Recht en Revolutie, of wat ik nu eigenlijk geleerd heb in 15 jaar aan de rechtenfaculteit

De ontwikkelaars

Recht en Revolutie, of wat ik nu eigenlijk geleerd heb in 15 jaar aan de rechtenfaculteit

Collage met portret van Lodewijk Van Dycke
Collage met portret van Lodewijk Van Dycke

In zijn eerste jaar rechten leerde Lodewijk Van Dycke een geruststellende waarheid. Of zo dacht hij toch: zonder goede juristen wacht de Terreur, of de dictatuur van Stalin. De rechtstaat is een essentiële bescherming tegen chaos en dictatuur. Tot een professor in Oxford de revolutie van Thomas Sankara opvoerde als bewijs van het tegendeel. Het is mogelijk de principes van de rechtstaat ondergeschikt te maken aan een revolutionair ideologisch project zonder uit te monden in chaos of dictatuur.

In deel twee van Shakespeares Hendrik de Zesde roept een revolutionair: ‘First thing we do, let’s kill all the lawyers!’ Vierhonderd jaar later lijkt het mee te vallen: er zijn nog altijd juristen. Toch stelt zich de vraag hoe wij juristen met onszelf kunnen leven. Shakespeare lijkt ons namelijk te beschuldigen van corruptie, machtswellust, regelneverij en het bestendigen van de gevestigde orde.

De vraag naar het nut van de jurist is relevant: regelneverij en immobilisme beletten de maatschappij om een aantal grote problemen op te lossen, van de competitiviteit van Europa tot de klimaatverandering.

Tijdens het eerste jaar van mijn rechtenopleiding – we zijn in Leuven in 2010 – kreeg ik twee antwoorden op deze vraag. De professor Romeins recht, wijlen Laurent Waelkens, stelde dat juristen maatschappelijke meerwaarde bieden omdat zij conflicten oplossen met het algemeen belang in gedachten. Het algemeen belang verandert, dus het recht moet dynamisch zijn. Als recht en maatschappij te ver uit elkaar groeien, komt de maatschappij in opstand tegen het recht. Dan ontstaat revolutie. De professor publiekrechtsgeschiedenis gaf aan dat het aan de juristen is om de macht te bewaken. De goede jurist ontwerpt regels die de macht inperken en tegenmacht organiseren. Heb je hiervan terug, Shakespeare?!

Terreur en Stalin

De expertise van de professor publiekrechtsgeschiedenis was het strafrecht en de Franse Revolutie (1789-1799). Dat bracht hem ertoe om zijn theorie te illustreren met levendige voorbeelden van de tortuur en de Terreur. De Terreur is de periode tijdens de Revolutie waarin de radicale revolutionairen onder leiding van Robbespierre zo’n 40.000 mensen lieten guillotineren.

Voor een rechtstaat heb je goede, slimme, onafhankelijke juristen nodig. Wie van het recht een grap maakt, krijgt de totalitaire dictatuur van Stalin.

De episode begon, en dat is belangrijk, met het opschorten van de grondwet. De professor wilde aangeven dat revoluties – als ze niet vermeden kunnen worden – op een bepaald moment moeten ‘landen’, omdat ze anders doldraaien. Het recht is dus een middel om maatschappelijke verandering te begeleiden, conflicten geloofwaardig op te lossen en de macht evenwichtig te organiseren. Zonder recht dreigt de chaos van de Terreur.

Een paar lessen later herhaalde de analyse zich. Van de Franse waren we bij de Russische Revolutie (1917-1922) aanbeland en ook die mondde op een bepaald moment uit in terreur en in de dictatuur van Stalin. Stalin toonde dat de macht sluw is bij het misleiden van het recht: de schijnprocessen van Stalin (1936-1938) liepen parallel met de proclamatie van de Sovjetgrondwet van 1936, op papier de meest menslievende grondwet ooit. De boodschap voor ons studenten was: wat telt is het recht in actie. Voor een rechtstaat heb je goede, slimme, onafhankelijke juristen nodig. Wie van het recht een grap maakt, krijgt de totalitaire dictatuur van Stalin.

Kortom, we leerden in het eerste jaar rechten dat het recht er is om de Terreur en Stalin te vermijden. Dat is waarom we een geschreven, afdwingbare grondwet nodig hebben, met scheiding der machten, rechterlijke controle, een professionele advocatuur, bescherming van grondrechten, waaronder het recht op eigendom en respect voor contracten.

Na vijf jaar rechtenstudies slijt het de-rechtstaat-of-Stalin-model er redelijk diep in. Juristen hebben over het algemeen weinig problemen met de “regelneverij” en het “bevestigen van de bestaande orde” waar Shakespeares revolutionairen een hekel aan hebben. Juristen vertellen zichzelf dat het alternatief voor de rechtstaat chaos is, of dictatuur.

Sankara

Ik dacht en denk nog steeds dat het ingebakken realisme van juristen een grote meerwaarde is. Wij vragen ons af hoe het recht bij de tijd blijft en revoluties kan voor zijn. De rechtstaat is een essentiële bescherming tegen chaos of dictatuur. Dat is mijn benadering wanneer bij het begin van mijn master internationale ontwikkeling – we zijn in Oxford in 2017 – een professor politieke wetenschappen het verhaal vertelt van de Burkinese revolutie, geleid door Thomas Sankara.

In 1983 heette Burkina Faso nog Opper Volta en was het een voormalige Franse kolonie waar de tijd wat was blijven stilstaan: het land was in essentie een neokoloniaal regime waar belangrijke economische posities nog steeds in handen waren van de Fransen. En toen kwam de coup die Sankara aan de macht bracht.

In vier jaar tijd veranderde Sankara de naam, de vlag en het volkslied. Sankara organiseerde massale volksacties om waterputten te graven, bomen te planten en mensen te vaccineren. Sankara was zijn tijd ver vooruit rond de rechten van vrouwen en minderheden. Bij alle acties genoot hij overweldigende steun van een betrokken bevolking.

De professor politieke wetenschappen gebruikte de Burkinese Revolutie als voorbeeld van wat echte bevrijding zou betekenen voor Afrika – veel landen waren na de onafhankelijkheid immers vervallen in neokoloniale regimes. Bij een revolutie als die van Sankara kàn de revolutionaire leider de rechtstaat bovendien niet respecteren, zei de professor. Immers, als Sankara stapsgewijze hervormingen had nagestreefd, waarbij hij alle oudere rechten, eigendommen en contracten had gerespecteerd, dan had hij nooit op vier jaar zo’n indrukwekkend palmares kunnen opbouwen en was hij zijn legitimiteit bij de bevolking verloren.

Bovendien werd het feit dàt Sankara zijn revolutie liet voorgaan op recht, en een staatsvorm creëerde die afwijkt van de rechtstaat, gebruikt door de Fransen en de Amerikanen om Sankara te kapittelen. Zo’n kritiek was, volgens mijn professor, hypocriet, want de Westerse landen waren niet gehecht aan de rechtstaat, maar aan de gevestigde neokoloniale orde die Sankara bedreigde.

Mijn klasgenoten, nog jonger dan ik en zelden juridisch geschoold, waren het eens met de professor: awoert de rechtstaat, leve de revolutie! Ik, langs de andere kant, was geschokt. Na de les hield ik de professor staande en ik gaf hem in vijf minuten mijn versie van wat ik zeven jaar eerder in Leuven geleerd had: zonder rechtstaat mondt revolutie uit in Stalinisme.

Het regime van Sankara was te mooi om waar te zijn, want wie zou hem van de absolute macht houden?! En die politieke processen, waarbij Sankara toestond dat volksjury’s oordeelden over misdaden door voormalige machthebbers, zonder procedurele garanties, dat waren toch Stalinistische showprocessen?! De professor vatte samen: je vindt dat ik je klasgenoten aanzet om revolutionair te denken, zonder inzicht in de gevaren.

Terug naar Shakespeare

Wie heeft gelijk? De Leuvense juristen, of de Oxfordse politieke wetenschapper? Hebben we de rechtstaat nodig om het revolutionaire volk te beschermen tegen zichzelf, chaos en dictatuur, of is het recht een belemmering op de democratische uiting van de volkswil? Wie heeft er baat bij om juristen te doden, de dictator, of de idealist? Dit blijft een essentiële vraag in de rechtsgeschiedenis en de rechtstheorie en (natuurlijk) hebben we tot op vandaag geen sluitend antwoord. Ik moet u het antwoord dus schuldig blijven.

Later deed ik onderzoek rond Burkina Faso, en dat leerde me dat op zijn minst wat Sankara betreft, de Oxford professor wellicht gelijk heeft. Sankara was geen Stalin, en het is mogelijk de principes van de rechtstaat ondergeschikt te maken aan een revolutionair ideologisch project zonder uit te monden in chaos of dictatuur. Bij Sankara’s volksprocessen werden eigenlijk geen mensen geëxecuteerd.

Na vier jaar had Sankara’s regime bovendien zo veel machtige vijanden gemaakt dat zijn voormalige medestander Blaise Compaoré de macht greep. In een veel bloedigere staatsgreep werd Sankara op staande voet geëxecuteerd. Compaoré bleef president gedurende zevenentwintig jaar. Hij was een autocraat, er was geen gerechtigheid, maar hij genoot de steun van het Westen.

De Leuvense theorie moet dus genuanceerd worden: als de rechtstaat ontbreekt, kan chaos of dictatuur ontstaan, maar dit gebeurt niet noodzakelijk. Wellicht is een belangrijk verschil dat Sankara geen volledige controle had over zijn grondgebied en zijn bevolking. Het Burkinese staatsapparaat was zwak in vergelijking met het Sovjetapparaat. Bovendien was de Burkinese Revolutie ideologisch niet zo totalitair als de Franse. Deze omstandigheden zijn (historisch) wel vaker te vinden in het globale Zuiden, en dus zou een diversiteit aan staatsvormen de aanbeveling verdienen, maar toch bleef het Westen tot voor kort hameren op het zaligmakende model van de rechtstaat – niet zelden op hypocriete wijze.

Terug naar Shakespeare, nog één keer: jagen we die juristen nu over de kling of niet? De oplossing ligt wellicht in het anders opleiden van juristen zodat ze minder gefocust zijn op het geldende recht en de gevestigde orde, maar meer op het juridisch vormgeven van een rechtvaardigere wereld in de toekomst. Een voorbeeld? Historisch dient de Senaat in de VS ter controle van de federale overheid door de vertegenwoordigers van de staten. Tegenwoordig geeft de Senaat echter een vetorecht aan bepaalde belangengroepen in een beperkt aantal staten in het Amerikaanse zuiden. Dat is niet democratisch, en een creatieve juridische oplossing dient zich aan, anders komt er vroeg of laat revolutie van.