Waarom de stabiliteit in Spanje niet zal terugkeren

Zondag trok Spanje alweer naar de stembus om, in tegenstelling tot de verkiezingen van 20 december 2015, wel tot een duidelijke regeringsmeerderheid te komen en politieke stabiliteit te creëren. Maar ook nu wordt de vorming van een coalitie geen sinecure. Iedereen verliest, behalve Mariano Rajoy… die niets wint. En van stabiliteit zal geen sprake zijn.

  • Ministerio de la Cultura de la Nacion Argentina (CC BY-SA 2.0)  Pabli Iglesias, de charismatische leider van Podemos. Ministerio de la Cultura de la Nacion Argentina (CC BY-SA 2.0)
  • Partido Popular (CC BY-ND 2.0) Met meer dan 8 miljoen stemmen eist uittredend premier Rajoy het initiatief op. Partido Popular (CC BY-ND 2.0)
  • FSA-PSOE (CC BY-ND 2.0)  Als ze aan zet komt, zal de PSOE, net als vóór deze verkiezingen, trachten Unidos Podemos onder druk te zetten om deze ‘regering van de verandering’ mee te bevolken of te gedoogsteunen. FSA-PSOE (CC BY-ND 2.0)
  • Fotos de Camesitas de Santi Ochoa (CC BY-NC-ND 2.0)  Militanten van Podemos Fotos de Camesitas de Santi Ochoa (CC BY-NC-ND 2.0)

Net als vóór de stembusgang van zondag kijken velen richting sociaaldemocratische PSOE. De partij van Pedro Sánchez werd van op links belaagd door Unidos Podemos. Alle peilingen kondigden aandat deze krachtenbundeling van Podemos, Izquierda Unida en vele andere progressieve formaties de PSOE zou overvleugelen. Maar alle peilingen zaten ernaast. De sociaaldemocraten behaalden weliswaar de laagste score uit hun geschiedenis (85 zetels) maar wisten de tweede plek te handhaven achter de rechtsconservatieve Partido Popular die erop vooruit gaat (137 zetels).

Rajoy is aan zet

Met meer dan 8 miljoen stemmen eist uittredend premier Rajoy het initiatief op. Hij wil een regering vormen, bij voorkeur een ‘grote coalitie’ met de PSOE en Ciudadanos. Als het niet anders kan wil hij zelfs een minderheidskabinet leiden. Maar de PP is ditmaal hoe dan ook allerminst van plan de macht af te staan. Eerstdaags zal Rajoy koning Felipe meedelen dat hij de opdracht aanvaardt om een nieuwe regering te vormen.

Gezien PP-mandatarissen van alle niveaus betrokken zijn bij corruptieschandalen mag deze uitslag verbazen. Zeker, er bestaat een sociologisch minimum van zo’n kwart van de kiezers die ronduit conservatief en rechts stemmen, onder wie velen de mening zijn toegedaan ‘dat er onder Franco stabiliteit en waardigheid was’. Dat de prijs van die ‘stabiliteit’ onder de Franco-dictatuur betekende dat de oppositie buiten de wet werd gesteld en dat opposanten in de gevangenis belandden, moet er dan maar bijgenomen worden.

Gezien PP-mandatarissen van alle niveaus betrokken zijn bij corruptieschandalen mag deze uitslag verbazen.

Zeker, er zijn PP-stemmers die het met het draconisch besparingsbeleid roerend eens zijn, die zich zelfs verrijkt hebben de afgelopen periode. OK, ze zijn niet talrijk, maar wel invloedrijk. Zeker, de PP beschikt over een wijdvertakt cliëntelistisch apparaat dat in vele landelijke streken nog steeds de oeroude caciquismo-verhoudingen in stand weet te houden.

Maar de bonus die Rajoy zich nu toe-eigent zegt nog wat anders. Dat de angst gespeeld heeft en dat veel Spanjaarden daar gevoelig voor zijn. De angst voor ‘Griekse toestanden’ mocht Podemos aan de macht komen, een angst die wellicht in de allerlaatste rechte lijn door de ‘brexit’ nog wat concreter werd. Blijkbaar is die angst bij een deel van de kiezers sterker dan de afschuw voor de corruptie.

Hou u vast: de PP gaat er in élke regio waar corruptieschandalen onthuld werden op vooruit! Bij critici van de PP ontlokte dit zure reacties. Iemand maakte de bedenking dat mochten Spanjaarden dinosauriërs zijn, ze met z’n allen voor de meteoriet zouden stemmen. Iemand anders deelde ietwat cynisch mee dat het de PP aan één of twee corruptieaffaires ontbroken heeft om de absolute meerderheid in de wacht te slepen.

Partido Popular (CC BY-ND 2.0)

Met meer dan 8 miljoen stemmen eist uittredend premier Rajoy het initiatief op.

Een meerderheid vergt 176 zetels. De partij van Mariano Rajoy hoopt op een ‘grote coalitie’. PP en PSOE komen samen heel comfortabel aan 222 zetels. De formule beantwoordt ook aan de wens van het Europese en Spaanse establishment. In die kringen wil men zo snel mogelijk een stabiele meerderheid die het huidige soberheidsbeleid doorzet en het land strak in de begrotingspas laat lopen. Ook de ermee gepaard gaande ingrijpende herstructurering van de arbeidsmarkt mag niet stokken (soepele ontslagregelingen, flexijobs…). Rajoy had de Europese instellingen al beloofd dat, mocht hij premier blijven, Spanje verder het ingeslagen soberheidspad zou bewandelen.

De stabiliteit die het establishment wenst, vergt evenwel dat er paal en perk wordt gesteld aan de schier oneindige sliert grote en kleine corruptieaffaires. Ook al hebben deze affaires de PP electoraal niet verzwakt, toch vormen ze internationaal een smet op het Spaanse blazoen en voor je het weet valt er een regering over.

Ten slotte kan de PP niet het hele gerechtelijke apparaat controleren. Vandaar de idee om de drenkeling van deze verkiezingen, het rechtse Ciudadanos (32 zetels), mee aan boord van zo’n grote coalitie te hijsen. De partij van Albert Rivera zou dan de ‘vernieuwing’ belichamen die de twee formaties van het bipartidismo, PP en PSOE, moeilijk kunnen waarmaken. Meteen na de verkiezingen liet Rivera al weten dat hij nooit een veto tegen de PP gesteld heeft, iets wat gezien de pedigree van het Ciudadanos-partijkader helemaal in de lijn van de verwachtingen ligt, maar haaks staat op de verkiezingscampagne. Tot daar dus de farce van het ‘vernieuwingsverhaal’ van Ciudadanos.

Hiermee staat de PSOE onder druk. Europees loopt de partij, samen met Hollande, Renzi of Samson, strak in de Trojka-pas. Het hele soberheidsdispositief werd in Spanje vanaf 2008 niet door de PP, die zat te verkommeren in de oppositie, maar door de PSOE-regering van José Luis Rodríguez Zapatero op poten gezet. Zapatero riep er de 15-M-beweging mee over zich af. Maar samen met ‘erfvijand’ PP regeren, zou bij de achterban een aanzienlijke malaise kunnen teweeg brengen.

Wat doen de sociaaldemocraten van de PSOE?

Binnen de partij gaan stemmen op om de kelk aan zich voorbij te laten gaan en – alleszins in een eerste fase – een oppositierol te verkiezen. Dit betekent dat de PSOE zich zou onthouden bij de stemming van een PP of PP-C’s-Regering. Vooral de Andalusische ‘sterke vrouw’ Susana Díaz lijkt gewonnen voor zo’n houding. In haar bolwerk werd ze door de PP in zetelaantal voorbijgestoken. Wellicht zal ze zich vanaf nu concentreren op een machtsovername in de PSOE en het voorbereiden van haar greep naar een later Spaans minister-presidentschap vanuit Andalucía.

Podemos mee in het bad trekken, zou een goede manier zijn om de angel uit deze voor de PSOE gevaarlijke concurrent te trekken.

Tot nu toe ging de voorkeur van de sociaaldemocraten echter uit naar een ‘regering van de verandering’ met Ciudadanos. Vandaag lijkt de haalbaarheid van deze formule verder weg dan ooit: ze komt zo maar eventjes 49 zetels te kort. Als ze aan zet komt, zal de PSOE, net als vóór deze verkiezingen, trachten Unidos Podemos onder druk te zetten om deze ‘regering van de verandering’ mee te bevolken of te gedoogsteunen.

Mathematisch kan dat: de lijst van Pablo Iglesias staat borg voor 71 zetels. Podemos mee in het bad trekken, zou tevens een goede manier zijn om de angel uit deze voor de PSOE gevaarlijke concurrent te trekken. Voor de jonge formatie zou deelname aan zo’n scenario dan weer een lelijk schot in de eigen voet betekenen en zelfs haar al bij al fragiele bestaan op de helling zetten.

Ten eerste was een coalitie met het rechtse Ciudadanos voor de naar de indignados refererende lijst altijd uitgesloten. De C’s werden immers voorgesteld als ‘de nieuwe PP’. Ten tweede zou Unidos Podemos dan elke aanspraak voor meer autonomie voor de regio’s, voor recht op zelfbeschikking van de Catalanen, moeten inslikken.

En laat daar zich nu net de twee grote successen van Unidos Podemos situeren. De lijst eindigt eerst in Baskenland en Catalonië, regio’s waar de PP matter of speaking gereduceerd werd tot klein-rechts en alter ego PSOE tot klein-links.

FSA-PSOE (CC BY-ND 2.0)

Als ze aan zet komt, zal de PSOE, net als vóór deze verkiezingen, trachten Unidos Podemos onder druk te zetten om deze ‘regering van de verandering’ mee te bevolken of te gedoogsteunen.

Een teleurstellend resultaat voor Unidos Podemos?

Bij Unidos Podemos staan ze er nog steeds van te kijken. In vergelijking met de afzonderlijke resultaten van Podemos en Izquierda Unida op 20 december 2015 verloor de eenheidslijst nu netto 1.200.000 stemmen. Sommige commentatoren bestempelen het resultaat als een ‘fracaso’, een mislukking. De partij zegde ‘geboren te zijn om te winnen’, ging resoluut voor de macht, wist dat ze daarvoor de PSOE moest voorbij steken en mislukte daar inderdaad in. Bij de politieke tegenstanders werd het Podemos resultaat onthaald op hoongelach en bij de PP-achterban zelfs op hatelijke revanchistiche opmerkingen aan het adres van Pablo Iglesias.

Amper een paar dagen na het resultaat van Unidos Podemos regent het analyses over de redenen voor deze ontgoocheling. Ze oplijsten wordt haast onmogelijk. Lag het aan het aanhoudend gebeuk van de massamedia en de politieke tegenstanders over een vermeende partijfinanciering door het chavistische regime van Venezuela?

Hoewel alle gerechtelijke klachten op niets uitmondden, bleven de drie concurrenten PP, PSOE en Ciudadanos allusies maken op ‘Venezuela’. Albert Rivera van Ciudadanos voerde campagne in Caracas en gebruikte gevangen Venezolaanse oppositieleden in zijn campagne tegen Podemos. Lag het aan de angst voor ‘Griekse toestanden’, versterkt door de onheilspellende ‘Brexit’?

Of lag het aan de alliantie met het door de communistische partij gedomineerde Izquierda Unida? Dit vergt een woordje uitleg.

Zeker, de jonge Alberto Garzón zette binnen IU de anti-Podemos-krachten zodanig in het defensief dat hij zijn partij naar een eenheid kon loodsen. De Podemos-tegenstanders, veelal maar niet uitsluitend ‘oude garde’, waren dan ook erg verzwakt. Eerder waren de corrupte mandatarissen Gregorio Gordo en Ángel Pérez aan de deur gezet. Beiden hadden zich verrijkt in de corruptieaffaire rond de tarjetas black van de financiële instelling Caja Madrid, het latere Bankia. Net als andere beheerders van deze bank hadden ze ongelimiteerd en ver weg van de fiscus met ‘zwarte’ betaalkaarten riante persoonlijke uitgaven mogen maken.

Geruchten doen de ronde dat binnen Podemos nummer 2 en campagneleider Iñigo Errejón allerminst amused was toen Iglesias het akkoord met IU forceerde.

Ook EP-lid Willy Meyer moest het veld ruimen nadat bekend werd dat hij participeerde in een privé-pensioenfonds van een Luxemburgse sicav (bevek). Een aantal bondgenoten van Garzón vreesden echter in 2015 dat het hem niet zou lukken schoon schip te maken binnen de beweging of vonden dat de opkuis te traag verliep.

Zo verliet het Madrileense parlementslid Tania Sánchez voortijdig IU om zich met haar getrouwen bij Podemos aan te sluiten. Geen toeval, beweerden kwatongen, ze was jarenlang de partner van Podemos-leider Pablo Iglesias geweest. Vandaag is Tania Sánchez herkozen voor Podemos, maar haar move vormde de voorafschaduwing van wat de ‘levende krachten’ binnen IU voor ogen hadden: een coalitie met Podemos ten einde de politieke marginaliteit te overkomen.

Gárzon en deze groep jonge communisten wilden kost wat kost vermijden dat Podemos een reuzenobstakel zou worden tussen de massa’s gepolitiseerde jongeren en IU. Enkel door de band met de nieuwe radicalisering kon IU zich opnieuw een toekomst voorstellen. Omdat de oudere garde geen alternatieven had, kreeg Garzón zijn zin en werd hij onlangs formeel IU-coördinator. Zijn voorganger Cayo Lara trok zich terug met de boodschap dat hij het ‘verduiveld moeilijk zou hebben om op zo’n lijst – met Podemos – voor Garzón te stemmen’. Dat zegt genoeg over de aversie in die kringen voor Podemos.

Een aantal waarnemers zagen in de alliantie Podemos-IU een strategische bocht vanwege Podemos. Iglesias had zich aanvankelijk verschillende keren geringschattend uitgelaten over IU. De formatie zou tot het verleden behoren, kritiek vanwege IU werd afgedaan als gebrom van ‘moppersmurfen’.

Belangrijker: Podemos had zich aanvankelijk sterk gemaakt rond een discours over ‘transversaliteit’: het ‘volk’ in de breedte dat het opneemt tegen de ‘kaste’; de interklassistische allianties die zo’n transversale aanpak vergt… Door het samengaan met IU, aldus deze commentatoren, sloot Podemos zich opnieuw op in een meer klassiek links-rechts-discours met als orgelpunt de ode aan de communistische partij door Pablo Iglesias op de slotmeeting in Madrid.

Het zou, aldus deze verklaring, kiezers afgeschrikt hebben. Toch lijkt in het discours eerder het omgekeerde waar: het sterkere Podemos legde binnen de alliantie een patriottisch discours op waar zelfs op een gegeven moment de monarchistische rood-geel-rode vlag bij gehaald werd in plaats van de rood-geel-paarse republikeinse vlag. Maar dat kiezers zich door de communisten hebben laten afschrikken zou kunnen… net als traditionele IU-kiezers zich van de eenheidslijst af zullen gekeerd hebben omdat ze Podemos niet lusten. Of omdat ze het grotesk vonden dat een voormalige stafchef van het leger Podemos-lijsttrekker was (n Almería. Julio Rodríguez, de man in kwestie, werd overigens net als in december 2015 in Zaragoza niet verkozen.

Geruchten doen de ronde dat binnen Podemos nummer 2 en campagneleider Iñigo Errejón allerminst amused was toen Iglesias het akkoord met IU forceerde. Voor Iglesias had het akkoord immers ook een emotioneel kantje, het samenkomen met de mensen die hij zijn ‘politieke vaders’ noemt: voormalig IU-coördinator Julio Anguita en vooral de Andalusische politicoloog Manolo Monereo die het lijstrekkerschap in Córdoba aangeboden kreeg …

Achter de schermen speelden Anguita en Monereo overigens een sleutelrol in de toenadering tussen Pablo Iglesias en Alberto Garzón. Errejón liet amper sibillijns weten dat niet elke som een meerwaarde opleverde. Van de jonge Errejón – wiens vader by the way een trouw lid is van de trotskistische Vierde Internationale - is geweten dat zijn ‘politieke ouders’ zich elders ophouden: van alle podemitas is hij het meest verknocht aan de theorieën van Ernesto Laclau en Chantal Mouffe.

Een aantal waarnemers zagen in de alliantie Podemos-IU een strategische bocht vanwege Podemos.

Hij publiceerde vorig jaar met Mouffe een boek, Construir Pueblo. Van hem wordt beweerd dat hij open staat voor een samengaan met PSOE en Ciudadanos… Niet weinig media schrijven hem zelfs een grote carrière in de PSOE toe, al was het maar om vertwijfeling en verdeeldheid te zaaien binnen de rangen van het kapot te maken Podemos. Feit is dat Errejón nooit openlijk binnen de Podemos-instanties zo’n coalitie bepleit heeft. Toen de formatie in een elektronisch referendum zo een coalitiekeuze voorlegde werd die massaal verworpen zonder dat Errejón ze verdedigd had.

Medestichter Juan Carlos Monedero waarschuwt voor een ‘domesticering’ van Podemos waar men ‘de kruk van de kreupele PSOE wil van maken’: Podemos fatsoeneren en in symbiose met de sociaaldemocratie deze stroming vernieuwen. Eén van de problemen in deze kiesstrijd was nu net, aldus Monedero, dat Unidos Podemos zijn kritiek op de PSOE heeft weggestopt om het sociaaldemocratische electoraat te winnen.

Ook Monedero kan niet anders dan vaststellen dat Unidos Podemos een discursieve bocht ten aanzien van de PSOE doorvoerde. Waar de PSOE eerst door Podemos tot de ‘kaste’ gerekend werd, klonk het nu dat de PSOE ‘niet de vijand maar een bondgenoot’ was. 

Fotos de Camesitas de Santi Ochoa (CC BY-NC-ND 2.0)

Militanten van Podemos

Zo slecht was het nu ook weer niet

De harde ‘fracaso’-balans wordt echter tegengesproken door mildere commentaren van nochtans scherpe pennen als de linkse auteur Isaac Rosa en de reeds genoemde Monedero. Rosa schreef dat al wat nu wordt aangehaald als reden van de mislukking exact zou aangehaald worden als reden van het succes mocht de ‘sorpasso’ gelukt zijn. Parallel met Juan Carlos Monedero pleit hij voor relativering en rust. Een grote en sterke linkse oppositiekracht heeft zich geconsolideerd, waarom dat een mislukking noemen?

Een grote en sterke linkse oppositiekracht heeft zich geconsolideerd, waarom dat een mislukking noemen? 

Monedero is goed geïnformeerd. Hoewel hij geen deel meer van de Podemos-instanties uitmaakt, circuleert hij nog steeds in de inner circles van de partij. Dankzij de intieme vriendschapsband met Iglesias – ook Monedero is één van diens maîtres à penser -  maar ook omdat Iglesias intelligent genoeg is om zijn vriend als een ongegeneerd kritisch klankbord in te zetten. En Monedero liet zich tal van keren kritisch uit, onder meer toen de basis begon te morren over een gebrek aan medezeggenschap van de lokale círculos.

Nu klinkt het bij Monedero dat de jeugdzonde erin bestaan heeft dat ‘uit kinderachtigheid’ Podemos zelf de peilingen is gaan geloven. Dat de partijtop de marsrichting teveel door de media laat bepalen en niet door wat leeft in de straat, lees: teveel politique politicienne. Het ontbreekt Podemos aan ‘straat’, aldus Monedero: aan contact en identificatie met het leven en de strijd aan de basis. Het is een pleidooi voor een soort van back to the roots waarmee Monedero opschuift in de richting van sterkhouders als de Andalusische Teresa Rodríguez.

Naast kritiek heeft de politieke wetenschapper van de UCM ook goed nieuws voor zijn kameraden. Objectief, schreef hij, is de uitslag spectaculair. Vanaf de eerste/tweede deelname vijf miljoen stemmen en 71 zetels consolideren, het is niet niks. Dat laatste klopt zeker wanneer we naar de rest van Europa kijken en de formaties onder de loep nemen die zich links van de sociaaldemocratie en als verlengstuk van de sociale verontwaardiging een plaats in het politieke landschap proberen te veroveren. Overigens is het rijtje van illustere premiers die eerst een aantal keren faalden alvorens te zegevieren lang: Felipe González, José María Aznar, Rajoy zelf…

Er zijn, enfin, genoeg redenen te bedenken waarom de ‘sorpasso’ niet gelukt is en vast staat dat één enkele reden niet zal volstaan en dat er in de komende dagen nog veel meer zullen opgesomd worden. Grosso modo staat Podemos voor de keuze: openstaan voor een (in het beste geval) centrum-linkse regering die in de Europese pas loopt. Dat werpt meteen deze hamvraag op: hoe doe je dat eigenlijk, tegen je eigen publiek regeren? Ofwel resoluut kiezen voor een politieke en organisatorische consolidering in de oppositie, aan de kant van de sociale weerstand.

Hierbij moet gezegd dat de partij sinds haar geboorte amper de tijd heeft gehad om op adem te komen door een snelle opeenvolging van electorale uitdagingen. Een sterke linkse parlementaire oppositie in wisselwerking met de sociale strijd op een moment dat een nieuwe regering de soberheidsoffensieven terug in gang zet, kan voor die regering nogal destabiliserend werken.

Ministerio de la Cultura de la Nacion Argentina (CC BY-SA 2.0)

Pabli Iglesias, de charismatische leider van Podemos.

Van stabilisering zal geen sprake zijn

Maar van stabilisering komt in de volgende maanden sowieso niets in huis. Ook en niet in het minst op het vlak van de autonome regio’s lijken deze verkiezingen niets te hebben opgelost. Nu premier Mariano Rajoy zijn positie versterkt, weten ze in de perifere regio’s dat de komende jaren van dit Spanje niets verwacht moet worden. Het worden opnieuw jaren van centralistische arrogantie, dreigementen en harde confrontatie. Zowel Ciudadanos als de PSOE hebben op dat vlak niets anders in de aanbieding dan het españolistische centralisme van de PP.

Het worden opnieuw jaren van centralistische arrogantie, dreigementen en harde confrontatie.

Het zal in een eerste fase de Catalaanse meerderheid sterken in haar vastberadenheid om haar exit uit Spanje voort te zetten. Die wil zal snel opvolging krijgen in Baskenland waar eind dit jaar regionale verkiezingen gehouden worden. Ex-Batasuna leider Arnaldo Otegi zal er naar alle waarschijnlijkheid een gooi doen naar het regionale premierschap als kopman van het links-nationalistische EH Bildu.

Of hij dat haalt is koffiedik kijken. EH Bildu is momenteel aan een tweede adem toe. Precies daarom ging de net vrijgelaten Otegi op ‘studiereis’ bij zijn vrienden van de CUP in Catalonië. Van deze radicaal-linkse basisbeweging zei hij dat ze ‘ons allemaal een les leren’. Otegi doelde op de manier waarop ze de gematigde rechts-nationalisten vooruit stuwden en zelfs bereid waren te begeleiden (en van een meerderheid te voorzien) om het independentisme van utopische droom om te vormen tot concreet politiek project met aangepaste strategie en tactiek. Otegi speculeert net als de CUP op een sleutelpositie om vervolgens samen met de gematigde nationalisten van de PNV een ‘Catalaans’ scenario richting onafhankelijkheid uit te werken.

De Fransen hanteren het spreekwoord ‘un train peut en cacher un autre’. Net als het Spaanse en Europese establishment – ten onrechte - denken dat de Podemos-trein voorbij is, zou die van de autonome regio’s Madrid wel eens kunnen fataal worden. De werkelijkheid is wellicht eerder dat beide treinen nog on track zijn.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift