Vier decennia stabiliteit in Oeganda
‘Behouden wat we hebben’: de bescheiden prioriteit van Oeganda
)
© Colette Braeckman
)
© Colette Braeckman
Colette Braeckman
25 februari 2026 • 12 min leestijd
Dankzij zijn stabiliteit heeft Oeganda de status van regionale macht verworven. Hoe heeft president Yoweri Museveni, die nu al 40 jaar aan de macht is en onlangs weer verkozen werd, dat klaargespeeld? En vooral: ten koste van wat?
Met zijn tijdloze glimlach en brede strohoed die de sporen van de tijd verbergt, domineert het gezicht van president Yoweri Museveni, daags na de verkiezingen van 15 januari, nog steeds de wegen en kruispunten van Oeganda. Het portret wil zowel vertrouwd als geruststellend zijn en verschijnt soms alleen, of, zoals op het platteland, samen met de lokale kandidaat van de MRN (de Nationale Weerstandsbeweging).
De hele campagne lang diende één enkele, onveranderlijke slogan tegelijk als herinnering en programma: Protecting the gains (bescherm de verworvenheden). Die vatte het politieke project samen van een van de oudste staatshoofden van Afrika. Want Museveni, die sinds 1986 aan de macht is, begint aan zijn zevende ambtstermijn.
Samuel, een vijftiger met grijzende haren, staat aan te schuiven en maakt van zijn tijd gebruik om de prestaties van het regime te bewieroken. ‘We moeten erkennen dat de president ons vier decennia lang stabiliteit heeft gebracht. Na alle oorlogen die Oeganda sinds de onafhankelijkheid teisterden, is dat zeer waardevol.’
Overal laat het staatshoofd zich graag afbeelden als vaderfiguur. En niemand twijfelde eraan dat hij herverkozen zou worden – wat ook gebeurde met 71,65%. Maar in de buitenwijken van hoofdstad Kampala en in de overbevolkte wijken vallen ook andere kleuraccenten op, rood domineert.
Kleinere verkiezingsaffiches herinneren eraan dat Museveni rekening moet houden met de groeiende populariteit van zijn belangrijkste rivaal: Robert Kyagulanyi. Het hoofd van de NUP, de Nationale Eenheidspartij, is beter bekend onder zijn artiestennaam Bobi Wine.
Toch zijn de foto’s van de 43-jarige zanger en jeugdidool op de affiches niet die van een rockster: zijn gezicht is ernstig, zijn blik recht en serieus, bijna triest. Al jarenlang raakt Bobi Wine een groot publiek wanneer hij in zijn liedjes verwijst naar de ghetto’s van Kampala, waaronder zijn geboorteplaats Kamwookya. Of wanneer hij zingt over het moeilijke leven, de kleine baantjes, en kritiek levert op de belasting op sociale media.
Bobi Wine neemt ook weleens het voortouw bij demonstraties tegen de afschaffing van de leeftijdsgrens voor kandidaten bij verkiezingen. Daarbij daagt hij een staatshoofd uit dat in 1944 is geboren. Dat vergt moed, en het versterkt zijn reputatie.
Niemand ontkent dat hij is geslagen en gearresteerd, en dat veel van zijn aanhangers zijn omgekomen. Het verwondert dan ook niet dat de man de verkiezingscampagne soms vergeleek met een echte oorlog. Bobi Wine weet uit eigen ervaring dat het vriendelijke portret van Museveni op de affiches slechts schone schijn is. Achter het imago van de sluwe, eenvoudige boer gaat een ijzeren vuist schuil.

© Colette Braeckman
Sombere voorspellingen
Aan de vooravond van de verkiezingen was de druk al opgevoerd: voor alle zekerheid was de internetverbinding drie dagen lang afgesloten.
Eerder waren er al andere maatregelen genomen. De oppositieleider Kizza Besigye, die eind vorig jaar in Kenia werd ontvoerd, werd in alle stilte gerepatrieerd om te worden berecht voor “hoogverraad”. Hij zit nog steeds in de gevangenis. Sam Mugumya, een oppositiekandidaat voor het parlement, wordt in de hoofdstad vastgehouden nadat hij door soldaten was ontvoerd.
Waarnemers van de Afrikaanse Unie stelden het klimaat van intimidatie aan de kaak en benadrukten dat ‘de repressie het vertrouwen in het verkiezingsproces zou kunnen ondermijnen’.
Maar in tegenstelling tot de sombere voorspellingen verliep de dag na de verkiezingen rustig. De verbinding was hersteld, de wegen waren open, het leger hield zich op de achtergrond en de editorials in de nationale pers waren opvallend gematigd.
Slechts weinigen durfden zich in het openbaar zorgen te maken over het lot van Bobi Wine, die uit voorzorgen ondergedoken was. Nog minder mensen maakten zich openlijk zorgen over de sfeer van angst en intimidatie die al vóór de verkiezingen voelbaar was en mogelijk zou blijven bestaan.
‘Verandering vindt niet plaats op het moment van de verkiezingen, maar daarna’, fluisterde een expat. Hij gaf toe bang te zijn voor de dag waarop de oude leider zal verdwijnen en de krachten die tot nu toe onder controle werden gehouden, zich zullen bevrijden.
In dat opzicht is de oudste zoon van de president, Muhoozi Kainerugaba, de gedoodverfde opvolger. Zijn vader plaatste hem aan het hoofd van het leger, ongetwijfeld omdat hij in hem zijn potentiële opvolger ziet. Die zoon spreekt bovendien openlijk zijn bewondering uit voor zijn buurman, de Rwandese president Paul Kagame, die hij zelfs zijn “oom” noemt.
Op de affiches is brigadegeneraal Muhoozi Kainerugaba te zien in uniform, met een zelfverzekerde snor en een dwingende blik. Hij is nooit zuinig met luidruchtige of zelfs dreigende uitspraken. Zo aarzelt hij niet om Boby Wine uit te dagen. Daarbij verzekert hij dat ‘als zijn vader er niet was, hij vandaag nog het hoofd van de opposant zou afhakken’.
Een dergelijke provocatie zou weleens gevaarlijk kunnen zijn tegenover een artiest die weliswaar geen wapens heeft, maar als geen ander de sociale media beheerst en zo kan rekenen op de steun van de jeugd. En vooral: die sociale media zijn een handig wapen waarmee hij zijn wil uitdrukt om de etnische of regionale verdeeldheid in Oeganda te overwinnen.
Het is een oud zeer dat Oeganda sinds zijn onafhankelijkheid in 1962 verdeelt. De huidige regering profileert zich weliswaar als verenigend, toch is het bekend dat ze steunt op de bevolking in het zuiden van het land, waaronder de Ankole-herders. Die staan cultureel dicht bij de Tutsi’s in Rwanda en worden met argwaan bekeken door de inwoners van Noord-Oeganda.
Etnische verdeeldheid
Hoewel de meeste van zijn landgenoten toen nog niet geboren waren, herinnert president Museveni hen graag aan zijn heldendaden als rebel uit de vorige eeuw. Hij trok toen samen met zijn Rwandese vrienden, die als vluchtelingen in Oeganda verbleven, ten strijde tegen de dictators en sterke mannen van de jaren 80: Idi Amin Dada, een moslim uit het noorden, en Milton Obote, premier ten tijde van de onafhankelijkheid.
Sinds zijn machtsovername op 26 januari 1986 heeft Museveni, die zelf afkomstig is uit Mbarara in het zuiden van het land, zich ingespannen om de etnische verdeeldheid te overbruggen.
Museveni sloot onder meer een bondgenootschap met de Baganda uit het centrum van het land, liberaliseerde de pers, stimuleerde buitenlandse investeringen en toerisme, verzoende het land met het Internationaal Monetair Fonds en verwierf de steun van de Amerikanen, die op gespannen voet stonden met Mobutu in Zaïre (vandaag de Democratische Republiek Congo, red.) en op zoek waren naar een ander type Afrikaans leider.
Na zijn militaire overwinning kwam de rebel Museveni aan de macht. Hij adviseerde Fred Rwigyema en Paul Kagame, zijn Rwandese bondgenoten die mee de troepen naar de overwinning hadden geleid, om te overwegen terug te keren naar hun land van herkomst.
Dat deden ze in 1990, toen de troepen van het Rwandese Patriottisch Front (RPF) de grens tussen Oeganda en Rwanda overstaken. Ze begonnen een oorlog die in 1994 zou eindigen met de genocide op de Tutsi’s in Rwanda en de militaire overwinning van het RPF.

© Colette Braeckman
Plunderingen Congo
Lange tijd was Oeganda een bondgenoot van het regime in Rwanda, dat het steunde tijdens de oorlogen in Congo na de val van Mobutu. Toch verloor Kampala nooit zijn eigen belangen uit het oog.
Minder opzichtig dan Kigali nam het deel aan de plunderingen van de rijkdommen van Oost-Congo. Het goud uit Ituri werd afgevoerd naar Entebbe en Kampala, terwijl koffie uit het Congolese “verre noorden” op Oegandese markten belandde.
Oegandese troepen namen in 2001 deel aan de Zesdaagse Oorlog in Kisangani, waarbij de controle over diamantcentra op het spel stond. Na een veroordeling door het Internationaal Strafhof moest Oeganda Congo schadevergoeding betalen. Rwanda ontsnapte aan sancties omdat het het hof niet erkende.
Meer recent zorgde het herstel van de weg tussen Bukavu (Zuid-Kivu) en Bunagana aan de Oegandese grens voor ruis op de relatie. Niet veel later, eind 2021, reactiveert Rwanda de milities van M23, die zich in de Oegandese kampen bevonden. Ze trekken opnieuw Noord- en Zuid-Kivu binnen en nemen daar de controle terug over. Oeganda’s invloed in Oost-Congo wordt teruggeduwd, weg uit het zuiden van Noord- en Zuid-Kivu.
Hoewel Oeganda economisch profiteerde van de rijkdommen van Congo, werd het zelf ook getroffen door het regionale geweld. Bijvoorbeeld door het Lord's Resistance Army van Joseph Kony, dat onder meer kinderen en jonge vrouwen rekruteerde. Of meer recent de ADF-rebellen, die ook over de Congolese landsgrens terreur zaaien.

© Colette Braeckman
Regionale macht
Nadat het land eind vorige eeuw volop in de aandacht stond door de uitbraak van aids en later scherpe internationale kritiek kreeg vanwege het verbod op homoseksualiteit, lijkt Oeganda vandaag grotendeels uit beeld verdwenen. Ondanks een explosieve bevolkingsgroei (van 28 miljoen inwoners in 2006 tot ongeveer 40 miljoen nu) blijft het buiten de schijnwerpers van het internationale nieuws.
Dat staat in schril contrast met buurland Rwanda, dat juist hevige kritiek te verduren krijgt vanwege zijn betrokkenheid in Congo.
In zekere zin heeft het Oegandese regime, dat zich op een relatieve stabiliteit beroept, geprofiteerd van de welwillendheid van de internationale gemeenschap. Die richtte haar aandacht op andere brandhaarden, zoals het Midden-Oosten.
De directe buurlanden, Kenia en Tanzania, waren vooral met hun eigen interne uitdagingen bezig en kozen ervoor zich terughoudend op te stellen tegenover Oeganda, dat zich als pan-Afrikaans profileerde.
De Europeanen, die zich vroeger waakzamer opstelden, richtten zich op andere, dringender crises. Waarschijnlijk waren zij ook gevoelig voor de argumenten van de (Franse) voorstanders van de aanleg van een 1445 kilometer lange pijpleiding door Total Energie.
Deze leiding moet de aardolie uit het Albertmeer, aan de Congolese grens, naar de Tanzaniaanse haven van Tanga aan de Indische Oceaan transporteren, met een beoogde capaciteit van 230.000 vaten per dag.
Voorlopig lijkt de aanleg van deze lange pijpleiding, dwars door de rode aarde en de natuurparken, noch de lokale bevolking noch de wilde dieren af te schrikken. De autoriteiten koesteren de hoop dat de toekomstige productie het land zal uitbouwen tot een energieproducent en een middelgrote macht.
Tegelijk verwacht het regime zich daarmee beter te kunnen wapenen tegen kritiek, terwijl het naar eigen zeggen ook de fauna en flora wil beschermen die Oeganda de reputatie van “parel van Afrika” hebben bezorgd.
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in

