Verenigd onder de nationale vlag, tegen corruptie en politieke incompetentie

Irak gaat plat op vrijdag 25.10: ‘Weg met de regering. En weg met Iran’

© Karim Abraheem

De demonstranten willen geen enkele politieke vlag op de betoging van 25 oktober. Het is bang afwachten of de protesten opnieuw gewelddadig onderdrukt zullen worden.

Zeg vandaag in Irak ‘25 oktober’ en iedereen weet wat dat betekent, ook hier in het noordelijke Mosoel. Het is de datum van een nieuwe, aangekondigde confrontatie tussen het volk en de regering. Op die dag hervatten de Irakezen de demonstraties die ze drie weken geleden begonnen, nog voor de demonstranten in buurland Libanon.

Dat het een harde confrontatie zal worden, staat in de sterren geschreven. ‘Misschien komt het verstand van deze regering op vrijdag en geven ze de mensen ruimte om te betogen’, zegt Osama, een Iraakse journalist in Mosoel. ‘Maar in Bagdad en het zuiden van Irak bereiden ze zich voor op het worstcasescenario: met vluchtroutes, veldhospitalen, de beste manier om je gezicht te beschermen… Dit is Irak, en Iran speelt mee.’

Demonstranten hekelen de corruptie, het cliëntelisme en de werkloosheid. Ze eisen ook het ontslag van de politiek verantwoordelijken.

De eerste golf van demonstraties begon op 1 oktober in de (centraal gelegen) hoofdstad Bagdad en breidde zich snel uit naar steden in het zuiden. Met de Iraakse vlag in handen – een vriendelijke middenvinger naar het politieke sektarisme in het land – riepen demonstranten twee dagen hun ongenoegen uit over de politieke elite. Die slaagt er maar niet om het moegetergde Irak via democratische weg op de rails te zetten.

Demonstranten hekelden niet alleen de diepgewortelde corruptie, het enorme cliëntelisme en de werkloosheid. Ze eisten ook het ontslag van de politieke verantwoordelijken die incapabel zijn om de job uit te voeren waarvoor ze zijn verkozen.

De reactie die de demonstranten begin oktober kregen op hun acties was extreem gewelddadig.

Na die confrontatie, en onder grote druk van de Irakese burgers, bestelde de Iraakse regering een onderzoeksrapport dat klaarheid moest scheppen over de juiste omstandigheden. Dat werd op 22 oktober werd vrijgegeven.

Volgens het regeringsrapport stierven 107 burgers en 8 leden van de ordetroepen, en raakten 3450 burgers gewond. Volgens een rapport van de VN-bijstandsmissie in Irak (UNAMI) dat een paar uur na het Iraakse rapport werd gelanceerd, stierven minstens 157 burgers en vielen er 5494 gewonden.

Vast staat dat er met scherp werd geschoten. Volgens het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken waren niet de ordetroepen schuldig, maar hadden “verraderlijke krachten” hier de hand in.

Dat wordt fel tegengesproken door demonstranten en journalisten, die zeggen dat de ordediensten samenwerkten met sluipschutters. Er wordt gewezen in de richting van milities die sterke banden hebben met Iran. Ook in het filmpje hierboven wordt beweerd dat de sluipschutters door Iran gesteund worden, maar dat is niet exact bewezen.

De UNAMI veroordeelde scherp de repressieve maatregelen die werden genomen en zegt dat de demonstranten het recht moeten krijgen om vredevol, binnen de lijnen van de Iraakse wetgeving, te betogen.

Regering versus het volk

Volgens beide rapporten over de demonstraties van begin oktober werd 70 procent van de dodelijke slachtoffers of in de borststreek of in het hoofd geschoten, en werd ambulances de toegang tot slachtoffers ontzegd. Waar die kogels vandaag kwamen, vermeldt het Iraakse regeringsrapport niet. Maar, zeggen de onderzoekers van het regeringsrapport, geen enkele hooggeplaatste uit de Iraakse regering gaf een bevel om echte kogels af te vuren.

Premier Abdul-Mahdi kondigde al hervormingen aan, maar die getuigen van een weinig structurele aanpak.

Het regeringsrapport geeft ook te kennen dat verschillende officieren die echte kogels gebruikten, gearresteerd werden en dat bevelhebbers binnen de ordediensten ontslagen zullen worden. Met andere woorden: de regering pleit zichzelf vrij van elke verantwoordelijkheid.

Intussen kondigde premier Adel Abdul-Mahdi al drie hervormingspakketten aan. Maar die bevatten weinig details en getuigen van een weinig structurele aanpak. De belangrijkste beloften zijn jobcreaties en het voorzien van betaalbare huisvesting voor interne vluchtelingen en mensen die hun te hoge huur nauwelijks kunnen betalen.

Het zijn doekjes voor het bloeden, zeggen de Irakezen. ‘We wonen al ongeveer twintig jaar in onaanvaardbare omstandigheden. Waarom zou dit nu veranderen?’ Net als bij hun collega-demonstranten in Libanon is het vertrouwen van de Irakezen in hun regering op een historisch laag peil beland.

Een regering die de demonstranten niet verdedigt, en die geen structurele stappen zet om de vragen van het volk te beantwoorden, stelt zich ronduit cynisch op, zeggen de Irakezen. Net als de Libanese demonstranten eisen ze het ontslag van de huidige regering.

Iran, go home!

Opvallend: de belangrijkste geestelijke sjiitische leider van Irak, groot-ayatollah Ali al-Sistani, gaf na het geweld tegen de betogers begin oktober de Iraakse regering twee weken om uit te zoeken welke ‘ongedisciplineerde elementen’ sluipschutters hadden ingezet om de demonstranten neer te schieten.

‘Nonsens’, vertellen mensen me. ‘Al-Sistani gebruikt een agenda die hij in Teheran heeft gekocht. Hij heeft ook niets te zeggen, het is Iran dat alle touwtjes in handen heeft.’

De — vooral sjiitische — demonstranten hekelen vandaag (net als bij de eerdere demonstraties in de zuidelijke stad Basra, in 2018 en 2019) de verregaande invloed van Iran in hun land en de aanwezigheid van milities die sterke banden hebben met Iran. Meer dan ooit is men die buitenlandse agenda beu. Het is tijd, zeggen de Irakezen, dat we onder de nationale Iraakse vlag ons land op het goede spoor krijgen, dus zonder invloed van buitenaf.

Bij de Iraanse reacties op de protesten in zowel Irak als Libanon valt het verschil in toon op, zeggen verschillende waarnemers op Twitter. Terwijl de Iraanse buitenlandminister de legitieme rechten van het volksprotest in Libanon verdedigt, staan de Iraakse protesten volgens hem onder buitenlandse invloed. Lees: die van Israël en de Verenigde Staten.

Wat doen al-Sadr en zijn aanhangers?

De invloedrijke geestelijke Moqtada al-Sadr, wiens partij de grootste is in het Iraakse parlement, probeerde de volksbeweging tot voor kort politiek te recupereren.

Maar het feit dat al-Sadr ‘groen licht gaf aan zijn achterban om vrijdag te protesteren’ werd zeer lauw ontvangen door de demonstranten. Zij willen geen enkele politieke vlag op de betoging. ‘Het is beter dat hij thuisblijft’, zeggen de Irakezen. Tijdens de eerste protestgolf bevond al-Sadr zich overigens niet eens op Iraaks maar, cynisch genoeg, Iraans grondgebied.

Er wordt gevreesd voor georkestreerde clashes tussen de demonstranten en aanhangers van Moqtada al-Sadr.

Nu zou ook al-Sadr langzaam zijn kar keren. Hij gaf deze week dinsdag te kennen dat de milities zich, net als de andere ordediensten in het land, zeer alert moeten opstellen en zich moeten voorbereiden op chaos op 25 oktober.

Het verontrust de Irakezen. Het is onduidelijk welke agenda de invloedrijke geestelijke heeft. En ondanks al-Sadrs tanende invloed zou hij nog altijd een grote groep volgelingen hebben die zich blindelings door hem laten leiden. Er wordt gevreesd voor georkestreerde clashes tussen de demonstranten en aanhangers van al-Sadr.

De afwezigen

Hier, in het soennitische, noordelijke Mosoel, is de solidariteit met de demonstranten in Bagdad en het zuiden groot. En toch zullen ze zelf niet op straat komen. ‘Als wij hier in Mosoel op straat komen, wordt dat meteen politiek gebruikt’, zeggen de mensen met wie we praten.

‘We zullen worden gelinkt aan IS of aan een partijpolitieke agenda, met name die van de Baath-partij (de partij van Saddam Hoessein, red.)’, vrezen ze. ‘Die kans willen we de regering niet geven.’

Ook de demonstranten uit Bagdad zelf roepen de soennieten, precies om die reden, op om zich voorlopig gedeisd te houden. ‘De protestvlag is Iraaks, weg van alle sektarische breuklijnen, maar we willen de regering geen politieke munitie geven’, klinkt het.

En hier in Mosoel, dat nog niet hersteld is van drie jaar controle door IS (Daesh), is er de angst voor “IS 2.0”. Met het nieuwe oorlogsgeweld in Syrië en de ontsnapping van vele gevangen IS-strijders bestaat de kans dat IS zal profiteren van de chaos om zich in Mosoel op te stellen.

Geen Facebook of internet

Facebook is hier in Irak al een aantal dagen afgesloten, al ontkent de regering elke betrokkenheid. Er zou bovendien sprake zijn van regeringsorders aan de telecombedrijven om het internet af te sluiten van vrijdagochtend (6 uur) tot zaterdagavond (23 uur). De reden? ‘Onderhoudswerken’.

Dit bericht, ontkend door de regering zelf, wordt op hoongelach onthaald door de Irakezen. ‘Dat ze niet meer creativiteit aan de dag kunnen leggen’, klinkt het.

Ordediensten krijgen de opdracht om zich vanaf donderdag 24 oktober in de hoogste staat van paraatheid op te stellen. Vele internationale journalisten en media verhuisden intussen, omwille van veiligheidsredenen, tijdelijk van Bagdad naar Erbil, de hoofdstad van de Koerdische Autonome Regio, volgens journalist Osama.

Zelfs Mosoel en de directe omgeving, op minstens vijf à zes uur rijden van hoofdstad Bagdad, zullen worden afgesloten vanaf donderdagavond, zo laten de lokale media verstaan. Ook de mensen in het zuidelijke Basra kregen een duidelijke waarschuwing dat de ordediensten alles zullen doen om ‘chaos te voorkomen’.

Het is bang wachten op 25 oktober. Tegelijk zijn de Irakezen meer vastberaden dan ooit. Zelfs als 25 oktober de status quo in Irak niet meteen verandert, dan nog is er iets veranderd in de hoofden van de bevolking, iets wat de politieke elite zeer goed begrijpt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur