Klimaatbeleid in een communautaire impasse

Hoewel 70 procent van de Belgen zich zorgen maakt over de klimaatverandering en opeenvolgende IPCC-rapporten de ernst van de zaak bewijzen, is het voor onze politici duidelijk geen prioriteit geweest in de afgelopen regeerperiode. Klimaatbeleid is de speelbal geworden van communautair gehakketak en kortzichtig onder de voet gelopen door de economische crisis. Dat leidde er toe dat nauwelijks de minimale doelstellingen werden bereikt. Van een coherente visie en besef van urgentie is niet veel te merken.

Vorige week maakte de Federale Dienst Klimaatverandering de resultaten bekend van de derde nationale klimaatenquête. Daaruit blijkt dat voor 75 procent van de Belgen milieu een grote bezorgdheid is, meer dan gezondheidsproblemen, onveiligheid, werkloosheid en armoede of sociale uitsluiting.

70 procent van de respondenten maakt zich zorgen om klimaatverandering. Slechts de helft van de Belgen is tevreden over de inspanningen die de overheid doet om klimaatverandering tegen te gaan. En 38 procent stelt bij de verkiezingen zeker rekening te zullen houden met klimaatstandpunten van de partijen.

De stelling dat “kiezen voor het klimaat” politiek geen stem zal opleveren, is volgens deze enquête dus achterhaald. De kiezer tilt zwaarder aan dit thema dan algemeen verondersteld wordt.

CC BY-NC-ND 2.0 Oxfam/Tineke D'haese

Een afbeelding van Vlaams Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege in een campagne van Oxfam voor meer ondersteuning van voedselproducenten bij hun aanpassing aan het veranderende klimaat.

Een analyse van het klimaatbeleid van de federale en de Vlaamse regering leert ons dat de afgelopen legislatuur het klimaatprobleem voor onze politici geen prioriteit was. Communautair gehakketak staat een coherent beleid in de weg en kortzichtige economische – en electorale - belangen wegen zwaarder door dan het veiligstellen van de toekomst en het beperken van de opwarming tot 2°C.

Om dat te bereiken, moeten de emissies met 90 procent dalen tegen 2050. Dat is het perspectief dat we – in ons aller belang- voor ogen dienen te houden. Dat is ook het perspectief dat een studie van de federale overheid en het VITO hanteert, om tegen 2050 te komen tot een koolstofarme economie en een daling van de emissies met 80 tot 95 procent. Hierover hadden we het eerder al in Kiezen voor het Klimaat, dat verscheen in MO*magazine van 3 maart 2014.

Concreet betekent dit een reductie van de emissies met 5,1 procent per jaar, maar sinds 1990 komen we aan een gemiddelde van niet meer dan een half procent.

Emissies in het rood 

Even situeren waar we staan. Tijdens de voorbije legislatuur is de eerste Kyotoperiode (2008-2012) verstreken. De eindbalans van de uitstoot van broeikasgassen voor die periode werd recent opgemaakt. Daaruit blijkt dat we de emissies meer hebben gereduceerd dan nodig: 14 procent op jaarbasis ten opzichte van het referentiejaar 1990, terwijl de Kyoto-verplichting 7,5 procent oplegde. Maar dat is slechts een deel van het verhaal.

In het transport, de gebouwen en de landbouw is er een reëel tekort in reductie. 

Europa maakt een onderscheid tussen de sectoren van de zware industrie en de andere sectoren. De energie-intensieve bedrijven en de zware industrie zijn opgenomen in het emissiehandelssysteem (Emission Trading System, ETS); die hebben voor deze periode een zekere hoeveelheid uitstootrechten gratis toegekend gekregen; indien ze meer uitstoten, moesten ze extra rechten aankopen. De sectoren die niet in het ETS zijn opgenomen, (non-ETS) zijn onder meer het transport, de gebouwen en de landbouw.

De behaalde reducties zijn vooral toe te schrijven aan de ETS-sectoren, onder meer door de economische crisis en omdat de emissies van die bedrijven te hoog waren ingeschat en ze dus meer emissierechten kregen toegekend dan ze werkelijk nodig hadden. Er is echter wel een reëel tekort in de non-ETS- sectoren. (zie bijvoorbeeld deze grafiek)

Transport en landbouw vallen niet onder de bevoegdheid van klimaatminister Joke Schauvliege maar zijn voor Vlaanderen wel ondergebracht in hetzelfde politieke huis van CD&V; energiemaatregelen in de woningbouw zijn dan weer voor rekening van sp.a minister Freya Van den Bossche.

Voor de vijf laatste jaren loopt het totale tekort voor ons land op tot 4,9 miljoen ton CO2. Het overschot uit de ETS-sectoren mag niet gebruikt worden om dat te compenseren. België was daarom verplicht bijkomende uitstootrechten aan te kopen om de doelstelling te halen.

Schone lucht kopen

In totaal spendeerden de federale en de Vlaamse regering tussen 2008 en 2012 meer dan 200 miljoen euro aan emissierechten, zo berekende 11.11.11.

Voor de periode 2020 ziet het er naar uit dat we de gewenste reductie ook niet gaan halen door eigen inspanningen. Er staan een aantal maatregelen op stapel, maar die zullen onvoldoende zijn om de doelstelling te halen. Voor Vlaanderen schat men dat er minstens 9,3 miljoen ton emissierechten moeten aangekocht worden. De Vlaamse regering wil dat optrekken tot 20 miljoen ton emissierechten om ook nog een tekort uit de vorige periode te compenseren en een buffer te hebben tot 2020, nu de CO2 prijs nog laag staat.

Indien er in transport en landbouw meer inspanningen waren gedaan, hadden we misschien geen emissierechten moeten kopen. 

Het streefdoel dat de Vlaamse regering voorop stelde, was om 70 procent reductie zelf te realiseren in het eigen gewest, en 30 procent emissierechten aan te kopen. Maar volgens de Bond Beter Leefmilieu loopt het percentage van aankoop op tot 50 of zelfs 60 procent, naargelang de manier van rekenen en het referentiejaar.

Indien we in transport en landbouw meer inspanningen hadden gedaan en het geld van de aankoop van die emissierechten hadden geïnvesteerd in beter openbaar vervoer (NMBS), of een meer ecologische landbouw, dan hadden we een echte duurzame oplossing waarvan we ook na 2020 de voordelen hadden kunnen oogsten. In plaats daarvan bespaarde de regering Di Rupo 140 miljoen op NMBS.

Waar er wel werk is geleverd, is op het vlak van innovatie (I-Cleantech, Ovam en materialenbeheer), energiebesparing in gebouwen en het produceren van groene stroom (mits de kritische bedenkingen die hierover in het artikel Energiebeleid: België doet alleen wat Europa oplegt werden gegeven).

Klimaatimpasse

Een van de grootste frustraties is ongetwijfeld het uitblijven van de lastenverdeling, die voor een echte klimaatimpasse zorgt. Het klimaatbeleid wordt in ons land gegijzeld door communautair eigenbelang en kortzichtigheid.

In 2010 heeft Europa het klimaatpakket 20-20-20 aangenomen: broeikasgassen met 20 procent reduceren, 20 procent hernieuwbare energie en 20 procent energie-efficiëntie realiseren. De ETS-sector heeft een Europese doelstelling gekregen. België heeft zich ertoe geëngageerd om de emissies met 15 procent te reduceren in de non-ETS sector en om 13 procent hernieuwbare energie te produceren. Maar de verdeling van de inspanningen tussen de gewesten en het federale beleidsniveau moet nog gebeuren en die laat nu al vier jaar op zich wachten.

Dat de Europese Unie België in het kader van het jaarlijkse “Europese Semester” al verschillende keren heeft aangespoord om hier werk van te maken, legt men makkelijker naast zich neer dan de aanbevelingen tot budgettaire discipline.

We slagen er in ons eigen landje niet in het klimaatprobleem als een globaal probleem te zien.

Aan die lastenverdeling is de verdeling van de opbrengsten uit de veiling van de emissierechten gekoppeld, 110 miljoen euro voor 2013. Dat geld staat geblokkeerd op een rekening tot de knopen zijn doorgehakt. Er kunnen dus voorlopig ook geen klimaat-investeringen mee gebeuren.

Er zijn verschillende twistpunten, onder meer of er nog wel een Kyotofonds moet zijn (zie hieronder), en of het federale niveau ook geld uit die veilingpot moet krijgen dan wel enkel de drie gewesten.

Internationaal, in het kader van de VN, is algemeen aangenomen dat het klimaat “een” is voor de hele planeet. We kunnen bijvoorbeeld hier vervuilen, en emissierechten aankopen door via een groen project in het Zuiden die uitstoot te compenseren. Maar met ons eigen kleine landje slagen we er niet in het klimaat als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te nemen.

Klimaatfinanciering zwaar in het rood

Niet alleen het geld uit de veiling van emissierechten zit geblokkeerd. Toen de federale regering in 2012 aantrad, is het voeden van het Kyotofonds on hold gezet. Dat Kyotofonds werd gespijsd door een heffing op de elektriciteitsfactuur en diende om het klimaatbeleid te financieren, zoals onder meer de aankoop van emissierechten maar ook het nakomen van de internationale klimaatfinanciering. Wat dat laatste betreft, beloofde België om voor 2010-2012 in totaal 150 miljoen euro bijeen te brengen, in het kader van de zogenaamde “Snelle Start Financiering” (Fast Start Financing, afgesproken op de klimaatconferentie van Kopenhagen).

Ons land staat 60 miljoen euro in de schuld aan de ontwikkelingslanden

Maar omdat de gewesten nauwelijks wilden bijdragen, is dat bedrag gestokt op 92,5 miljoen euro. Er is dus nog een tekort van 60 miljoen euro dat ons land voor klimaatfinanciering bij de ontwikkelingslanden in de schuld staat.

Voor de periode nadien, 2013-2020, zou er tegen 2020 progressief 100 miljard euro moeten samengebracht worden door de industrielanden, maar op dat vlak is er nog helemaal niets afgesproken. Het is dus duidelijk geen prioriteit en de ontwikkelingslanden zien dit dan ook als een vertrouwensbreuk, een van de grote obstakels bij de internationale klimaatonderhandelingen.

Om nog enigszins het gezicht te redden, is er op de klimaatconferentie in Warschau in november vorig jaar wel een bijdrage van de rijke landen aan het Adaptatiefonds afgesproken. Ons land heeft daar eenmalig 3,25 miljoen euro toegezegd maar ook dat bedrag is nog steeds niet betaald.

Op dit ogenblik is het helemaal niet duidelijk of de volgende federale regering de bevriezing van het Kyotofonds zal opheffen, dan wel het Fonds zelf helemaal zal opheffen zoals de CD&V dat wil of een stille dood zal laten sterven, zoals Open VLD voorstaat.

Impasse

De grootste knoop in ons klimaatbeleid is het gebrek aan samenwerking, of soms ronduit tegenwerking, tussen de verschillende beleidsniveaus. Dat zou moeten gebeuren in de Nationale Klimaat Commissie, maar ook die werkt niet.

In het regeerakkoord van december 2011 is de hervorming van de Nationale Klimaat Commissie opgenomen, maar daar is niets mee gebeurd.

In haar advies van oktober vorig jaar over de governance van het nationale klimaatbeleid, wijst ook de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling op de lacunes in die governance en dringt aan op een hervorming van de Nationale Klimaatcommissie.

Ook in de publieksenquête vraagt 51 procent van de respondenten een versterking vna de coördinerende rol van de federale overheid en zijn voorstanders van een klimaatwet waarin de nationale inspanningen met duidelijke doelstellingen worden vastgelegd. 

Internationale roem

Sterk in tegenstelling tot die interne nationale problemen, wordt België op Europees en internationaal niveau erkend om zijn constructieve en progressieve rol in onderhandelingen

In hetzelfde regeerakkoord wordt verwezen naar het belang van op te komen voor klimaatrechtvaardigheid (p. 168), een thema dan zeer gevoelig ligt in de relatie met de ontwikkelingslanden en cruciaal is om tot een nieuw klimaatakkoord te komen. In die context heeft België samen met Zweden het voortouw genomen om dit bespreekbaar te maken door nu al voor de derde keer een internationale workshop te organiseren.

Dit soort inspanningen maakt dat België vrij goed scoort op de Climate Change Performance Index. We komen daar op de veertiende plaats. Jammer dat dit niet altijd vertaald wordt naar een ambitieus beleid in eigen land en een consequente bijdrage in de internationale klimaatfinanciering.

Intussen in Vlaanderen: business as usual

Voor internationale klimaatfinanciering mag er dan al geen geld zijn, voor de eigen bedrijven is dat er altijd en al iets makkelijker in verkiezingstijd.

Zo trok de Vlaamse overheid op tweede paasdag 60 miljoen euro uit om 200 Vlaamse bedrijven die te lijden hebben van hoge energiekosten, te ondersteunen. Die hogere kosten hebben te maken met het feit dat elektriciteitsbedrijven sinds 2013 geen gratis uitstootrechten meer krijgen. Die meerkost mogen ze doorrekenen aan de eindgebruiker, de Vlaamse bedrijven die elektriciteit afnemen. Die worden op hun beurt dan door Vlaanderen gesubsidieerd, om hun concurrentiepositie niet te fnuiken ten aanzien van bedrijven buiten Europa, die geen last hebben van dure emissierechten.

Het geld hiervoor komt uit het Vlaams klimaatfonds, waarin een rubriek is voorzien voor “remediëren van competitiviteitsverlies”. Op die manier wordt aan die bedrijven elke stimulans weggenomen om in te zetten op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, een discussie die momenteel volop woedt in de besprekingen voor de Europese doelstellingen 2030. Daar lijkt het uitermate moeilijk om tot een ambitieuze doelstelling te komen voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

Een klimaatpremie voor de bedrijven

Dat Vlaams klimaatfonds werd in 2012 jaar opgericht. Bedoeling is dat hier het geld naartoe gaat uit de veiling van emissierechten, het gedeelte dat Vlaanderen toekomt. Maar voorlopig is daar dus nog geen geld van. Het enige geld in dat Vlaamse klimaatfonds is afkomstig van wat men opzij gezet had voor bedrijven in de eerste Kyotoperiode (2008-2012), om emissierechten te geven aan nieuwe bedrijven die nog zouden komen, de “nieuwkomersreserve”. Die bedroeg 36,5 miljoen euro. 16,5 miljoen hiervan is gebruikt voor de aankoop van emissierechten. De overige 20 miljoen is bedoeld voor “prioritaire en kosteneffectieve maatregelen voor broeikasgasreducties in Vlaanderen.”  Vraag is dan, uit welk fonds is die 60 miljoen aan de bedrijven betaald? Zijn dat bedrijven die in de ETS-domein vallen? Vlaanderen is echter vooral verantwoordelijk voor het non-ETS-domein, daar ligt ook het tekort.

‘Vervuiler vier keer terugbetaald’.

Bond Beter Leefmilieu reageerde: ‘Vervuiler vier keer terugbetaald’.

VRT-journalist Ivan De Vadder maakt in Fact Check de berekening. Het strikt noodzakelijke bedrag zou neerkomen op 12,2 miljoen euro maar als je het maximum toegestane bedrag voor een ton CO2 rekent, en het maximum hoeveelheid CO2 per opgewekte MWh, dan kan je uitkomen op het viervoudige. En zo strijken de bedrijven een mooie “klimaatpremie” op, maar “klimaatbeleid” kan dit niet genoemd worden.

Urgentie

De idee dat economie en ecologie kunnen samen gaan, dat een koolstofarme economie banen kan opleveren en ziektenuitgaven kan reduceren lijkt voor onze politici iets van een andere planeet. Zoals de campagne van 11.11 terecht stelt: België is geen eiland. Als de zeespiegel stijgt overstroomt onze kust mee. Nu al spoelen aan Europese kusten Afrikaanse klimaatvluchtelingen aan. Ook ons voedsel wordt duurder als er elders grote droogtes heersen. Alles doen wat we kunnen, is het minste wat we kunnen doen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.