinderen.

Vandaar de verschillende nationale en internationale programma’s om toegang tot elektriciteit te verstrekken in plaatsen waar het net niet reikt. Zoals het SE4ALL-initiatief van de Verenigde Naties.

Dit beoogt universele toegang tot elektriciteit, een verdubbelde energie-efficiëntie en de verdubbeling van het aandeel hernieuwbare energie in de wereldwijde energiemix.

© Fien Van den Steen

Betere ovens

Toch zal dit het gebruik van brandhout niet perse veranderen, legt Blanco van BUN-CA uit.

‘Vooral in geïsoleerde gemeenschappen, waar er geen toegang is tot het net en waar er nooit toegang zal zijn tot het net. Omdat de kostprijs te hoog is en de vraag -door de hoge graad van armoede- te laag.

Zelfs als het energienet er komt, zullen de mensen altijd brandhout blijven gebruiken, om te verwarmen en te koken. Louter cultureel.’

En zelfs als het energienet er komt, zullen de mensen altijd brandhout blijven gebruiken, om te verwarmen en te koken. Louter cultureel.’

Vandaar de inzet van overheden en nationale en internationale organisaties om betere ovens in de gemeenschappen te installeren.

In deze zones bieden gedecentraliseerde en kleinschalige energieprojecten de ideale oplossing. Zonnepanelen kunnen een huis of een openbaar gebouw van energie voorzien net als kleinschalige waterinstallaties volstaan voor een gemeenschap.

Ook het gebruik van landbouwafval voorziet de boerderij van energie. Bovendien wordt de impact van dergelijke installaties kleiner geacht en het verlies in transport en transmissie lager. Een win-winsituatie.

Ieder land een eigen (tover)formule

Centraal-Amerika’s leiderspositie in hydro-elektrische en geothermische energie heeft zijn wortels in het verleden. Dankzij door de huidige mondiale ontwikkelingen, boomt de hernieuwbare energiesector meer dan ooit.

Maar nieuwe uitdagingen liggen op de loer in de vorm van toenemende droogte, elektrificatie van geïsoleerde gebieden en een stijgende energievraag. Nog meer dan ooit ziet de energiesector zich verplicht in te zetten op diversificatie.

De energiesector wil niet alleen fossiele brandstoffen de rug toekeren, maar hij wil de afhankelijkheid van waterkracht ook tegengaan.

De energiesector wil niet alleen fossiele brandstoffen de rug toekeren, maar hij wil de afhankelijkheid van waterkracht ook tegengaan.

De MER kan immers niet alle energietekorten opvangen.

Bijgevolg is de energiesector niet alleen genoodzaakt na te denken over de inperking van de klimaatsverandering, de sector moet ook een manier vinden om zich aan te passen aan de komende klimaatsverandering.

Hierin spelen beleidskeuzes een cruciale rol. Al concludeert het World Watch Institute na een studie naar hernieuwbare energie in Centraal-Amerika dat er geen toverformule is.

‘Het beste beleid is afhankelijk van ’s lands’ unieke combinatie van instituties, structuren in de energiemarkt, de middelen en de energievraag.’

Ieder land vindt zijn eigen authentieke benadering van de energietransitie, elk land zal dankzij -of net ondanks- die eigenheden zijn energiedoelen te realiseren. Zij het CO2-neutraliteit in Costa Rica of een maximum aan hernieuwbare energie in Nicaragua en in Honduras.

Nuttige data in vier grafieken

© Fien Van den Steen

Verwerking data CEPAL 2015; SIEPAC-landen (Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama)

© Fien Van den Steen

Verwerking data CEPAL 2015; SIEPAC-landen (Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama)

© Fien Van den Steen

Verwerking data CEPAL 2015; SIEPAC-landen (Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama)

© Fien Van den Steen

Verwerking data CEPAL 2015; SIEPAC-landen (Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama)

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift