Bevolkingsgroei, verwaarlozing landbouw en klimaatverandering: een perfecte storm in India?

Wie zal zorgen voor de dagelijkse chapati van 1,7 miljard Indiërs?

© Gie Goris

De boeren van Bujbuja bouwden brandstapels als protest tegen de komst van een elektriciteitscentrale. ‘Als we van ons land moeten, sterven we nog liever.’

Begin maart stapten tienduizenden Indiase boeren honderden kilometers om in Mumbai hun gram te halen op een beleid dat hen –naar eigen zeggen- bedriegt en/of links laat liggen. Deze boerenmars was georganiseerd door communistische organisatie, maar deed verder in alles denken aan eerdere boerenmarsen die door de gandhiaanse beweging Ekta Parishad opgezet werden. ‘Ik ben een boer, dit is mijn strijd / ik voed heel India, maar leef zelf in miserie’, schreef Jyoti Shinoli toen het einde van de mars aangekondigd werd, omdat de deelstaatregering beloofde de eisen van de boeren te bestuderen. ‘Voordat ik sterf, luister eens naar mij / want anders dreigt mijn hele India te verhongeren / dat is waarom ik deze lange tocht aanvatte.’

India is booming is een slogan die de voorbije jaren met veel nationale trots en niet minder nationalistisch tromgeroffel verkondigd wordt. De economische betekenis van die groei verdringt de demografische realiteit – toch is ook die op zijn minst, neutraal uitgedrukt, opmerkelijk. In 1900 waren er 240 miljoen Indiërs, in 1950 400 miljoen en vandaag staat de teller ergens tussen 1,3 en 1,4 miljard. Tegen 2050 zal India China voorbij zijn gegaan en zo’n 1,7 miljard inwoners tellen.

Meer: stedelingen, rijkdom

India behoort tot de minder verstedelijkte landen, zeker onder groeilanden. Van de 1,3 miljard Indiërs woont anno 2018 nog zowat 65 procent op het platteland. Ter vergelijking: in China is dat 45 procent, in Brazilië 15 procent en in Zuid-Afrika 35 procent. Toch telde India in 2011 al meer dan vijftig steden met meer dan een miljoen inwoners. De verstedelijkingsgraad is misschien laag, het absolute aantal stedelingen ligt vandaag toch bij de 455 miljoen, en zou tegen 2030 aangroeien tot zeker 600 miljoen.

De groeiende welvaart is extreem ongelijk verdeeld: driekwart van de Indiase bevolking moet leven van twee dollar per dag, of minder.

India wordt niet alleen langzaam stedelijker, maar ook welvarender. In 2000 was het gemiddelde bnp per inwoner 463 dollar. In 2025 zou dat 1765 moeten zijn en in 2050 zelfs 6735, als alles verloopt zoals een paar jaar geleden berekend door het nationale planbureau. Die groeiende welvaart is extreem ongelijk verdeeld: driekwart van de Indiase bevolking moet leven van twee dollar per dag, of minder.

Toch zal de vraag naar voedsel naar verwachting stijgen én van aard veranderen: van granen naar vlees, fruit en zuivel. Een artikel in Researchers World, A Situational Analysis of Agricultural Production and Food Security in India, geeft enkele cijfers: tussen 1950 en 2010 vervijfvoudigde de productie van voedselgranen, voor tuinbouw bedroeg die stijging 800 procent, voor melk 600 procent en voor vis 900 procent. Daarnaast stijgt ook de vraag naar granen: van 181 kg per jaar per inwoner in 2010 naar 215 kg in 2020.

Minder: bodem, water, voedsel

Het enige wat niet groeit in India is het territorium, en al zeker niet het landbouwareaal. In 1986 was dat 131 miljoen hectare groot, vandaag nog 120 miljoen, zegt het Report on India’s Global Resources Footprint in Food, Energy and Water. Bovendien verliest de Indiase landbouwbodem zijn vruchtbaarheid. Jaarlijks gaat 0,8 ton stikstof, 18 ton fosfor en 26,3 ton kalium verloren.

En terwijl de vraag naar voedsel en calorieën per inwoner stijgt, daalt de consumptie ervan, zeker op het platteland. In 2000 at de gemiddelde plattelandsbewoner elke maand 15,3 kg voedselgranen. Tegen 2050 zal dat naar verwachting gedaald zijn tot 13,8 kg.

De stijgende vraag naar granen komt dan ook op de eerste plaats van de veehouderij, die meer veevoeder nodig heeft om aan de stijgende vraag naar vleesproducten voor de welvarender Indiërs te voldoen. Ook de komst van biobrandstoffen – wereldwijd verdrievoudigd tussen 2000 en 2008 – veroorzaakte concurrentie om grond en gewassen. De FAO vreest dat ongeremde groei van deze biobrandstoffen tegen 2050 in Zuid-Azië kan leiden tot 1,7 à 3 miljoen extra ondervoede kleuters en peuters. Opvallend: de daling van de gemiddelde beschikbaarheid van voedingsgranen in India loopt parallel met de stijging van het bnp.

Ook water is een probleem: India is de grootste waterverbruiker ter wereld, en 90 procent van het water wordt gebruikt in de landbouw. Volgens overheidscijfers wordt er twee tot drie keer zoveel water verbruikt om een ton graan te produceren als in China, Brazilië of de VS. In 1991 was er gemiddeld 2209 m³ water voorhanden per inwoner, in 2011 was dat nog maar 1545 m³. Volgens het International Food Policy Research Institute zou tegen 2015 niet minder van 45 procent van het Indiase bnp bedreigd worden door waterschaarste.

Ongeveer de helft van de werkende bevolking van 500 miljoen Indiërs verdient vandaag zijn inkomen door het land te bewerken of voor vee te zorgen.

Ongeveer de helft van de werkende bevolking van 500 miljoen Indiërs verdient vandaag zijn inkomen door het land te bewerken of voor vee te zorgen, hetzij als kleine landeigenaar (119 miljoen Indiërs), hetzij als landarbeider (144 miljoen). De belangrijkste teelten zijn die van rijst, tarwe, maïs, sorghum, parelgierst en vingergierst.

Maar het aandeel van de landbouw in het bnp is volgens het rapport State of Agriculture in India teruggelopen van 50 procent in de jaren 1950 tot 15,4 procent in 2015. Nochtans stelt het FAO-rapport How to Feed the World ondubbelzinnig: ‘Groei die gebaseerd is op landbouw, en met name op kleinschalige gezinslandbouw, is minstens tweemaal zo effectief in het verbeteren van de situatie van de armsten als groei in andere economische sectoren.’

Public domain (CC0)

De opbrengst aan gewassen per hectare blijft laag in vergelijking met andere belangrijke producenten, en groeit trager. Twee voorbeelden: in India wordt gemiddeld 2713 kg tarwe geoogst per hectare. In België is dat 8980 kg. In India wint een boer 2041 kg maïs per hectare, in België is dat 12.820 kg.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Hoge subsidies, lage productiviteit

De groei van de landbouwsector is teruggevallen sinds het aantreden van de hindoe-nationalistische regering-Modi. In de periode 2004-2014 was de gemiddelde groei 4 procent, vorig jaar nog 2,4 procent. Een van Modi’s campagnebeloften in 2014 was het inkomen van de boeren te verdubbelen.

Om de productiviteit te verhogen, geeft de Indiase regering enorme sommen uit aan kunstmestsubsidies – bijna 9 miljard euro per jaar, een verviervoudiging tegenover 2000. Alleen: die subsidies gaan niet naar de boeren, maar naar de kunstmestproducenten. En als om te bewijzen dat een subsidiërende overheid echt álle hefbomen fout kan gebruiken, wordt de hoogte van het subsidiebedrag berekend aan de hand van de productiekosten van het bedrijf, niet a rato van kwaliteit of kwantiteit, waardoor de stimulans om zo efficiënt mogelijk te produceren nul is.

De opbrengst voedselgranen per hectare blijft laag in vergelijking met andere belangrijke producenten. Zo wordt in India bijvoorbeeld gemiddeld 2713 kg tarwe geoogst per hectare. In België is dat 8980 kg.

Niettemin kan India, zoals altijd, indrukwekkende cijfers voorleggen: 25 procent van de wereldproductie aan peulvruchten, 22 procent van die van rijst, 13 procent van die van tarwe. De totale hoeveelheid voedselgranen steeg van 51 miljoen ton in 1950 naar 252 ton in 2015. Maar de opbrengst per hectare blijft laag in vergelijking met andere belangrijke producenten, en groeit trager. Twee voorbeelden: in India wordt gemiddeld 2713 kg tarwe geoogst per hectare. In België is dat 8980 kg. In India wint een boer 2041 kg maïs per hectare, in België is dat 12.820 kg.

Een van de redenen voor die slechte productiviteit is de snel krimpende omvang van het gemiddelde landbouwbedrijf. “Marginale boerderijen” van minder dan 1 hectare, in 1970 samen goed voor de helft van de bewerkte oppervlakte, legden in 2010 beslag op twee derde van het beschikbare areaal.

En het slechte nieuws is: volgens het Indian Institute for Agricultural Research zal de klimaatverandering resulteren in verdere daling van productiviteit. Vooral de landbouw die afhangt van regen in plaats van irrigatie – 60 procent in India – is kwetsbaar. De opbrengst van rijst en maïs per hectare zou bij verder gelijkblijvende aanpak met 5 tot 10 procent dalen tegen 2050, maar in cruciale graanstaten zoals Punjab en Haryana zou het verlies oplopen tot 15 à 17 procent.

Niettemin zou de voedselzekerheid van de groeiende bevolking toch verbeterd kunnen worden, door te werken aan minder verlies: wereldwijd gaat ongeveer een derde van alle geproduceerde voedsel verloren, en dat is in India zeker niet minder. De FAO berekende die voedselverspilling, in India vooral door verrotting en verlies bij oogsten en transport, mondiaal op een financiële strop van een biljoen dollar per jaar, maar ook een verspilling van water ter grootte van de waterbehoeften van heel Afrika en goed voor een CO2-uitstoot even groot als die van alle auto’s op de weg.

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur