Dossier: 

Van noodhulp naar een nieuw Nepal

Volgens de VN trof de aardbeving in Nepal een half jaar geleden 2,8 miljoen mensen en bijna een miljoen huizen. Zo’n 150.000 gezinnen moesten van nul herbeginnen. Eerst stelden naschokken de wederopbouw uit, toen kwam de moesson. Intussen zou de heropbouw volop moeten lopen, maar de VN en het noodhulpconsortium 12-12 haalden slechts iets meer dan de helft van het beoogde hulpbudget binnen. Bovendien bemoeilijkt de Nepalese overheid de besteding van het geld. MO* volgde het spoor van de 5,5 miljoen euro noodhulp die 12-12 in België inzamelde en zag zowel hoop als een reeks complicaties die een spoedig herstel van de collectieve breuk belemmeren.

  • © Nick Meynen Zakenvrouw Suman Shahi © Nick Meynen
  • © Tim Dirven © Tim Dirven

‘Twee weken voor de aardbeving was onze war room net klaar, om na rampen de communicatie tussen ziekenhuizen, leger en hulporganisaties te coördineren.’ Sarah Blin, Nepal-directeur van de ngo Handicap International, zegt dat dankzij hun protocols cruciaal medisch materiaal amper beschadigd werd. Dokters wisten bovendien hoe te reageren wanneer er geopereerd moet worden en families hun geliefden in overspoelde ziekenhuizen terugvinden. Pas later namen de VN het over.

Ook Plan International kende een goede startpositie. De ngo was immers al jaren actief in het district dat door de aardbeving het zwaarst werd getroffen: Sindhupalchowk. Nepal-directeur Mattias Bryneson: ‘Omdat Plan altijd heel nauw samenwerkt met de lokale gemeenschappen, kenden we meteen de grootste behoeften. We konden snel cash geven aan de mensen die het meest in nood verkeerden en het minst in staat waren om zelf iets te doen. De overheid moet nieuwe hardware bouwen –denk aan scholen– maar wij kunnen de software leveren.’

De Nepalese overheid werkt tegen

‘Als dit blijft duren, kan de economische schade even groot worden als die van de aardbeving zelf.’

Met die hardware wil het echter niet echt vlotten. ‘De overheid zegt build back better maar wij zeggen: better build back.’ De Nepal-directeur van Dokters van de Wereld, Simon Castro Wooldridge, spaart zijn kritiek niet. 

Nepal heeft net een nieuwe grondwet [linken naar het artikel ‘Naschokken in Nepal‘], maar in het zuiden van Nepal is de onvrede daarover zo groot dat het tot geweld en een blokkade kwam. Daardoor komt er amper nog benzine binnen.

Simon: ‘Als dit blijft duren, kan de economische schade even groot worden als die van de aardbeving zelf. We moeten medische teams afzeggen omdat er niet genoeg brandstof is. En de overheid verlengde zonet de vakantie, waardoor er straks twee en een halve week quasi geen gezondheidszorg in Nepal zal zijn.’

Wat verder nog speelt, is dat politici geen tijd hadden om de wetten te stemmen die nodig zijn om de 4,4 miljard dollar te krijgen en gebruiken die de internationale gemeenschap al toezegde. 

Ook Sarah Blin stipt de brandstofschaarste en het gebrek aan een reconstructiewet aan als grootste kopzorgen. Die wet moet resulteren in duidelijke bouwregels en zou 2000 dollar voorzien per gezin dat een huis verloor. Blin: ‘In de meeste landen versoepelt de overheid procedures als er een ramp is, om snel in te kunnen grijpen. In Nepal echter kwam er enkel maar méér papierwerk bij.’

Ook Caritas International, eveneens een lidorganisatie van consortium 12-12, wacht op een teken van de Nepalese overheid. Na de aardbeving hielp de organisatie 40.000 gezinnen aan tijdelijke schuilplaatsen, maar nu is het wachten tot ze kan overgaan tot de bouw van shelters die zowel bestand zijn tegen de nakende winter als tegen nieuwe aardbevingen.

Maagproblemen

De Nepalese bevolking woont erg verspreid en in moeilijk toegankelijk gebied. Dr Manuel De Lara, hoofd van het medische team van de ngo Dokters van de Wereld, denkt dat het pakket noodhulp de ongelijkheid nog versterkt. De Lara: ‘Het zijn vooral de mensen die hogerop wonen, waar het kouder is, die nog meer dan elders hun huizen kwijt zijn –omdat ze daar geen goede cement hebben. Net zij zijn zo moeilijk te bereiken om materiaal te brengen.’ Daarom zet Dokters van de Wereld naast twee mobiele medische teams per jeep ook twee mobiele teams per helikopter in.

De Lara maakt zich zorgen over de winter. ‘We verwachten een piek in luchtweginfecties. Op dit moment zijn de belangrijkste gezondheidsproblemen huidinfecties, spierpijnen, maagproblemen, luchtweginfecties en diarree –in die volgorde. De spierpijnen komen vaak van het extreem harde werk dat veel mensen nu doen. De maagproblemen van overmatig gebruik van alcohol en extra stress. Anders dan vroeger houden we ons nu ook bezig met psychologische hulp, zeker voor kinderen.’ 

Kinderen lopen ernstige trauma’s op als ze naast hun kapotte huis en zonder afleiding blijven, dus denkt Dokters van de Wereld net als de meeste organisaties aan tijdelijke maar veilige speelplekken. Unicef deed dat ook in het tentenkamp in Kathmandu en Plan International in het zwaar getroffen district Sindhupalchowk. Bij Handicap International was dé grote uitdaging om op tijd bij patiënten met amputaties te geraken om hen de kans op een goed passende prothese te geven. Tot nu toe kon Handicap er een zestigtal mensen aan een prothese helpen.

Geld in ruil voor werk

Ondervoeding is een ander structureel problemen en de aardbeving zorgde voor acute honger. Veel gezinnen verloren al het voedsel dat in hun huis opgeslagen lag, omdat het in de dagen na de aardbeving regende op blootgesteld eten.

Oxfam Solidariteit, eveneens één van de zes lidorganisaties van het consortium 12-12, deelde zakken kunststof uit om zaden droog te houden en zorgde ervoor dat 25.000 boerengezinnen toch konden zaaien en nu kunnen oogsten. Volgens de VN hebben nog zeker 530.000 aardbevingsslachtoffers in Nepal voedselhulp nodig –waarvan er eind september 156.000 geen hulp kregen en ook geen hulp in zicht hebben. 

Toch verschuift nu de focus van directe voedselgiften naar programma’s die mensen in staat stellen om zelf eten te kopen. Plan International werkt bijvoorbeeld met cash for work-programma’s, waarbij groepen van twintig tot dertig mannen én vrouwen eenvoudig werk doen, zoals puin van scholen en wegen ruimen. In ruil krijgen ze 500 roepies (4,5 euro) per dag. Elk programma duurt een maand. Het aantal programma’s is afhankelijk van het aantal donaties dat de organisatie ontvangt. De capaciteit om uit te breiden is in ieder geval aanwezig. 

Overgangsfase

‘De aardbeving deed onze huizen en muren instorten, maar ook de muren tussen de mensen zijn gevallen.’

In Batase, een dorp in Sindhupalchowk waar Plan actief is, stoten we op een grote hoop lege rumflessen. Lanam Lama, werkleider van een groep die puin uit de school aan het ruimen was: ‘We dachten echt dat als alle naschokken gedaan waren, er geen enkel huis meer recht zou staan en het einde van de wereld aangebroken was. Geiten en kippen werden geslacht en de eerste weken sukkelden we van de ene roes in de andere.’

Het “collectieve laatste avondmaal” bleef niet duren, want toen wij Batase bezochten, zagen we op meerdere plaatsen hard werkende groepen. In totaal zijn in Nepal 32.145 klaslokalen vernietigd. Momenteel zit de hulp van Plan International in een overgangsfase van noodhulp naar wederopbouw. Er worden tijdelijke klaslokalen gebouwd die een paar jaar moeten meegaan, tot de overheid de bouw van klaslokalen opnieuw overneemt. 

© Tim Dirven

Ook Dokters van de Wereld zit naar eigen zeggen in een overgangsfase. Simon Castro Wooldridge: ‘Bovenop onze mobiele teams bouwen we nu zo veel mogelijk semi-permanente hulpposten, die toch een jaar of vijf tot tien moeten mee gaan. Ze kosten 6000 dollar per stuk en we konden er al elf bouwen. Daarvoor werken we samen met lokale coöperatieven, die we al kennen van onze jarenlange samenwerking voor de aardbeving.’ 

In Sindhupalchowk zijn 61 van de 79 hulpposten compleet vernield. De meeste van die gebouwen zijn in de laatste tien jaar gebouwd, maar veel Nepalezen vertellen me dat er bij de constructie van een hulppost of school met geld van de centrale overheid vaak minderwaardige materialen gebruikt worden om zo wat geld in eigen zak te houden.

Waar uw gift heen gaat

Van elke 100 euro die bij 12-12 binnenkomt gaat er 2 euro naar het consortium zelf, 2 euro naar de campagnes van de zes lidorganisaties (Unicef, Handicap, Plan, Dokters van de Wereld, Oxfam en Caritas), 10 euro naar beheer in België en Kathmandu en 86 euro naar concrete hulpverlening.

Er bestaat geen twijfel over dat die 86 procent van de ingezamelde 5,5 miljoen euro noodhulp voor Nepal –ondanks de barrières van de Nepalese overheid– ter plekke zorgt voor semi-permanente hulpposten, budget voor werkprogramma’s, protheses en het runnen van tentenkampen en meer. 

In dit MO*dossier over Noodhulp voor Nepal kon u de verhalen van Kul, Uma en Bim [linken] lezen. Wat opvalt, is het contrast tussen falende overheden (zowel de Belgische, die niet de gevraagde hulp stuurde, als de Nepalese), doeltreffende ngo’s en burgers met mededogen. Suman Shahi (zie kaderstuk): ‘De aardbeving deed onze huizen en muren instorten, maar ook de muren tussen de mensen zijn gevallen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Nick Meynen (°1980) schreef het boek ‘Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie’ en eerder ook Nepal.