Passa Porta podium
Virginia Mendoza: ‘Waar zijn de sleutels?’

© Yoely Estudio Fotografía

© Yoely Estudio Fotografía
Virginia Mendoza
14 januari 2026
De nieuwe editie van EUROPALIA viert de Spaanse cultuur, en Passa Porta doet graag mee. Het internationaal literatuurhuis vroeg aan Jesús Carrasco en Virginia Mendoza om elk een nieuwe tekst te schrijven over het element dat in hun boeken een belangrijke rol speelt: water. Ze presenteren die voor het eerst in Brussel en zullen ook praten over hun werk. Hier kun je de bijdrage lezen van Virginia Mendoza.
Voor de ontheemde zijn sleutels net zo belangrijk als voeten, want hoewel hij soms in allerijl moet vluchten, verlaat hij zijn huis eigenlijk altijd in de hoop om terug te keren. En wat is een huis anders dan een plek om naar terug te keren? Wat wordt een huis als je er niet meer naar terug kúnt keren, als het door het water is verzwolgen? De ontworteling verandert in een wond die, zoals een dichtregel van Joan Margarit zegt, ‘ook een plek is om in te wonen’. Soms raakt ze geïnfecteerd, soms wordt ze overgedragen en soms geneest ze.
De inwoners van Aceredo, provincie Ourense, sloten hun huizen af om te voorkomen dat het water binnenstroomde. Die van Vegamián, provincie León, namen hun sleutels mee, zoals de Joden, Palestijnen en Armeniërs eerder hadden gedaan. Door middel van het verzamelen van een grote hoeveelheid sleutels bracht de Turkse kunstenaar Memed Erdener een eerbetoon aan de tijdens de Armeense genocide uit het Ottomaanse Rijk verdreven Armeniërs, en ook aan degenen die het was gelukt om te blijven of terug te keren.
Syrische vluchtelingen die de sleutels van hun huizen konden meenemen, bewaren die vandaag de dag als kostbare blijken van een onzekerheid die soms nostalgie is en soms hoop. Er zijn voorwerpen die het tastbare deel van de herinnering vormen en die meer dan enkel een aandenken zijn. Het zijn voorwerpen die getuigen van het collectieve geheugen en die van ouders op kinderen worden overgedragen. Voor ontheemden is dat voorwerp de sleutel.
Een van de hoofdpersonen in Afscheid van Matjora, een roman van Valentin Rasputin, maakt haar huis schoon, brengt het in gereedheid om bezoek te ontvangen en sluit de deur voordat ze vertrekt. Maar er zijn ook mensen, zowel in dit boek als in het echte leven, die hun eigen huis slopen of in brand steken als dat niet langer van hen is, en zo tevergeefs hun verdriet draaglijker proberen te maken. Zelfs als een stuwmeer hun dorp overspoelt, vertrekken ze met één twijfel: zullen we ooit terugkomen?
Wat ze allemaal delen, zo valt op te maken uit de boeken van Julio Llamazares, Valentin Rasputin en Jesús Moncada, is het ongeloof voordat er gebeurde wat er gebeurde (hoe zouden ze nou mijn dorp, mijn eeuwige paradijs, onder water kunnen zetten?); en het verdriet en de woede, vooral als ze zich probeerden te verzetten toen er gebeurde wat er gebeurde; en het vurige verlangen om terug te gaan nadat er gebeurde wat er gebeurde. Dat wil zeggen, om zich te herenigen met hun dorp en hun doden op de enige mogelijke manier: tot as verworden. Wat uiteindelijk ook het verhaal is dat Julio Llamazares vertelt in zijn Verschillende manieren om naar het water te kijken.
In die roman legt hij een van zijn personages het volgende in de mond: ‘Het beeld van mijn vader die, nadat we alles ingeladen hebben, ons huis in Ferreras afsluit en de sleutel in zijn zak opbergt (alsof hij niet weet dat het water het huis binnenkort zal overspoelen)’.
Jaren later kwam deze uit León afkomstige auteur, die een deel van zijn jeugd doorbracht in een nu verzonken dorp, in zijn column in El País terug op de symbolische betekenis van de sleutel voor hen die niet naar huis kunnen terugkeren: ‘Je ziet ze in veel van hun nieuwe huizen op een prominente plek hangen of in lades bewaard worden alsof het echte juwelen zijn, ook al zijn ze overduidelijk nutteloos.’
Hij herinnerde zich ook dat sommige van zijn dorpsgenoten in hun testament hadden laten opnemen dat niet alleen hun as in het stuwmeer moest worden uitgestrooid maar ook de sleutels van hun afgesloten en overstroomde huizen.
Svetlana Boym zei in haar boek The Future of Nostalgia dat Atlantis voor Celeste Olalquiaga geen te herwinnen paradijs was, maar in de woorden van Boym: ‘Een verloren gegane beschaving waarmee we in contact moesten komen via ruïnes, overblijfselen en scherven.’ Oftewel: sleutels.
Zonder de wond van de ontheemding en het water zouden de boeken van Jesús Moncada, die bijna heel zijn oeuvre in het ondergelopen gedeelte van zijn dorp situeerde, en sommige boeken van Julio Llamazares en Valentin Rasputin niet bestaan. Ieder geeft zijn herinneringen door zoals hij wil, kan en mag, en zij kozen ervoor om van Mequinenza, Vegamián en Atalanka hun respectievelijke Macondo’s te maken.
Dankzij het schrijven komen de drie dorpen in figuurlijke zin uit het water tevoorschijn. ‘Schrijven, als een niet tijdgebonden medicijn voor het geheugen, betekent in de eerste plaats het ontdekken van die noodzaak om de ervaring van het leven in ons lichaam, onze bewustzijnsruimte, zo veel mogelijk te vergroten,’ schreef Emilio Lledó in El surco del tiempo.
Maar vergeten is ook een ‘medicijn voor het geheugen’, zoals de lotos dat waren voor de Lotofagen in de Odyssee: ‘ze gaven hun lotos te eten en wie van die honingzoete vrucht at, wilde ons geen nieuws meer brengen en ook niet meer teruggaan; het enige wat hij verlangde was bij de Lotofagen blijven, lotos eten en de terugkeer naar huis vergeten.’
Om dat te voorkomen droeg Odysseus zijn mannen op om zo snel mogelijk aan boord te gaan, zodat ze de terugreis en de noodzaak om naar huis terug te keren niet zouden vergeten. Hoewel dergelijke medicijnen strikt genomen niet bestaan, was nostalgie in de zestiende eeuw een ziekte die in het midden van de twintigste eeuw, in ieder geval in Israël, nog steeds werd gediagnosticeerd, zoals Boym opmerkt.
Degenen die zo naar hun geboorteland verlangden dat ze er ziek van werden, leden aan allerlei symptomen. Ze gedroegen zich onverschillig, vermagerden, hoorden stemmen en zagen zelfs geestverschijningen. De nostalgie-epidemie trof vooral soldaten die juist ver van huis waren om voor hun vaderland te vechten, zeelieden die het ruime sop kozen en een onzekere toekomst tegemoet voeren, en mensen die uit landelijke gebieden afkomstig waren.
Geen leven zonder vergeten en geen geheugen zonder vergeten. Zoals Marc Augé uitlegde in Les formes de l’oubli, moeten mensen die een gedeelde traumatische ervaring hebben meegemaakt die uitgroeit tot een collectief trauma, zich vastklampen aan het vergeten om door te kunnen gaan, maar de plicht tot historische herinnering ligt in handen van degenen die na hen komen.
‘De plicht tot herinnering is de plicht van de nazaten en kent twee aspecten: herinnering en waakzaamheid,’ schreef Augé. Het is aan de nakomelingen om zich te herinneren wat degenen die daadwerkelijk een collectieve traumatische situatie hebben meegemaakt moesten vergeten, al was het maar om verder te kunnen leven. Of, om het in zijn woorden samen te vatten: ‘We moeten het recente verleden vergeten om het verre verleden terug te vinden.’
We kunnen niet weten hoeveel van de kinderen die opgroeiden in die nu verdwenen, ondergelopen oorden al spelend ‘Waar zijn de sleutels? Matarile, rile, rile’ zongen zonder te beseffen dat alles letterlijk zo zou eindigen als in het lied: ‘Op de bodem van de zee, matarile, rile, rilerón.’ Maar we hoeven het ons alleen maar voor te stellen om een steek te voelen die de echo is van hun heimwee.
Antonio Manuel heeft het in zijn boek Flamenco. Arqueología de lo jondo over de symbolische betekenis van de sleutel voor verdreven Sefardische joden en Andalusische moslims en over de relatie tussen de sleutel en de herinnering. Over het aangehaalde, van oorsprong Arabische, kinderliedje schrijft hij: ‘In het Arabisch betekenen de woorden mawt en rila respectievelijk dood en reis.’ En hij stelt de flamencokreet gelijk aan ‘het verdriet om het wrede verlies van de sleutels, van het leven en de hoop van degenen die onderweg naar hun ballingsoord zijn verdronken.’
En dat is, vermoed ik, waarom het zo hartverscheurend is om een video te zien waarin een man uit Oliegos (provincie León) zijn huis voor de laatste keer afsluit. Terwijl hij een stoel vasthoudt en zijn vrouw hem met een kip in haar armen gadeslaat, gooit hij de sleutel weg voordat ze met hun kar op weg gaan naar een nieuw dorp, dat eigenlijk nog half in aanbouw was en dat op twee dagen rijden lag. Maar dat wist hij nog niet.
‘Hier ben ik geboren en hier wilde ik sterven.’ Dat zegt een inwoonster van het tegenwoordig onder water liggende Aceredo in de documentaire Os días afogados tegen een journalist van de Galicische televisie, voordat haar dorp overstroomt. ‘Hier wilde ik sterven.’
In de manier waarop ze over haar doodswens spreekt, in de manier waarop ze het werkwoord vervoegt, schuilt zoveel onrust en zo’n enorm gevoel van ontworteling dat het ondenkbaar is dat haar kleinkinderen en achterkleinkinderen geen heimwee hebben of zullen krijgen naar een plek die ze misschien nooit hebben gekend. Ze zullen die ook nooit leren kennen, maar het verdriet van hun grootmoeder zal, zoals dat van Sitting Bull, blijven nazinderen in het geheugen van toekomstige generaties. ‘Hier wilde ik sterven,’ zullen ze zich herinneren. En ze zullen zich ook afvragen: ‘Maar waar is “hier”?’
De daling van het waterpeil als gevolg van de droogte zal, zoals het al eens eerder deed, het huis van hun grootmoeder aan hen tonen als een luchtspiegeling, als een spook dat vraagt: ‘Weet je nog?’; als een spook dat de levenden herinnert aan wat ze hem hebben aangedaan toen ze hem het leven ontnamen. Het zal de inmiddels tot onbewoonbare geraamten vervallen huizen aan de vergetelheid ontrukken. De aanblik ervan zal sommigen kalmeren en anderen diepbedroefd maken. Na het geheugen van degenen die nog leven te hebben geprikkeld, zal het zich weer onder water verbergen. Maar het zal geen dorp meer zijn. Het zal iets anders zijn en het zal uit herinneringen bestaan.
Vertaald uit het Spaans door Jos Kockelkoren.
Originele titel: ¿Donde Están las llaves?
De antropologe en schrijfster Virginia Mendoza schreef met Dorst een originele geschiedenis van de mens op zoek naar water. Omdat ze in een extreem droge regio opgroeide, eerde ze al op jonge leeftijd de waarde van water. De zoektocht naar water heeft onze geschiedenis bepaald. Het heeft onze voorouders ver van hun oorsprong gedreven, langs rivieren en over woestijnen. Het heeft beschavingen doen bloeien en vallen, ons gevoed maar ook uitgehongerd. Haar boek is een fascinerende reis door de wereld en de geschiedenis, maar ook door de uitdagingen waar we voor staan.
Passa Porta nodigde Virginia Mendoza en Jesús Carrasco uit voor een lezing waar ze hun tekst zullen presenteren en vertellen over hun werk.
15 januari, 20u, Passa Porta Bookshop (Antoine Dansaertstraat 46, Brussel)
Niets missen?
Abonneer je op (één van) onze nieuwsbrieven.

Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in