Saoedi-Arabië pleegt mislukte aanslag op Libanese stabiliteit

De achtergrond bij het mysterieuze parcours van Saad Hariri

Gekker wordt het niet, dachten de Libanezen toen hun premier zijn ontslag aanbood vanuit Saoedi-Arabië, en zich vervolgens twee weken niet liet zien. Wat een doorzichtige poging was om Libanon te ontwrichten, blijkt echter de omgekeerde effecten te resorteren. Premier Hariri is nu via Parijs op de terugweg naar Beiroet. Een analyse.

kremlin.ru (CC0)

Mohamed bin Salman Al Saoud

Op 4 november 2017, op dezelfde dag maar nog voordat Saoedi-Arabië de oprichting van een anti-corruptiecommissie en de arrestatie van tientallen prinsen, politici en zakenmensen aankondigde, kwam er een ander, al even schokkend bericht uit het land. Op de Saoedische zender Al Arabiya las Saad Hariri, de premier van Libanon, tot ieders verrassing een perstekst af waarin hij aankondigde ontslag te nemen als eerste minister van het land aan de Middellandse Zee. Hij hield een voor zijn doen onkarakteristieke tirade tegen Iran en Hezbollah, die hij beschuldigde van inmenging in Arabische zaken, dreigde ermee dat ‘de armen van Iran in de regio afgesneden zullen worden’ en beweerde dat er een moordaanslag op zijn leven werd beraamd door die twee actoren.

Stellen dat deze stunt alom de wenkbrauwen deed fronsen, is een understatement van jewelste. Niet alleen is het volledig ongehoord dat een premier van een land zijn ontslag aankondigt vanuit een ander land, er leek tot op dat moment ook geen vuiltje aan de politieke lucht te zijn in Libanon. De regering die Hariri voorzat (en tot nader order nog altijd voorzit, gezien zijn ontslag niet van kracht wordt tot hij het persoonlijk komt melden aan de president van Libanon, Michel Aoun, in het presidentiële paleis in Baabda) was nauwelijks elf maanden eerder aangetreden na jarenlange moeizame onderhandelingen tussen de politieke kampen in het land.

Het is een “regering van nationale eenheid”, waarin zowel de “pro-westerse”, door de Saoedi’s gesteunde 14-maartbeweging als de “pro-Iraanse” 8-maartbeweging zetelt. Beide kampen zijn vernoemd naar de respectieve data waarop ze elk een massale betoging organiseerden in 2005, toen de Syrische aanwezigheid in Libanon beëindigd werd na de moord op Rafiq Hariri, de vader van Saad Hariri, en zelf ex-premier.

Het 8-maartkamp bestaat uit Hezbollah, Amal (ook een sjiitische partij), de Vrije Patriottische Beweging (de grootste christelijke partij) en een aantal kleinere bondgenoten. De 14-maartbeweging bestaat uit Hariri’s partij (soennitisch), de Lebanese Forces en de Falangisten (christelijke partijen), de PSP (grootste droezische partij) en kleinere bondgenoten en onafhankelijke politici.

Die regering consolideerde in feite de samenwerking die al sinds 2014 de facto bestond tussen alle partijen en die ervoor gezorgd heeft dat Libanon, na een eerste serie bomaanslagen in 2013 en 2014, niet noemenswaardig meegesleept werd in de Syrische oorlog.

In Libanon werd onmiddellijk beweerd dat Hariri – zelf houder van een Saoedisch paspoort – door de Saoedische kroonprins Mohamed bin Salman onder druk was gezet om ontslag te nemen.

In die oorlog vochten en vechten leden van beide kampen aan verschillende kanten mee. Een verregaande samenwerking tussen het leger, de diverse veiligheidsdiensten en Hezbollah – een samenwerking die door alle Libanese partijen en politici gesteund wordt – heeft er voor gezorgd dat het land tegen alle verwachtingen in een oase van rust en vrede blijft in de “turbulentie” van de omringende landen. In Libanon werd onmiddellijk beweerd dat Hariri – leider van de 14-maartbeweging en zelf houder van een Saoedisch paspoort – door de Saoedische kroonprins Mohamed bin Salman (verder: MbS) onder druk was gezet om ontslag te nemen, te meer daar er geen noemenswaardige spanningen waren binnen of buiten de regering.

Het taalgebruik in zijn aankondiging was duidelijk dat van Saoedi-Arabië en niet van Hariri. Het argument dat Hariri vreesde voor een (door Iran en/of Hezbollah georganiseerde) aanslag op zijn leven werd binnen een paar uren als een verzinsel afgedaan door alle Libanese veiligheids- en inlichtingendiensten (inclusief de nauw aan Hariri’s eigen partij gelieerde politie (ISF – Internal Security Forces). Kopstukken van zijn eigen partij Mustaqbal (Toekomstpartij) vielen uit de lucht.

De president van Libanon, de met Hezbollah geallieerde christen Michel Aoun (leider van de partij “Vrije Patriottische Beweging”) en parlementsvoorzitter Nabih Berri (van de sjiietische partij “Amal”) kondigden aan het ontslag van Hariri niet te aanvaarden tot die dat persoonlijk zou komen aanbieden en Hariri verder te blijven beschouwen als premier.

Het lijkt er sterk op dat het de bedoeling van MbS was om met dit manoeuver Libanon te destabiliseren en sectarische onlusten te doen oplaaien om het land alsnog mee te sleuren in de Syrische chaos.

Enkele weken voor Hariri naar Riyadh gesommeerd werd, was er al consternatie ontstaan rond een tweet van de ultrasectarische Saoedische minister voor Golfzaken Thamer al-Sabhan waarin hij stelde dat Hezbollah “omvergeworpen” moest worden, gevolgd door een interview op een Libanese zender waarin hij ‘verbluffende komende ontwikkelingen’ aankondigde. Hij had niet overdreven, zo zou al snel blijken. Zo verklaarde Saoedi-Arabië na het ontslag van Hariri dat Libanon ‘de oorlog verklaard had aan het koninkrijk’, riep het zijn inwoners terug uit Libanon, en verspreidde het geruchten dat een bataljon Saoedische F-15’s op een luchtmachtbasis in Cyprus klaarstond om Libanon aan te vallen.

Libanon zegt neen

De zaken liepen echter niet zoals MbS verwacht had. Toen Hezbollah-leider Nasrallah op 5 november een speech gaf waar heel Libanon ongerust en met spanning naar uitkeek, benadrukte hij dat Hezbollah Hariri beschouwde als een ‘gevangene van Riyadh’, dat de partij Hariri niet verweet wat hij onder druk had gedaan en dit beschouwde als een ongeoorloofde en verregaande inmenging van Saoedi-Arabië in binnenlandse Libanese aangelegenheden. Hij spendeerde een lang en amusant deel van zijn speech aan een opsomming van alle nederlagen die MbS sinds zijn machtsovername in 2015 geleden had (in Jemen, Syrië, Bahrein en Qatar) en aan een uitleg over hoe machteloos de Saoeds stonden tegenover Hezbollah en Iran.

Maar vooral: hij eiste de vrijlating van Hariri, kondigde aan dat Hezbollah dit als een belediging van geheel Libanon en alle Libanezen beschouwde, benadrukte dat Hezbollah de stabiliteit en eenheid van Libanon zou verdedigen en riep iedereen op tot kalmte. De gevreesde sectarische onlusten zouden niet van de kant van Hezbollah komen, zoveel was duidelijk en dat heeft het land voorlopig gered. In de dagen daarna verschenen in de straten van Beiroet – en specifiek in wijken waar de 8-maartbeweging sterk staat – posters van Hariri met daarop ‘Wij staan allen aan jouw kant’.

Mohamed bin Salman lijkt een zeldzaam talent te hebben voor het verwezenlijken van het omgekeerde van wat hij wil bereiken.

In een ongeziene wending volgden vrijwel alle Libanese politici en topfiguren én het grootste deel van de bevolking Nasrallah’s redenering en zijn oproep. Er kwamen geen betogingen of rellen, er volgde geen onderling gescheld en beschuldigingen en de Libanese staat beschouwde Hariri officieel als de gevangene van het Saoedische regime en als de legitieme regeringsleider en eist zijn terugkeer. Daarmee heeft MbS iets verwezenlijkt waar niemand voor hem ooit in geslaagd is: alle Libanese neuzen in dezelfde richting te zetten. Dat was natuurlijk niet zijn bedoeling, maar de man lijkt dan ook een zeldzaam talent te hebben voor het verwezenlijken van het omgekeerde van wat hij wil bereiken.

De oorlog die in Jemen snel orde op zaken ging stellen en ‘de Jemenieten bevrijden van de Houthi-beweging’ heeft ongeziene chaos, hongersnood en ellende in Jemen veroorzaakt, de Houthi’s zijn na meer dan twee jaar verre van verslagen en Riyadh wordt nu integendeel zelf door raketten getroffen. De isolatie van Qatar om het te dwingen een Saoedische koers te varen en zich te conformeren aan de lijn van de Gulf Cooperation Council, een samenwerkingsverband van Saoedi-Arabië, Koeweit, Qatar, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten en Oman, heeft er rechtstreeks toe geleid dat het land zich nauwer heeft aangesloten bij Iran en Turkije en dat de GCC in de praktijk disfunctioneel geworden is.

De Saoedische steun aan islamistische “rebellen” in Syrië was natuurlijk geen initiatief van MbS, maar ook op dat front heeft Saoedi-Arabië een flinke nederlaag moeten incasseren nu Assad aan de macht blijft. En nu lijkt hij zelfs de trouwe Libanese bondgenoten van het koninkrijk te vervreemden.

Dubbele nationaliteit

Saad Hariri zit in ieder geval in een lastig parket. Dat is al langer het geval en begon niet op de dag dat MbS hem gekidnapt en onder huisarrest in Riyadh geplaatst heeft, maar op het moment dat MbS de macht naar zich toe begon te trekken na de dood van koning Abdullah en het aantreden van Salman in 2015.

vette overheidscontracten vielen en vallen in het koninkrijk ook ten deel aan hen die in de gratie van de een machtige tak van de familie Saoed weten te komen.

Hariri’s vader Rafiq is een Libanees die zijn fortuin in Saoedi-Arabië gemaakt heeft vanaf de jaren 1970. De onderwijzer die zoals zovelen van zijn landgenoten de oorlog ontvluchtte, startte er een bouwonderneming. Toen die in 1978 het paleis van de toenmalige koning Khalid mocht bouwen, was zijn succes gemaakt. Als dank kregen hij en zijn gezin niet alleen de Saoedische nationaliteit: vette overheidscontracten vielen en vallen in het koninkrijk ook ten deel aan hen die in de gratie van de een machtige tak van de familie Saoed weten te komen.

Binnen enkele jaren was Saudi Oger uitgegroeid tot een van de grootste bouwondernemingen van Saoedi-Arabië, en bouwde met duizenden arbeiders volop basisinfrastructuur uit. Daar bleef het niet bij.

Einde jaren 1980 werd Rafiq Hariri als diplomatiek attaché terug naar huis gestuurd, waar hij een belangrijke rol speelde in het beëindigen van de toen al vijftien jaar durende Libanese (burger)oorlog. Dat was een schoolvoorbeeld van de befaamde Saoedische “checkbook diplomacy”, waarbij Hariri in naam van het koninkrijk alle partijen in de oorlog net zoveel geld toestopte tot ze zich bereid toonden het vechten te staken. Een goede zaak op zich, maar alle militieleiders en warlords bleven wel het gebied behouden dat ze veroverd hadden en kregen algehele immuniteit voor vervolging. Een aantal van hen zetelt vandaag nog altijd in het Libanese parlement. Een van hen is momenteel zelfs president van het land. De oorzaken van het conflict werden daarentegen nauwelijks verholpen en tot vandaag zinderen de spanningen nog altijd na onder de oppervlakte van het dagelijkse Libanese leven, klaar om opnieuw uit te barsten wanneer de kans zich voordoet.

Zijn diplomatieke missie legde Hariri geen windeieren. Door de contacten die hij gelegd had en zijn aanzien als vertegenwoordiger van het rijke Saoedi-Arabië, haalde zijn bouwfirma Solidère lucratieve contracten binnen voor de heropbouw van Beiroet in publiek-private partnerschappen. Daarin vertegenwoordigde Hariri niet zelden zowel de private (als ondernemer) als de publieke (als eerste minister) kant, met lucratieve wettelijke schemerzones tot gevolg. Een groot deel van de financiering van die heropbouw gebeurde bovendien door leningen van de staat bij zijn eigen bank.

kremlin.ru (CC0)

Na de moord op Rafiq Hariri in 2005 erfde Saad (tot grote onvrede van zijn oudere broer Bahaa) de politieke en zakelijke business van zijn vader.

Na de moord op Rafiq Hariri in 2005 erfde Saad (tot grote onvrede van zijn oudere broer Bahaa) de politieke en zakelijke business van zijn vader. Hij werd op zijn beurt premier van Libanon (sinds 2016 is hij aan zijn tweede termijn bezig) en de zaken bleven goed gaan. Tot Hariri’s beschermheer Abdullah in 2015 stierf en MbS Abdullah’s Shammar-tak van de familie en hun protégés buiten spel begon te zetten. Toen Saudi Oger in de problemen raakte (onder meer door achterstallige betalingen en verbroken contracten vanwege de Saoedische staat, die Saudi Oger nog zo’n 7 miljard dollar schuldig is) weigerde MbS overbruggingskredieten te verlenen aan Oger. Zo’n 40.000 werknemers wachten nog altijd op achterstallig loon en de schuld aan de Saoedische banken bedraagt naar verluid zo’n 3 miljard dollar.

Zo’n 40.000 werknemers wachten nog altijd op achterstallig loon en de schuld aan de Saoedische banken bedraagt naar verluid zo’n 3 miljard dollar.

De anti-corruptiecampagne die MbS momenteel voert, focust specifiek op “onterechte betalingen” die uitgevoerd werden tijdens Abdullah’s bewind en die volgens hem zo’n 100 miljard bedragen. Saudi Oger is daarbij betrokken en die betrokkenheid betekent enerzijds dat MbS een manier heeft om Saad Hariri onder druk te zetten en anderzijds dat zijn huisarrest ook past in het grotere plaatje van de andere aanhoudingen die niet toevallig allemaal op dezelfde dag plaatsvonden.

Eén prins kwam die dag ook om in een helikopterongeval waarvoor de Saoedische staat tot vandaag nog geen oorzaak gegeven heeft. Bepaalde bronnen stellen dat de prins probeerde te vluchten voor zijn arrestatie en dat de helikopter werd neergehaald. Een andere prins zou neergeschoten zijn in een schietpartij tussen zijn bodyguards en de politie die hem kwam arresteren.

Sectarisch conflict

Ook op diezelfde bewogen dag landde er een raket afgeschoten door de Hoethi’s op de internationale Koning Khaled luchthaven bij Riyadh. Volgens de Saoedi’s was de raket op het nippertje onschadelijk gemaakt met het Amerikaanse Iron Dome-afweersysteem, maar het is niet duidelijk of dat ook effectief zo was. In ieder geval grepen de Saoedi’s deze oorlogsdaad meteen aan om te beweren – zonder enig bewijs te leveren – dat de raket geleverd was door Iran en afgevuurd door Hezbollah. En daarmee komen we meteen bij de kern van Hariri’s ontslag vanuit Riyadh.

Dat kadert in het agressieve anti-Iraanse beleid dat MbS van bij zijn aantreden voert. Saoedi-Arabië, dat tot 1979 uitstekende betrekkingen had met de Shah van Iran, is sindsdien radicaal gekant tegen de Islamitische Republiek. Niet alleen is die republiek een reële bedreiging voor het Saoedische koningschap door een republikeins en tot op bepaalde hoogte democratisch islamitisch staatsmodel naar voren te schuiven, de Shah was ook de ‘politieman in het Midden-Oosten’ voor de VS en dus ook een beschermheer van het pro-Amerikaanse Saoedische regime zelf. Het is niet toevallig dat het oorspronkelijk enkel militaire samenwerkingsverband van de golfstaten, de GCC, vlak daarna, in 1981, het leven zag.

Sinds de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de al even contraproductieve Israëlische aanval op Libanon in 2006 is de politieke invloed van Iran toegenomen tot – vanuit Saoedisch perspectief – schrikbarende proporties.

Sinds de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 en de al even contraproductieve Israëlische aanval op Libanon in 2006 is de politieke invloed van Iran toegenomen tot – vanuit Saoedisch perspectief – schrikbarende proporties. De sjiitische halvemaan” – een term die koning Abdullah van Jordanië in 2004 lanceerde – is ondertussen nog versterkt door de recente overwinning van de As van het Verzet (zoals de betrokkenen die halvemaanvormige regio zelf noemen ) in Syrië.

Hezbollah is een substantiële speler in die as, en is door het Syrische conflict zelf uitgegroeid van een guerillaleger tot een regulier leger en een regionale macht. De Saoedische machthebbers – die sinds 1979 voor zichzelf de rol van regionale ‘politieman’ ten dienste van de VS opeisen – zien al deze ontwikkelingen met lede ogen aan en proberen ze uit alle macht tegen te houden. Het belangrijkste discours dat ze in die machtsstrijd hebben aangewend was sectarisch: ze probeerden om het conflict te herleiden tot een conflict tussen sjiieten en soennieten.

Dat discours klinkt hoe langer hoe ongeloofwaardiger sinds de soennieten in Irak en Syrië in grote getale tegen Al Qaeda en ISIS vechten. In Jemen, waar de Hoethi’s zaidieten zijn (wat iets heel anders is dan “twaalver sjiieten” van Iran) en waar de Iraanse invloed nog altijd onbewezen blijft, klonk dat discours altijd al hol. Ook de eenheidsregering die sinds een jaar in Libanon de stabiliteit bewaart, draagt bij aan het ondermijnen van dat sectarische verhaal.

Israël als lachende derde

Het gedwongen ontslag van Hariri vanuit Riyadh moet in die optiek bekeken worden: het was een poging om sjiieten en soennieten in Libanon tegen elkaar op te zetten, niet alleen als een wraakactie na het verlies van de “rebellen” in Syrië, maar ook in een poging om het sectarische discours te behouden. Opvallend is dat de Israëlische premier Netanyahu het Saoedische narratief over Libanon meteen overnam en nog dezelfde dag aan alle Israëlische ambassades wereldwijd een rondzendbrief stuurde waarin hen werd opgedragen het Saoedische narratief te bevestigen.

De samenwerking tussen Israël en Saoedi-Arabië wordt al enkele jaren hoe langer hoe openlijker gevoerd. Ze vinden elkaar in hun gemeenschappelijke vijandschap jegens Iran. Samen met Hariri sommeerde Saoedi-Arabië ook de Palestijnse leider Mahmoud Abbas naar Riyadh, waar ze hem opdroegen het komende voorstel voor vrede tussen Israël en Palestina te aanvaarden (nog voordat iemand weet wat dit voorstel zal inhouden).

Een aanval op Libanon zal deze keer niet enkel door Hezbollah militair beantwoord worden, maar ook door het Libanese leger, het Syrische leger en de diverse Iraakse en Iraanse milities die tegen IS gevochten hebben en die allemaal aanwezig zijn in Syrië.

Het lijkt erop dat MbS Israël gevraagd heeft om Libanon opnieuw militair aan te vallen in de nasleep van het sectarische conflict dat hij hoopte te veroorzaken (verschillende bronnen hebben het in dat verband over een financiële beloning toegezegd door MbS die in de miljarden dollars zou lopen). Of Israël dat ook gedaan zou hebben, indien het conflict er gekomen was, lijkt twijfelachtig. De militaire top in het land is zich terdege bewust van de toegenomen sterkte van Hezbollah, dat de Israëli’s ondertussen vrijwel evenveel “pijn” kan doen als Israël de Libanezen, en van de verregaande veranderingen in de regio sinds 2006.

Een aanval op Libanon zal deze keer niet enkel door Hezbollah militair beantwoord worden, maar ook door het Libanese leger, het Syrische leger en de diverse Iraakse en Iraanse milities die tegen IS gevochten hebben en die allemaal aanwezig zijn in Syrië. Het Russische leger is daarnaast ook nog aanwezig in Syrië en is een wildcard die Israël terdege zal moeten consulteren alvorens een militair avontuur te starten.

Maar Israël is natuurlijk sowieso de lachende derde die wint bij deze affaire, in de eerste plaats door de toenemende normalisering van de samenwerking tussen het land en Saoedi-Arabië en andere golfstaten. Op 15 november werd bijvoorbeeld voor het eerst in de geschiedenis een Israëlische generaal (Eisenkot) uitgebreid aan het woord gelaten in de Saoedische media en het hoofd van de Israëlische inlichtingendienst kondigde aan dat er nauwer samengewerkt zal worden met de Saoedische evenknie. Het anti-Iran discours van Israël wordt eveneens versterkt door het anti-sjiitische discours van MbS.

Daartegenover staat dan weer dat de Libanese minister van Buitenlandse Zaken Gibran Bassil vanuit Moskou verklaarde dat de twee landen op het punt staan een overeenkomst te sluiten over een gezamenlijke uitbating van het enorme gasveld voor de Libanese kust dat Israël ook claimt, en dat de poging om Libanon te destabiliseren een poging was om die uitbating te verhinderen.

De aftocht geblazen?

Maar het heeft (voorlopig) dus allemaal niet mogen zijn. Na de verenigde tegenreacties in Libanon en internationale oproepen vanuit de VS en Europa om de oorlogsretoriek te milderen en de stabiliteit van Libanon niet in gevaar te brengen, verscheen Saad Hariri op maandag 13 november opeens terug ten tonele. In een interview vanuit Riyadh met een journaliste van zijn eigen zender Mustaqbal sprak Hariri opnieuw op verzoenende en gematigde toon over Hezbollah en Iran en kondigde hij aan weldra terug te zullen keren naar Libanon en opnieuw te willen onderhandelen met de 8-maartbeweging.

Hariri’s absurde antwoord op de vraag waarom hij al meer dan een week incommunicado was in Riyadh (‘Ik was aan het mediteren’) stelde niemand echt gerust.

Velen merkten op dat Hariri zich nogal vreemd gedroeg tijdens het interview. Zijn absurde antwoord op de vraag waarom hij al meer dan een week incommunicado was in Riyadh (‘Ik was aan het mediteren’) stelde niemand echt gerust.

MbS kondigde op dezelfde dag ook het einde aan van de blokkade van Hodeida, de laatste open haven van Jemen, die werd ingesteld na de raketaanval op Riyadh. Hodeida is de enige haven langs waar voedsel- en medische hulp de uitgehongerde en door cholera getroffen Jemenitische bevolking kan bereiken. De VN en internationale hulporganisaties trokken al een week aan de alarmbel over deze oorlogsdaad, die de al meer dan twee jaar aangehouden maritieme blokkade van Jemen nog verergerde.

Wat volgt er op de mislukte Fase 1? Hariri verliet zondag 19 november Saoedi-Arabië om zich met zijn vrouw naar Parijs te begeven, op uitnodiging van de Franse president Macron. Naar verluidt wil hij tegen woensdag in Beiroet zijn om de viering van de Libanese onafhankelijkheid te vieren. Hariri beloofde ook dat hij bij aankomst in Libanon meer uitleg zal geven over de voorbije weken.

Het is onduidelijk welke politieke toekomst Hariri nog heeft in Libanon na dit incident, dat hem veel van zijn geloofwaardigheid gekost heeft (ook al heeft het zijn populariteit bij de Libanezen vergroot). Saoedi-Arabië heeft nog tal van mogelijkheden om de Libanese regering onder druk te (blijven) zetten: financieel is Libanon bijvoorbeeld tot op grote hoogte afhankelijk van Saoedisch kapitaal. Zo’n 250.000 Libanezen werken ook als expats in het koninkrijk en hen terug naar huis sturen zou Libanon in een grote financiële crisis dompelen.

Ze vervullen doorgaans echter technische kader- en managementfuncties waarin ze niet zo snel vervangen kunnen worden zonder ook de Saoedische economie significante schade te berokkenen. Het terugtrekken van de Saoedische inwoners uit Libanon sorteerde niet veel effect, omdat hun plaats als belangrijke toeristische groep al sinds het begin van het Syrische conflict ingenomen is door Syriërs, Irakezen en Europeanen.

Het lijkt er op dat Mohamed bin Salman niet veel mogelijkheden heeft om onmiddellijk terug te slaan.

Israël heeft duidelijk laten blijken dat het niet van plan is in opdracht van de Saoedi’s een moeilijke oorlog aan te vatten. De onvoorwaardelijke steun van Trump en Kushner aan MbS blijkt niet gedeeld te worden door Rex Tillerson en de rest van de Amerikaanse regering, noch door het Pentagon of de CIA. Het lijkt er dus op dat MbS niet veel mogelijkheden heeft om onmiddellijk terug te slaan.

Hezbollah’s secretaris-generaal Nasrallah waarschuwde op 6 november al voor een mogelijke manier waarop fase 2 zich zou kunnen manifesteren: het traditionele wapen van de Saoeds – zelfmoordterroristen – die in dit geval via Israëlisch grondgebied naar Libanon geloodst zouden worden. Hij verwees daarbij naar een precedent hiervoor dat net had plaatsgevonden, waarin zelfmoordterroristen gelieerd met al-Nusra via het door Israël bezette deel van de Golanhoogte de Syrische grens overstaken om in een droezisch dorp aanslagen te plegen. Het is trouwens niet ondenkbaar dat er in Libanon zelf nog slapende cellen zijn die geactiveerd kunnen worden.

Er blijft ook het feit dat MbS een impulsieve en onbesuisde man is die al heeft aangetoond geen goede verliezer te zijn. Als een lid van de onmetelijk rijke koninklijke familie is hij opgegroeid met het idee dat hij slechts een bevel hoeft te geven om dienaars en yesmen allerhande te laten rondsnellen om al zijn wensen werkelijkheid te maken en beschikt hij niet over een uitgebreid arsenaal politieke tactieken of strategieën. Geduldig onderhandelen vindt hij tijdsverlies en hij is niet geneigd snel advies van meer ervaren actoren te zoeken of te aanvaarden. In dat opzicht is het niet verwonderlijk dat hij het zo goed kan vinden met Trump en Kushner en met zijn vriend Mohammed bin Zayed, de kroonprins van Abu Dhabi en volgens veel bronnen de architect van MbS’s machtsovername binnen Saoedi-Arabië.

Zijn minister van Buitenlandse Zaken Adel Jubeir – die zich merkwaardig stil heeft gehouden tijdens heel deze affaire – kondigde op17 november aan dat ‘Saoedi-Arabië overlegt met zijn bondgenoten over de middelen om Hezbollah onder druk te zetten’ en ‘dat een beslissing genomen zal worden wanneer de tijd rijp is’, in een boodschap waarin hij Hezbollah en Iran nog steeds beschuldigt van agressie.

Bart Peeters is een arabist en vertaler die verschillende jaren doorbracht in het Midden-Oosten. Hij schreef eerder het hoofdstuk over de Syrische oorlog in ‘Het Midden-Oosten – The times they are a-changin’ (Sami Zemni (red.), EPO 2013) en publiceerde “De staat voorbij” (Critica 2016) over Rojava.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift