‘Kosovo is niet het land waarop we hoopten. Maar er is geen weg terug.’

Analyse

De onafhankelijkheid struikelt, de Europese interventie mislukt

‘Kosovo is niet het land waarop we hoopten. Maar er is geen weg terug.’

‘Kosovo is niet het land waarop we hoopten. Maar er is geen weg terug.’
‘Kosovo is niet het land waarop we hoopten. Maar er is geen weg terug.’

In januari dit jaar kwam Kosovo opnieuw even in het nieuw toen de Servische politicus Oliver Ivanovic op klaarlichte dag werd neergeschoten. Wie er achter de aanslag zit blijft onduidelijk, maar de moord werpt een zware schaduw op de tiende verjaardag van Kosovo's onafhankelijk. Die 18de februari zou toch al een feestje in mineur worden, want het ongenoegen over het decennium zelfbeschikking is haast algemeen.

Het lijkt een contradictie, een brug als symbool van verdeeldheid. Toch is de brug over de rivier de Ibar in Mitrovica precies dat. De stad in het noorden van Kosovo, een uur rijden van de hoofdstad Prisjtina, valt uiteen in een Albanese oever ten zuiden van de Ibar en een Servische in het noorden. Een enkele brug verbindt de twee stadsdelen, maar alleen voetgangers kunnen oversteken, en de politie houdt een oogje in het zeil. Begrijpelijk, want de brug was meermaals het toneel van zware rellen tussen beide gemeenschappen.

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Twee jonge Kosovaren op de Mitrovica Bridge

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Ongemakkelijke stilte

Het was hier in het noordelijk deel van Mitrovica dat enkele weken geleden onbekenden de Servische politicus Oliver Ivanovic op de drempel van zijn kantoor neerschoten. De politieke moord kwam als een schok, en zindert nog stevig na, aldus Miodrag Milicevic, directeur van de vzw Aktiv, een organisatie die ijvert voor dialoog tussen de Albanese en de Servische gemeenschappen van het land.

‘Er hangt een ongemakkelijke stilte over Mitrovica. Als hij zomaar neergeschoten kan worden, dan kan het iedereen gebeuren.’

‘Ik kende Ivanovic persoonlijk, als sinds 1999. De moordaanslag kwam als een shock, niet alleen voor mij, maar voor de hele Servische gemeenschap. Het feit dat zoiets kan gebeuren laat niet alleen woede na, maar een bittere teleurstelling. Er hangt een ongemakkelijke stilte over Mitrovica. Het is te vroeg om iets zinnigs te zeggen over mogelijke motieven achter de moordaanslag, maar het doet vragen rijzen over de veiligheid van iedereen die politiek actief is. Als hij zomaar neergeschoten kan worden, dan kan het iedereen gebeuren.’

Milicevic is sceptisch over de verklaringen van de autoriteiten dat de daders van de aanslag snel gevonden zullen worden. ‘Incidenten zoals het in brand steken van auto’s van publieke figuren zijn schering en inslag in Mitrovica. Ook die van mij ging enkele jaren geleden in vlammen op. Nooit wordt er iemand bij de kraag gevat door de politie. Natuurlijk stel je je dan vragen bij het onvermogen van de Kosovaarse staat om veiligheid te garanderen. Je denkt wel twee keer na alvorens ongemakkelijke standpunten in te nemen in zo’n atmosfeer.’

(c) Toon Lambrechts

Een klein momnument voor twee gesneuvelde UCK-strijders

(c) Toon Lambrechts

De lange arm van Belgrado

Nenad Maksimovic, hoofd van het Center for Peace and Tolerance, is minder diplomatisch. ‘Als ik de berichten in de westerse media lees gaat het altijd over de moord op een Servische politieke leider. Wat ontbreekt is dat het om de belangrijkste Servische oppositieleider ging, en dat maakt een groot verschil. Het is een dramatisch voorbeeld van hoe iedere vorm van dissidentie in de kiem gesmoord wordt door het regime van president Vucic. Hij heeft de touwtjes stevig in handen. Niet alleen het geheel staatsapparaat, maar ook de media vallen onder zijn controle. Afwijkende mening komen gewoon niet meer aan bod. Ook de Servische gemeenschap in Kosovo ontsnapt niet aan zijn macht.’

Servisch president Vucic controleert het hele staatsapparaat, maar ook de media vallen onder zijn controle. Ook de Servische gemeenschap in Kosovo ontsnapt niet aan zijn macht.

De internationale gemeenschap, en al zeker de EU, staat erbij en kijkt ernaar, aldus Maksimovic. ‘Vucic slaagt erin de democratie uit te hollen, zonder enig weerwoord van de EU. Zolang hij maar stabiliteit brengt, en meewerkt inzake de Kosovokwestie, is het allemaal goed voor Brussel.’

Maksimovic spreekt over een ‘stabilocratie’, een neologisme om de regimes in de Westelijke Balkan te beschrijven. In ruil voor stabiliteit in Europa’s getroebleerde achtertuin, knijpt Brussel een oogje dicht voor de autoritaire tendensen van de machthebbers in de Balkan.

Officieel heeft Servië geen inspraak in de interne politiek van Kosovo. Maar de parlementsverkiezingen van 2017 legde de kaarten zo, dat Lista Srpska, de grootste Servische fractie in Kosovo, een sleutelrol bij de regeringsvorming in handen kreeg.

Alleen met de zetels van Lista Srpska kon Ramush Haradinaj opnieuw premier worden. De partij, waarvan de verkiezingsaffiches nog steeds de straten van noord-Mitrovica domineren, en waartegen Ivanovic oppositie voerde, maakt er geen geheim van nauw aan te leunen bij het regime van Vucic. Die heeft op die manier een stevige vinger in de pap in Kosovo. Het cynische is dat twee figuren uit de jaren negentig – Vucic was minister van Media onder Milosevic en Haradinaj commandant van het UCK, het Kosovaars Bevrijdingsleger – elkaar opnieuw gevonden hebben.

Lege doos in Brussel

(c) Toon Lambrechts

Het betonnen skelet van een Servisch-orthodoxe kerk. Het nooit afgewerkte bouwwerk is een van de weinige herinneringen aan de Servische aanwezigheid in Prishtina

(c) Toon Lambrechts

De timing van de moord op Ivanovic doet vragen rijzen. De man werd neergeschoten op de ochtend dat Kosovo en Servië de onderhandelingen over de toekomst van het land zouden hervatten. ‘Opnieuw, het is te vroeg om te speculeren over motieven, maar vreemd is het alleszins wel,’ zegt Miodrag Milicevic, directeur van Aktiv. ‘De onderhandelingen werden ook meteen opgeschort. Goed, die zaten toch al compleet in het slop.’

In 2013 legden zowel Servië als Kosovo hun intentie vast om tot een normalisering van hun relaties te komen in het zogenoemde Brussels Agreement. Maar veel afspraken uit het akkoord zijn dode letter gebleven, en ook de verder onderhandelingen brachten een duurzame oplossing niet dichterbij. Ook Milicevic is kritisch. ‘Het ontbreekt de Brussels Dialogue aan transparantie, en een stem voor de Servische gemeenschap uit Kosovo zelf. Zelfs als er beslissingen worden genomen, dan komt daar in de praktijk weinig van in huis.’

‘Zelfs als er beslissingen worden genomen, dan komt daar in de praktijk weinig van in huis.’

‘Aan beide zijden overheersen vooroordelen. De generatie geboren na de jaren negentig heeft geen enkel contact met elkaar. Ik ken genoeg mensen in het noorden die nooit de brug oversteken. En Albanese jongeren kennen de Serviërs enkel uit de verhalen van de vorige generatie, en die zijn niet al te positief. De gemeenschappen liggen verder uit elkaar dan ooit, het zijn twee compleet gescheiden werelden. Misschien is het ooit wel mogelijk om elkaar terug te vinden, maar vandaag zou een simpele erkenning van elkaars bestaan al een hele stap vooruit betekenen.’

Geen reden tot feesten

(c) Toon Lambrechts

Het jonge land viert zijn tiende verjaardag, maar veel reden tot feesten is er niet

(c) Toon Lambrechts

Op 18 februari 2008 verklaarde Kosovo zich onafhankelijk, na negen jaar VN-bestuur. Zeer tegen de zin van Servië uiteraard, dat het nieuwe land officiële nog steeds als een afvallige provincie beschouwd. Rusland – een traditionele bondgenoot van Servië – blokkeert samen met China nog steeds het VN-lidmaatschap van Kosovo. Zelfs enkele EU-lidstaten zoals Spanje en Griekenland erkennen het Balkanland niet.

Het water tussen de Albanese meerderheid en de Servische gemeenschap is dieper dan ooit

De tiende verjaardag van Kosovo’s onafhankelijkheid zal ten noorden van de Ibar niet gevierd worden. Daarvoor ligt niet alleen de moord op Oliver Ivanovic te vers in het geheugen, maar wegen ook de twijfels of de Serviërs nog wel een toekomst hebben in Kosovo te zwaar door. Maar ook in de rest van Kosovo is er weinig reden tot feesten. Een politieke oplossing voor de status van het land is nog niet in zicht, en het water tussen de Albanese meerderheid en de Servische gemeenschap is dieper dan ooit. De economie van het land is ronduit belabberd.

Kosovo is een unicum in Europa, het enige land van het continent met een erg jonge bevolking. Zo’n zeventig procent van de Kosovaren is jonger dan 35 jaar. Alleen is er geen werk voor al die jonge mensen, dus zoeken ze hun heil elders. En ook al ziet Kosovo zich als een onafhankelijke land, een hele reeks internationale actoren hebben nog steeds een stevige vinger in de pap. Vooral de EU heeft veel geïnvesteerd in de opbouw van de Kosovaarse staat, al hebben die inspanningen niet het verhoopte resultaat opgeleverd.

Het EULEX-experiment

Het is niet alleen Europa’s jongste staat die tien kaarsjes uitblaast, ook EULEX viert zijn tiende verjaardag. De missie van de Europese Unie kwam er op de vooravond van de Kosovaarse onafhankelijkheid, en had als doel het land te helpen met de uitbouw van een rechterlijke macht, een eind te maken aan corruptie en georganiseerde misdaad, en oorlogsmisdaden te berechten. Het engagement van de EU in Kosovo werd de grootste burgerlijke EU-missie tot nog toe.

Maar net als Kosovo heeft EULEX weinig reden tot feesten. Het bilan oogt erg mager, op z’n zacht gezegd. Van de initiële ambitie om de voormalige UCK-strijders – de politici van vandaag – te berechten voor vermeende betrokkenheid bij georganiseerde misdaad is niet veel in huis gekomen. Een auditie door het Europees Hof enkele jaren geleden maakte duidelijk dat het bestrijden van corruptie te weinig prioriteit heeft gekregen. Een dieptepunt in het EULEX-verhaal kwam er in 2014 toen personeel van de missie zelf van corruptie beticht werd.

Twee zielen

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Het mandaat van EULEX loopt in juni ten einde, al werd het de vorige jaren steeds verlengt. Een hernieuwing van de missie zou geen goed idee zijn, aldus Andrea Capussela, politiek analist en auteur van het boek Statebuilding in Kosovo. ‘EULEX was een erg goed idee, maar faalde in zijn opzet. De bestaansreden van de missie was te tonen dat jaren van straffeloosheid voorbij waren en dat de tijd gekomen was om georganiseerde misdaad en corrupt uit te roeien, oorlogsmisdaden te bestraffen, en een aantal gevaarlijke individuen achter de tralies te stoppen. Dat zou de cultuur van straffeloosheid in Kosovo doorbroken hebben.’

EULEX heeft zich te veel bezig gehouden met minder belangrijke zaken zoals politie- en douanewerk, en te weinig met georganiseerde misdaad en oorlogsmisdaden

Alleen, dat is niet gebeurd. EULEX heeft zich te veel bezig gehouden met minder belangrijke zaken zoals politie- en douanewerk, en te weinig met georganiseerde misdaad en oorlogsmisdaden, stelt Capussela. ‘De grote vraag is natuurlijk waarom EULEX niet naar behoren gewerkt heeft. De belangrijkste reden – naar mijn inziens – ligt in de structuur van de missie. EULEX heeft altijd twee zielen gehad die elkaar in de weg zaten. De eerste is een tamelijk traditionele missie met een focus op capaciteitsontwikkeling.’

‘Maar EULEX is ook een juridische entiteit met rechters en onderzoeksrechters die mensen dienden te vervolgen voor ernstige misdaden. En omdat de missie zo’n omvang had, kreeg ze ook een politiek karakter. Dat heeft het juridisch werk zwaar gehinderd, want de onafhankelijkheid van de juridische poot was onvoldoende gegarandeerd en stond onder invloed van het politieke leiderschap. Je kan niet de minister van financiën laten arresteren door de ene poot van EULEX, terwijl de andere moet onderhandelen met de eerste minister. Dat werkt niet.’

Stabiliteit versus aansprakelijkheid

Een ander probleem is dat er te weinig naar resultaten wordt gevraagd door de EU-instanties. Die klopten zich op de borst nadat EULEX in voege trad, maar daarna werd het stil. Dat is deels te wijten aan politieke motieven. Opnieuw een voorbeeld van hoe Brussel stabiliteit laat primeren in de Balkan? ‘Ja, deels wel,’ zegt Andrea Capussela.

‘De westerse mogendheden zaten ook wat gewrongen met Kosovo. Ze trokken in 1999 ten strijde om de Kosovaarse bevolking te beschermen. Dat argument hield steek, maar het feit dat ook het UCK als weerloze slachtoffers werden afgeschilderd al veel minder. Zonder mandaat van de Veiligheidsraad bleef de operatie echter een schending van het internationaal recht.’

‘Hetzelfde speelde in 2008 toen Kosovo de onafhankelijkheid uitriep, opnieuw tegen de internationale rechtsregels in. Toen werd er gezegd dat Kosovo flink op weg was om een moderne, stabiele staat te worden. Al die argumenten zouden plots een stuk minder overtuigend klinken als plots voormalige UCK-commandanten en politici achter de tralies zouden verdwijnen voor oorlogsmisdaden en georganiseerde misdaad.’

Het onvermogen van EULEX om recht te spreken heeft de Kosovaarse samenleving geen goed gedaan.

Het onvermogen van EULEX om recht te spreken heeft de Kosovaarse samenleving geen goed gedaan. Rond een aantal Kosovaarse politici zoals premier Ramush Haradinaj en president Hashim Thaci – beide voormalige commandanten van het UCK – blijft een waas van corruptie hangen. Allebei werden ook beschuldigd van oorlogsmisdaden, maar kwamen vrij bij gebrek aan bewijs.

Dat betekent niet dat ze hun handen in onschuld kunnen wassen, aldus Capussela. ‘Maar het feit dat ze niet berecht werden geeft hun een argument om iedere beschuldig te ontwijken. Dat heeft Kosovo opgezadeld met een politieke elite die niet alleen corrupt is, maar ook volmaakt onbekwaam om het land te leiden.’ Heeft het dan nog zin om EULEX verder te zetten? Niet volgens Capussela alleszins.

‘Na tien jaar is het te laat om de missie te hervormen. Het was een bijzonder interessant experiment, zowel voor Kosovo als voor de EU, maar het mislukte jammerlijk.’

Kind van de jaren negentig

(c) Toon Lambrechts

Anti-EULEX graffiti in de straten van Prishtina

(c) Toon Lambrechts

‘We hadden een naïef geloof in de internationale gemeenschap, maar men blijft werken met mensen die eigenlijk achter de tralies thuishoren’

De obsessie van internationale instellingen, en vooral de EU, met stabiliteit heeft Kosovo geen goed gedaan. Het stelt een politieke elite in staat zich te handhaven, ondanks hun incompetentie en corruptie. De ontgoocheling hierover is groot, zo vertelt Linda Gusia, lector sociologie aan de universiteit van Prisjtina.

‘We hadden een naïef geloof in de internationale gemeenschap, maar men blijft werken met mensen die eigenlijk achter de tralies thuishoren, enkel en alleen omdat ze en status quo garanderen. Dat lijkt stilaan op kolonialisme.’

Ook Kosovo’s politiek leiderschap kan op weinig bijval rekenen. ‘De huidige regering is de ergste ooit. Onze staat wordt gegijzeld door een groep oligarchen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de grip van de voormalige UCK-commandanten op de Kosovaarse politiek stilaan ten einde loopt. Ze hebben zich schandalig verrijkt, ze hebben de kansen van dit land verkwanselt en zijn een schande voor iedereen die gestreden en geleden heeft voor Kosovo.’

Linda Gusia is een kind van de jaren negentig, een periode waarin het snel fout begon te gaan in Kosovo. Nadat Milosevic in 1989 de autonomie van de toenmalige Joegoslavische provincie opschortte, ontstond er een ondergrondse verzetsbeweging die door middel van niet-gewelddadig verzet een parallelle samenleving uitbouwde, inclusief ondergrondse scholen en medische faciliteiten.

‘Kosovo is niet meer of minder een mislukte staat dan onze buurlanden in de Westelijke Balkan. Onze problemen stellen zich alleen veel duidelijker door de aanwezigheid van de internationale instellingen hier.’

De verzetsbeweging werd uiteindelijk geplet onder het geweld tussen de Servische veiligheidsdiensten en het UCK, het Kosovaars Bevrijdingsleger, maar de geest ervan leeft verder, aldus Linda Gusta. ‘Die jaren hebben mijn generatie diepgaand gevormd. We zijn opgegroeid onder een regime dat ons onderwijs in onze taal ontzegde, waar onze ouders hun baan verloren omdat ze Albanees waren,… Later kwam de oorlog en de ervaring als vluchteling in een ander land. Maar net al die ervaringen hebben ons geleerd m vrijheid en rechtvaardigheid te waarderen.’

Over de vraag wat tien jaar onafhankelijkheid opgeleverd heeft moet Linda Gusia even nadenken. ‘Dat hangt af voor wie. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat onafhankelijkheid de enige oplossing was, en dat er geen weg terug is. Kosovo is niet meer of minder een mislukte staat dan onze buurlanden in de Westelijke Balkan. Onze problemen stellen zich alleen veel duidelijker door de aanwezigheid van de internationale instellingen hier. Maar even slecht scoren als de rest maakt niets goed natuurlijk.’

‘Dus, nee, dit is niet het land waarop we hoopten, en ja, we zijn diep teleurgesteld. Maar er is geen weg terug. Het is aan ons, de Kosovaren, om onze leiders ter verantwoording te roepen. Maar de wil om Kosovo te laten slagen als staat is sterk, net omdat we zoveel opgeofferd hebben voor dit land.’