Who let the cows out?

Blog

“‘Who let the cows out?’

biovergisters
biovergisters

Jens Van Hee

14 oktober 2026 • 4 min leestijd

In het noorden van Benin wordt er nog veel op hout en houtskool gekookt. Dat draagt bij aan ontbossing, erosie, en de rook die daarbij vrijkomt schaadt de gezondheid. Dierenartsen Zonder Grenzen plaatste om die reden biovergisters bij 20 coöperaties als alternatieve energiebron. Het project illustreert hoe nauw de gezondheid van mens, dier en milieu met elkaar verbonden zijn: een uitgangspunt dat centraal staat in de One Health-aanpak. Jens Van Hee zag ter plaatse dat een technologie pas duurzaam wordt als de gebruikers ze zich eigen maken.

Als junior expert bij Enabel en VSF volgde ik een biogasproject op in het noorden van Benin, waar we samen met lokale partners biovergisters installeerden bij 20 coöperaties van vrouwen.

Biovergisters wekken groene energie op op basis van biogas dat vrijkomt bij de vergisting van mest en organisch materiaal. De coöperaties gebruiken die energie om karitéboter te maken en soja te verwerken tot hoogwaardige eindproducten.

Tastbare winst

In een regio die kampt met sterke bodemerosie, ontbossing en beperkte economische ontwikkeling is dat een tastbare winst, getuigt Martine Ouyata, hoofd van een karitécoöperatie in Boukoumbé: ‘Voor de verwerking van karité is veel hout nodig. Per maand jagen we er vier tot zes zakken hout door. Als we de kosten voor hout en water optellen, komt dat duur uit. Daarnaast wordt hout gekapt om te verbranden, zonder dat er nieuwe bomen worden aangeplant. Verhitten op houtvuur is niet praktisch, omdat we dan helemaal zwart worden van het roet en de rook inademen.’

De biovergisters werden dan ook warm onthaald door de coöperaties.

Theorie en praktijk

Hoe pertinent deze technologie ook blijkt te zijn, dat garandeert nog geen duurzame implementatie. Om te beginnen is het introduceren van biovergisters in deze zone geen sinecure.

De regio kent maar één regenseizoen, wat de beschikbaarheid van organisch materiaal beperkt. Vee wordt zelden op stal gehouden: de dieren grazen vrij rond of worden nomadisch gehoed, waardoor mest moeilijk te verzamelen is.

Om het verzamelen van mest te vereenvoudigen, vernieuwden we met Dierenartsen Zonder Grenzen stallen, bouwden we een netwerk van lokale assistent-dierenartsen uit en verdeelden we dieren over de gemeenschappen.

Die maatregelen tonen hoe nauw mens, dier en milieu met elkaar verbonden zijn. De biovergisters functioneren immers alleen wanneer ook de veeteelt goed georganiseerd is en voldoende organisch materiaal beschikbaar blijft.

Maar de biovergisters vragen ook een aanpassing van de coöperaties: er moet immers geen hout meer verzameld worden, maar mest. Hoe verandert dat de interne gewoontes en verhoudingen? En wat houdt de leden gemotiveerd om de installatie te onderhouden?

Dat laatste is cruciaal, legt Timothée, projectmanager bij onze uitvoeringspartner CERD Benin, uit: ‘Biovergisters hebben veel onderhoud nodig: je moet het opgehoopte zand verwijderen en bij een defect vakmensen inschakelen om die te repareren.’

Binnen de projectzone werden daarom tien vaklieden opgeleid om biovergisters te bouwen en te herstellen. Dit verlaagt de barrière om hulp te zoeken wanneer een installatie defect is.

Duurzame adoptie

Duurzame adoptie vereist dus dat de gemeenschap zich de technologie eigen maakt. Ze moet van onderuit heruitgevonden worden, ingebed in de eigen gewoontes van de coöperaties.

Dat proces zal voor elke coöperatie anders verlopen. Denk aan de ligging van de biovergister, de grootte van de groep of lokale gewoontes: factoren die wij als ngo niet altijd in de hand hebben. We kunnen wel verder kijken dan onze projectplanning, de coöperaties zo vroeg mogelijk in de dialoog betrekken en inspelen op hun evoluerende behoeften. Pas dan hebben we een reële kans dat de installaties over tien jaar nog werken.

Jens Van Hee, Junior Expert in Agro-ecologie bij Dierenartsen zonder Grenzen en Enabel in Benin.