It's thirty years ago today...

Xi Jinping durft nog steeds niet praten over Tiananmen

© Andrea La Rosa (CC BY-NC-ND 2.0)

Een man tijdens een ceremonie op het Tiananmen-plein

Liu si of 4 juni 1989 is een verboden datum geworden in China. Op die dag veranderde het Chinese Volksleger het Tiananmenplein, of Plein van de Hemelse Vrede, in een oorlogsgebied. Het plein was al weken het centrum van protesten, die verspreid waren over heel het land. Studenten, professoren, arbeiders en andere groepen verenigden zich in een oproep tot meer vrijheid en democratie en minder corruptie in China.

Tiananmen: van vreedzaam protest naar bloedbad

De protesten in 1989 begonnen met het overlijden van Hu Yaobang, voormalig secretaris-generaal van de Communistische Partij. Zijn sympathie voor eerdere studentenprotesten kostte hem zijn hoge functie. Studenten kwamen na zijn dood op 15 april opnieuw op straat om de liberale Hu te eren. Dit mondde uit in protesten tegen corruptie en vriendjespolitiek, tegen de hoge inflatie en voor meer democratie.
De actievoerders verzamelden symbolisch aan het monument van de 4 Mei-Beweging op het Tiananmenplein.
De hongerstakers aan het monument werden talrijker en het vreedzame protest op Tiananmen groeide aan tot gigantische aantallen. Binnen de partij was er onenigheid over de gepaste reactie. De groep hervormers rond Zhao Ziyang, die de studenten genegen was, moest uiteindelijk het onderspit delven en werd uit de partij gezet.
Premier Li Peng zag de demonstranten als contrarevolutionaire terroristen en bepraatte de andere leden van het Partijbureau. Omdat de studenten niet van plan waren te vertrekken en ze de steun dreigden te krijgen van de bevolking, werd de krijgswet afgekondigd. Leider Deng Xiaoping was ervan overtuigd geraakt dat studenten en buitenlandse krachten het op hem gemunt hadden en besliste het leger in te zetten, met alle gevolgen van dien
De gewelddadige feiten in de Chinese hoofdstad Beijing dertig jaar geleden zouden de toekomst van het land mee vorm geven. Een van de ondergetekenden (MO*-journalist John Vandaele) was op dat moment in China: niet in Beijing, maar in het uiterste westen van het land, in de stad Kashgar.

Stuart Franklin (Wikimedia Commons)

 

We beseften op dat moment wel al dat er bijzondere dingen aan het gebeuren waren in Beijing. Toen we nog in Pakistan waren, een week eerder in 1989, vernamen we al dat studenten in China aan het manifesteren waren voor meer democratie. Op 5 juni, de dag na Tiananmen, stond in ons reisdagboek heel beknopt: ‘Khomeiny dood ! + 3000 doden in Beijing’. Dat was het bericht dat onder toeristen de ronde deed vanaf die dag, gevoed door westerse media.

Een paar dagen later in de stad Yining, aan de grens met wat toen nog de Sovjet-Unie was, zagen we op de Chinese televisie beelden van vernielde bussen en trucks, roepende studenten en studenten die soldaten afklopten. Erg tendentieuze beelden als je beseft dat heel wat studenten het leven lieten toen het leger uiteindelijk het plein (dat dag en nacht bezet werd door de manifestanten) met bruut geweld had ‘opgekuist’.

Wat aanvankelijk patriottische manifestaties heette in de mediaverslaggeving, werd op slag fangeming baoluan genoemd, ofwel ‘contrarevolutionaire rebellie’. Het aantal slachtoffers is nooit officieel bekendgemaakt, maar het zouden er honderden of duizenden kunnen zijn. Er volgde harde repressie met duizenden arrestaties over heel China.

Bang om te praten

Toen we in Beijing aankwamen, was de stad verontrustend rustig. Het Plein van de Hemelse Vrede mocht niet meer betreden worden. Toen we toch even van onze fiets sprongen — Beijing was toen nog een echte fietsstad — om een kiekje te nemen van de iconische foto van Mao Zedong aan de poort van de Hemelse Vrede, stapten onmiddellijk soldaten op ons af die ons fototoestel dreigden af te nemen. Het lukte ons om een enkele foto van het plein te nemen.

Mensen waren bang om te spreken, maar het gebeurde toch. Tersluiks. Wie betrokken was geweest, had immers nood om te praten, maar tegelijk was het consigne al uitgevaardigd dat het verdacht was om te praten met buitenlanders en kwaad te spreken over China. De rangen moesten gesloten worden en het nieuwe verhaal — dat van de contrarevolutionaire rebellie — moest verteld worden. Later werd er alles aan gedaan om het gebeuren op het Tiananmenplein uit het geheugen van de natie te wissen.

Kantelpunt voor China

NARA - 183157

Denq Xiaoping in 1979

De afhandeling van de protesten was volgens China-expert Catherine Vuylsteke een kantelpunt in de hedendaagse Chinese geschiedenis. Het Volksbevrijdingsleger werd ingezet tegen het eigen volk, wat niet meer gebeurd was sinds de Culturele Revolutie. Deng Xiaoping, die in China de sterke man was geworden na het overlijden Mao Zedong in 1976, had ervoor gekozen om de economische openheid en vrijheid van ondernemen te behouden. Maar politieke openheid zou er — anders dan in de Sovjet-Unie — niet komen.

De partij behield het machtsmonopolie en het publieke debat heeft sindsdien nooit meer een plaats gekregen. De hervormingsgezinde partijleden en intellectuelen werden vakkundig verwijderd uit hun posities. Bewegingen voor democratisering die probeerden iets te bereiken na 1989, werden meteen ontmanteld.

De politieke vrijheid kreeg dus geen kans, maar op tal van andere vlakken kregen Chinezen wel grote vrijheid. Chinezen kunnen nu het beroep kiezen dat ze willen, naar het buitenland gaan, de kleren dragen die ze willen… Zegt sinoloog en technologie-ondernemer Pascal Coppens die twintig jaar in het land verbleef. ‘Tot Xi Jinping (de huidige partijleider, nvdr) genoten Chinezen ook een enorme vrijheid om bedrijven op te richten, waar en hoe ze wilden. Veel meer dan bij ons, waar veel meer regulering is op allerlei gebieden. Pas recentelijk zijn er veel meer sociale, ecologische en fiscale regels ingevoerd.’

Onder Deng Xiaoping’s motto ‘rijk worden is glorieus’, sloten bevolking en overheid een soort stilzwijgende deal: economische groei en rijkdom in ruil voor het opgeven van politieke vrijheid. Vooral de middenklasse werd tevredengesteld met meer kansen en hogere lonen. 700 miljoen mensen werden uit de armoede getild. De communistische waarden maakten plaats voor (staats)kapitalisme en de rechten van arbeiders verdedigen werd een risicobezigheid.

Op wereldvlak verdween de hoop op een democratisch China. De imagoschade die China opliep door Tiananmen, was groot en er volgden meteen allerlei internationale sancties.

Tiananmen Mothers

Dertig jaar later hebben de slachtoffers van Tiananmen nooit erkenning gekregen. Elke vorm van publieke herdenking is verboden. Familie en vrienden die opkomen voor hun overledenen hebben te lijden onder repressie vanwege de overheid. Een aantal onder hen verenigde zich in de organisatie Tiananmen Mothers. Zij vechten voor gerechtigheid en willen dat de partij haar mening over de protesten herziet. Men blijft er echter bij dat het geweld de enige en juiste reactie was tegen de ‘contrarevolutionairen’.

Voor de dertigste ‘verjaardag’ van het bloedbad schreven de Tiananmen Mothers een nieuwe open brief aan de overheid en maakten ze een fotoreeks, zodat de overledenen niet vergeten zouden worden. Er circuleren ook hashtags op sociale media zoals #Tiananmen30 , #Tankman en #WeRemember64 (maar dan vooral buiten China uiteraard).

© The Simpsons

De geschiedenis wordt weggeveegd, fragment uit The Simpsons

De Communistische Partij zelf doet er intussen alles aan om de gebeurtenissen van 1989 uit het collectieve geheugen van de bevolking te wissen. De jongere generaties hebben meestal nog nooit van de June 4 Movement gehoord, want het staat niet in geschiedenis- of schoolboeken. Degenen die het zelf meemaakten, zijn vaak te bang om erover te praten.

De geschiedenis wordt weggestopt en herschreven in het belang van de partij. Dissidenten en politieke activisten getuigen over deze situatie bij journalist James Kynge.

Vandaag: de ijzeren vuist van Xi Jinping

Narendra Modi (CC BY-SA 2.0)

President Xi Jinping in 2016

Bij het aantreden van de huidige partijleider, Xi Jinping, in 2012 was het nog een open vraag of hij meer politieke vrijheid zou toelaten. Vrij snel werd duidelijk dat dit niet het geval zou zijn. Xi voerde juist allerlei wetten door die de vrijheid van de Chinezen beperken. Zijn strijd tegen de corruptie werd een middel om tegenstanders te elimineren.

Maar er is ook een andere kant, vindt Pascal Coppens: ‘Er moest ook wel iets gebeuren. Tot Xi’s anti-corruptiecampagne liep het echt de spuigaten uit. Partijmensen op alle niveau’s probeerden zichzelf te verrijken. Het was decadent. Dat hij daaraan iets heeft gedaan, geniet veel steun bij de burgers.’

Maar Xi heeft veel meer gedaan op gebied van vrijheidsbeperking dan alleen maar corruptiebestrijding. Ngo’s en advocaten die arbeiders bijstonden om hun rechten te verdedigen, kregen het zwaar te verduren en belandden steeds meer in de gevangenis. Het recht op vrije meningsuiting wordt nog strakker ingeperkt. Xi zei in 2013 letterlijk — en daarmee citeerde hij Mao — dat media worden geleid door de politici.

De doodstraf wordt in China nog altijd vaker uitgevoerd dan in alle andere landen ter wereld samen. En in de provincie Xinjiang, in het noordwesten van China, wordt sinds een paar jaar de Oeigoerse moslimminderheid massaal opgesloten in zogenaamde heropvoedingskampen. De partij stelt dat het nodig is om honderdduizenden mensen herop te voeden in de strijd tegen het terrorisme.

Er zijn wel kleinschalige protesten tegen specifieke gebeurtenissen of problemen, zoals onteigening of vervuiling, maar daartegen wordt vaak streng opgetreden. Zeker als ze het potentieel hebben om zich te verbreden.

‘Dat de druk van de overheid op de burgers sinds het aantreden van Xi is toegenomen, klopt ongetwijfeld,’ erkent Pascal Coppens. ‘Wat in het Westen evenwel vaak uit het oog wordt verloren, is dat de consument tegenwoordig ook zijn opinie verkondigt, en dat er dus ook heel wat druk is van beneden naar boven. Toen de hoge snelheidstrein ontspoorde nabij Wenzhou of als er problemen met voedselveiligheid zijn, staan de sociale media in brand. Dan moet de regering hard en doortastend optreden en de schuldigen straffen om de ontevredenheid tot bedaren te brengen. Op zo’n moment kan het echt kantelen en is grootschalig protest niet uit te sluiten.’

Voorzorgsmaatregelen

De gevoeligheid van het symbooljaar 2019, dertig jaar na Tiananmen, is de Communistische Partij niet ontgaan. In combinatie met tragere economische groei leidt het symbolische jaartal tot angst voor nieuwe protesten. In de aanloop naar 4 juni werden daarom al verschillende voorzorgsmaatregelen genomen.

Wie actief was in de burgerrechtenbeweging, zit in de gevangenis of wordt sowieso in de gaten gehouden. Recent is er sprake van verdwijningen en arrestaties onder studenten, activisten en bij arbeidersorganisaties. Iedereen die een link heeft met protesten uit het verleden, wordt onder toezicht op ‘preventieve vakantie’ gestuurd naar een ander landsgedeelte of wordt permanent bewaakt. Men moet geregeld ‘op de thee’ bij partijafgevaardigden, om verklaringen af te leggen over de eigen activiteiten.

Ook nabestaanden van slachtoffers zijn onder huisarrest geplaatst of weggestuurd uit Beijing. Mensenrechtenorganisatie Chinese Human Rights Defenders lijstte al 13 gevallen op van arrestaties en gedwongen reizen sinds het begin van de maand mei.

Niet alleen offline, maar ook online is er verhoogde waakzaamheid. De internetcensuur is fors opgedreven met de hulp van artificiële intelligentie. De makers van flessen baijiu met herdenkingsetiketten voor Tiananmen werden recent veroordeeld en een filmmaker die een afbeelding hiervan tweette, werd opgepakt.

Sinds de economische hervormingen in de jaren na Tiananmen heeft de Chinese overheid geld en middelen genoeg om protesten slimmer aan te pakken. Ze gebruiken economische strafmaatregelen, bijvoorbeeld door activisten schuldig te bevinden aan belastingontduiking of corruptie zoals bij kunstenaar Ai Weiwei. Deze economische maatregelen krijgen internationaal minder kritiek en zijn beter voor het imago van China. Ook de technologische vooruitgang zorgde voor een uitbreiding van het repressieapparaat.

De vraag of Xi Jinping het leger zou inzetten als hij in een situatie terechtkomt die vergelijkbaar is met die van dertig jaar geleden, is daarom volgens Catherine Vuylsteke niet aan de orde. Er zijn voldoende voorzorgsmaatregelen genomen en alles wordt permanent in de gaten gehouden, dus het zal nooit opnieuw zover komen. Internationaal zullen er wel herdenkingen en protestacties zijn, maar in China zelf worden zo’n pogingen waarschijnlijk verijdeld voor er iets kan plaatsvinden.

Taiwan en Hongkong

In Taiwan en Hongkong zijn er wel herdenkingen en evenementen voor 30 jaar Tiananmen, maar ook daar voelen ze de greep van het vasteland sterker worden. De enige manier voor leiders van de protesten in 1989 om te vluchten, was via Hongkong. De democratiseringsbeweging daar heeft hen altijd gesteund en herdenkingen nu hebben volgens Vuylsteke ook een grote symboolwaarde. Tegelijk met de aanpak van Tiananmen wordt het hele Chinese autoritarisme op de korrel genomen.

Recent vonden er ook al protesten plaats tegen een nieuwe uitleveringswet, die het mogelijk zou maken om verdachten uit te leveren aan onder andere China. Er staat binnenkort een nieuwe grote protestactie gepland tegen deze ‘extradition law’. Hongkongers vrezen voor hun autonomie en verzetten zich tegen het centrale Chinese gezag. Hongkong maakt namelijk deel uit van China sinds 1997, onder het principe van één land, twee systemen.

Taiwan wordt de facto onafhankelijk en democratisch bestuurd maar China dringt steeds luider en dreigender aan op hereniging. De Taiwanese president Tsai Ing-wen verwees in een speech naar Tiananmen als bewijs van het belang om nooit toe te geven aan Chinese druk.

Etan Liam (CC BY-ND 2.0)

Herdenking voor Tiananmen in Hongkong, 2018

Wat brengt de toekomst?

De lessen die de partij trok uit Tiananmen en de val van de communistische regimes in de jaren die volgden, worden dus nog steeds ter harte genomen: ja aan economische vrijheid, neen aan politiek-burgerlijke vrijheden.

De Communistische Partij ziet minder reden dan voorheen om lessen te leren van westerse bestuursvormen. De financiële crisis van 2008, die de wereldeconomie aan de rand van de afgrond bracht, zien de Chinese leiders als een bewijs dat westerse politici kennelijk soms de zaken verkeerd inschatten, en dat de zelfregulerende markt waar het Westen zo graag naar verwijst, een mythe is. De Brexit is dan weer een bewijs dat de westerse democratie soms leidt tot stuurloosheid.

Dat het rijkste land ter wereld met Donald Trump een president kan kiezen die de klimaatverandering (het misschien wel grootste probleem van onze tijd) gewoon ontkent, wordt evenmin ervaren als een bewijs dat het westerse systeem superieur is.

En dan is er natuurlijk het feit dat China op dertig jaar tijd een onwaarschijnlijke evolutie heeft doorgemaakt. Het land heeft 700 miljoen mensen uit de armoede getild en zit op een berg geld waarmee het overal ter wereld de bakens verzet. Meer en meer landen werken samen met China. Het land zal zich wellicht meer en meer ontpoppen als een klimaatleider. Het is nu nog de grootste uitstoter van broeikasgassen, maar tegelijk is het ook de grootste producent van zonnepanelen en windmolens en produceert het ook de meeste windkracht en zonnekracht. China gaf de wereld de goedkope zonnepanelen.

Allemaal zaken die ervoor zorgen dat de Chinese leiders er meer dan ooit van overtuigd zijn dat ze destijds de juiste keuze maakten (hoe bloedig en dodelijk ook), dat stabiliteit inderdaad belangrijker is dan democratie, als je een land wil ontwikkelen. China verkeert internationaal in een heel andere, veel machtiger positie dan in 1989. Het regime boekte successen met het autoritaire model waarvoor het koos in 1989, maar toch wil het de bloedige ingreep waarmee het dat model doordrukte, aan het zicht onttrekken. Dat blijft een teken van zwakte. 

Druk van Europa en VS

Het Westen is na enkele jaren van sancties omwille van Tiananmen zonder al te veel schroom weer in zee gegaan met China, dat in 2001 lid werd van de Wereldhandelsorganisatie. Alle grote westerse bedrijven gingen in China werken, op zoek naar de grote Chinese markt en een goedkoop productieplatform. Dat er in China bijvoorbeeld geen vrijheid van vereniging was en is — en dat de arbeiders zich dus niet kunnen organiseren — werd nooit als een belemmering gezien voor dat westerse engagement.

Het is pas nu China stilaan een economische bedreiging vormt, omdat het nu ook op tal van gebieden een technologische leider en vernieuwer is, dat de VS, en in mindere mate de Europese Unie, meer afstand nemen. Het feit dat China de Amerikaanse hegemonie bedreigt, maakt van China een strategische concurrent. De VS proberen nu met handelssancties het land onder druk te zetten.

Legitimiteit door welvaart

De partij staat ook onder interne druk. Pascal Coppens wees al op de druk van de consument: de Chinese middenklasse eist nu een hogere kwaliteit van producten en dienstverlening. Als die er niet zijn, komt de partij in de problemen. De partij haalt haar legitimiteit uit het realiseren van inkomensgroei, sociale vooruitgang en een kwaliteitsvol leven voor steeds meer Chinezen. Als ze daarin faalt, is er een probleem. Dat soort druk is momenteel een veel grotere uitdaging voor de partij dan de discussie over Tiananmen.

Lim CK (CC BY-NC-ND 2.0)

Tiananmen by night

Een herziening van de partijlijn over Tiananmen is momenteel dan ook niet aan de orde. Ongelijkheid is een groter probleem. Dat het platteland veel armer blijft, dat veel arbeiders nog altijd lage lonen hebben, dat blijven problemen voor een partij die zich communistisch noemt. Daarom beweert Xi Jinping dat hij tegen 2025 de armoede wil uitroeien in China.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De technologische middelen om de bevolking te controleren nemen hand over hand toe, via camera’s met gezichtsherkenning, algoritmes op het internet… Xi heeft zichzelf een sterke positie uitgebouwd. Vorig jaar slaagde hij erin om de beperking tot twee termijnen van vijf jaar als partijleider te laten opheffen, waardoor hij nu zelfs mogelijk voor het leven aan de macht kan blijven. ‘Het denken van Xi Jinping’ is intussen zelfs in de grondwet opgenomen. Er groeit een personencultus rond Xi.

Die machtsconcentratie in één man, niet meer vertoond sinds Mao, is een risico op zich. Het dwepen met het denken van Xi én de groeiende technologische controle van de bevolking maken het moeilijker om in de Chinese publieke opinie en zelfs binnen de partij kritiek te uiten. Dit vergroot het risico dat dingen goed fout lopen, omdat het riskant is om op problemen te wijzen. Dat was bijvoorbeeld in extreme mate het geval met de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1960): toen niemand de grote leider Mao Zedong durfde zeggen dat zijn strategie niet werkte, mondde de campagne uit in een hongersnood die naar schatting dertig miljoen doden maakte.

De hoop is in zekere zin dat de stem van het meer en meer hoogopgeleide volk in dit moderne China, ook via de sociale media, hoe dan ook niet meer te onderdrukken is, en dat de partij dit keer wel degelijk zal moeten bijsturen als het fout loopt.

Ook Journalist Arthur Kent was ter plaatse en maakte naar aanleiding van 30 jaar Tiananmen een korte docu met zijn beelden van toen:

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur