Seksuele uitbuiting via apps en online platforms treft steeds meer kinderen
IPS / Oritro Karim
08 september 2026 • 10 min leestijd
Naar schatting 20 miljoen kinderen uit 21 landen – bijna 1 op de 5 – zijn in één jaar tijd slachtoffer geworden van seksuele uitbuiting en misbruik waarbij technologie een rol speelde. Dat blijkt uit cijfers van Unicef. Kinderen in crisissituaties zijn het meest kwetsbaar omdat daders financiële bezorgdheden vaak handig weten te misbruiken.
Op twintig jaar tijd is de wereld overstag gegaan voor digitale technologieën en online mogelijkheden. Die grote verwevenheid met het dagelijks leven brengt echter ook allerlei nieuwe risico's met zich mee. Risico’s voor de veiligheid van kinderen, bijvoorbeeld, en dan met name voor zij die leven in langdurige crisissituaties. Dat stelt het kinderrechtenfonds van de Verenigde Naties in een nieuw rapport, Through Children’s Eyes: How Digital Technologies Enable Child Sexual Abuse.
Uit het rapport blijkt dat naar schatting meer dan 15 miljoen kinderen tussen 12 tot 17 jaar zijn blootgesteld aan ongewenste seksuele inhoud, dat 9 miljoen kinderen zijn gevraagd om seksuele gesprekken te voeren of seksuele beelden te delen tegen hun wil, en dat van 4 miljoen kinderen seksuele beelden zijn gedeeld zonder hun toestemming.
Online blootstelling
Nieuwe technologie heeft seksuele uitbuiting in veel gevallen gemakkelijker gemaakt omdat er sprake is van structurele drempels bij techplatforms en overheden, grootschalige onderrapportage en een nijpend gebrek aan beschermingsmechanismen voor de slachtoffers. Dat heeft ernstige gevolgen voor miljoenen kinderen, terwijl de daders vaak ongestraft blijven, stelt Unicef, dat het onderzoek in 21 landen heeft geleid, waaronder Cambodja, Indonesië, Brazilië, Kenia, Mozambique, Armenië, Servië en Montenegro.
‘In totaal zijn meer dan 20 miljoen kinderen in de onderzochte landen online blootgesteld aan ongewenste expliciete seksuele inhoud of uitbuiting’, zegt Unicef-directeur Catherine Russell. ‘Vaak is dat in digitale omgevingen waar ze leren, spelen en contact hebben met vrienden. Negatieve ervaringen van uitbuiting veroorzaken diepgaand emotioneel en mentaal leed. Veel kinderen lijden in stilte en weten niet waar ze terechtkunnen voor hulp. We mogen niet wegkijken.’
Trauma
Kinderen die slachtoffer zijn geworden van online misbruik en uitbuiting blijken volgens de resultaten van de studie ongeveer vier keer vaker melding te maken van zelfverwondend gedrag, suïcidale gedachten en verhoogde angstgevoelens. In Mexico en Noord-Macedonië lag het risico op zelfmoordgedachten bij kinderen die ooit slachtoffer waren van seksuele uitbuiting ongeveer acht keer hoger dan het wereldwijde gemiddelde, terwijl het risico op zelfbeschadiging in Pakistan ongeveer zeven keer zo hoog was.
Daarnaast rapporteerden maatschappelijk werkers en psychologen die door Unicef werden geïnterviewd talloze gevallen van posttraumatische stressstoornis (PTSS) onder slachtoffers. Dit gaat gepaard met moeilijkheden om anderen te vertrouwen en nieuwe relaties aan te gaan, maar ook is er vaker sprake van verslechterde schoolprestaties, middelenmisbruik en schadelijk of risicovol gedrag.
Facebook, Snapchat en TikTok
Ongeveer 60 procent van alle door Unicef geregistreerde gevallen vond plaats op sociale media en 14 procent via online games. De helft van alle misbruik via sociale media was op Facebook, maar aanzienlijke percentages werden ook waargenomen op WhatsApp, Instagram, Snapchat en TikTok. In 57 procent van de gevallen was de dader al bekend bij het slachtoffer. Het ging dan bijvoorbeeld om een familielid, buur, vriend, liefje of een klasgenoot.
Experts van Unicef zeggen ook dat de werkelijke omvang van deze vormen van seksuele uitbuiting de gerapporteerde cijfers wellicht ver overstijgen omdat er zeer vaak geen melding van gedaan wordt. Minder dan 1 procent van de gevallen werd gemeld bij de politie of een andere hulpverleningsinstantie, terwijl ongeveer 4 op de 10 van de ondervraagde kinderen het zelfs nooit aan iemand had verteld.
Meisjes die slachtoffer zijn van online seksueel misbruik krijgen bijvoorbeeld vaak zelf de schuld of ze worden beschaamd door hun gemeenschap. Zeker in omgevingen met rigide patriarchale structuren is dat vaak het geval, stelt het rapport.
Slachtoffers maken verder vaak geen melding van misbruik omdat ze bang zijn van intimidatie, stigma of om niet geloofd te worden. Kinderen zijn ook simpelweg niet goed op de hoogte van de mogelijkheden van psychosociale steun of juridische bijstand. Het resultaat is dat daders vaak ongestraft blijven, wat uitbuiting in de toekomst opnieuw in de hand werkt.
Onthullen van de geaardheid
‘Ik maakte me grote zorgen over hoe ik verder moest in de samenleving na wat er was gebeurd’, getuigt een jonge vrouw uit Mexico, die slachtoffer was van seksueel misbruik via sociale media. ‘Ik wist niet hoe men zou reageren als ik zou vertellen wat me was overkomen; ik was bang voor die confrontatie, en ook voor de reacties op school.’ Het meisje vertelt er nog bij dat ze sindsdien last heeft van donkere gedachten en ze zich angstig voelt.
Ook jongens getuigen in het rapport over seksueel of andere vormen van digitaal misbruik waarvan ze slachtoffer zijn geworden. Hun verhalen werden vaak gebagatelliseerd door hun omgeving of er werd van hen verwacht dat ze er in stilte mee moesten omgaan.
Vaak gebruiken daders ook het dreigement om de seksuele geaardheid van een jongen te onthullen of een bepaalde geaardheid ten onrechte te suggereren, als middel voor afpersing.
Economische moeilijkheden, extra kwetsbaar
Het rapport concludeert dat seksueel misbruik en uitbuiting via technologie kinderen overal ter wereld kan treffen, ongeacht hun woonplaats of inkomensniveau. Toch blijken daders vaker toe te slaan bij economisch kwetsbare kinderen, kinderen die in conflictgebieden wonen of in een crisissituatie leven.
‘De systemen om hen te beschermen en te ondersteunen, maar ook de rechtsbijstand staan daar vaak zwaar onder druk’, zegt Daniel Kardefelt-Winther, hoofdauteur van het rapport. De risico's worden dus bepaald door uiteenlopende factoren, waaronder specifieke economische omstandigheden en de toegang tot ondersteunende diensten.
‘Daders maken misbruik van de economische moeilijkheden waarmee sommige kinderen kampen, door hen geld of geschenken aan te bieden in ruil voor seksuele beelden of video’s’, zegt Kardefelt-Winther. ‘Door die financiële nood kan het voor kinderen lastig zijn om dergelijke aanbiedingen af te slaan; bovendien herkennen sommigen de situatie in eerste instantie misschien niet als misbruik, juist omdat er geld of andere voordelen tegenover staan.’
‘Daders maken misbruik van de economische moeilijkheden waarmee sommige kinderen kampen.’
Hij voegt daar nog aan toe dat de gevolgen van misbruik via technologie vaak niet beperkt blijven tot de digitale wereld, maar kunnen leiden tot veiligheidsrisico's in de fysieke wereld voor miljoenen kinderen. Zo vertelden sommige kinderen aan de onderzoekers dat ze online werden benaderd door vreemden die hen onder druk zetten of misleidden om af te spreken, waarna ze vervolgens seksueel werden misbruikt.
In andere gevallen kwamen daders in het bezit van seksueel getinte beelden van een kind en gebruikten ze die om het kind te chanteren en een fysieke ontmoeting af te dwingen.
Strengere wetgeving, maar ook controverse
In een poging om deze schadelijke praktijken tegen te gaan zijn verschillende landen overgegaan tot beperkende maatregelen die de toegang van minderjarigen tot sociale media verbieden of meer controleren. Dit geldt onder meer voor Australië in december vorig jaar en dit jaar volgden ook Brazilië, Indonesië, Maleisië en de Verenigde Arabische Emiraten. In Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Canada, Denemarken en Turkije wordt gewerkt aan gelijkaardige wetgeving.
Maar die maatregelen zijn ook omstreden: grote technologiebedrijven stelen dat ze de privacy van gebruikers in gevaar brengen, terwijl jongerenorganisaties vaak aanhalen dat de beperkingen een inbreuk zijn op de vrijheid van meningsuiting en jongeren isoleren van hun leeftijdsgenoten.
‘Kinderen online beschermen is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheden, bedrijven, gezinnen en gemeenschappen.’
Mensenrechtenorganisaties wijzen er op hun beurt op dat het beperken van sociale media voor minderjarigen niet de oplossing is. Ze stellen dat daadwerkelijke bescherming alleen bereikt kan worden door aanpassingen in de algoritmen en veiligheidssystemen van de platforms aan te brengen.
Kardefelt-Winther maakt de opmerking dat overheden terecht bezorgd zijn over de risico's waarmee kinderen online te maken krijgen, van pesterijen tot uitbuiting. ‘Kinderen groeien op in een digitale wereld die niet is ontworpen rond hun rechten, veiligheid en welzijn’, zegt hij. ‘Leeftijdsbeperkingen kunnen bijdragen aan de veiligheid van kinderen, maar ze pakken op zichzelf de onderliggende oorzaken van de schade niet aan. Ze kunnen kinderen zelfs drijven naar minder gereguleerde omgevingen.’
Hij voegt daar nog aan toe dat Unicef pleit voor betere bescherming van kinderen, waaronder veiligere platforms, betere meldingssystemen en meer steun voor geestelijke gezondheidszorg.
‘Ook willen we dat kinderen betrokken worden bij het bedenken van oplossingen. Kinderen online beschermen is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheden, bedrijven, gezinnen en gemeenschappen. Die spelen hierin allemaal een rol.’
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


