Knieval voor betogers legt onmacht regering bloot in verdeeld Pakistan

De Pakistaanse regering gaat met het ontslag van Justitieminister Zahid Hamid overstag na een drie weken aanslepend conflict met islamistische manifestanten. Een blijk van onmacht naar aanloop van wat een hevige verkiezingsstrijd zal worden in 2018.

Aleem Yousaf (CC BY-SA 2.0)

 

Al drie weken lang blokkeerden aanhoudende protesten en sit-ins de Faizabad Interchange, een belangrijk verkeersknooppunt tussen hoofdstad Islamabad en Rawalpindi. De honderden manifestanten waren onder meer aanhangers van de Teshreek-i-Labbaik Ya Rasool Allah of TLY-partij, die aan een gestage opmars bezig is in het land. Ook in Lahore en Karachi vonden protesten plaats.

De reden van hun woede? Een klein nuanceverschil in een recente kieswetswijziging, die het mogelijk zou maken voor kiezers van de Ahmadiminderheid om zich te registreren als moslim en zo hun jarenlange politieke marginalisering te doorbreken.

Hoewel de regering al beloofd had iets aan de wijziging te doen, bleven de manifestanten hardnekkig de hoofden van de verantwoordelijke politici eisen voor godslastering. Daar gaat men in Pakistan niet licht over. Volgens Al Jazeera werden er sinds 1990 al 73 mensen vermoord na beschuldigingen van blasfemie.

Na een desastreuse politieactie afgelopen weekend, waarbij vijf doden en 217 gewonden vielen, en een weigering van de legertop om tussenbeide te komen, lijken de protesten vruchten af te werpen. Justitieminister Zahid Hamid neemt ontslag, en Premier Abbasi beloofde alle gevangenen vrij te laten en op te draaien voor de geleden schade.

Leider Khadim Rizvi van de TLY riep zijn aanhangers in het hele land alvast triomfantelijk op om hun protest te staken. Het is een hoogst opmerkelijke afloop van een saga die wel eens een testcase zou kunnen worden voor Pakistans democratische toekomst.

Hoe is het zover kunnen komen dat een kleine religieuze beweging een regering schaakmat zet? Pakistan is een complex land, dat hebben de gebeurtenissen van de afgelopen dagen nog maar eens bewezen. MO* zet voor u de belangrijkste dynamieken op een rijtje.

De eed op de Profeet

Eerst en vooral wordt meteen duidelijk hoe sterk Pakistan gefundeerd blijft op haar islamitische grondslag. Wat een inclusieve eenheidsstaat moest worden onder Mohammed Jinnah in 1947, is doorheen de decennia uitgegroeid tot een staat waar politieke rechten steeds hechter verbonden zijn met religieuze oriëntatie.

Pakistan is doorheen de decennia uitgegroeid tot een staat waar politieke rechten steeds hechter verbonden zijn met religieuze oriëntatie

De islamisering van Pakistan zette zich begin jaren 1970 in onder Zulfikar Ali Bhutto en werd geconsolideerd onder het dictatorschap van de islamistische generaal Zia Ul-Haq. Die voerde het Separate Electorate-kiessysteem in, waarbij kiezers werden opgedeeld volgens religie. Niet-moslims mochten alleen stemmen en meedingen voor een beperkt aantal zetels, een ultieme marginalisering binnen Pakistans politieke systeem.

Om uit te maken tot welke kiesgroep iemand behoorde, moest die een affidavit of eed afleggen, de Khatm-i-Naboowat of de ‘finaliteit van de profeet’. Kort gezegd houdt die in dat de persoon in kwestie zweert dat hij gelooft in Mohammed als de laatste Profeet.

(c) Wikipedia Commons, CC BY-SA 3.0

Religieuze minderheden doen het niet goed in Pakistan.

Net daar worden Ahmadi’s ontmaskerd. De Ahmaddiya is immers een islamitische strekking die naast Mohammed ook de 19e-eeuwse prediker Ghulam Ahmad ziet als de Boodschapper van God. Ultieme blasfemie volgens de Pakistaanse religieuze leiders, waardoor de Ahmadi’s dan ook sinds de jaren ’70 niet langer als moslims gelden en systematisch worden vervolgd en onteigend.

Toen dictator Pervez Musharraf in 2002 onder westerse druk het kiesstelsel opnieuw hervormde tot een Joint Electorate, of eengemaakt kiessysteem, bleef de eed op de Profeet echter intact, waardoor de politieke muilkorving van de Ahmadi’s tot op vandaag blijft voortbestaan.

De lompheid van Nawaz Sharif

Z A Balti (CC0)

Nawaz Sharifs schaduw blijft over de Pakistaanse politiek hangen.

Daar probeerde de nieuwbakken regering-Abbasi nu iets aan te doen, zij het in de marge van een heel ander project. Abbasi volgde deze zomer Nawaz Sharif op, de sterke man van de Pakistaanse Moslimliga (PML-N), toen die door het Hoog Gerechtshof aan de kant werd gezet. De Panama Papers hadden hem immers in verband gebracht met enkele corruptiedossiers.

Met de kieswet van 2017 wou de PML-N vooral de positie van haar pater familias herstellen door hem de weg vrij te maken om opnieuw partijvoorzitter te worden. Iets wat tot dusver niet toegestaan was na een veroordeling door het Hoog Gerechtshof.

Door de wet compromisloos door het parlement te bulldozeren, heeft de PML-N-regering zich de woede van zowat alle partijen op de hals gehaald, niet in het minst van de rechts-islamistische krachten. Dat verklaart waarom de protesten van de afgelopen weken zo’n proporties konden aannemen. Ook de PML-N vist in die vijver, en kon dus niet zomaar op de manifestaties inhakken.

De ware zetel van de macht

Waarom de PML-N zo verbeten probeert om Nawaz Sharif terug naar voor te schuiven, is bij deze ook duidelijk geworden. Premier Abbasi blinkt uit in zwakte. Een pijnlijk dieptepunt was de manier waarop het leger hem dit weekend een mes in de rug stak.

Het leger is altijd al de belangrijkste machtsfactor geweest in Pakistan, dat tenslotte voor de helft van zijn bestaan onder militaire dictatuur leefde. Nieuwbakken stafchef van het leger (COAS) Generaal Qamar Javed Bajwa, heeft dat in de Faizabadkwestie nog maar eens bewezen.

Als twee honden in Pakistan vechten om een been, loopt het leger ermee heen

Toen de regering het leger afgelopen zaterdag om hulp vroeg om de protesten neer te slaan, reageerde Generaal Bajwa heel aarzelend en kritisch, terwijl het Hoog Gerechtshof eerder deze week al had bevolen om koste wat het kost een einde te maken aan de protesten.

Generaal Bajwa hulde zich prompt in de rol van onpartijdige bemiddelaar en wordt in het bittere akkoord tussen regering en manifestanten geprezen voor het ‘behoeden van de natie voor een grote catastrofe’. Als twee honden in Pakistan vechten om een been, loopt het leger ermee heen.

(c) US Department of Defense, CC0

Het Pakistaanse leger blijft een politieke rol spelen.

Verkiezingskoorts

Met de spectaculaire ontwikkelingen van afgelopen weekend is de verkiezingsstrijd officieel ingezet in Pakistan. Hoewel de manifestanten scandeerden dat ze een apolitieke, religieuze strijd voerden, speelden ze op z’n minst een rol als pionnen op het schaakbord van de politieke krachten in Islamabad.

Justitieminister Zahid Hamid is het offerlam op het altaar van zijn PLM-N-partij geworden. Sharifgetrouwe Muhammad Safdar liet zich onlangs laatdunkend uit over de Ahmadi’s in een poging een eventuele electorale aderlating binnen de PLM-N te voorkomen. Dat de meeste manifestanten uit de Punjab afkomstig waren, waar Shabhaz Sharif (broer van) de plak zwaait, is ook geen toeval.

Het is overduidelijk dat de Sharifclan opnieuw een hoofdrol ambieert in de verkiezingen van september 2018

Het is overduidelijk dat de Sharifclan opnieuw een hoofdrol ambieert in de verkiezingen van september 2018, koste wat het kost. De religieuze rechterzijde zal ze in elk geval niet langer mogen negeren, want die blijkt tot meer in staat dan verwacht. Ook de verrassend unilaterale houding van het leger belooft haar geen windeieren te leggen.

Het zullen dus spannende tijden worden in Pakistan. Met alvast één grote verliezer: de Ahmadi’s, Pakistans vergeten outcasts.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift