Regionalisme in Nigeria: ‘Als we Biafra niet krijgen, zal iedereen sterven’

Niet alleen Vlaanderen, Schotland en Catalonië hebben separatistische bewegingen en partijen. Ook Nigeria heeft zijn volksnationalisten die geloven dat ze beter af zouden zijn zonder de nationale moederstaat. Biafra heeft al eens een vernietigende afscheidingsoorlog gevoerd. Staat een herhaling van die geschiedenis voor de deur?

  • © Jeroen Los © Jeroen Los

In Nigeria zit Nnamdi Kanu in de gevangenis op beschuldiging van landverraad. Hij ijvert voor de afscheiding van enkele staten van Nigeria en de vorming van een onafhankelijke republiek Biafra. Kanu’s medestanders van het IPOB (The Indigenous People of Biafra) zetten onlangs een Free Kanu-campagne op om zijn in hun ogen onrechtmatige gevangenschap ongedaan te maken.

Het IPOB wil zijn voorman graag voorstellen als een nieuwe Mandela. De Brits-Nigeriaanse Nnamdi Kanu is immers ook advocaat van beroep en stelt dat de tijd gekomen is om de wapens op te nemen tegen de overheid. Nu is die vergelijking wat te veel eer, maar Kanu is beslist wél iemand om in de gaten te houden.

Terrorist of vrijheidsstrijder?

Oudere lezers herinneren zich ongetwijfeld de Biafra-oorlog van 1967-1970, een wrede burgeroorlog tussen Igbo’s enerzijds en Hausa-Fulani’s anderzijds. Samen met de Yoruba waren dat de grootste etnische groepen van het nieuwbakken federale Nigeria, dat in 1960 onafhankelijk was geworden van voormalig kolonisator Groot-Brittannië.

Biafra zou uiteindelijk een half miljoen – sommigen gewagen van twee miljoen – doden betreuren, velen gestorven van ontbering

Na een coup, een tegencoup en de moord op de noordelijke staatsgreeppleger, in 1966, kwam het tot een gewelddadige uitbarsting en duizenden Igbo-handelaren in het noorden (het “stamland” van de Igbo ligt in het zuidoosten van Nigeria) werden vermoord. Een miljoen anderen sloegen op de vlucht en de roep om een eigen staat klonk steeds luider. Op 30 mei 1967 riep luitenant-kolonel Odumegwu Ojukwu in Zuidoost-Nigeria eenzijdig de onafhankelijke staat Biafra uit.

Dat was in 1967. Dat daar niet lang tevoren olie was gevonden, heeft zeker meegespeeld. Een maand later gingen federale soldaten in de tegenaanval en de opstandige regio werd jarenlang in haast middeleeuwse stijl belegerd en uitgehongerd.

Ojukwu speelde, met hulp van Amerikaanse pr-lui, de hongerende burgerbevolking uit in de internationale media. Het leverde massale sympathie op voor de uitgemergelde “Biafra-kindjes”, maar ook dat mocht niet baten. Biafra zou uiteindelijk het loodje moeten leggen en een half miljoen – sommigen gewagen van twee miljoen – doden betreuren, velen gestorven van ontbering.

Achterstelling

Vandaag lijkt met Nnamdi Kanu een nieuwe generatie onafhankelijkheidsstrijders opgestaan. Kanu is afkomstig uit Umuahia, in Abia State, Zuidoost-Nigeria. Hij was lid van MASSOB (Movement for Actualization of the Sovereign State of Biafra), maar in 2009 viel hij in onmin bij MASSOB-leider Raph Uwazuruike. Een paar jaar later werd hij de kopman van de Indigenous People of Biafra of IPOB, een van de talloze pro-Biafra-bewegingen. En hij zette in Londen een livestreamzender op, Radio Biafra, waarvan hij de uitzendingen doorspekte met vuilspuiterij en haattaal aan het adres van het huidige Nigeria.

‘We hebben geweren en kogels nodig en jullie in Amerika zullen ons die geven. Als we Biafra niet krijgen, zal iedereen sterven.’

Dat de in 2015 verkozen president Muhammadu Buhari, een moslim uit het Noorden, bij zijn aantreden vooral hoge (ministers)posten aan noorderlingen toebedeelde, zette nog meer kwaad bloed. Ook Kanu liet zich niet onbetuigd. Voor de Igbo-diaspora in Los Angeles zei hij tijdens een toespraak in september 2015: ‘We hebben geweren en kogels nodig en jullie in Amerika zullen ons die geven. Als we Biafra niet krijgen, zal iedereen sterven.’

Wanneer ik bij gewone Nigerianen naar meningen over Kanu peil, krijg ik de meest uiteenlopende reacties. Sommigen, vooral Hausa en Fulani uit het noorden, doen Kanu af als een ‘gestoorde vent’, een ‘terrorist die haat predikt en zelfs etnische zuiveringen voorstaat’, een beetje in de stijl van Radio Mille Collines destijds in Rwanda. Andere Nigerianen, zoals Ike uit Brussel, zouden gelijk het vliegtuig nemen en gaan vechten voor Biafra en tegen de federale regering. Moses, een Ijaw die mij ooit op sleeptouw nam door Port Harcourt, de hoofdstad van de olierijke Rivers State, deelt wel de onvrede over de achterstelling en de marginalisering van de Igbo, maar niet hun verlangen naar een eigen staat.

Volgens Nnamdi Obasi, Nigeria-analist bij de denktank International Crisis Group, is dat begrijpelijk. ‘De Igbo’s zijn een van Nigeria’s drie grootste volkeren, maar vinden dat hun staten na de Biafra-oorlog nooit terdege geïntegreerd zijn in het federale Nigeria. Een aantal administratieve hervormingen heeft ertoe geleid dat ze minder geld, minder ontwikkeling, minder postjes krijgen. De “Zuidoost-Zone” van de Igbo telt bijvoorbeeld maar vijf staten, terwijl alle andere administratieve regio’s zes of zeven staten tellen. Dat wil zeggen dat zij minder geld uit de federale kas krijgen.’

Verdeeldheid

Het is niet helemaal duidelijk wat de verschillende afscheidingsbewegingen precies verstaan onder Biafra. Sommigen willen vooral de vijf overwegend door Igbo bevolkte staten Abia, Anambra, Ebonyi, Enugu and Imo verenigen. Anderen zouden er wat graag de hele Nigerdelta en zelfs Benue State in het noorden bij nemen. Minderheidsgroepen zoals de Ijaw in de Nigerdelta voelen daar begrijpelijkerwijs weinig voor.

‘Minderheden in de Nigerdelta zijn veeleer voorstander van zelfbestuur en van politieke en administratieve hervormingen die hen meer greep geven op de olie-inkomsten’

Obasi: ‘Terwijl Igbo-separatisten een eigen land willen, zijn minderheden in de Nigerdelta veeleer voorstander van zelfbestuur en van politieke en administratieve hervormingen die hen meer greep geven op de olie-inkomsten, dan van afscheiding. Eigenlijk geldt dat ook voor heel wat Igbo-politici en mensen uit de Igbo-elite, die heimelijk de oproerkraaiers wel steunen, maar dan vooral om druk te zetten op de federale regering, zodat die aan hun grieven en eisen tegemoet komt.’

Alle grootspraak over Mandela en zelfbeschikking ten spijt, geniet de afscheidingsgedachte volgens Obasi ‘bij oudere, werkende en gegoede Igbo’s weinig steun. De grootste oproerkraaiers zijn vooral jongeren, die zich de pijn en het verlies van de Biafra-oorlog niet eens meer voor de geest kunnen halen. Voor sommigen is Kanu een icoon en zijn gevangenschap versterkt dat aura alleen maar. Anderzijds is de verstandhouding tussen de verschillende groepen die achter de straatprotesten zitten vaak bar slecht en is Kanu niet de brugfiguur die ze kan verenigen.’

Aanvankelijk had de Massob weinig aanhang, maar het protest zwelt almaar harder aan, met soms tienduizend manifestanten in de grote steden. Obasi: ‘Doordat de ordediensten op ongewapende betogers hebben geschoten en er doden zijn gevallen, heeft de afscheidingsgedachte alleen maar aanhang bijgekregen.

Het is dus belangrijk hoe Abuja in de toekomst hiermee omgaat. Zal de federale regering even hardhandig blijven optreden, ook als de manifestanten optrekken naar de hoofdstad? En blijft de centrale regering doof voor de politieke eisen en de economische achterstelling van het zuidoosten?’

Dit interview verscheen in het zomernummer van MO*magazine. Een abonnement op het magazine kost slechts 20 euro en kan je hier bestellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift