Passa Porta podium
Jesús Carrasco: ‘Het water heeft ons gevormd’
)
© Ivan Giménez
)
© Ivan Giménez
Jesús Carrasco
14 januari 2026
De nieuwe editie van EUROPALIA viert de Spaanse cultuur, en Passa Porta doet graag mee. Het internationaal literatuurhuis vroeg aan Jesús Carrasco en Virginia Mendoza om elk een nieuwe tekst te schrijven over het element dat in hun boeken een belangrijke rol speelt: water. Ze presenteren die voor het eerst in Brussel en zullen ook praten over hun werk. Hier kun je de bijdrage lezen van Jesús Carrasco.
Ik weet nog dat in mijn kindertijd, in het dorp bij Toledo waar ik opgroeide, het water ’s zomers elke dag om tien uur ’s ochtends wegging en om acht uur ‘s avonds terugkwam. Als de mensen elkaar op straat tegenkwamen zeiden ze: ‘Sorry dat ik meteen doorloop, maar ik moet thuis zijn voordat het water weg is. Hoe laat ging het water gisteren weg? Mag ik een emmer van jou lenen? Ik ben vergeten die van mij te vullen voordat het water wegging.’
Door te zeggen dat het water wegging, in plaats van te zeggen dat de toevoer was afgesloten, kreeg het gebeuren iets vaags en mysterieus. En omdat we kinderen waren, namen we wat volwassenen zeiden altijd letterlijk. Als het water weggaat, dachten we, moet het ook ergens naartoe gaan. Alsof het water een wezen was dat zelf kon beslissen. Daarom stelden we ons voor dat het water elke dag voordat het vertrok een hoed opzette, een regenjas over zijn arm legde, zijn koffer van de grond pakte, de deur opende en stilletjes naar buiten liep, nadat hij de deur achter zich had dichtgedaan. En mijn ouders, broers en zussen en ik bleven in het huis achter, hulpeloos, wachtend op zijn terugkeer, een paar uur later. Dat was onze enige troost: de wetenschap dat hij elke avond terugkeerde.
In werkelijkheid ging het water nergens naartoe. Het zat nog steeds in de leidingen die verborgen waren in de muren en wanden. Het hield zich daar stilletjes schuil, slechts enkele centimeters van ons vandaan, wachtend tot een medewerker van de gemeente opdracht zou krijgen om de toevoer naar het dorp te herstellen.
In onze kinderogen bracht het water de dag buiten door, op een plek die wij niet kenden. We stelden ons voor dat het niet makkelijk moest zijn om de dagen in een reservoir te slijten en hooguit door nauwe, vaak in slechte staat verkerende, leidingen te mogen stromen. Dat was de reden waarom we dachten dat het water vertrok, om dingen te kunnen doen die het water graag deed en die hem in huis verboden werden.
Binnenshuis kon hij bijvoorbeeld niet tussen de stenen van een bergbeek door glijden, of zich uit dichte wolken op de vruchtbare grond van een dorstige akker laten vallen. In huis mocht hij niet een kamer tot aan de wandklok vullen, zodat wij kinderen ons in hem konden onderdompelen en al zwemmend onze huid door hem konden laten strelen en verkoelen.
Binnenshuis kon het water geen zout leven leiden en geen onderdak bieden aan tropische vissen en riffen. Hij kon er geen golven creëren die uiteindelijk tegen de kliffen te pletter zouden slaan en bruggen en kathedralen van steen zouden vormen, zoals in Étretat. Om dezelfde reden kon er binnenshuis niet over gigantische golven worden gesurft, zoals in Nazaré wel kan.
Ook kon het water niet vanaf het dak naar beneden storten en een waterval vormen waarachter een grot lag met een verborgen piratenschat. Door bevloeiingskanalen stromen om katoenvelden te irrigeren, de kleine witte wolkjes die de struiken bespikkelen, de enige sneeuw die het zuiden kende, dat kon ook allemaal niet binnenshuis. Hij kon geen plassen maken in de zaaigeulen waarin de rijst groeide die uiteindelijk op de tafels van de armen belandde. Hij kon geen delta’s vormen. Hij kon geen elektriciteit genereren. In huis kon het water niet stilstaan totdat er waterlelies op hem groeiden waarop kikkers kwaakten. Monet zou bijvoorbeeld Giverny niet hebben kunnen schilderen in ons huis.
Op een dag gingen mijn broer en ik, gedreven door nieuwsgierigheid, de straat op om naar hem op zoek te gaan. We wilden weten waar hij elke dag naartoe ging en waarom het zo belangrijk voor hem was om naar die plek te gaan, in plaats van de dag met ons door te brengen. Uiteraard was de kleine beek vlakbij het dorp de eerste plek die we inspecteerden. Maar het was zomer en dus was het water daar niet, ook al stonden er wel een paar dappere populieren, bomen van de oever die er ooit was.
Ik vroeg me af waar hij kon uithangen. Als ik water was, zou ik me hebben verspreid tussen de voren van de tuinderijen om door te sijpelen in de aarde en om de tomaten rood en de aubergines paars te kleuren. En dus begaven we ons naar de plek waar mevrouw Amalia haar moestuin had. De enige die toen nog over was in de gemeente, omringd door gebouwen van meerdere verdiepingen die de oude lage huizen al begonnen te verdringen.
Mevrouw Amalia ging altijd in het zwart gekleed en volgens ons was ze destijds tussen de driehonderd en vierhonderd jaar oud. Ze verdiende haar brood op twee manieren en voor beide was ze afhankelijk van het water dat ze ter plekke opving in een rond bassin, een gebruikelijke manier in die streek om sproeiwater te verzamelen.
Ik ben een paar jaar na de dood van mevrouw Amalia naar het bassin teruggegaan, slechts enkele weken voordat de machines arriveerden om het te slopen en ook van haar moestuin een flatgebouw te maken. Ik herinner me het gebarsten beton waaruit klaprozen, wede en kamille ontsproten. De gescheurde wanden, de afgebladderde verf. Het gelach van de kinderen, hun gespetter als een verre echo die alleen ik hoorde.
Want een van de twee manieren waarop mevrouw Amalia haar brood verdiende, was het innen van een kleine geldsom in ruil waarvoor wij kinderen in haar bassin mochten zwemmen. Met het water waarin wij speelden, besproeide de vrouw ook haar moestuin. ’s Zomers kocht mijn moeder bij haar de zongerijpte groenten. Ik at elke avond tomatensalade met bosuitjes, olijfolie en zout. En iets van mij, van alle kinderen van het dorp eigenlijk, zat ook in dit gerecht, dat net zo rijk aan poëzie als aan micro-organismen was.
Diezelfde zomeravonden, de ramen wagenwijd open, het gesjirp van de cicaden en het gezang van de krekels in de verte. De geur van dor gras meegevoerd door de wind vanaf de omgeploegde velden rondom het dorp. Vleermuizen die achter elkaar aanzaten in de nacht, terwijl ze hun kleine bekjes openden en ons van muggen verlosten. Welnu, op die warme avonden vertelde onze moeder over haar kindertijd in Feria, het dorp in de provincie Badajoz waar ze was geboren.
Daar had de oorlog in veel gezinnen en in niet weinig gevels wonden achtergelaten. Er was nog geen elektriciteit in het dorp. Ook geen stromend water. In die tijd, kort voordat de dorpen leegliepen door binnenlandse migratie, beleefde Feria zijn hoogtijdagen met veel gezinnen, geitenhoeders, maaiers, handelaars, mandenmakers en tuinders. En al die kelen waren volledig afhankelijk van een paar openbare bronnen. Caños noemden ze die.
De vrouwen, altijd de vrouwen, droegen er hun aardewerken waterkruiken naartoe. Maar de straal die uit die bronnen kwam was zo miezerig dat de vrouwen de kruiken lieten staan tot ze aan de beurt waren en intussen naar hun vele taken terugkeerden. De kruiken vormden een slingerende rij door de kronkelige, steile straten. ‘Waar voert de rij naartoe,’ vroeg iemand. ‘Naar het gemeentehuis. Naar het huis van José Leva. Naar de Corredera,’ luidde het antwoord.
De familie van mijn moeder verkocht churros in de winter en ijsjes in de zomer. Voor de churros: water. Voor het ijs van de ijsjes: water. Water in een miezerig straaltje in augustus, water met een verwoestende kracht tijdens de stormen in de herfst. Mijn moeder vertelde me eens dat ze als jonge vrouw de placenta van een pasgeborene voorbij zag komen in de snelstromende beek tegenover haar huis. Uit water ontstond degene die was geboren, in het water van de placenta dreef hij, gebroken water van de uitgeputte moeder.
Ik denk aan mijn moeder. Ik denk aan mijn grootouders. Ik denk aan hun dorst, de dorst van een heel dorp dat zich probeerde op te richten na een eindeloze oorlog. Ik denk aan wat er allemaal veranderd is in Spanje, waar tegenwoordig uit elke kraan schoon drinkwater stroomt. En ik ervaar dat als een wonder en een geschenk omdat ik, net als mijn ouders en grootouders, ben opgegroeid met een duidelijk besef van de schaarste ervan.
Ik leef zoals ik leef. Ik begrijp de wereld op een bepaalde manier, die de mijne is en die van sommige anderen. Ik doe dingen of ik doe ze niet. Ik kies partij of ik houd me op de vlakte. In de zomer zoek ik de uitgestrektheid van de zee op. En het water van hoge bergstromen. Ik ben wie ik ben en ik schrijf wat ik schrijf omdat het water toen ik kind was naar een plek ging die ik niet kende. Omdat zijn afwezigheid me pijn deed en nog steeds doet. Dat ik hier ben en dit schrijf, komt doordat die afwezigheid me heeft gevormd tot wie ik nu ben.
Vertaald uit het Spaans door Jos Kockelkoren
Originele titel: El agua nos dio la forma
Jesús Carrasco is geboren in Extremadura, ook een van de droogste provincies van Spanje. Zijn romans veroverden de wereld met vertalingen in meer dan dertig talen en verschillende literaire prijzen. De personages in zijn romans hebben stuk voor stuk een sterke verbondenheid met de aarde en de natuur, en water is een levensbron die nooit een evidentie is. In zijn nieuwe roman Ode aan mijn handen gaat een gezin een levensveranderende uitdaging aan: de renovatie van een oud huis op het platteland dat elk moment kan worden gesloopt.
Passa Porta nodigde Virginia Mendoza en Jesús Carrasco uit voor een lezing waar ze hun tekst zullen presenteren en vertellen over hun werk.
15 januari, 20u, Passa Porta Bookshop (Antoine Dansaertstraat 46, Brussel)
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in