Formule 1 moet onderdrukking in Bahrein doen vergeten

Formule 1 in Bahrein? Geen Grand Prix voor de mensenrechten

© Reuters / Hamad I Mohammed

De Bahreinse kroonprins Salman bin Hamad Al Khalifa zwaait naar het publiek tijdens de GP van Bahrein.

Je schendingen van de mensenrechten doen vergeten? Dat kan simpelweg met de duur betaalde uitlaat van een formule 1-wagen. De kleine Golfstaat Bahrein, die verre van uitblinkt in het respecteren van mensenrechten, weet er alles van.

‘Een circuit met vier rechte stukken voor topsnelheden, gekoppeld aan een paar spectaculaire en uitdagende bochten. Een dure toplaag met een hoog granietgehalte, geïmporteerd uit Engeland. En dat alles ingenesteld in een unieke woestijnomgeving.’

Het Bahrain International Circuit, ook bekend als het Sakhir-circuit, heeft geld gekost, zoals alle formule 1-circuits. Op dit circuit in de kleine Golfstaat Bahrein werd in 2004 de eerste formule 1-wedstrijd van het Midden-Oosten gereden. Sindsdien is Bahrein de jaarlijkse gastheer van de Bahrein Grand Prix en bekleedt het land een belangrijke plaats in het wereldwijde F1-seizoen.

Bahrein voor beginners:

  • Eiland in de Perzische Golf
  • Verbonden met Saoedi-Arabië via dijk van 7 dammen en 7 bruggen
  • Oppervlakte: 760 km2
  • Bevolkingsaantal: 1,5 miljoen (telling 2021)
  • Sinds 1971 onafhankelijk van Groot-Brittannië
  • Bestuurd door de soennitische Khalifa-familie
  • Staatshoofd: koning Hamad bin Isa al-Khalifa
  • Regering: constitutionele monarchie — de koning duidt de regering aan en kiest de premier van het land Economie: sterk afhankelijk van olie en gas

Bron: CIA World Factbook (2022)

Correctie: ‘bijna jaarlijkse’ gastheer, want in 2011 zag de Golfstaat de F1-boot aan zich voorbijgaan. De race werd toen om politieke redenen afgelast. De internationale autosportfederatie FIA gaf daarmee gevolg aan de oproep van topcoureurs Damon Hill en Mark Webber tot een boycot. Vooral Hill vond het niet kunnen om te racen in een staat die de mensenrechten van zijn burgers met de voeten treedt.

‘De FIA moet ook kijken naar de rol van Saoedi-Arabië en Bahrein in Jemen. Je kan geen twee verschillende manieren hanteren om slachtoffers van oorlogen te bejegenen.’
Sayed Ahmed Alwadaei, directeur Bahreins Instituut voor Rechten en Democratie

Hill en Webber verwezen naar het excessieve geweld waarmee de Bahreinse overheid dat jaar de vreedzame volksprotesten onderdrukte, en naar de talloze politieke gevangenen en de folterpraktijken die daarmee gepaard gingen. Door de grand prix dat jaar te annuleren nam de FIA een unieke politieke stellingname in. Maar het bleef bij een eenmalige actie.

Het jaar nadien, in 2012, riepen mensenrechtenactivisten op om de grand prix van Bahrein opnieuw te annuleren. Toen tijdens anti-F1-demonstraties een activist en een fotojournalist werden gedood, won de oproep alleen maar aan urgentie. Twee doden, alweer door ongeoorloofd geweld van de Bahreinse veiligheidsdiensten.

Toch gaf de FIA dit keer wel groen licht om de race in Bahrein gewoon te laten plaatsvinden. Ook de daaropvolgende jaarlijkse oproepen tot een boycot van de Bahrein Grand Prix, door mensenrechtenorganisaties en een enkele coureur, vielen bij de FIA in dovemansoren.

In 2021 zette de toenmalige formule 1-wereldkampioen Lewis Hamilton zijn handtekening onder een oproep om een onderzoek te bestellen over de mensenrechten in Bahrein. Die oproep kwam van organisaties voor de mensenrechten en van 61 Britse parlementsleden. Een vraag die werd weggewuifd door Stefano Domenicali, algemeen directeur van de Formula One Group. Die is verantwoordelijk voor de promotie en exploitatie van het FIA-formule 1-kampioenschap.

‘In tegenstelling tot regeringen en andere instanties zijn wij niet in de positie om zo’n onderzoek te beginnen’, reageerde hij op de brief van de parlementsleden. En dus vond ook in 2021 de F1-seizoensopener in Bahrein opnieuw plaats. Hamilton reed het Sakhir-circuit als eerste uit.

© Reuters / Kamran Jebreili (beeldbewerking Inge D’haen) +  © Reuters / Ahmed Jadallah

Het Sakhir-circuit in Bahrein (links) mocht geld kosten. In 2004 werd er de eerste formule 1-wedstrijd van het Midden-Oosten gereden. In 2011 en de daaropvolgende periode werden in datzelfde Bahrein vreedzame protesten met geweld neergeslagen (rechts). [deze twee foto's werden samengevoegd en bewerkt in Photoshop]

Dubbele standaarden

Ook 90 Europese Parlementsleden onderschreven hun bezorgdheid in een brief, voorafgaand aan het formule 1-seizoen van dit jaar. ‘We zijn bezorgd dat formule 1 en de FIA actief “sportswashing” faciliteren in de Golfstaten. FIA en F1 falen continu om de misstanden van deze regimes aan de kaak te stellen.’

De brief was gericht aan de directeur van de FIA, Mohammed ben Sulayem. De ondertekenaars waren scherp over de halfslachtige houding van de formule 1 tegenover racelanden Bahrein, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

‘Het Bahreinse regime gebruikte en gebruikt nog altijd extreem geweld om mensen de mond te snoeren.’

Ze hekelden ook de dubbele standaard die de FIA hanteert. Na de Russische invasie in Oekraïne gaf de FIA immers wel meteen te kennen niet langer te racen in Rusland. ‘Kijk naar Bahrein’, reageert ook Sayed Ahmed Alwadaei, directeur van het in Londen gevestigde Bahreinse Instituut voor Rechten en Democratie (BIRD).

‘Het neemt deel aan de Saoedische oorlogscoalitie in Jemen. Als de FIA een standpunt inneemt tegenover Rusland, is dat sterk. Maar ze moet ook kijken naar de rol die Saoedi-Arabië en Bahrein spelen in de vernietiging van Jemen en in geweldplegingen tegenover kinderen in Jemen. Je kan geen twee verschillende manieren hanteren om slachtoffers van oorlogen te bejegenen.’

Ik bel ook met Zaynab Al-Khawaja, die me in het najaar van 2011 langs concrete schendingen van de mensenrechten doorheen Bahrein gidste. Ze kijkt met ongeloof naar die dubbele houding van de wereld, merkt ze op.

‘Toen buitenlandse media en organisaties nog het land binnen mochten, trok ik vaak met journalisten of delegaties op. Maar ik had als activiste, met een vader die op een gruwelijke manier de cel in werd gestampt (zie kader, red.), vaak het gevoel dat ik degene was die het vuur had aangestoken. Ik was degene die zich moest verdedigen. Waren wij, de demonstranten, echt wel zo vredevol geweest? Hadden we echt geen stenen gegooid? Het waren vragen die steeds weerkeerden.’

‘Vreedzame demonstranten werden in maart 2011 letterlijk overhoopgereden door Saoedische tanks. Het Bahreinse regime gebruikte en gebruikt nog altijd extreem geweld om mensen de mond te snoeren. Toen wij ons verdedigden, werden onze acties onder de microscoop gelegd, met de vraag of we wel echt zo vreedzaam waren. Maar vandaag, sinds Oekraïne, begrijpt de hele wereld plots wat het betekent om jezelf, je familie, je dorp te verdedigen.’

‘Mijn vader heeft geen behoefte aan een ochtendkrant in zijn cel’

‘De situatie in Bahrein is vandaag erger dan in 2011’, zegt Zaynab Al-Khawaja aan de telefoon vanuit Denemarken. ‘Net omdat ze stagneert.’ De mensenrechtenactiviste noemt de Arabische Lente in 2011 een moment waarop burgers in zeldzame moed opstonden en doorgingen. ‘Ze wisten dat ze met hun publieke acties een zware prijs zouden betalen, maar dat was bijzaak. De hoofdzaak was op te staan tegen onrecht.’

De prijs die jonge Bahreini’s betaalden, was buitensporig wanneer het regime dat nodig achtte. ‘Ik heb vrienden die 17 waren toen ze achter tralies werden weggezet. Vandaag zijn ze 28. Beeld je in: meer dan een derde van je jonge leven achter tralies omdat je op straat bent gekomen voor je rechten. Omdat je machthebbers hebt tegengesproken.’

© Reuters / Stringer

Zaynab Al-Khawaja (foto: bij een arrestatie in 2012) voert al jaren actie voor de mensenrechten. Na haar laatste celstraf werd ze verbannen uit het land.

Zaynab zelf werd na haar laatste celstraf verbannen uit Bahrein. En ook haar vader, de bekende mensenrechtenactivist Abdulhadi Al-Khawaja, betaalde een enorme prijs. ‘Ik zag het gebeuren toen ze mijn vader in april 2011 arresteerden. Hij lag op de grond, ze sloegen hem, terwijl iemand zijn armen rond mijn vaders nek hield. Ik herinner me hoe hij steunde en zei dat hij niet kon ademen. Sinds dat moment heeft hij nooit meer vrij kunnen ademen.’

‘Mijn vader stierf bijna door de manier waarop hij gevangengenomen en gefolterd werd. Vandaag is het folteren gestopt, maar wordt hij op een andere manier aangepakt. Hij is een overlevende van folteringen, met een rugzak vol medische problemen: een oude wonde in zijn linkerschouder, zware rugpijn en problemen met zijn rechterkaak. Die kreeg 21 metalen plaatjes en schroeven, nadat ze hem gebroken hadden. Hij kan niet slapen op zijn rechterkant omwille van zijn kaak, niet op zijn linkerkant omwille van zijn schouder, en op zijn rug ook niet.’

Zaynabs vader verliest ook almaar meer zicht in één oog. ‘Een gevolg van een glaucoom, wat onomkeerbaar is en tot blindheid leidt als het niet behandeld wordt, kreeg hij te horen van de oogarts die hem in de gevangenis bezocht. Maar dan blijft het stil en weigert men hem nog een afspraak met een oogarts.’ Officieel doet Bahrein uitschijnen dat haar vader te onbetrouwbaar is om een arts te kunnen raadplegen, of dat hij weigert om naar de dokter te gaan.

De stilte over haar vader en andere politieke gevangenen in Bahrein is oorverdovend, zegt Zaynab. Als er al actie ondernomen wordt, is dat een cosmetische ingreep, zegt ze. Een kleine toegift die het comfort tijdens zijn celjaren moet verlichten. ‘Hij zit ten onrechte in die cel. Hij heeft geen behoefte aan een boek of een dagelijkse krant in de cel. Het is ook niet voldoende om die ene afspraak met een oogarts te regelen. Hij moet uit die cel.’

Hier vertelt Zaynab Al-Khawaja uitgebreid over haar activisme en haar vader.

Ombudsman niet onafhankelijk

Bahrein zelf noemt zich steevast een koploper inzake hervorming voor de mensenrechten in de regio. De F1-nieuwssite GPblog.com citeerde dit voorjaar nog een woordvoerder van de Bahreinse regering: ‘De suggestie dat Bahrein géén koploper is, komt niet overeen met de dagdagelijkse realiteit.’

Bahrein wijst er onder meer op dat het een onafhankelijk controle- en onderzoeksorgaan in het leven riep met de nieuwe Ombudsman voor mensenrechten. Maar die ombudsman is wel verbonden aan het Bahreinse ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat zegt niet alleen BIRD, maar ook mensenrechten-ngo Amnesty International.

In zijn jongste mondiale jaarrapport stelt Amnesty dat controlemechanismen in Bahrein niet onafhankelijk zijn van de regering. Dus ook de bewuste ombudsman niet. Bahrein beweert ook dat het via zogenaamde politiehervormingen inzet op het voorkomen van geweld door de veiligheidsdiensten.

BIRD-directeur Alwadaei weerlegt ook die bewering. ‘Lees hiervoor eens het laatste jaarrapport van Human Rights Watch. Zelf hebben we ook een aantal zaken gedocumenteerd. Daarin werden politieke gevangenen, recent nog, het slachtoffer van mishandeling, foltering en medische verwaarlozing.’

De Bahreinse gevangenissen tellen maar liefst 1400 politieke gevangenen op een totale gevangenisbevolking van 3200 à 3800.

Bahrein herhaalde ook dat het zijn strafrecht hervormd heeft en nu onder meer alternatieve straffen zoals huisarrest inzet. Maar die alternatieve strafmaatregelen worden à la tête du client gehanteerd, zegt BIRD daarover. Lees: als politieke gevangene kom je amper in aanmerking voor een huisarrest.

‘Als politieke gevangenen al een alternatieve straf krijgen, is dat wanneer ze bijna hun volledige straf hebben uitgezeten. Zo werd fotojournalist Ahmed Humaidan vrijgelaten met een alternatieve straf nadat hij negen jaar van zijn tien jaar in de cel had doorgebracht. Bekende mensenrechtenactivisten in de cel worden sowieso uitgesloten.’

Mensenrechten schenden anno 2022

Wie een blik werpt op rapporten van internationale organisaties voor de mensenrechten, leert dat Bahrein anno 2022 weinig is opgeschoven naar meer respect voor mensenrechten. Bahrein hangt achteraan in de mondiale index van de persvrijheid, op nummer 168 van de 180 landen. ‘Het regime treedt steevast hardhandig op tegen burgers die openlijk spreken over onrecht in Bahrein’, zegt BIRD-directeur Sayed Alwadaei.

Volgens de organisatie tellen de Bahreinse gevangenissen maar liefst 1400 politieke gevangenen op een totale gevangenisbevolking van 3200 tot 3800. ‘Gevolg: de oppositiebeweging bevindt zich intussen buiten Bahreins grondgebied. Maar ook acties in het buitenland zijn niet zonder gevaar. De overheid neemt immers represailles tegen familieleden van mensenrechtenactivisten. Dat overkwam ook familie van mij. Mijn schoonbroer, Sayed Nizar Alwadaei, zit sinds zijn achttiende in de cel, sinds 2017. Hij werd veroordeeld tot 11 jaar celstraf nadat hij, onder foltering, een aantal criminele feiten bekende. Maar forensisch bewijs had de Bahreinse openbaar aanklager niet voor die aanklachten.’

Sayed Alwadaei verwijst ook naar de onwettige uitlevering van de Bahreinse dissident Ahmed Jaafar Mohammed Ali. De activist werd in Bahrein op twijfelachtige manier tot levenslang veroordeeld voor het plegen van aanslagen. Die aanklacht valt veel Bahreini’s te beurt die door de staat als dissident worden beschouwd.

De man verbleef in Servië, maar begin januari leverde dat land hem uit aan Bahrein, op basis van een zogenaamde Interpol Red Notice of een internationale waarschuwing. Volgens de Britse krant The Guardian zijn er niet alleen vragen te stellen over de rol van de internationale politiedienst Interpol.

De krant wijst er ook op dat deze uitlevering de eerste zaak is onder het Interpol-voorzitterschap van de omstreden Emiratische Ahmed Naser Al-Raisi, generaal en topman van de veiligheidsdiensten. Die wordt beschuldigd van foltering en schending van mensenrechten.

© Reuters / Hamad I Mohammed

De Bahreinse kroonprins Salman bin Hamad Al Khalifa staat de pers te woord bij de Grand Prix dit voorjaar. Zijn land doet het bar slecht op het vlak van persvrijheid en mensenrechten.

Geld doet zwijgen

Hoe komt het dat het piepkleine Bahrein wegkomt met dit alles en dat mensenrechtenactivisten in het ijle lijken te roepen? ‘De belangrijkste reden is dat Bahrein belangrijke bondgenoten heeft: Saoedi-Arabië, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk’, meent Zaynab Al Khawaja.

Er is in de eerste plaats de goede band met het invloedrijke Saoedi-Arabië, door kritische Bahreini’s ook spottend ‘Big Mama Riyadh’ of ‘de grote Saoedische broer’ genoemd. De twee staten onderhouden naast goede economische ook sterke religieuze banden. Toen in 2011 Bahreini’s op straat kwamen om te protesteren, waren het vooral Bahreinse sjiieten die opriepen tot democratische hervormingen en gelijkheid voor alle burgers. Zij vormen er een meerderheid tegenover de soennieten, maar worden nog altijd niet toegelaten tot de legerdienst en zijn politiek ondervertegenwoordigd. Het is de soennitische minderheid die in Bahrein de plak zwaait.

Net zoals in Saoedi-Arabië. Riyad is als de dood dat een sjiitische opstand in het buitenland zich zou uitbreiden naar de eigen bodem. Het vreest ook extra invloed van aartsvijand Iran, die voet aan de grond kreeg in Irak en Jemen toen daar interne conflicten tussen soennieten en sjiieten begonnen. En dus houdt Saoedi-Arabië Bahrein de hand boven het hoofd.

Ook Amerikaanse en Britse belangen spelen in Bahrein een rol. Bahrein werd pas in 1971 onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk en huisvest in de Perzische Golf de vijfde vloot van de Amerikaanse marine.

En, last but not least: zwijgen is letterlijk goud. ‘De VS en het VK hebben ook goede economische banden met Bahrein’, zeggen Eloise Urion en Cathleen Diego Vasquez van de Europese mensenrechtenorganisatie ECDHR aan MO*. ‘Zolang die relatie intact blijft, zullen die landen hun ogen sluiten voor mensenrechten.’

Kosten en baten van witwassen

En er is natuurlijk de sportwereld zelf, die meedraait in een mondiale politieke context. De formule 1-industrie is in elk geval niet meteen van plan om zijn houding tegenover Bahrein te veranderen.

En dat blijkt eens te meer uit de recente contractverlenging met Bahrein. De Golfstaat tekende begin dit jaar de langstlopende racedeal ooit in de geschiedenis van deze sport: het kwam met de FIA overeen om maar liefst tot 2036 formule 1-races te blijven organiseren.

Er zijn 25 racecircuits in de wereld. Gemiddeld betaalt zo’n circuit ongeveer 40 miljoen Amerikaanse dollar per jaar aan de F1 om een grand prix te organiseren. Bahrein betaalde tot vorig jaar 45 miljoen dollar aan de Formule 1 voor zijn contract, aldus het Britse F1-magazine Racing News365. Formule 1 is een dure zaak: van de bouw en het onderhoud van een circuit tot de jaarlijkse contractbijdrage aan de FIA.

Maar ondanks de kosten, kan investeren in de sport ook een goede zaak zijn, in termen van toerisme, vastgoed en reclame-inkomsten. Dat geldt zeker voor Bahrein. Daar is de investering voor de bouw van het Sakhir-circuit een goudmijn gebleken, schrijft Julian Roche, econoom bij Cavendish Maxwell, een vastgoedconsultancygroep met vestigingen in de Golfstaten.

Die effecten laten zich vooral de laatste jaren voelen. Volgens Roche groeide het toerisme in Bahrein met meer dan 10% tussen 2015 en 2019, zo schrijft hij in een opiniërend artikel op de website van de groep. Het aantal hotels in die periode steeg van 10.488 in 2016 naar bijna 20.000 in 2020. Op lange termijn betekent het volgens Roche ook ontwikkelingskansen voor Sakhir, het district waarin het circuit ligt, op zo’n 30 kilometer van de hoofdstad Manama.

Maar het grootste profijt, zegt Roche, is de reputatiewinst voor Bahrein. Bahrein organiseerde in 2020 twee races in één seizoen, een enorme investering en verwezenlijking. Het zette zich daarmee neer als grote speler in een belangrijke sporttak. Dat mensenrechten niet de eerste bekommernis zijn in de miljardenindustrie van formule 1, schrijft hij er niet bij.

Deze analyse werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur