Raakt onze planeet stilaan vol?

De wereldbevolking kent sinds de industriële revolutie een onafgebroken groei. In 1804 waren we voor het eerst met één miljard. We verdubbelden dat aantal in 1927. De teller sloeg op 4 miljard in 1974. Naar schatting in 2025 zal de 8 miljardste aardbewoner zijn opwachting maken. Is onze planeet werkelijk gedoemd om uit haar voegen te barsten of kijken we stilaan uit op een bevolkingskrimp? MO* licht enkele opmerkelijke cijfers toe.

James Cridland CC BY 2.0

Geconfronteerd met een stijgende wereldbevolking lijkt een bevolkingsstagnatie nog veraf. Op dit moment kunnen we enkel vaststellen dat het tempo van de aangroei al vijf decennia afneemt.

Statistici van de Verenigde Naties (VN) becijferen regelmatig de omvang van onze wereldbevolking. Zij baseren zich daarbij op projecties over het aantal geboortes en de gemiddelde levensverwachting bij de geboorte. Zo bepalen globale vruchtbaarheidscijfers van 2,5; 2,0 of 1,5 kinderen per vrouw of we tegen het eind van deze eeuw respectievelijk 16,6; 10,8 of 6,7 miljard inwoners mogen verwachten.

Demografen beschouwen het medium groeipad als het meest waarschijnlijke voor deze eeuw. Volgens dat scenario plafonneert het aantal kinderen (jonger dan 15 jaar) tegen het midden van de eeuw.

Met 10,8 miljard inwoners zou de bevolkingsgroei eind deze eeuw stabiliseren.

 
Afrika zag het gemiddeld aantal kinderen per vrouw al dalen van 6,6 in 1950 naar 4,7 vandaag.

Dalend maar ongelijk verdeeld

Geconfronteerd met een stijgende wereldbevolking lijkt een bevolkingsstagnatie nog veraf. Op dit moment kunnen we enkel vaststellen dat het tempo van de aangroei al vijf decennia afneemt.

In 1968 bereikte de jaarlijkse bevolkingsgroei een absoluut record: tussen 1967 en 1968 nam de wereldbevolking met maar liefst 2% toe.  Sindsdien lijkt de groei te verminderen. In 2013 was de jaarlijkse aangroei gehalveerd tot 1%. Volgens de meest waarschijnlijke VN-projectie zou de aangroei verder dalen tot 0,5% midden deze eeuw en 0% eind deze eeuw.

 

 

De bevolkingsgroei in de wereld is echter ongelijk verdeeld. Zo is de jaarlijkse groei in rijkere landen vandaag al gedaald tot onder de 0,3%, terwijl armere landen nog 2,2% groei optekenen.

Bijna de helft van de wereldbevolking leeft vandaag in een land met een fertiliteitscijfer lager dan 2,1 kinderen per vrouw. Dat betekent dat er in deze landen minder kinderen op de wereld worden gezet dan nodig zouden zijn om de “vruchtbare generatie” te vervangen. Op termijn stevenen die landen af op een stabilisatie of een vermindering van het aantal inwoners. Het gaat om de traditionele industrielanden in Europa en Noord-Amerika, maar ook om opkomende economische groeilanden zoals Brazilië, Turkije, China, Vietnam en Iran.

Ook in armere wereldregio’s daalt het fertiliteitscijfer, hoewel het zich nog boven de “vervangingsratio” van 2,1 bevindt. Tussen 1950 en heden doken de Latijns-Amerikaanse en Aziatische vruchtbaarheidscijfers van 5,8 naar 2,2 kinderen per vrouw.  Afrika staat nog maar aan het begin van een fertiliteitsdaling, maar zag het gemiddeld aantal kinderen per vrouw al dalen van 6,6 in 1950 naar 4,7 vandaag.

 

 

Regionale groeiverschillen

De vruchtbaarheid is in alle regio’s van de wereld afgenomen. Maar niet elke regio bevindt zich in dezelfde fase van demografische transitie. Tijdens die transitie evolueert een maatschappij van hoge sterfte- en geboortecijfers naar lage sterfte- en geboortecijfers.

De bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden zal zich nog een aantal decennia voortzetten.

De latere aansluiting van lagere geboortecijfers op lagere sterftecijfers veroorzaakt tijdelijk een sterke bevolkingsgroei.

Westerse landen hebben dat proces reeds doorlopen. Het sterftecijfer in landen uit Europa en Noord-Amerika is sinds de achttiende eeuw constant gedaald, onder meer dankzij betere hygiëne en de medische vooruitgang, waaronder bijzonder effectieve inentingen bij kinderen.

Doordat de overlevingskansen van kinderen gevoelig toenamen, was het niet langer noodzakelijk om bijvoorbeeld 5 kinderen te krijgen in de hoop dat er minstens 2 zouden overleven. Naarmate de bevolking door middel van moderne voorbehoedsmiddelen ook meer controle verwierf over haar vruchtbaarheid, evolueerde het vruchtbaarheidscijfer er van 4,5 à 5 naar 2 kinderen per vrouw.

Ontwikkelingslanden die de demografische transitie nog niet helemaal hebben doorlopen, ondervinden een bevolkingsgroei. Doordat heel wat landen zich in deze transitieperiode bevinden, kunnen we met zekerheid stellen dat de bevolkingsgroei zich nog een aantal decennia zal voortzetten.

Het gegeven dat dalende sterftecijfers een aanleiding zijn voor dalende geboortecijfers en een stabiliserende bevolkingsgroei, is een uitstekend verkoopargument voor ontwikkelingssamen­werking. Een verbeterde scholingsgraad en het terugdringen van honger, kinder- en moedersterfte, conflicten en ziekten, dat alles draagt bij tot de ontwikkeling van het land binnen de demografische transitie.

Minstens even belangrijk daarbij is het realiseren van het recht van vrouwen om de eigen vruchtbaarheid te bepalen. Maar liefst 220 miljoen vrouwen hebben een onvervulde nood aan moderne voorbehoedsmiddelen. Zolang dat onrecht aansleept, zullen er ongewenste zwangerschappen blijven volgen.

Niet enkel de ontwikkelingsgraad, maar ook de graad van verstedelijking blijkt een impact te hebben op het fertiliteitscijfer. De stedelijke leefwijze, de kostprijs van behuizing en de combinatie tussen werk en gezin zijn elementen die ertoe bijdragen dat gezinnen in stedelijke omgeving doorgaans kleiner zijn dan gezinnen op het platteland. Landen met lage fertiliteitscijfers zijn doorgaans meer verstedelijkt dan landen met hoge fertiliteitscijfers.

Ten slotte oefenen cultuur, tradities en religieuze gebruiken ook een invloed uit op de beslissing van koppels over het gewenste aantal kinderen.

De kip of het ei

Is overbevolking de oorzaak of net het gevolg van armoede?

De link tussen bevolking en ontwikkeling zorgt al eeuwenlang voor controverse onder experten. Volgens de Malthusiaanse strekking is armoede een gevolg van overbevolking en zijn programma’s voor geboortebeperking daarom onmisbaar op het pad naar ontwikkeling. Minder kinderen verhoogt de mogelijkheid van vrouwen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en om een groter deel van het inkomen te sparen en te investeren. Volgens Malthusianen is het economisch zinvol dat ontwikkelingslanden investeren in geboortebeperking.

Een modernere strekking meent dat overbevolking niet de oorzaak maar veeleer het gevolg is van armoede. Juist omdat ze onvoldoende toegang hebben tot goede informatie en kwaliteitsvolle gezondheidsdiensten, zouden vrouwen vaker zwanger zijn dan ze zelf willen. Verbeterde socio-economische ontwikkeling is daarom de onmisbare voorwaarde voor een lagere fertiliteit.

Voorstanders van die strekking hoeden zich bovendien voor bevolkingsprogramma’s die de vrije wil van vrouwen niet respecteren. Zolang er geen fatsoenlijke diensten beschikbaar zijn die kindersterfte effectief helpen voorkomen, kan men arme vrouwen niet aanwrijven dat ze meer kinderen willen dan westerse gezinnen.

De recente opkomst van groeilanden lijkt te pleiten in het voordeel van de tweede strekking. Landen zoals Brazilië en Turkije hebben op korte termijn een enorme economische vooruitgang doorgemaakt. In afwezigheid van grootschalige geboortebeperkingsprogramma’s bereikten deze landen toch op zeer korte termijn een laag vruchtbaarheidscijfer. Het maatschappijmodel op maat van kleinere gezinnen en de sociaal-economische ontwikkeling lijken effectiever in het aanzwengelen van contraceptief gebruik dan van bovenaf opgelegde geboortebeperkingsprogramma’s.

Bevolking en milieu

 Het verband tussen milieu en bevolkingsgroei komt meer uitgebreid aan bod in MO*paper 85: ‘Kunnen voorbehoedmiddelen de wereld redden?’

Alle grafieken in dit artikel zijn gebaseerd op data van het United Nations Department of Economic and Social Affairs.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift