Wereldkamp Broederlijk Delen
“‘Mag het ook eens wat minder rationeel a.u.b.?’

© Chiltepinster @ wikimedia (CC BY-SA 3.0)

© Chiltepinster @ wikimedia (CC BY-SA 3.0)
Wie zich uitspreekt tegen onrecht krijgt al snel het verwijt te ongenuanceerd, te emotioneel of te selectief te zijn. Voor cultuursocioloog Simon Truwant zijn die schijnbaar neutrale eisen aan het publiek debat – rationeel, beheerst, feitelijk onderbouwd – in werkelijkheid een vorm van uitsluiting. Want wie bepaalt eigenlijk wie er mag meepraten, en welke stemmen verdwijnen zo uit beeld?
'Ik stoor me eraan dat Gaza in morele termen besproken wordt.'
(Bart de Wever, 3/9/2025)
'We kennen Greta Thunberg van klimaatprotesten en nu is het Israël en dat doet de zaak geen goed. Het lijkt heel erg op professioneel activisme.'
(Gwendolyn Rutten, 6/11/25)
'De Palestijns-Israëlische kwestie is bijzonder complex.'
'Maar over Soedan hoor je hen niet!'
Als we dit soort uitspraken naast elkaar leggen, lijkt het er vooral heel erg op dat moreel of politiek verzet nooit een aanvaardbare vorm kan hebben. Wie zich uitspreekt tegen onrechtvaardigheid is altijd wel iets: ongenuanceerd (naïef!), selectief (hypocriet!), te emotioneel (hysterisch!), arrogant (Gutmensch!), zelfbedienend (elitair!). En vaak meerdere dingen tegelijkertijd. Activisme past immers niet binnen de gevestigde regels van het publiek debat.
Een van die traditionele regels luidt dat enkel helder geformuleerde standpunten en rationele argumenten zinvolle bijdrages tot het democratisch debat kunnen zijn. Volgens deze (Habermasiaans e) opvatting moet dat debat bestaan uit argumenten die gebaseerd zijn op universeel geldige redenen kan geven, een logische opbouw hebben en zo eenduidig en neutraal mogelijk verwoord worden. Het is inderdaad wenselijk dat mensen eerst even nadenken over de inhoud, de vorm en de gevolgen van hun bijdrages aan maatschappelijke discussies. Zomaar je mening spuien, voor je weet waarover een discussie gaat of wat jij er zelf over vindt, levert zelden iets constructief op.
Maar waarom zouden al je argumenten universeel geldig moeten zijn? Het is helemaal des mensen om bij diverse onderwerpen verschillende prioriteiten en invalshoeken te hebben. Wij zijn geen denkmachines, maar gelaagde wezens. En wat betekent rationeel precies? Vatten we dit louter op als logisch argumenteren of bakenen we het (str)enger af als abstract redeneervermogen of als emotionele neutraliteit? Dat laatste zou betekenen dat wie geen hogere opleiding heeft genoten, verbaal minder sterk is, of persoonlijk te betrokken is bij de zaak, de facto geen recht van spreken heeft in het debat.
Een werkelijk democratisch publiek debat is niet louter rationeel, maar ook inclusief.
Een andere eis die vaak wordt opgelegd aan het publiek debat, luidt dat bijdrages beheerst en beleefd moeten zijn. Hoewel “beleefdheid” een term is die door verschillende generaties anders wordt ingevuld (veel jongeren vandaag zien bijvoorbeeld geen graten in het tutoyeren van onbekenden of oudere mensen), ben ik het er mee eens dat men respectvol hoort te discussiëren.
De vraag om beheersing is daarentegen opnieuw minder eenduidig en leidt gemakkelijk tot uitsluiting. Mensen die vanuit een gevoel van onmacht of kwaadheid deelnemen aan een debat over pakweg koopkracht of racisme zullen dat niet altijd even beheerst doen, en daardoor vaak als onredelijk, te emotioneel of “verblind” worden weggezet. Maar hun kwade vorm sluit helemaal niet uit dat zij zeer zinnige en waarachtige inzichten en perspectieven toevoegen aan het debat. Bovendien, als enkel erg genuanceerde bijdrages toegelaten zouden zijn en men nooit eens mag ventileren, gaat verloren wat er voor mensen op het spel staat in een maatschappelijke discussie.
Zelfs het gangbare idee dat productief debat enkel mogelijk is tussen individuen met voldoende gedeelde feitenkennis, is niet altijd evident. Wanneer heeft iemand voldoende kennis om te mogen meepraten over het klimaat of transgenderrechten? Wie bepaalt dat? Wordt het publiek debat zo niet beperkt tot een handvol theoretische experten? Telkens leidt het idee dat meningen enkel kunnen worden geformuleerd op basis van erkende feiten en logisch denken, ertoe dat heel wat mensen helemaal buiten het publiek debat worden geplaatst.
Een werkelijk democratisch publiek debat is daarom niet louter rationeel, maar ook inclusief. En niet alleen voor mensen, maar ook voor meerdere vormen van pleidooien. Feitelijke, ideologische, morele, verhalende, emotionele, existentiële uitspraken kunnen allen op hun manier redelijk en constructief zijn. Een emotioneel betoog op basis van persoonlijke anekdotes kan geen wetenschappelijke studies weerleggen, maar is toch een perfect legitieme bijdrage tot het debat over bijvoorbeeld Gaza, migratie of geestelijke gezondheidszorg. Geslaagde retoriek verbindt rationele argumenten aan herkenbare situaties en leidt van kennis naar inzicht. Mensen zullen elkaar sneller begrijpen wanneer ze elkaars geleefde situatie herkennen. Morele uitlatingen tonen dan weer de urgentie of het gewicht van een debat.
Dit alles wegzetten omwille van de onredelijke vorm (tone policing) is een gangbare strategie onder dominante stemmen om het publieke debat in het eigen voordeel af te bakenen (gatekeeping). Vooral vrouwen, mensen van kleur en laagopgeleiden zijn daar slachtoffer van: ze worden weggezet als hysterisch, agressief, ongeïnformeerd of ongeletterd. De reductie van waarachtigheid tot een enge opvatting van feitelijk of logisch redeneren, houdt zo een status quo in stand waarin enkel zij die als nuchter en rationeel worden aanzien – die vanuit een niet-geaffecteerde of gepriviligeerde positie spreken – het woord krijgen en serieus genomen worden. En uitsluiting uit het publiek debat gaat hand in hand met genegeerd worden door het beleid.
Wie net dat beleid wil aanklagen, conformeert dus best niet zomaar aan de traditionele vormregels voor publiek debat, maar zoekt een eigen waarachtige stem. Die volgt beter het advies van Toni Morisson: ‘I stood at the border, stood at the edge and claimed it as central. l claimed it as central, and let the rest of the world move over to where I was.’
Simon Truwant is cultuursocioloog en ateur van De waarheid heeft vier gezichten
‘Justainable’ is een blogreeks over activisme en het redden van de wereld. In deze bijdragen laat Broederlijk Delen systeemveranderaars aan het woord, stuk voor stuk inspirerende mensen die op hun manier het systeem mee willen kantelen en zo werk maken van de 25%-revolutie.
De blogs vormen een smaakmaker voor het Wereldkamp, een cocreatie van Broederlijk Delen in samenwerking met MO*, Oikos, De Transformisten, JNM, RESET.Vlaanderen, Hart boven Hard en Catapa.
Het Wereldkamp is een laboratorium, een zomerschool en een festival in één. Maak op het kamp kennis met artiesten, filmmakers, ondernemers, denkers, vertellers, activisten, juristen, academici, boomklimmers, doe-het-zelvers en vooral met je medestanders in de strijd voor systeemverandering.
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.


