Hoe hou je rebellen na de strijd in toom?

Turkije stuurt huurlingenleger van oud-Syriëstrijders van conflict naar conflict

© Reuters / Khalil Ashawi

Oud-rebellen uit Syrië, gesteund door Turkije, in het noordwesten van Syrië. ‘Toen Turkije Syrië binnenviel eind vorig jaar werden daar opnieuw radicale moslimstrijders ingezet.’

Waarom stuurt de Turkse president Erdoğan Syrische strijders als huurlingen naar Libië en nu naar Azerbeidzjan? Om te voorkomen dat hij last krijgt van duizenden werkloze adrenalinebommen, die hij zelf heeft helpen maken. Maar ook om zijn Ottomaanse ambities verder uit te werken.

De strijd is voorbij. Soldaten keren terug naar de kazerne. Maar wat gebeurt er met de rebellen en de strijders, die ook hun wapens neerlegden? Hebben zij nog een leven waar ze naar terug kunnen?

Vaak niet, want strijd en de adrenaline die ermee gepaard gaat zijn verslavend. En nog vaker vormen oud-strijders een probleem. Ze worden ongrijpbaar, bang voor vervolging voor de misdaden die ze gepleegd hebben.

Bij vredesprocessen hoort daarom onverbrekelijk de rehabilitatie van strijders. Maar dat is een moeizaam proces. In veel landen is er bovendien geen formele vrede, en dus geen proces om alle elementen in de samenleving weer aan vrede te doen wennen.

In Irak en Syrië liggen de gevolgen daarvan voor het oprapen. Het is een van de redenen waarom het Iraakse justitiesysteem er vooral op is ingesteld om strijders en aanhangers van de islamistische terreurgroep IS voor lange tijd op te sluiten, of via executie helemaal onschadelijk te maken.

De Irakezen weten na de strijd tegen IS zich geen raad met het concept van verzoening. De familiekampen met vrouwen en kinderen van strijders vormen een zwerend abces waarvan het gevaar te weinig wordt onderkend. “Stop hen weg, dan hebben we er geen last van”, dat is het adagium in Irak ten aanzien van de restanten van de groep die enkele jaren lang een derde van het land bezet hield.

Aangroei van nieuwe IS-strijders

Maar niet iedereen is opgepakt. En zij die uit de handen van politie en justitie wisten te blijven, zorgen ook weer voor nieuwe aangroei. Want de ideologie van IS trekt onderdrukten en armen aan. Daarom zijn er in bepaalde delen van Irak nog steeds vrijwel dagelijks aanslagen en aanvallen, uitgevoerd door geheime IS-cellen – ook al worden die nog regelmatig weer opgerold.

Eenmaal terug uit het zuiden van Irak vonden de sjiitische strijders geen werk.

Irak heeft nog een ander probleem met de werkloze strijders. Zo’n 40.000 leden van sjiitische milities werden in 2014 gemobiliseerd om IS te verjagen. Hoewel er duizenden sneuvelden, waren ze succesvol, omdat velen van hen net zo rücksichtslos handelden als de IS-strijders zelf. Onder andere uit wraak, omdat die hen als sjiieten uitmaakten voor ongelovigen.

Maar eenmaal terug in het zuiden van Irak vonden die sjiitische strijders geen werk. Wie geen baantje kreeg bij de milities, raakte vaak verslaafd aan de drugs, die in overvloed uit Iran worden aangevoerd, en belandde in de gevangenis.

Wie bij de milities terecht kwam, zocht en vond een nieuwe vijand. Dat werden de Verenigde Staten, gezien de grote invloed van Iran op de meeste milities, ook al werd er in de strijd tegen IS net samengewerkt met de Amerikanen. De strijd tegen de nieuwe vijand wordt geniepig gevoerd, met aanvallen op bevoorradingskonvooien en raketaanvallen op de Amerikaanse ambassade. De Amerikanen eisen dat Bagdad dit geweld eindelijk een halt toeroept en dreigen er nu zelfs mee hun ambassade in Bagdad te sluiten.

Met hulp van Turkije

In Syrië werd de strijd tegen IS weliswaar vorig jaar beslecht met een slag om haar laatste bolwerk, Bahgouz, maar de erfenis van IS is nog levensgroot. Ze neemt de vorm aan van 70.000 strijders en familieleden die vastzitten in gevangenissen en kampen onder Koerdisch bewind. Onder druk van oproepen van de IS-leiding om de gevangenen te bevrijden, worden er vrijwel constant ontsnappingspogingen ondernomen.

Veel groepen, ook IS, kregen wapens en geld uit Turkije.

Tal van IS-strijders zijn aan gevangenschap ontkomen. Ze hergroeperen zich, of sluiten zich individueel aan bij andere islamistische strijdgroepen, die in Syrië bijvoorbeeld de stad Idlib in handen hebben.

Veel van die radicale groepen konden bij de strijd in Syrië rekenen op hulp uit Turkije. Dat begon met de hulp die duizenden aspirant-strijders kregen bij het oversteken van de Syrische grens.

Veel groepen, ook IS, kregen wapens en geld uit Turkije. De belangrijkste parapluorganisatie van rebellengroepen in Syrië, het Syrisch Nationaal Leger SNA, krijgt nog altijd financiële steun uit Ankara. Gewonde strijders werden in Turkse ziekenhuizen verzorgd. Een deel van de strijders woont in Turkije, ver van de arm van rechtbanken die hen zouden willen vervolgen voor oorlogsmisdaden.

Ankara moet zich bewust zijn van het gevaar dat al deze gewapende adrenalinebommen vormen. Veel strijders die Al-Qaida opleidde in Afghanistan trokken daarna van oorlog naar oorlog — als de organisatie hen zelf al niet stuurde -, en de Turkse autoriteiten weten dat. Om dat in eigen hand te houden, besloten de Turken voor eigen gewin gebruik te maken van de Syrische strijders.

Dat gebeurde voor het eerst in 2018, toen Turkije Afrin, de Koerdische enclave in Syrië, binnenviel en bezette. Daarbij speelden leden van Turkmeense Syrische milities een belangrijke rol, en nog steeds vormen ze een deel van de bezettingsmacht.

Angst voor radicale rambo’s

Toen de Turken een jaar later, in oktober 2019, het Koerdische noordwesten van Syrië binnenvielen en bezetten, werden daar opnieuw radicale moslimstrijders ingezet. Het leidde tot angst onder de lokale bevolking. Terecht, want de strijders voerden ontvoeringen en executies uit.

Turkije zette de radicale rambo’s met graagte in tegen de plaatselijke Syrisch-Koerdische strijders en politici. Het maakt hen uit voor terroristen, omdat ze banden hebben met de Turks-Koerdische verzetsgroep PKK. Het leidde onder meer tot de aanval en moord op een vooraanstaande Koerdische politica.

Vechten als huurling voor de Turken lijkt inmiddels de enige optie voor de oud-strijders om zichzelf en hun gezinnen te onderhouden.

Het bleef niet bij Syrië. De volgende plek waar de Turken Syrische strijders inzetten, lag duizenden kilometers verder. In Libië, waar Turkije de internationaal erkende regering te hulp schoot tegen het verzet van krijgsheer Khalifa Haftar.

Een Turks veiligheidsbedrijf hield voor deze strijd wervingsbijeenkomsten in bezet gebied in Syrië, waarbij het geïnteresseerden voorhield dat ze alleen voor bewakingswerk zouden gaan. Het beloofde salarissen die opliepen tot 1000 dollar, een kapitaaltje in verarmd Syrië, en dat trok velen over de streep. Ook al bleken ze uiteindelijk toch te moeten vechten.

Hetzelfde gebeurde half september opnieuw, dit keer voor “bewakingswerk” in Azerbeidzjan, vanwege schermutselingen met buurland Armenië in de omstreden enclave Nagorno-Karabach. Persbureau Reuters en de Britse Guardian spraken met strijders in dat conflict, en die gaven aan dat ze er niet in slagen het hoofd boven water te houden na het luwen van de strijd in Syrië. Het kleine bedrag dat ze nog steeds van Turkije krijgen (zo’n 500 Turkse lira per maand) is totaal onvoldoende, en werk is er niet. Vechten als huurling voor de Turken lijkt inmiddels de enige optie om zichzelf en hun gezinnen te onderhouden.

Hoeveel Syriërs er inmiddels in Azerbeidzjan zijn is onduidelijk, maar sommige berichten spreken van duizenden.

Huurlingenleger

Turkije heeft voor zichzelf dus een huurlingenleger gecreëerd in Syrië, dat het kan inzetten waar het wil. Zonder dat die strijd Turkse levens hoeft te kosten, waardoor de Turkse regering zou moeten inboeten aan steun van de bevolking. Dat is belangrijk voor president Erdoğan, die zijn bemoeienis in Azerbeidzjan toch al moest bezuren met een nieuwe buiteling van de Turkse lira.

Het optreden van Erdoğan past binnen zijn Ottomaanse ambities om Turkije weer ‘groot’ te maken. Daarmee voedt hij het nationalisme onder zijn onderdanen om zich van hun voortdurende steun te verzekeren.

Erdoğan borduurt voort op een succesvol Ottomaans concept, waarbij de sultans strijders uit veroverde gebieden dwongen om aan hun zijde te vechten en een volgende regio onder de voet te lopen. Het is een concept dat ook toegepast werd door bewindsheren van imperia zoals die van de Assyriërs, de Romeinen en de Grieken. Ze voorkwamen problemen in nieuw veroverde gebieden met strijders die rebellenlegers zouden kunnen aanvoeren, want veel strijders bleven uiteindelijk ergens anders hangen om daar een nieuw leven op te bouwen. Zo smeedden ze hun rijk aaneen

Dit beleid heeft een groot nadeel: je hebt altijd weer een volgende oorlog nodig om de gewapende tegenstanders uit de vorige om te smeden tot medestanders. Of, in het slechtste geval, om hen onschadelijk te maken door hen te laten sneuvelen.

Het betekent dat we Erdoğan nog wel even in de gaten moeten houden. Want hij heeft nog wel wat Syrische strijders die omgesmeed of onschadelijk gemaakt moeten worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift