Israël en Palestina: Cascade van de dood

Elke golf van geweld in Israël en Palestina begint met een aaneenschakeling van incidenten die op het eerste zicht niets met elkaar te maken hebben. Meestal vergeten we heel snel hoe het allemaal begonnen is, en wie het vuur aan welke lont stak. Pieter Stockmans zet de feiten op een rij en zoekt het verband tussen irrationele emoties en rationele berekeningen die de escalatie aansturen. Een poging om het hele debat terug te brengen tot waar het over moet gaan: gerechtigheid en rechtvaardigheid.

Palestijnse jongens doodgeschoten

Op 15 mei legt een CCTV camera vast hoe een Israëlische soldaat van op afstand Nadeem Nawara (17) en Mohammad Salameh (16) doodschiet tijdens protesten tegen de voortdurende Israëlische kolonisatie van Palestina. Op de beelden is te zien dat de twee ongewapende jongens op geen enkele manier een gevaar betekenden voor de zwaarbewapende Israëlische soldaat.

Bijna elke week valt het Israëlische leger met legerjeeps en tot de tand bewapende soldaten binnen in slaperige Palestijnse boerendorpjes, om de kolonisatie van Palestijnse landbouwgronden af te dwingen. Steeds vaker gebruikt het daarbij dodelijke vuurwapens.

Israël plaatst zijn jeugd in situaties waarin zij brutaal moeten optreden tegen een burgerbevolking die zich verzet tegen diefstal van gronden en levensonderhoud. Zo verdedigen de jongens en meisjes van de Israel Defense Forces niet het Israëlische volk, maar het illegale kolonisatieproject en de agenda van kolonisten. Steeds meer Israëlische jongeren weigeren dienstplicht, maar het blijft een kleine minderheid.

Palestijnse eenheidsregering

De kiem van wat we vandaag in Gaza zien gebeuren is de staatsgreep in Egypte vorige zomer, toen de Egyptische generaal Al-Sisi de verkozen president Mohammed Morsi – van de Moslimbroeders, Hamas’ moederorganisatie – van de macht verdreef. Dat was Hamas zelf ook al overkomen in 2006, toen de wereld hun democratische verkiezingsoverwinning niet erkende.

Sinds de politiek en fysieke levenslijn naar Egypte werd afgesloten, was Hamas in de Gazastrook verzwakt en geïsoleerd geraakt. Daarom onderneemt het op 2 juni een nieuwe poging om op het politieke toneel te verschijnen: het gaat akkoord met de vorming van een technocratische eenheidsregering met de Palestijnse Autoriteit, na zeven jaar van soms dodelijke rivaliteit met Fatah, de partij van de Palestijnse president Mahmoud Abbas.

 REUTERS/Mohamad TorokmanMaar, zeer voorspelbaar, stuit het Palestijnse initiatief onmiddellijk op de Israëlische en Egyptische politieke en fysieke muur. De weg naar geweld is ingezet. Politieke isolatie leidt tot geweld, het blijft wachten tot de wereld dit begrijpt.

Palestijnse verzoening betekent dat de eenheidsregering ook in de Gazastrook de Hamas-regering zou vervangen. Dat betekent dat de salarissen van Hamas-overheidspersoneel via die regering zouden betaald worden. President Mahmoud Abbas voert de betalingen niet uit. In Israël is vooral Buitenlandminister Avigdor Lieberman van de extreemrechtse partij Israël Ons Huis tegenstander. Maar ook de Egypte verzet zich omdat de uitbetaling de vijand van het Egyptische regime – de Moslimbroeders – sterker zou maken.

Een week later, op 8 juni, wordt Al-Sisi ingezworen als nieuwe Egyptische president nadat hij met 97% van de stemmen werd verkozen in frauduleuze verkiezingen. De Palestijnen zijn zelden onafhankelijk in hun beslissingen, en hier werkt de interne Egyptische politiek door in het kleine broertje Gaza.

Afleidingsmanoeuvre

Israël wil dat de Palestijnen verdeeld blijven. Zo kan het rustig verder nederzettingen bouwen in bezet Palestijns gebied. Dat koppig verder Palestijnse levensruimte opslokken, is overigens het beste bewijs dat het Israël niet te doen is om vreedzaam samen te leven met de Palestijnen als partners en buren, maar om het afwerken van Groter Israël, waarin het Palestijnen als een obstakel ziet.

Van zodra de Palestijnen eigen unilaterale stappen zetten is premier Netanyahu er als de kippen bij om de Palestijnen ervan te beschuldigen dat ze de onderhandelingen op het spel zetten.

De wereld blijft blindelings strompelen van onderhandelingsronde naar onderhandelingsronde, maar begrijpt niet dat opeenvolgende Israëlische regeringen het zionistische project nog aan het vervolmaken zijn.

Van zodra de Palestijnen eigen unilaterale stappen zetten – bijvoorbeeld: hun pogingen om binnen de VN als staat te worden erkend, of nu de eenheidsregering – is de Israëlische premier Netanyahu er als de kippen bij om de Palestijnen ervan te beschuldigen dat ze de onderhandelingen op het spel zetten. Cynisme ten top, maar het Westen blijft dit spel meespelen.

Israël dreigt met “zware consequenties”, ondanks het feit dat er geen Hamas-politici in de eenheidsregering zetelen, en dat alle ministers de eerder afgesproken principes aanvaarden. De Israëlische regering grijpt wel de kans om de bouw van 1500 nieuwe woningen aan te kondigen in de illegale nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden. Elke Palestijnse stap die Israël zelf brandmerkt als “tegen vrede” geeft hen vrijgeleide om een eigen stap “tegen vrede” te zetten. Dat heet opportunisme.

Drie Israëlische kolonisten gekidnapt

In de daaropvolgende dagen zal opportunisme de drijvende kracht achter de Israëlische beslissingen blijven. Op 12 juni verdwijnen drie Israëlische tieners uit de illegale nederzetting Gush Etzion in de bezette Westelijke Jordaanoever: Naftali Fraenkel (16), Gilad Shaer (16) en Eyal Yifrah (19). Ze waren aan het liften.

Onmiddellijk gebruikt de Israëlische regering de opportuniteit van de onrustwekkende verdwijning van drie van haar burgers voor een politiek doel.

Onmiddellijk gebruikt de Israëlische regering de opportuniteit van de onrustwekkende verdwijning van drie van haar burgers voor een politiek doel: premier Netanyahu lanceert het discours dat Hamas als organisatie verantwoordelijk is, om zo de druk op de Palestijnse Autoriteit op te voeren om de verzoening met Hamas te verbreken.

Israël voerde tot op vandaag geen bewijzen aan dat Hamas als organisatie verantwoordelijk zou zijn. De link tussen een ontvoering in de Westelijke Jordaanoever en de Hamas-leiding in Gaza is sowieso niet duidelijk.

Lt. Col. Peter Lerner, een woordvoerder van het Israëlische leger, doet toch een poging: hij zegt dat Hamas-leiders al meermaals opriepen tot ontvoering van Israëli’s in ruil voor Palestijnse gevangenen. ‘Voor ons is het niet belangrijk of het bevel tot de ontvoering van de Hamas-leiding kwam of niet’, zegt hij. Ze zijn schuldig en dat geeft Israël het recht om hen te doden.

Het is onwaarschijnlijk dat Hamas verantwoordelijk is. Uiteindelijk eist geen enkele groep de verantwoordelijkheid op. Als Hamas verantwoordelijk zou zijn, zou het die verantwoordelijkheid ook opeisen om de drie Israëlische tieners in te kunnen zetten als pasmunt voor de vrijlating van Palestijnse gevangenen, zoals ze dat in het verleden met Gilad Shalit deden. Maar schijnbaar zonder enige kritische reflex nemen de internationale media klakkeloos het Israëlische narratief over.

#BringBackOurBoys 

Israëlische propaganda-organisaties lanceren een #BringBackOurBoys campagne, waarin ze de hele wereld aanmoedigen tot een golf van solidariteit. Het heeft effect. De wereld staat in rep en roer over de verdwijning van drie Israëlische jongens. In België is het meteen hoofditem in het nieuws. De 196 Palestijnse kinderen die uit hun huizen en van hun ouders werden weggerukt door Israëlische soldaten zijn de afgelopen jaren nooit nieuwswaardig geweest.

Volgens het Israëlische narratief dat Westerse media overnemen, worden die kinderen “vastgehouden” door de “juridische procedures” van een “erkende staat”. In werkelijkheid is het een bezettingsadministratie die al meer dan 40 jaar lang een illegale kolonisatie handhaaft, en de lokale bevolking in het bezette gebied onderwerpt aan een militaire dictatuur.

Veel van de gearresteerde kinderen gooiden met stenen naar Israëlische soldaten die de diefstal van Palestijns land – bron van inkomsten voor Palestijnse families – afdwingen. Dat moet de “ontvoering” van een kind door een soldaat en de berechting van dat kind voor militaire rechtbanken rechtvaardigen.

De ontvoerde Israëlische jongens woonden in een illegale Israëlische nederzetting in bezet gebied. Ze zijn dus onderdeel van een internationale oorlogsmisdaad tegen de Palestijnen, volgens de Vierde Conventie van Genève. Dit rechtvaardigt de ontvoering niet, maar stel je de volgende situatie voor: als Palestina een erkende staat zou zijn die zijn burgers zou kunnen verdedigen tegen Israëlisch geweld, zouden ze de Israëlische inwoners van de illegale Israëlische nederzettingen op bezet Palestijns land dan mogen arresteren en berechten voor Palestijnse rechtbanken?

Het hoeft niet te verwonderen dat de kolonisatie woede opwekt bij Palestijnen, meer bij gewone en gefrustreerde Palestijnen die als lone wolf handelen, dan bij organisaties als Hamas.

Want met de nederzettingen komt heel wat geweld: de kolonisten leven in streng bewaakte kolonies waarvan de controleposten het leven van Palestijnen tot een hel maken, waarvan het waterverbruik vier keer hoger ligt dan in omliggende Palestijnse dorpen, waarvoor landbouwgronden en andere inkomensbronnen worden gestolen.

Het hoeft niet te verwonderen dat de kolonisatie woede opwekt bij Palestijnen, meer bij gewone, getraumatiseerde en gefrustreerde Palestijnen die als lone wolf handelen, dan bij organisaties als Hamas. Dat is de context die in de berichtgeving meestal vergeten wordt. We marcheren mee in het paradigma van “een erkende staat” (Israël) die zich verdedigt tegen terrorisme. Waarom niet: “een volk zonder land” (Palestijnen) dat zich verzet tegen bezetting en kolonisatie?

Collectieve bestraffing

Dezelfde dag lanceert Israël Operation Brother’s Keeper. In de media wordt dit een “zoekactie” genoemd, in werkelijkheid is het een collectieve bestraffing, een misdaad onder het internationaal recht. Een hele bevolking wordt gestraft voor de misdaden van enkelingen. Het leger begint opnieuw met het beleid van “huisvernietigingen als straf”. Zonder proces en bewijs vernietigt het de huizen van families van “terreurverdachten”. De bedoeling is om de familie collectief te straffen.

Hele steden worden van de buitenwereld afgesloten en omsingeld door het Israëlische leger. Tanks en legerjeeps rijden door de straten en soldaten trekken van huis tot huis op zoek naar Hamas-leden. Na 11 dagen heeft de “zoekactie” naar 3 Israëlische burgers geleid tot 100 meestal nachtelijke huiszoekingen, 500 arrestaties en 6 Palestijnse doden.

Onder de 500 arrestanten bevonden zich ook de Palestijnse gevangenen die Hamas had “teruggekregen” toen ze de ontvoerde Israëlische soldaat Gilad Shalit vrijlieten. Ongetwijfeld denkt de Hamas-leiding nu: ‘Als we dat hadden geweten, hadden we Shalit nooit vrijgelaten.’ Hamas beschouwt dit als verraad en een schending van de gevangenendeal die gedurende vijf jaar onderhandeld werd.

Onder de 500 arrestanten bevonden zich ook de Palestijnse gevangenen die Hamas had “teruggekregen” toen ze de ontvoerde Israëlische soldaat Gilad Shalit vrijlieten.

Dit zal later cruciaal blijken voor de escalatie rond Gaza. In deze periode beginnen Palestijnse jihadisten van Islamic Jihad raketten af te vuren op Israël en voert het Israëlische leger 34 bombardementen uit op Gaza. Een grootschalige Israëlische militaire operatie tegen de Gazastrook is dan al onvermijdelijk geworden.

De enige reactie van buitenlandminister Didier Reynders is dat Palestijnen ‘het geweld moeten afzweren’. Voor de rest: stilte in politiek en media terwijl Israël de grootste militaire invasie in de Westelijke Jordaanoever sinds de tweede Intifada uitvoert. Met als gevolg dat het Westerse publiek nu de context van het conflict bij de Gazastrook niet begrijpt. Vooral Hebron krijgt het hard te verduren. Er ontstaan rellen en de Palestijnse politie helpt om die te onderdrukken. De Palestijnse Autoriteit verliest wat overblijft van haar geloofwaardigheid. Op 22 juni schieten Israëlische soldaten verschillende Palestijnen dood in en rond Ramallah.

Palestijnse jongen doodgeschoten

Tijdens rellen rond Hebron op 28 juni schieten Israëlische soldaten de Palestijnse jongen Mohammed Dudin (15) dood. ‘Niemand nam de verantwoordelijkheid voor deze daad, en niemand noemde de daders terroristen. Zijn moeder kreeg geen platform binnen de VN’, schrijft de Israëlische journalist Gideon Levy in Haaretz.

Dudins dood was nog geen voetnoot in Westerse en Israëlische media, en de familie leeft in stilte verder met het verdriet. Gevoelsmatig vinden we het leven van Israëli’s belangrijker dan dat van Palestijnen. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem doodde het Israëlische leger 1384 Palestijnse kinderen sinds 2000. Dat is één voetnoot om de 4 dagen.

De rellen nemen steeds meer de gedaante aan van een derde Intifada, deze keer tegen het Israëlische leger én de Palestijnse president Mahmoud Abbas. Ook in Israël zelf broeit een Intifada, een opstand van de Palestijnen in Israël. Zij zijn verontwaardigd bij het zien van de onderdrukking in de bezette gebieden. ‘Palestijnen in Israël zullen ervoor zorgen dat Israël een prijs betaalt, als Palestijnen in de bezette gebieden lijden’, zegt een Palestijnse student aan een Israëlische universiteit.

De fysieke verdeling die doorheen de geschiedenis tot stand kwam tussen Palestijnen in Israël en Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever is niet helemaal doorgedrongen tot de harten van de Palestijnen. Israël zal voelen dat het met de bezetting en onderdrukking van de Palestijnen verschillende fronten creëert en het leven van haar eigen burgers onveiliger maakt. Sommige Israëlische commentatoren spreken van een nakende burgeroorlog in Israël, tussen Israëlische Palestijnen en Israëlische Joden.

Sinds de oprichting van de staat Israël is afschrikking – niet “rechtvaardige co-existentie met onze buren” – het paradigma

Misschien zal dat sommige Israëlische politici ervan overtuigen dat de “doctrine van de afschrikking” op zijn einde loopt. Sinds de oprichting van de staat Israël is afschrikking – niet “rechtvaardige co-existentie met onze buren” – het paradigma waarmee staatsveiligheid, leger, regering én publieke opinie de verhouding met de Arabische buren definiëren. Hoewel inlichtingendiensten stilaan een correctere inschatting beginnen maken, zijn het op wraak beluste politici die de beslissingen nemen en hun eigen burgers in gevaar brengen.

Wraak

Op 30 juni wordt aangekondigd dat de lijken van de ontvoerde Israëlische jongens zijn gevonden. De roep om wraak – niet om gerechtigheid – klinkt steeds luider in Israël. Ministers en parlementsleden doen geen enkele poging om de gemoederen te bedaren, integendeel. De uitspraken van sommige Israëlische ministers zijn angstaanjagend en geven vorm aan een maatschappelijk klimaat waarin het lelijkste in de mens vrij spel krijgt.

Sommige Israëlische commentatoren zien gelijkenissen met de anti-Joodse pogroms in het Duitsland van de jaren ’30.

Losgeslagen meutes roepen op straat in Jeruzalem “dood aan Arabieren” en “wij willen oorlog”, terwijl ze willekeurig Palestijnen aanvallen en Palestijnse winkels vernielen. Sommige Israëlische commentatoren zien gelijkenissen met de anti-Joodse pogroms in het Duitsland van de jaren ’30. Twee dingen komen aan de oppervlakte: Joodse extremisten kunnen vrij hun lang onderdrukte haat botvieren op Palestijnen; en de haat is breder verspreid onder de mainstream dan voorheen werd aangenomen.

De stem van de rede wordt in het nauw gedreven, de stem van oorlog en conflict kan ongecontroleerd voort woekeren. Joodse religieuze extremistische kolonisten gebruiken de ontvoering om de rest van Israël achter hun agenda van kolonisatie te scharen. Israëli’s sluiten de rangen tegen de vijand, maar worden steeds blinder voor de toenemende gevaren rondom hun beschermde fort.

Steeds dieper in de loopgraven

Europa en de Verenigde Staten kijken in het beste geval toe hoe het Midden-Oosten afglijdt naar een totale oorlog, of zijn er in het slechtste geval medeplichtig aan. De confrontatie die Israël aangaat in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook gebeurt immers niet in een vacuüm. Het is haast onbegrijpelijk dat Israël dit risico mag nemen terwijl de hele regio rondom in brand staat, en jihadisten sterker worden in buurland en bondgenoot Jordanië. Of rekent Israël erop dat die jihadisten te druk bezig zijn met hun sektarische oorlog tussen soennieten en sjiieten?

De angst in Israël zal alleen maar verder toenemen. En we weten wat een bang Israël kan aanrichten. Alleen zal deze keer een groter deel van de vernietiging van Israëls vijanden komen. De Israëlische regering moet dringend joodse extremisten isoleren in plaats van zelf extremistisch uit de hoek te komen. En de internationale gemeenschap moet dringend meer aandacht besteden aan joods extremisme en terrorisme, en niet uitsluitend aan islamitisch extremisme en terrorisme.

Het ergste doemscenario is het volgende: als het Israëlisch nationaal leger zich steeds meer gaat gedragen als de gewapende vleugel van nationalistische, joodse extremisten. En als dat leger het vervolgens opneemt tegen de toenemende kracht van islamitische extremisten – veel extremer, idealistischer en gewelddadiger dan Hamas ooit was – aan de grenzen van Israël en Palestina, en wie weet, in Israël en Palestina.

Dan wordt Israël voor joden wat ISIS is voor moslims en krijgen we een religieuze oorlog. De jihadisten van ISIS geloven – volgens islamitische overleveringen – dat een islamitisch leger ten oosten van de rivier Jordaan en een ander leger ten westen tegenover elkaar zullen komen te staan. En daar zouden Palestijnen zich bij het leger voegen.

De onbewuste angst van de Israëli’s voor dit doemscenario heeft de Israëlische vastberadenheid versterkt om de Jordaanvallei in de bezette Westelijke Jordaanoever – bufferzone tussen Jordanië en Israël – en de geannexeerde Syrische Golanhoogte – bufferzone tussen Syrië en Israël – nooit op te geven. Een eeuwige bezetting dus? Ja, tenzij politici creatiever worden en zich niet meer door angst en opportunisme laten leiden.

Palestijnse jongen ontvoerd en verbrand

Netanyahu’s beweringen, dat het hem niet te doen is om wraak, klinken hol. Zeker nadat uitlekt dat de Israëlische regering al veel eerder dan 30 juni wist dat de ontvoerde Israëlische jongens dood waren. 

De pogroms, aangemoedigd door Israëlische politici, eisen dodelijke Palestijnse slachtoffers. In de bezette gebieden worden verschillende Palestijnen overreden door Israëlische kolonisten. Op 2 juli verdwijnt de 16-jarige Mohammed Abu Khudair uit Oost-Jeruzalem. Later wordt hij dood terug gevonden, zijn lichaam verbrand. Alles wijst in de richting van een wraakactie van joodse extremisten.

Mohammed Abu Khudair

Mohammed Abu Khudair

Dat is een belangrijke escalatie: de Palestijnse Islamic Jihad – jihadisten met dezelfde ideologie als ISIS en Jabhat Al-Nusra – intensifieert de raketten vanuit Gaza op Israël. Zoals zo vaak: een macabere dans tussen extremisten.

De media besteedt veel aandacht aan de moord op Mohammed Abu Khudair. De Israëlische premier Netanyahu voelt de druk. Hij laat de wereld weten dat hij de familie van de jongen zijn innige deelneming overmaakte en dat Israël geen onderscheid maakt tussen “Joods en Arabisch terrorisme”.

Die uitspraken verbergen een ongemakkelijke realiteit onder het oppervlak van de Israëlische staat, die zich aan de wereld presenteert als beschaafde democratie, maar die in werkelijkheid steeds dieper in de rol van kolonisator en onderdrukker valt en toelaat dat racisme en fascisme ongecontroleerd gedijen.

Netanyahu’s beweringen, dat het hem niet te doen is om wraak, klinken hol. Zeker nadat uitlekt dat de Israëlische regering al veel eerder dan 30 juni wist dat de ontvoerde Israëlische jongens dood waren. De regering loog haar eigen burgers en zelfs de ouders van de slachtoffers iets voor. Dat wijst erop dat de regering de ontvoering eerst wilde gebruiken om een klimaat van wraak te creëren, als voorwendsel voor de arrestatie van Hamas-leden in de Westelijke Jordaanoever en om de Israëlische publieke opinie voor te bereiden op de zoveelste aanval tegen Gaza.

Palestijnse jongen in elkaar geslagen

Tareq Abu Khudair

Tareq Abu Khudair

Mohammed Abu Khudair woonde in Shuafat, een Palestijnse wijk van bezet Oost-Jeruzalem. Onmiddellijk na zijn dood ontstaan rellen en verandert het gewoonlijk rustige Shuafat in oorlogsgebied. Een dag later, op 3 juli, staat de Palestijns-Amerikaanse Tareq Abu Khudair, het 15-jarige neefje van Mohammed, toe te kijken op de rellen. Hij is op vakantie bij zijn familie in Jeruzalem. Israëlische politieagenten nemen hem mee, overmeesteren hem en blijven hem minutenlang in het gezicht en op het lichaam stampen. Ze weten niet dat iemand het hele gebeuren filmt. De hele wereld ziet voor de zoveelste keer het lelijke gezicht van Israël.

De jongen en zijn moeder staan de Amerikaanse media te woord in het Engels. ‘Dit gebeurt elke dag, maar wij krijgen toevallig de kans om ons uit te spreken, omdat we Amerikanen zijn’, zegt zijn moeder.

Ondertussen woedt binnen de Israëlische regering een discussie over hoe om te gaan met de raketten van Islamic Jihad uit de Gazastrook. Ook de gewapende vleugel van Hamas en linkse verzetsgroepen eisen de verantwoordelijkheid op voor een paar aanvallen. De extreemrechtse ministers Avigdor Lieberman en Naftali Bennett eisen een grootschalige landoperatie in de Gazastrook om Hamas op te doeken, de leiders te doden of te arresteren, en alle wapens in beslag te nemen.

Premier Netanyahu weet dat de kost van zulke operatie te hoog is. Hij wil Gaza enkel aanvallen om voor de komende jaren de rust te herstellen. Pas als de “afschrikking” uit de lucht mislukt, wil hij grondtroepen sturen.

 REUTERS/Ibraheem Abu Mustafa

 

Vanaf dan gaat het snel. In de vroege ochtend van dinsdag 8 juli escaleert het Israëlische leger de militaire operaties tegen de Gazastrook. Op één nacht lanceren gevechtsvliegtuigen 69 luchtaanvallen, waarbij ze 99 raketten op dichtbevolkte gebieden droppen. Op 9 juli wordt de wereld wakker met de derde Israëlische campagne tegen Gaza in vijf jaar. De leiders hebben zichzelf en hun bevolkingen voor de derde keer in vijf jaar opgesloten in een dodelijk opbod.

Lees hier het vervolg: wat moet gebeuren om uit het opbod te geraken en “Israël vs. Gaza” op te lossen.

Pieter Stockmans is freelance journalist. Je kan hem volgen op Facebook en Twitter.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur