Vele wegen leiden naar de circulaire economie

Het Transitiefestival dat Vlaamse middenveldorganisaties deze week organiseren, staat in het teken van de circulaire economie. Naarmate men ging doordenken op wat een circulaire economie allemaal impliceert, is het begrip een brede lading gaan dekken. 

  • US mission (CC BY-ND 2.0) Een meisje verkent het kunstwerk “Recycling Labyrinth” een installatie van Mona Sfeir, gemaakt van 8000 petflessen, evenveel als er iedere seconde op een stortplaats terechtkomen. Het werk aan het VN-kantoor in Genève had tot doel wereldwijde afvalbeheer onder de aandacht te brengen. US mission (CC BY-ND 2.0)
  • PhilippeCPhoto (CC BY-NC-SA 2.0) Een man herstelt een broodrooster in een “RepairCafé” in Elsene. PhilippeCPhoto (CC BY-NC-SA 2.0)
  • © kringwinkel Meetjesland Vorig jaar werd door de 128 Vlaamse kringwinkels samen 69.550 ton goederen opgehaald. Bijna de helft van het ingezamelde materiaal wordt hergebruikt na een verkoop in de kringwinkel. © kringwinkel Meetjesland

De term is de jongste tijd nogal hip maar verwijst eigenlijk naar hetzelfde als de al wat oudere begrippen zoals kringloopeconomie of cradle to cradle, … Het komt er telkens op neer dat we zuiniger leren omspringen met de materialen die de Aarde ons ter beschikking stelt. Of zoals de Zwitserse architect Walter Stahel en een van de grondleggers van de circulaire economie, het formuleert: ‘Een circulaire economie is een economie die de voorraden van geproduceerd kapitaal (gebouwen, infrastructuur, goederen,…) en van menselijk kapitaal (arbeid, kennis en kunde) verstandig beheert in een regionale economie die gebaseerd is op een filosofie van zorg, waardebehoud en gesloten kringlopen.’

‘De voorraden van geproduceerd en menselijk kapitaal verstandig beheren’

Dat verstandig beheer kan uiteenlopende vormen aannemen: voorkomen van afval, recyclage van zogenaamd afval, hergebruik van spullen en onderdelen, het samen gebruiken van dezelfde goederen (de deeleconomie), de economie grondvesten op kortere ketens en het minder transporteren van dingen, verstandig ontwerp en levensduurverlenging van producten,… Elk van die vormen van circulaire economie zorgt ervoor dat er, globaal gezien, minder materialen door de economie stromen.

De circulaire economie is hot dezer dagen: op een studiedag die de SociaalEconomische Raad van Vlaanderen (SERV) en de MINAraad onlangs organiseerden, daagden honderden geïnteresseerden op.

EU wil recyclagepercentages opdrijven

De onderste trap van de circulaire economie is verstandig omgaan met zogenaamd afval door het apart in te zamelen en er zoveel mogelijk nuttige dingen mee doen. Het is de onderste trap omdat er nog sprake is van zoiets als afval; men gaat er immers van uit dat een meer circulaire economie zo weinig mogelijk afval produceert, in plaats daarvan komen geplande materiaalstromen die opnieuw gebruikt kunnen worden voor bepaalde toepassingen.

Vlaanderen staat ver in de selectieve ophaling en het benutten van die afvalstromen: zeventig procent van het huishoudelijk afval wordt bij ons selectief opgehaald en de diverse stromen worden nuttig verwerkt door diverse industrietakken. Zeventig procent is ver boven het Europese gemiddelde.

US mission (CC BY-ND 2.0)

Een meisje verkent het kunstwerk “Recycling Labyrinth” een installatie van Mona Sfeir, gemaakt van 8000 petflessen, evenveel als er iedere seconde op een stortplaats terechtkomen. Het werk aan het VN-kantoor in Genève had tot doel wereldwijde afvalbeheer onder de aandacht te brengen.

Het is vooral op het gebied van recyclage dat de EU met harde maatregelen vooruitgang wil afdwingen. Het zogenaamde circulair pakket van eind 2015 bevat feitelijk alleen harde instrumenten als het gaat om recyclage van (verpakkings)afval. Ook John Wante, verantwoordelijk voor innovatie bij de OVAM, vindt het pakket niet erg sterk. ‘Alleen rond recyclage zijn er harde instrumenten.’

‘Alleen rond recyclage zijn er harde instrumenten’

De milieubeweging betreurt bovendien dat de Europese Commissie de recyclagedoelstellingen heeft afgezwakt. Voor het huisvuilafval werd de recyclagegraad verlaagd van zeventig procent in 2030 naar 65 procent. Voor het verpakkingsafval maakte men dezelfde reductie voor de doelstellingen in 2025.

Er zijn bovendien geen bindende doelen voor het voorkomen van afval waardoor de EU langer in deze laagste trap van de circulaire economie gevangen dreigt te blijven.

Rob Buurman die deze materie (sic!) op de voet volgt bij de Bond Beter Leefmilieu: ‘De EU heeft vooral aandacht voor de recyclage en niet voor de totale hoeveelheid restafval. Dat is vooral gunstig voor landen als België die weliswaar een grote hoeveelheid afval produceren maar daarvan twee derde selectief ophalen.’

Het klopt dat in Vlaanderen elke burger al sinds 1996 elk jaar meer dan 500 kilogram restafval produceert. Daar zit maar een zachtjes dalende lijn in. Wat wel sterk is toegenomen, is de recyclagegraad. Landen in Oost-Europa produceren veel minder afval en recycleren ook veel minder, waardoor het restafval soms op een vergelijkbaar niveau staat als in de West-Europese landen.

Wat Buurman het meest stoort is dat de Europese Commissie de doelstelling om de grondstoffenefficiëntie met dertig procent te verhogen, helemaal heeft geschrapt. ‘Toegegeven, dat was een moeilijke indicator, maar nu is er niks meer. Nu wordt circulaire economie helemaal opgehangen aan competitiviteit en groei en banen. Ik heb niks tegen een nieuw verhaal maar de hamvraag is of dit pakket zal bijdragen tot een lager grondstoffenconsumptie. Ik betwijfel dat dus.’

In de wandelgangen van de Europese Commissie heet het dat dit een work in progress en dat er later ook andere terreinen meer dwingende maatregelen komen.

Hergebruik: de kringwinkel draait niet in een kringetje

Een trap hoger in de circulaire economie staat het hergebruik en onze samenleving is zich daar de voorbije decennia meer gaan op instellen. Naast digitale platformen zoals Capaza waar mensen massaal gebruikte spullen zijn gaan aanbieden en kopen, valt vooral het verhaal van de kringwinkel op.

Vorig jaar werd door de 128 Vlaamse kringwinkels samen 69.550 ton goederen opgehaald – dat is drie procent meer dan het jaar voordien en 14 000 ton meer dan in 2010. Bijna de helft van het ingezamelde materiaal wordt hergebruikt na een verkoop in de kringwinkel. Op die manier werd voor het eerst de vijf kilogram van hergebruik per Vlaming gehaald. Textiel is goed voor een derde van de verkochte goederen, gevolgd door meubelen (21 procent), huisraad (19 procent), elektro (9 procent) en boeken/multimedia (zeven procent).

© kringwinkel Meetjesland

Vorig jaar werd door de 128 Vlaamse kringwinkels samen 69.550 ton goederen opgehaald. Bijna de helft van het ingezamelde materiaal wordt hergebruikt na een verkoop in de kringwinkel.

Voor het eerst kocht de gemiddelde Vlaming meer dan 5kg in de Kringwinkel

Het fenomeen van de kringwinkel is de voorbije twintig jaar blijven groeien in bijna al zijn dimensies. Naast het opgehaalde tonnage groeide ook de omzet: van de totale omzet van 110 miljoen euro komt 45 miljoen euro van de verkoop tegenover 32 miljoen in 2010 en 12 miljoen in 2001. Ook het aantal kringwinkels steeg van 20 in 1995 over 81 in 2000 naar 107 in 2010 tot de huidige 128.

Opmerkelijk is dat de tewerkstelling sinds 2010 rond de 5000 bleef schommelen. Naar eigen zeggen vormt de tewerkstelling de zwakke schakel in de groeiplannen. In Vlaanderen heeft de sector van in het begin ingezet op tewerkstelling van langdurig werkloze mensen in het kader van de sociale economie waarbij de overheid een belangrijk deel van het loon betaalt. De kringwinkels leven maar voor de helft van de verkoop; de rest bestaat uit een vergoeding voor de recyclage en vooral van tewerkstellingssubsidies.

Recente tewerkstellingsgroei gebeurde bijna volledig via werknemers in het zogenaamde artikel 60-statuut. Dat zijn mensen die een leefloon ontvangen. Zegt Marleen Vos die de koepel van kringwinkels leidt: ‘Kringwinkels ontvangen geen subsidies om deze mensen te begeleiden en zij mogen ook 12 tot 18 maanden in dienst blijven. Het is niet makkelijk om de winkels zo te runnen. Groei wordt moeilijk op deze manier.’ En verder groeien, is nochtans wat beoogd wordt: tegen 2022 willen de kringwinkels zeven kg aan elke Vlaming verkopen.

Deeleconomie: what’s in a name?

Dezelfde goederen met meerdere mensen gebruiken, is uiteraard ook een manier om zuinig om te springen met grondstoffen. Dat gebeurt op allerlei manieren en niveau’s. Je wagen ter beschikking stellen van je buurman of samen zijn grasmachine gebruiken, is het meest voor de hand liggend. Op dat niveau is de organisatiegraad nog bescheiden en kan men terugvallen op vertrouwen en een paar basisafspraken.

Maar als de deeleconomie meer mensen wil betrekken, vergt ze meer organisatie en een deelplatform. Dat laatste wordt precies mogelijk gemaakt door het internet en de elektronische communicatie. Deelplatformen nemen allerlei gedaantes aan. Soms is het deelplatform eigendom is van een beursgenoteerde multinational, soms wordt het lokaal opgebouwd door gebruikers en/of eigenaars, en daar tussenin zijn er veel schakeringen mogelijk.

Het autodeelinitiatief Dégage in Gent groeide van beneden af vanuit enkele auto-eigenaren die hun wagen wilden delen met anderen, en op die manier een deel van hun kosten terug verdienen. Momenteel worden op die manier zeventig auto’s gedeeld via een zelf ontwikkeld elektronisch bestelsysteem en een basisset van afspraken.

Hoeveel wordt er eigenlijk gedeeld bij Uber?

Aan de andere kant van het spectrum staat van de deeleconomie staat Uber: ook Uber wordt soms als deeleconomie bestempeld omdat elke autobezitter die dat wil, met zijn wagen ritjes kan gaan rijden voor iedereen die daar via het deelplatform van Uber om verzoekt.

Het verschil zit hem hierin dat van elke rit een kwart van de vergoeding naar Silicon Valley gaat, en dat er een afhankelijkheidsrelatie wordt geschapen tussen Uber en de chauffeurs. Bovendien zijn er veel vragen over de vergoeding en het sociaal statuut van de Uberchauffeurs: waarom mogen zij concurreren met taxichauffeurs die wel sociale bijdragen betalen? Je kan je dan ook de vraag stellen of er bij Uber wel zoveel gedeeld wordt.

Korte keten is meer omstreden

Een ander aspect van de circulaire economie is de nadruk op de korte ketens – als kringlopen kort zijn, gaan ze gepaard met minder transport en dus minder CO2-uitstoot. John Wante (OVAM) wijst op bijkomende effecten: ‘Herstel en hergebruik zijn makkelijker als de producenten dichterbij leven. De kennis van de producten is dan immers ook nabij. Je kan moeilijk een toestel naar China brengen om het te herstellen. Door de korte keten is er ook meer transparantie, weet je welke grondstoffen in een product zitten en kan je als overheid ook beter een groen en een sociaal aankoopbeleid voeren.’

In die zin wordt de circulaire economie en haar korte ketens door sommigen gezien als een manier om Europa te herindustrialiseren. Wel is niet heel duidelijk hoe dat zou moeten gebeuren. Professor internationale politiek aan de VUB, Jonathan Holslag, denkt dat het kan door voor de producten hogere kwaliteitsnormen in te voeren. Hij is ervan overtuigd dat dit zal leiden tot een terugkeer van de maakindustrie omdat Europa wel competitief is in de kwalitatieve niches. Vraag is natuurlijk of pakweg China intussen al niet in staat om ook hoge kwaliteit te leveren.

PhilippeCPhoto (CC BY-NC-SA 2.0)

Een man herstelt een broodrooster in een “RepairCafé” in Elsene.

John Wante denkt dat de grote terugkeer van het maakwerk kan via het instellen van de juiste fiscaliteit waarbij de lasten op arbeid worden verminderd en de belastingen op het gebruiken van energie en grondstoffen worden verhoogd.

Kan de korte keten Vlaanderen herindustrialiseren?

Patrick Vandenbossche van Agoria, de federatie van technologische bedrijven in België, nochtans erg enthousiast over de circulaire economie, gelooft daar niet in. ‘Ik ben bang dat dit soort belasting onze bedrijven nog meer op kosten jaagt: we hebben hier al zo weinig grondstoffen, en als we het gebruik ervan dan ook nog eens belasten… Bovendien is het moeilijk om de grondstoffeninhoud van een product in te schatten.’

Vandenbossche gelooft dat de circulaire economie de West-Europese bedrijven competitiever kan maken: ‘Vaak is de grondstoffenkost erg belangrijk, soms tot zestig procent van een product. Als je daarop kan besparen, door recyclage en remanufacturing, betekent dat heel wat. Een bedrijf als AW Europe laat versnellingsbakken nu terugkeren en herfabriceert die door de onderdelen die versleten of verouderd zijn, te vernieuwen.’

Vandenbossche gelooft dat dit ook kan leiden tot een nieuw businessmodel waarbij bedrijven niet langer producten verkopen maar diensten. ‘Philips doet dit al: ze verkopen aan sommige klanten geen lampen meer maar licht. Het is wel een hele aanpassing en veel bedrijven zijn wat bang om zo’n nieuw zakenmodel op te starten. Vanuit Agoria zetten we daarrond lerende netwerken op.’

Het begint met Eco-Ontwerp

Dat nieuwe zakenmodel dringt zich ook op als bedrijven hun producten anders gaan ontwerpen zodat ze makkelijker demonteerbaar en herstelbaar zijn, en zodat ze langer blijven meegaan. Nu gebeurt het omgekeerde: bedrijven bouwen hun producten soms zo dat ze ‘tijdig’ verslijten en ze houden weinig of geen rekening met demonteerbaarheid.

De industrie staat hier echt nog maar in de kinderschoenen. En de EU is kennelijk ook niet van plan om een strak tempo op te leggen. Het circulaire pakket legt hier geen bindende doelstellingen op.

Bedrijven zijn niet snel bereid om hun productieproces aan te passen in de richting van een grotere demonteerbaarheid. ‘Bedrijven veranderen niet graag een product of een productieproces dat succesvol is,’ beaamt professor Karel Van Acker, coördinator van het OnderzoeksCentrum voor Materialen aan de KU-Leuven. Hij stelt dat de overheid de producenten ertoe kan aanzetten om producten zo te maken dat ze makkelijker te demonteren zijn. Dat kan via de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Die verplicht bedrijven te betalen voor het opnemen van hun producten in de recyclagestroom: de prijs hiervoor zou moeten verlaagd worden als bedrijven hun product beter demonteerbaar maken. Bij de Commissie vernemen we dat er een voorstel in die zin voorligt.

Een andere moeilijke kwestie is de levensduur van de producten. ‘Nochtans zou je hier ook via de wetgeving garanties inzake levensduur kunnen. Waarom niet vragen dat bedrijven tien jaar garantie geven?’ vraag John Wante van de OVAM zich af. ‘Bedrijven zullen dan minder eenheden verkopen, maar kunnen meer vragen per eenheid, en zich ook toeleggen op herstel en dienstverlening. Dat laatste impliceert nabijheid en lagere arbeidskosten.’

Bij de Europese Commissie luidt het dat een tienjarige garantie soms betekent dat mensen en bedrijven ertoe aangezet worden om voorbijgestreefde toestellen in de markt te houden. ‘Waarom vragen dat de energieverslindende ijskasten van weleer zo lang mogelijk meegaan?’

Anderen wijzen er dan weer op dat toestellen met langere garantie vaak duurder zijn en dat dit sociale gevolgen heeft. Sommigen trekken dat evenwel in twijfel. ‘Een goeie jeans gaat langer mee dan een die je in de Primark koopt en uiteindelijk kost hij je minder per uur dat je hem draagt,’ betoogde professor Holslag op de eerder vermelde studiedag.

‘Geloof me, de circulaire economie is een topprioriteit voor de Commissie’

Bronnen bij de Commissie wijzen er op dat de innovatiecurve bij elk product anders is, en dat het heel wat studiewerk vergt om correct in te schatten welke garantietermijn voor welk product het meest geschikt is. ‘Geef ons wat meer tijd. We werken hierop. De circulaire economie staat hoog op de agenda van de Commissie. Overigens, welk bedrijf is tegenwoordig niét bezig met zijn CO2-uitstoot? Het circulaire pakket is een topprioriteit van de Europese Commissie. Weet je dat er vanuit het parlement meer dan drieduizend amendementen waren? Dat was een record.’ Hot dus, ook daar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur