Het sprookje dat internationale samenwerking heet

Steeds meer mensen zijn wereldburgers, of ze dat nu willen of niet. Nochtans zien heel wat mensen zich niet zo; ze willen knus en gezellig leven in hun buurt, hun gemeente, hun natie en voelen zich vooral verwant met die nabije gemeenschappen. Daar is uiteraard niks tegen, maar anno 2015 is er onvermijdelijk meer dan dat.

Veel van de dingen die we belangrijk vinden – veiligheid, inkomen, gezondheid, gezond leefmilieu – hangen af van mondiale verhoudingen.

En ze zullen in de 21ste eeuw in toenemende mate allerlei vormen van mondiaal bestuur vergen, tenzij de mondiale economie dramatisch instort, maar dat kan niet gebeuren zonder een grote crisis.

1. De wereld werd zo klein…

De grote wereld zit ons tegenwoordig, letterlijk, op of in het lijf. Het meeste van wat je op je lichaam draagt, is niet in België en waarschijnlijk zelfs niet in Europa gemaakt. Je kleren komen heel waarschijnlijk uit Azië, net als je schoeisel.

Je gsm of smartphone is in China of Zuid-Korea geassembleerd maar de grondstoffen komen van overal ter wereld, het design mogelijk uit de VS of Europa. Je lichaam hangt dus vol met echte wereldproducten.

Ook wat je in je lichaam stopt, je voedsel, komt steeds vaker uit verre landen. Voor groenten en fruit in de winter is dat vanzelfsprekend, maar zelfs je Vlaamse varkenribbetje is gevoed met Braziliaanse soja.

Technologische evoluties en voorbije politieke beslissingen om een grote wereldmarkt tot stand te brengen – we noemen dat globalisering – hebben de wereld kleiner gemaakt. De gevolgen daarvan reiken evenwel veel verder dan de intussen bijna banale vaststelling dat veel producten elders gemaakt worden met onderdelen uit verschillende continenten. Veel van de dingen die je het meest waardeert – je veiligheid, je baan en je inkomen, je gezondheid, een gezond en stabiel leefmilieu – hangen minstens ten dele af van mondiale verhoudingen.

2. … dat er zoveel is dat we delen

Nog vers in het geheugen ligt de financieel-economische crisis. Die toonde aan dat het faillissement van één Amerikaanse investeringsbank het mondiale geldstelsel in de afgrond kan storten.

De crisis bewees ook dat financiële stabiliteit niet spontaan ontstaat uit de marktwerking.

De crisis bewees ook dat financiële stabiliteit niet spontaan ontstaat uit de marktwerking, zoals de apostelen van de vrije markt ons jarenlang voorhielden. Het is een mondiaal publiek goed dat mondiaal beleid vergt.

Ook welvaart en werkgelegenheid hangen steeds meer af van mondiale elementen. Als de Chinese vastgoedmarkt vertraagt, dalen de grondstoffenprijzen en dus ook de inkomsten van de vele landen die afhangen van grondstoffenverkoop. Wat er in grote economieën zoals die van de VS, de EU of China gebeurt, heeft wereldwijde gevolgen.

Ernie (CC BY 2.0)

Als de Chinese vastgoedmarkt vertraagt, dalen de grondstoffenprijzen en dus ook de inkomsten van de vele landen die afhangen van grondstoffenverkoop.

Ernie (CC BY 2.0)

Gezondheid

Of zie hoe het ebolavirus, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, toch naar Europa en de VS reisde. Gezondheid is meer en meer een mondiaal publiek goed. Dat geldt voor infectieziekten, maar het gaat veel verder. Zie hoe multinationals de bevolking van ontwikkelingslanden, door middel van sterke reclamecampagnes, aanzetten tot het eten van meer suiker en vet en zo mondiale gezondheidsrisico’s doen toenemen. Wist u dat een op de tien Indiërs en Chinezen diabetes heeft? En dat dit veel te maken heeft met de verspreiding van westerse eetgewoonten?

Veiligheid

Of neem veiligheid. We kunnen in het veilige België steeds minder de illusie overeind houden dat we buitenlandse conflicten buiten de deur kunnen houden. Door migratie, vrije informatiestromen en reisgemak worden buitenlandse conflicten hier ingevoerd. Soms neemt dat de vorm aan van spanningen tussen groepen migranten, of manifestaties, maar het kan ook leiden tot echt geweld.

De toenemende agressie tegen Joden in Europa staat niet los van hoe Israël zich gedraagt drieduizend kilometer verderop.

De conflicten in Irak, Syrië of Afghanistan leidden tot terreuraanslagen door migrantenjongeren. De toenemende agressie tegen Joden in Europa staat dan weer niet los van hoe Israël zich gedraagt drieduizend kilometer verderop. Onderhandelingen tussen Iran en de wereldmogendheden over zijn nucleaire programma zijn erg belangrijk voor de veiligheid van miljoenen mensen.

Nauw verwant met vrede, veiligheid en armoede is het thema van de internationale migratie.

Bijna dagelijks horen we dat bootvluchtelingen sterven op de Middellandse Zee. De oorlogen in Syrië en Irak, het meedogenloze regime in Eritrea, het gebrek aan vooruitzichten in veel Afrikaanse landen zijn evenzovele oorzaken van die groeiende migratie.

Fraktion DIE LINKE. im Bundestag (CC BY 2.0)

Een vluchteling in hongerstaking verschijnt in het publiek aan de Brandenburger Tor in 2013.

Fraktion DIE LINKE. im Bundestag (CC BY 2.0)

Die migratiedruk neemt toe en schept onrust in Europese samenlevingen – onrust die zich vertaalt in de opkomst van extreme partijen die gekant zijn tegen migratie, mondialisering en de EU.

Europa staat voor de keuze. Ofwel weten we op gepaste wijze met die migratie om te gaan, of we leveren inspanningen om de oorzaken van de migratie aan te pakken. In dat laatste geval worden het beëindigen van de oorlog in Syrië en Irak en het scheppen van meer kansen in Afrika gedeelde belangen.

Milieu

Een ander zeer sprekend voorbeeld van een gezamenlijk belang is het klimaat. De mensheid moet bang afwachten hoe een grote klimaatverandering haar leven kan overhoop gooien met overstromingen, volksverhuizingen, droogtes… Het behoud van ecosystemen en van biodiversiteit zijn evenzeer gedeelde belangen.

3. Je kunt dat ook ‘mondiale publieke goederen’ noemen…

Het beeld, zoals hierboven geschetst, van een wereld waar gedeelde belangen of mondiale publieke goederen cruciaal zijn, staat haaks op het dominante wereldbeeld. In dat vrijemarktdenken heet het dat het gevecht van individuen op zoek naar hun eigen maximale voordeel ons vanzelf in de beste der werelden zal brengen.

De werkelijkheid is dat ontwikkelde samenlevingen almaar meer drijven op publieke goederen die juist niet ontstaan uit de werking van de markt.

Sinds de industrialisering steunen samenlevingen op steeds meer publieke goederen, zoals onderwijs, die alle ingrijpen van de overheid vergen om ze tot stand te brengen.

Openbare orde en veiligheid waren de eerste publieke goederen: om een grote markt mogelijk te maken in het Romeinse Rijk, werd een staat in het leven geroepen die voor veilige wegen zorgde. Toen dat wegviel, belandden we in het feodalisme.

Die openbare veiligheid ontstaat niet uit de marktwerking. Degenen die ervoor betalen, kunnen immers de niet-betalers niet beletten ervan te profiteren. Publieke goederen zijn niet-exclusief. Veel publieke goederen zijn bovendien niet-rivaliserend: dat ik van een verkeerslicht gebruik maak, wil nog niet zeggen dat daardoor anderen dat niet kunnen. Door die kenmerken zijn publieke goederen moeilijk commercialiseerbaar en ontstaan ze niet via de markt.

Sinds de industrialisering steunen samenlevingen op steeds meer publieke goederen. Moderne economieën functioneren niet goed zonder een geschoolde bevolking, volksgezondheid, infrastructuur, wetenschappelijke innovatie, milieuzorg… Die vergen alle op de een of andere manier ingrijpen van de overheid (om mensen tot de samenwerking te bewegen die nodig is) om die goederen tot stand te brengen.

4. … en die vragen tegenwoordig om internationale samenwerking

De hele kwestie is nu dat dit soort publieke goederen in een kleinere wereld steeds meer van mondiale aard zijn. Ze vergen internationale samenwerking. De mate waarin en de manier waarop we erin slagen die te realiseren, zal voor een stuk de geschiedenis van de 21ste eeuw bepalen. Vijftien jaar ver in die eeuw zien we successen en mislukkingen. En vele uitdagingen.

5. De kleine wereld maakt bang…

Die kleinere wereld geef veel mensen niet echt een knus gevoel. Globalisering, migratie, technologische ontwikkeling, terreur – de mix die we hierboven beschreven, schept een heerlijke nieuwe wereld die nogal wat mensen in de rijke landen (maar ook elders) angst aanjaagt: ze vrezen hun inkomen te verliezen, hun veiligheid, hun vertrouwde buurt.

De globalisering heeft ook echt verliezers.

De globalisering heeft ook echt verliezers – de ongelijkheid neemt daardoor toe – die dus terecht vragen stellen over de gang van zaken.

Daardoor neigen heel wat mensen ertoe zich terug te trekken binnen wat ze kennen: de natiestaat zonder migranten. Politieke partijen die daarvoor ijveren, hebben succes.

Het Europese project met zijn vrij verkeer van goederen en personen raakt in diskrediet. Dat alles schept geen sfeer waarin politici geneigd zijn tot internationale samenwerking. Politieke fragmentatie dreigt, signaleerde Christine Lagarde, directeur van het Internationaal Muntfonds, een tijd geleden.

6. … en er zijn spanningen in de nieuwe ‘multipolaire’ wereld

Die fragmentatie heeft ook te maken met een tweede kenmerk van deze tijd, het feit dat het machtigste land – de Verenigde Staten - aan invloed inboet, tegenover een aantal opkomende landen, China op kop.

Die veranderende machtsverhoudingen leiden tot groeiende spanningen: Rusland en het Westen armworstelen om Oekraïne, China wedijvert met Japan om territorium (op zee) en regionaal leiderschap. Het Midden-Oosten wordt geteisterd door geweld en de geopolitieke strijd tussen regionale en mondiale grootmachten is daar zeker niet vreemd aan.

De internationale instellingen noch een of andere supermacht lijken in staat die spanningen onder controle te houden.

Sommige politicologen spreken daarbij over de afwezigheid van een ‘hegemoon’– een staat die zo sterk is dat hij de andere staten er met zijn harde en zijn zachte macht toe kan bewegen in te treden en samen te werken in de orde die hij als hegemoon schept.

streetwrk.com (CC BY-ND 2.0)

Rusland en het Westen armworstelen om Oekraïne. Foto: Maidan maart 2014.

streetwrk.com (CC BY-ND 2.0)

Na de Tweede Wereldoorlog waren de VS de sterkste macht. Zij schiepen een aantal internationale instellingen die hun hoofdkwartier in de VS hadden en de waarden van de VS belichaamden. Die instellingen kunnen helpen om globale publieke goederen tot stand te brengen. De Veiligheidsraad van de VN schiep de mogelijkheid en gewoonte van overleg tussen de vijf permanente leden van de raad.

Dat heeft bij momenten zeker geholpen om de vrede te bewaren of lokale conflicten niet te laten escaleren. Het Internationaal Muntfonds had als roeping de samenwerking op financieel gebied te bevorderen door overleg te institutionaliseren. Binnen die instellingen hebben de VS wel nog een veto, ook al nemen ze zelf vaak afstand van die organisaties.

Sommigen zijn erg pessimistisch over hoe die nu zullen werken. Jan Vandemoortele, die jarenlang voor de Verenigde Naties werkte: ‘Er is momenteel geen internationaal leiderschap dat tot effectieve internationale samenwerking kan leiden. Ik heb vaak genoeg meegemaakt hoe de VS er, als het er echt op aankwam, iedereen presten om mee te doen. Dat lukt nu niet meer. We zitten in een overgangsperiode net zoals tussen de twee wereldoorlogen. De VS zakken weg, maar er is nog niemand anders in de plaats gekomen. De duurzame ontwikkelingsdoelen die vorig jaar op papier werden gezet ogen mooi, maar ze zullen, om die reden, niet veel betekenen.’

Rose Davies (CC BY-NC-ND 2.0)

De opkomende landen, China op kop, vragen al jaren meer macht in het IMF en de Wereldbank, maar dat lukt niet.

Rose Davies (CC BY-NC-ND 2.0)

7. Blijven de internationale instellingen relevant?

Internationale instellingen worden soms ‘intermediaire’ publieke doelen genoemd: ze vertonen kenmerken van publieke doelen en zijn een onmisbaar middel om andere publieke doelen te realiseren. Zo is de Wereldgezondheidsorganisatie belangrijk voor het beschermen van de mondiale volksgezondheid (zie kader). Vraag is of de huidige internationale instellingen – goeddeels geschapen onder leiding van de VS - hun geloofwaardigheid en impact zullen behouden.

De opkomende landen, China op kop, vragen al jaren meer macht in het IMF en de Wereldbank, maar dat lukt niet. Vier jaar geleden stemden alle IMF-leden in met een stemmenoverdracht naar de opkomende landen (vooral China), maar het Amerikaanse Congres weigert die goed te keuren. Gevolg is dat de opkomende landen hun eigen instellingen oprichten.

De BRICS hebben hun eigen ontwikkelingsbank opgericht en China richtte recentelijk de Aziatische Infrastructuur Investeringsbank (AIIB) op. De VS riepen hun bondgenoten op de AIIB te boycotten maar zowat alle Europese landen met geld (behalve België), Australië, Zuid-Korea en zelfs Israël zijn stichtend lid geworden.

Er is tussen de VS en China duidelijk sprake van wat Edward Lutwak ‘geo-economische strijd’ noemt: de logica van de oorlog in de taal van de economie. Beide reuzen proberen hun orde uit te bouwen met een aantal economische initiatieven.

Hoe internationale instellingen in die context zullen evolueren is onzeker. De toekomst zal uitwijzen of ze aangepast kunnen worden aan een multipolaire wereld en of ze dan nog werken. Als dat niet gebeurt, komen er wellicht meer en meer parallelle instellingen. Fragmentatie.

8. Kunnen de olifanten met elkaar dansen? 

De vraag daarachter blijft of de grote landen, in de eerste plaats de VS en China, zullen kunnen samenwerken aan gedeelde belangen, of met elkaar gaan strijden.

Zullen de grote landen kunnen samenwerken aan gedeelde belangen, of met elkaar gaan strijden?

Gevoelens van dominantie en hiërarchie zijn soms erg krachtig bij mensen, zeker als ze zich enten op geopolitieke verhoudingen.

Voor de tanende macht is het niet makkelijk een ander naast zich te erkennen. De opkomende macht kan haar geduld verliezen.

Hoe zullen de oude en nieuwe supermachten met elkaar omgaan? Kunnen de olifanten met elkaar dansen? Het klimaatakkoord dat de VS en China met elkaar afspraken, lijkt alvast op een voorzichtig walsje.

Prachatai (CC BY-NC-ND 2.0)

Zullen de VS en China ooit ook dansen?

Prachatai (CC BY-NC-ND 2.0)

9. Niet alleen de staten werken samen

Toch zal internationale samenwerking in de 21ste eeuw zeker niet alleen steunen op samenwerking tussen overheden: de ervaring leert immers dat staten en internationale instellingen dikwijls erg bureaucratisch en inefficiënt werken.

Anno 2015 heeft internationale samenwerking tussen niet-statelijke actoren al grote impact. Technologie maakt nieuwe vormen van private samenwerking mogelijk, in positieve en negatieve zin. Zonder het internet zou de zogenaamde Islamitische Staat (IS) er heel anders uitzien. IS dankt veel aan de mogelijkheid om via internet internationaal strijders te werven.

Moderne technologie maakt allerlei vormen van samenwerking van onderaf mogelijk: burgers en ngo’s kunnen dankzij de moderne communicatietechnologie wegen op internationale (politieke) processen. Dat zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden. Civiele samenleving en media zullen een groeiende rol spelen in het sturen van internationale instellingen en van internationaal beleid.

10. Succes en mislukking 

© Lectrr

De eerste vijftien jaar van deze eeuw geven een verdeeld beeld van successen en mislukkingen van internationale samenwerking.

© Lectrr

De eerste vijftien jaar van deze eeuw geven een verdeeld beeld van successen en mislukkingen van internationale samenwerking. In juli 2014 zetten alle landen van de wereld een proces in gang dat later dit jaar moet uitmonden in een gezamenlijk engagement om de komende vijftien jaar samen te werken aan zeventien doelstellingen van duurzame ontwikkeling.

Die moeten ervoor zorgen dat alle mensen een goed leven kunnen leiden en op zo’n manier dat de aarde en haar ecosystemen er niet te zeer onder lijden. Die zogenaamde SDG’s tekenen een heel programma van internationale samenwerking uit.

Ze zijn bovendien op een democratische en relatief open manier tot stand gekomen, met betrokkenheid van veel landen en ngo’s. De grote vraag is wat ze op het terrein zullen betekenen.

Ook bij de aanpak van de financiële crisis bleek de wereld in staat tot samenwerking. Eind 2008 werd de G20, tot dan een relatief obscure bijeenkomst van ministers van Financiën van de twintig grootste economieën, in ijltempo opgetild tot het niveau van de staats- en regeringsleiders. Daarmee bezorgde de wereld zichzelf een overleginstrument dat is aangepast aan de nieuwe machtsverhoudingen.

Als de G20-landen geen gecoördineerd beleid gevoerd hadden om banken te redden en de economie te stimuleren, was de wereld in een depressie beland.

Eveneens in het heetst van de crisis besloot de G20 het bankgeheim te doorbreken en een nooit geziene samenwerking op fiscaal gebied uit te bouwen (zie het interview met Pascal Saint-Amans). Zodra de wereldeconomie van de afgrond gered was, verloor de G20 een deel zijn elan. Velen betwijfelen of het financiële systeem nu zo is hervormd dat een nieuwe financiële crisis uitgesloten is.

Maar er zijn ook heel wat slechte voorbeelden. Indien ebola in West-Afrika goed was aangepakt, had de ziekte nooit zoveel slachtoffers kunnen maken (zie kaderstuk). Het jarenlange gesteggel over een klimaatakkoord dreigt de mensheid later zeer duur te staan te komen.

De oorlogen in Oekraïne en Syrië zijn het tegengestelde van samenwerking. En als duizenden migranten verdrinken in de Middellandse Zee, kan je moeilijk spreken over een succes van internationale samenwerking. Het blijft dus afwachten wat de eeuw brengt.

Dit artikel verscheen eerder in het zomernummer van MO* en verscheen eerder online op 4 juni 2015 en werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur