Is de wereld echt veranderd?

De vluchtelingenstromen die op de EU afkomen, vertellen ons dat de wereld echt veranderd is. Handvaten om orde uit chaos te scheppen, zijn afgebrokkeld.  

  • © Reuters/Yannis Behrakis Een Syrische vluchtelinge houdt haar kind in haar armen terwijl ze in de haven van het Griekse eiland Kos wacht om geregistreerd te worden, begin september. © Reuters/Yannis Behrakis

Europa kent de grootste migratiestromen sinds de Tweede Wereldoorlog, aanhoudende bloedige conflicten en falende staten aan onze grenzen, toenemende ongelijkheid (groeiende armoede en voetballers die €320.000 per week verdienen)…

Het tijdperk van relatieve vrede en (sociale) stabiliteit dat we sinds de wereldbrand van ‘40-‘45 hebben gekend, lijkt aan zijn einde gekomen. Moeder, wat is er aan de hand? Is de wereld echt veranderd?

Van twee naar een

Er zijn twee diepe grondoorzaken die het verschil maken. De eerste is dat hegemonische macht is afgebrokkeld en verder afbrokkelt. Tijdens de Koude Oorlog kon elk van de twee supermachten in zijn “kamp” orde op zaken stellen als dat nodig was. Alleen in de doorgaans verafgelegen gebieden die de twee supermachten elkaar betwistten – Vietnam, Cambodja, Angola of Mozambique – kon geweld jarenlang, zelfs decennialang aanhouden. Bovendien was het Ijzeren Gordijn – ingevoerd om te voorkomen dat Oost-Europeanen het communistische experiment zouden ontvluchtten – de perfecte migratiemuur op de oostflank van de ontkiemende Europese Unie.

Je kan dan wel een land naar het stenen tijdperk bombarderen, daarmee heb je nog geen stabiliteit.

Na de Val van het IJzeren Gordijn werd migratie eenvoudiger en bleven de VS als enige supermacht over. Maar al snel botsten de VS op de grenzen van hun militaire almacht: je kan dan wel een land naar het stenen tijdperk bombarderen, daarmee heb je nog geen stabiele controle op dat grondgebied of die samenleving. Kijk maar naar Irak, Afghanistan, of Libië.

De Amerikaanse supermacht was anno 2000 minder empathisch en gul dan de winnaar van de Tweede Wereldoorlog die wel degelijk de West-Europese staten én Japan én Taiwan én Zuid-Korea van de Pax Americana liet meegenieten.

Van één naar geen

In de huidige multipolaire wereld met tanende Amerikaanse macht, en opkomende machten die nog niet erg veel externe macht kunnen projecteren, is er geen staat meer die met zijn harde én zachte macht snel conflicten kan en wil beëindigen.

In de 21ste eeuw is brute macht een bot wapen.

Hard en zacht, dwang en aantrekking. Beide zijn belangrijk. In de 21ste eeuw is brute macht een bot wapen, zo blijkt telkens weer. Sinds het einde van de Koude Oorlog proberen de VS, en bij uitbreiding het Westen, telkens weer met militaire tussenkomsten het laken naar zich toe te trekken in het Midden-Oosten.

Hun succes is matig want ze bieden geen aantrekkelijk project: de Israelisch-Palestijnse kwestie irriteert, en er is werkloosheid en ongelijkheid die we blijkbaar niet kunnen kwijtraken. Onze strategie gaat niet veel verder dan bommen gooien. Dat we ook nog voor iets anders staan, vergeten we te vaak. Dat bleek overduidelijk toen we Moebarak pijnlijk lang bleven steunen. De VS schommelen bovendien steeds meer tussen bommen gooien en een“pivot” richting Azië, en Europa vult die leemte niet in.

Als er geen land is dat met zijn harde en zacht macht conflicten kan bedwingen, moeten mindere machten samenwerken. Ook dat is niet evident: in Syrië trekken Rusland en het Westen, Iran en Saoedi-Arabië absoluut niet aan één zeel. Zo is het onmogelijk oorlog te stoppen.  

De poreuze grenzen van de globalisering

De tweede diepe oorzaak is de globalisering, het proces waardoor mensen en goederen makkelijker van de ene plaats naar de andere kunnen bewegen. De connectiviteit is sterk toegenomen waardoor vele problemen – een dictatuur in Eritrea – dichter bij ons bed komen en ook in Europa voelbaar worden.

Globalisering heeft de ongelijkheid tussen landen weliswaar een beetje doen afnemen maar dan juist genoeg om meer mensen te laten migreren, en onvoldoende om hen thuis voldoende kansen te geven.

Hoe moeten we met deze twee fundamentele tendensen omgaan?

De deur dicht

De verleiding groeit in sommige samenlevingen om te proberen de deur dicht te doen (Orban, Le Pen, UKIP, … ): weg boze wereld en de grenzen van de natiestaat weer beter te bewaken. Maar als je niks aan de oorzaken van de migratie doet, is het zeer de vraag of dit kan werken.

Het zal hoe dan ook een deel van onze vrijheden aantasten: de vrijheid om vrij in Europa te reizen, de vrijheid om vrij te opereren op publieke plaatsen (politiestaat), … Bovendien zal het onze morele status als predikant van universele mensenrechten – als we die al hebben – aantasten.

Veranderde tijden

Kunnen we iets aan de grondoorzaken doen? We moeten het onder ogen zien: dat is niet makkelijk en daarom zijn de tijden ook echt veranderd. Beiden zijn uitdagingen waar zeker de Europese natiestaten een maatje te klein zijn geworden om echt een verschil te maken. Ze illustreren de zo vaak gehoorde stelling dat er meer Europa nodig is om nog onze stem te laten horen in de wereld.

Maar in meer Europa hebben de mensen – om allerlei redenen - momenteel weinig goesting, zo lijkt het. Migratie ligt zo gevoelig dat het vertrouwen ontbreekt om oplossingen aan de EU toe te vertrouwen. Als dat zo blijft, kan het vrij verkeer van personen weer verdwijnen, een van de grote verwezenlijkingen van zestig jaar Europese eenwording. Dan verandert de chaos aan de grenzen en de bijhorende migratie de EU fundamenteel en reduceert ze ons terug tot kleine en middelgrote staten.

Als bevolkingen en leiders inzien dat essentiële zaken zoals migratie en dus conflicten alleen met meer Europa kunnen worden aangepakt, kan het hoofd misschien toch het buikgevoel onder controle houden. Hier zal zich een essentiële sociale strijd afspelen op ons continent. Europa is opgericht om vrede te behouden, nu heb je het nodig om oorlogen te beëindigen.…

Hoe kan je een verschil maken in Syrië?

Zelfs de EU is hiervoor een maatje te klein: Rusland, de VS, China, en regionale spelers zoals Iran en Saoedi-Arabië moeten allemaal betrokken worden, hetzij om een diplomatieke doorbraak te forceren, hetzij om militair stabiliteit tot stand te brengen. De EU als regionale grootmacht kan daarin makkelijker de leiding nemen dan aparte lidstaten maar lijkt dat niet te doen: kreeg jij al de indruk dat Mogherini, de Europese minister van Buitenlandse Zaken, druk doende is met machtig veel Syrië-initiatieven? Er is een uiterst bloedig conflict aan de poorten van Europa, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg, maar de EU onderneemt weinig. Deze reus met 500 miljoen inwoners, de grootste economie ter wereld, rijk, geleerd door de geschiedenis, denkt niet als een grootmacht, maar laat betijen.

Een groot Europa denkt aan het lot van zijn buren, en zorgt zo ook het best voor zichzelf.

Het kan daarbij helpen als de EU ook zelf geloofwaardige boots on the ground kan zetten, maar zoals gezegd: dat kan maar een deel van het verhaal zijn. Een groot Europa denkt echt aan het lot van zijn buren, en zorgt zo ook het best voor zichzelf, op termijn.

Kortom, de EU is beter geschikt om een verschil te maken, maar doet dat amper omdat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid een zwak beestje blijft. Maar voor veel uitdagingen is meer nodig dan alleen maar Europese samenwerking.

Dat geldt eigenlijk voor veel essentiële internationale publieke goederen: financiële stabiliteit, strijd tegen klimaatverandering en infectieziekten,… De geschiedenis van de 21ste eeuw wordt voor een groot stuk de geschiedenis van de internationale samenwerking. Hoe knus het thuis ook kan zijn, je kan de wereld niet meer buitensluiten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur