Dossier: 

Panamese politie valt Mossack Fonseca binnen, ook gerechtelijke acties in de rest van de wereld

De Panamese politie deed dinsdagavond laat een inval in het hoofdkwartier van advocatenkantoor Mossack Fonseca. Ze waren op zoek naar bewijzen die ‘het mogelijk gebruik van het kantoor voor illegale activiteiten zouden aantonen’.

  • © Reuters/Carlos Jasso Een Panamese politieagent op wacht buiten het hoofdkantoor van Mossack Fonseca in Panama City, 12 april 2016. © Reuters/Carlos Jasso

Onder leiding van openbaar aanklager Javier Caravallo, die gespecialiseerd is in georganiseerde misdaad en witwaspraktijken, omsingelde de politie het hoofdkantoor en viel ze ook andere filialen binnen. Volgens de Financial Times was de operatie nog steeds op gang acht uur nadat ze begon.

De actie maakte deel uit van de weerslag van de publicatie van de Panama Papers, een onderzoek van 11,5 miljoen documenten uit veertig jaar verrichtingen door het kantoor, een van de omvangrijkste handelaars ter wereld in lege vennootschappen. Deze bedrijven, die meestal opgericht worden op een manier die het moeilijk maakt te weten wie ze leidt en die bijna uitsluitend op papier bestaan, kunnen voor wettige doeleinden worden gebruikt, maar hebben ook al vaak een rol gespeeld bij het witwassen van geld, belastingontduiking, omkoperij, drugshandel en andere misdaden.

Deze bedrijven hebben al vaak een rol gespeeld bij het witwassen van geld, belastingontduiking, omkoperij, drugshandel en andere misdaden.

‘Wij zijn degenen tegen wie een misdaad is begaan’, zei het advocatenkantoor in een verklaring op haar website. Ze voegden toe dat het bedrijf ‘gewillig en bereid is om met de autoriteiten samen te werken’.

De invallen kwamen op een moment dat Panama’s president Juan Carlos Varela verschillende acties ondernomen had in reactie op de onthullingen over het kantoor. Medeoprichter Ramon Mossack was tot aan diens recente aftreden overigens een van zijn topadviseurs.

Eerder in april kondigde Varela de oprichting aan van een internationaal panel om de transparantie van Panama’s economisch belangrijke offshore financiële industrie te verbeteren. Hij publiceerde ook een opiniestuk in de New York Times, waarin hij de klemtoon op Panama hekelde, dat ‘het niet verdient om er uitgepikt te worden wanneer het gaat om een kwestie waar vele landen mee worstelen.’ Hij voegde er aan toe dat Panama ‘bereid is de verantwoordelijkheid op zich te nemen om het op te lossen, gedeeltelijk omdat grotere transparantie uiteindelijk een voortzetting is van hervormingen die we recentelijk begonnen zijn’.

Dinsdag voor de invallen waarschuwde Panama Frankrijk dat het diplomatieke maatregelen zou nemen als Panama niet verwijderd werd van een zwarte lijst van belastingparadijzen.

Politieacties in andere landen

De razzia in Panama volgde op verscheidene andere politieacties gerelateerd aan onderzoeken in andere landen:

  • Franse openbare aanklagers onthulden dat ze vorige week de kantoren van de Société Générale doorzocht hadden in een poging eigenaars te identificeren van offshore bedrijven die door de bank opgericht waren via het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca.
  • De Peruviaanse overheid nam maandag documenten in beslag van het filiaal van Mossack Fonseca in Lima voor het geval deze nodig waren in mogelijke onderzoeken. Een team van twintig agenten voerde de operatie uit in de kantoren van het advocatenkantoor in de exclusieve San Isidro buurt in naam van de Nationale Belastingadministratie.
  • El Salvadors hoofdaanklager hield toezicht over een inval in de kantoren van Mossack Fonseca & Co in dat land, nadat ze opgemerkt hadden dat het uithangbord boven het kantoor was verwijderd, zei procureur-generaal Douglas Melendez. Computers werden in beslag genomen en werknemers ondervraagd, maar niemand werd aangehouden.

In andere landen waren het echter journalisten, en niet Mossack Fonseca, die de focus werden van de blik van de overheden. Enkele van ICIJ’s Ecuadoraanse journalisten werden bedreigd en beledigd door de Ecuadoraanse president.

President Rafael Correa maakte gebruik van Twitter om te pleiten voor een volledige vrijgave van de Panama Papers. ‘De ‘selectieve’ strijd tegen corruptie staat gelijk aan nog meer corruptie!’, tweette hij. ICIJ heeft de toegang geweigerd tot haar volledige databank omdat die informatie bevat over privépersonen, waarvoor het argument van algemeen belang om hun identiteit vrij te geven niet van toepassing is.

Enkele van ICIJ’s Ecuadoraanse journalisten werden bedreigd en beledigd door de Ecuadoraanse president.

Correa tweette ook de namen en Twitteraccounts van zes Ecuadoraanse journalisten die betrokken waren bij het project en ontketende zo een golf van bedreigingen en beledigingen via Twitter.

De Ecuadoraanse Raad van Burgerparticipatie en Sociale Controle, een afdeling van de Ecuadoraanse overheid, zei ook dat ze de journalisten geïdentificeerd hebben die deel uitmaakten van de Panama Papers en dat ze alle informatie zal opeisen om haar eigen onderzoek uit te voeren. ICIJ publiceerde een FAQ over het project, waarin ze uitlegt dat ICIJ geen documenten deelt met overheden.

Fundamedios, een lokale niet-gouvernementele organisatie die opkomt voor de vrije pers in Ecuador, heeft van de Ecuadoraanse overheid geëist dat ze stopt met het intimideren van journalisten die de Panama Papers onderzochten.

Correa tweette ook dat journalisten ‘bijna een jaar op zoek zijn geweest naar iets tegen de Ecuadoraanse overheid, maar dat ze niets hebben gevonden’.

Galo Chiriboga, de Ecuadoraanse Procureur-Generaal die een bedrijf heeft dat verbonden is met Mossack Fonseca, zei aan El Universo dat zijn kantoor alle aanwijzingen uit de Panama Papers zou opvolgen en dat onthullingen konden helpen bij bestaande onderzoeken, zowel als het openen van nieuwe. Hij zei dat hij zijn aandelen in het in 1999 opgerichte Panamese bedrijf Madrigal Finance Corp. heeft aangegeven toen hij in 2011 Procureur-Generaal werd.

De kantoren van een adviesbureau dat in Ecuador dienst deed als bemiddelaar tussen Mossack Fonseca en een Chinees bedrijf om belastingen te ontduiken en dat door ICIJ ontmaskerd werd als onderdeel van de Ecuadoraanse verhalen van de Panama Papers, werden dinsdag binnengevallen door het bureau van de Procureur-Generaal. Het Ecuadoraanse parlement kondigde ook aan dat het een onderzoek ging starten gebaseerd op de Panama Papers.

Persvrijheid in Venezuela

In Venezuela werden journalisten die de Panama Papers onderzochten, ook het doelwit van staatsmedia, die hen beschuldigden van het selectief verslaan van onthullingen die gerelateerd waren aan de administratie van wijlen president Hugo Chavez.

Ook in Venezuela werden journalisten het doelwit van staatsmedia.

Reporter Ahiana Figueroa, die een verhaal schreef over een ex-bankier die Mossack Fonseca gebruikte om bedrijven te registreren in offshore jurisdicties terwijl naar hem een onderzoek was ingesteld in Venezuela, werd door haar nieuwsorganisatie Grupo Últimas Noticias ontslagen wegens haar deelname aan het Venezolaanse Panama Papers team. Haar verhaal werd gepubliceerd op een microsite, gecreëerd door een groep Venezolaanse journalisten, waarvan sommigen voor andere mediabedrijven werken en anderen freelancers zijn. Velen onder hen namen ontslag bij traditionele mediabedrijven toen die van eigenaar veranderden en hun onafhankelijkheid bedreigd werd, en richtten vervolgens hun eigen mediabedrijven op, die met elkaar samenwerkten voor het Panama Papers onderzoek.

Het Instituut voor Pers en Maatschappij in Venezuela (IPYS Venezuela), een lokale niet-gouvernementele organisatie die persvrijheid in het land bevordert, trok aan de alarmbel naar aanleiding van de bedreigingen die Venezolaanse journalisten hadden ontvangen na de publicatie van de Panama Papers en stelde het Venezolaanse Ministerie van Communicatie en Informatie aan de kaak voor het versturen van een e-mail naar mediabedrijven waarin stond hoe die de Panama Papers moesten verslaan en die verdachtmakingen bevatte over het onderzoek, de journalisten en de media die er deel van uitmaakten. IPYS Venezuela zei dat deze incidenten het recht op vrije pers en informatie aantasten.

De Venezolaanse Procureur-Generaal en het parlement hebben aangekondigd dat ze de onthullingen van de Panama Papers met betrekking tot Venezuela zullen onderzoeken.

Hackers in Tunesië

In Tunesië legden vermoedelijke hackers de website plat van ICIJ’s partner Inkyfada, kort na de publicatie van een verhaal dat beweerde een nauwkeurige beschrijving te geven van een offshore bedrijf van Moshen Marzouk, een vroegere politiek adviseur van de Tunesische president en de oprichter van een politieke partij.

Reporters Zonder Grenzen veroordeelde de cyberaanval op Inkyfada en merkte op dat Tunesië op de 126ste plaats staat op het gebied van persvrijheid (totaal 180 landen). Sindsdien heeft Marzouk gedreigd Inkyfada te vervolgen voor laster, ondanks Inkyfada’s beweringen dat het verscheidene keren een reactie van de politicus heeft gevraagd. Hoewel in de Huffington Post Maghreb te lezen stond dat er twee ‘bronnen binnen ICIJ’ Marzouk bevestigd zouden hebben dat zijn naam niet voorkwam in de 11,5 miljoen gelekte documenten, heeft ICIJ zo’n contact niet gehad.

Dit artikel werd vertaald uit het Engels door Marleen Sluydts.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift