De bocht van extreemrechts naar het antiglobalisme

Essay

Waarom links de harde kritiek op de globalisering niet kon verzilveren

De bocht van extreemrechts naar het antiglobalisme

De bocht van extreemrechts naar het antiglobalisme
De bocht van extreemrechts naar het antiglobalisme

Extreemrechts werpt zich de laatste tijd, meer bepaald sinds de financiële crisis van 2008, steeds meer op als grote tegenstander van de globalisering. Maken zij de dromen van de andersglobalisten uit de jaren ‘90 waar?

© Belgaimage / Hector Mata

Andersglobalisten in de jaren ‘90 waren gewoon mensen die een meer sociale en milieuvriendelijke globalisering wilden. Rudy De Meyer: ‘In die tijd heb ik extreemrechts nooit gehoord.’

© Belgaimage / Hector Mata

De houding van westerlingen tegenover een open wereld met almaar meer handel en migratie – roepnaam: globalisering – is de voorbije jaren kritischer geworden. Toen de term rond 1990 in de mode raakte, heette het dat iedereen beter zou worden van de globalisering. Intussen weten we dat dat niet klopt. Bovendien heeft de coronapandemie ook onze afhankelijkheid van verre leveranciers blootgelegd.

Natuurlijk was er van bij het begin kritiek op de globalisering en op het feit dat die werd georganiseerd zonder afspraken op sociaal, fiscaal of ecologisch gebied. Vakbonden wilden dat er in het nieuwe wereldwijde kapitalisme, na de val van het communistische Oostblok, minimale sociale regels werden nageleefd. Maar ze slaagden er niet in die erdoor te krijgen.

De milieubeweging maakte zich zorgen over de gevolgen van almaar meer handel en economische groei. Anderen wezen op de culturele verschraling die globalisering teweegbracht. En wat te denken van de vele Afrikanen die stierven omdat de geneesmiddelen tegen het aidsvirus niet meer goedkoop mochten worden nagemaakt, door het wereldhandelsakkoord van 1994?

‘Onze middenklasse zag haar inkomen stagneren, maar verdient nog altijd meer dan de Chinese middenklassers die er zo op vooruit gingen. Een arme Zweed is nog steeds veel rijker dan een arme Congolees.’
Rudy De Meyer, oud-adjunt-directeur 11.11.11

De lijst van critici was lang. Toen die elkaar vonden in de zogenaamde Battle of Seattle, tijdens de ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie eind 1999 in Seattle, leek het alsof er plots een nieuwe beweging was ontstaan. Die luisterde naar de wat moeilijke naam ‘andersglobalisten’. Dat waren gewoon mensen die een meer sociale en milieuvriendelijke globalisering wilden. Niet dat al die bewegingen plots een eenheid vormden, maar ze werden na Seattle wel als dusdanig waargenomen.

De beweging die kritisch was over globalisering vond toen vooral gehoor bij eerder linkse politieke partijen. ‘In die tijd heb ik extreemrechts nooit gehoord’, mijmert Rudy De Meyer, die jarenlang de studiedienst van 11.11.11 leidde en de opkomst van het andersglobalisme van dichtbij meemaakte.

Gelijk hebben en gelijk krijgen

In het eerste decennium van de 21ste eeuw legde wetenschappelijk onderzoek bloot dat globalisering ertoe bijdroeg dat de ongelijkheid binnen landen toenam. Zo stagneerde in de meeste rijke landen het inkomen van de middenklasse. Anderzijds bood globalisering een aantal ontwikkelingslanden kansen en verminderde ze de inkomenskloof tussen Noord en Zuid.

Bovendien leidde de wereldwijde verspreiding van westerse productie- en consumptiepatronen tot een ecologische kaalslag. De uitstoot van broeikasgassen lag tussen 1990 en 2004 twee keer zo hoog als in de periode voordien, noteerde het IPCC, het VN-panel van klimaatwetenschappers. Die feiten werden in de loop der jaren steeds duidelijker en diverse politieke actoren gingen erop inspelen.

De andersglobalistische beweging als dusdanig verdween paradoxaal genoeg wat naar de achtergrond. Natuurlijk voelden de diverse bewegingen waaruit ze bestond, zich door de feiten bevestigd in hun eertijdse analyse. Ze hadden destijds gelijk, maar slaagden er moeilijker in om dat gelijk ook te krijgen.

In de politiek was het beeld nog verwarrender. Een deel van links had voluit meegedaan met een globalisering zonder regels: de Democraten onder Bill Clinton in de Verenigde Staten, Labour onder Tony Blair in het Verenigd Koninkrijk…

Een ander deel was kritischer. Nogal wat arbeiders associeerden sommige linkse partijen met vrijhandel en migratie, in bed gekropen bij Wall Street of de Londense City. Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, hadden links en de andersglobalisten het moeilijk om die crisis als het bewijs van hun gelijk te doen erkennen.

Dat links dikwijls met nuance sprak, klopt zeker. De Vlaamse socialist Frank Vandenbroucke wees op de banencreatie in het Zuiden, al erkende hij dat globalisering haar verliezers had, zelfs in België. Daar te veel nadruk op leggen zou in de kaart van extreemrechts spelen, vreesde hij. Ook de vakbonden wezen erop dat het noodzakelijk was dat er in het Zuiden eveneens banen werden geschapen.

Extreme bocht van extreemrechts

Dat alles liet een flank open die anderen konden bespelen. Na de financiële crisis begon extreemrechts steeds meer de kaart van harde kritiek op de globalisering te trekken. ‘De grote tegenstelling is niet langer die tussen rechts en links,’ stelt Tom Vandendriessche, Europarlementslid voor Vlaams Belang, ‘maar die tussen globalisten en nationalisten.’ Daarmee herhaalt hij wat de rechts-populistische politica Marine Le Pen dezer dagen in Frankrijk verkondigt.

‘Wij pleiten voor nationalisering van strategische sectoren. Wat strategisch is, hangt af van de situatie.’
Tom Vandendriessche, Europarlementslid voor Vlaams Belang

Vandendriessche, die het economisch programma van het Vlaams Belang schreef voor de verkiezingen van 2019, erkent dat extreemrechts daarvoor wel een soort economische bocht moest maken. ‘Sommige standpunten van extreemrechts lijken zelfs op die van de Franse communisten veertig jaar geleden’, zegt hij zelf.

‘Communistenleider Georges Marchais pleitte begin jaren ‘80 voor beperkte migratie en voor productie in Frankrijk. Terwijl Jean-Marie Le Pen (van het extreemrechtse Front National, red.) toen de heraut was van het thatcherisme. De N-VA is blijven hangen in dat thatcheriaanse economisch gedoe. Lachwekkend gedateerd.’

Vandaag neemt Vandendriessche uitdrukkelijk afstand van het neoliberalisme van Reagan en Thatcher waaruit de globalisering ontstond. ‘Vooral hogere inkomens en hoger opgeleiden werden daar beter van. Werkende mensen in het Westen werden slachtoffer van de globalisering.’

Hij verwijst graag naar Branko Milanovic, de marxistisch geïnspireerde studax van de mondiale ongelijkheid, die met zijn zogeheten olifantengrafiek aantoonde dat de middenklasse in het Noorden haar inkomen zag stagneren in de globalisering.

© Branko Milanovic

© Branko Milanovic

Vandendriessche: ‘Onze mensen moeten altijd maar meer kunnen, hoger opgeleid zijn, productiever zijn en langer werken voor minder sociale bescherming. Globalisering vermaalt onze middenklasse.’

Rudy De Meyer stelt vast dat het Vlaams Belang tegenwoordig de risico’s van de neoliberale globalisering erkent. ‘Daar kunnen we moeilijk tegen zijn. Wel is het zo dat onze middenklasse, hoewel ze inderdaad haar inkomen zag stagneren, nog altijd meer verdient dan de Chinese middenklassers die er zo op vooruit gingen. Een arme Zweed is nog steeds veel rijker dan een arme Congolees.’

Vandendriessche verweeft de economische kritiek op globalisering ook met een culturele kritiek, die vertrekt vanuit het begrip volksgemeenschap: ‘Dat is een organische gemeenschap waar mensen in een fundamenteel samenwerkingsverband dezelfde lotsbestemming hebben.’

Een volksgemeenschap heeft volgens hem eigen culturele tradities die door globale markten ondermijnd worden, omdat die laatste overal dezelfde consumptiepatronen genereren. Ook de ‘toestroom van migranten uit landen die ver onze cultuur afstaan, bedreigt de samenhang’, vindt Vandendriessche. Hij beweert dat niet alleen de “culturele” elite daar geen belang aan hecht, maar ook de financieel-economische elite niet: ‘Managementscholen als Vlerick zijn de officierenscholen van het globalisme.’

© Belgaimage / Nicolas Maeterlinck

Sinds de financiële crisis trekt extreemrechts steeds meer de kaart van harde kritiek op de globalisering. ‘De grote tegenstelling is niet langer die tussen rechts en links, maar die tussen globalisten en nationalisten’, stelt VB’er Tom Vandendriessche.

© Belgaimage / Nicolas Maeterlinck

Protectionisme en nationalisering mogen

De “oplossing” van het Vlaams Belang is niet een andere globalisering, maar minder of geen globalisering. In de voetsporen van Trump is de partij gewonnen voor handelsbelemmeringen en protectionisme, het bouwen van muren tegen migratie en kapitaalcontroles.

Vooral naar China toe moeten buitenlandse overnames vandaag belet worden, vindt de partij. De staat is voor het Belang het instrument bij uitstek om het eigen volk te beschermen tegen de globale markten. Vandendriessche: ‘De staat moet het algemeen belang verdedigen. Tegenover de macht van grote bedrijven en rijke financiers moet je de politieke macht van velen, de staat dus, zetten. Wij pleiten voor nationalisering van strategische sectoren. Wat strategisch is, hangt af van de situatie. Het gaat om sectoren die je toelaten de samenleving goed te beheren of nieuwe sectoren te ontwikkelen.’ Hij denkt aan de energiesector, de luchtvaart…

De Meyer vindt de formulering ‘nationalisering van strategische sectoren’ opmerkelijk. ‘Waar stopt dat? Gezondheidszorg, financiën, energie, luchthaven, voeding? Voeding is zeer strategisch. Moet Vlaanderen zichzelf voeden? Dat belet niet dat ik ermee akkoord ga dat we essentiële sectoren op een of andere manier moeten controleren.’

Macht boven samenwerking

Vandendriessche gelooft amper in internationale samenwerking om de globalisering bij te sturen, wel in machtsdenken. ‘Dat is de gang van de wereld: Europa moet en mag zijn macht gebruiken om zijn wil op te leggen, vooral als het gaat om migratie.’ Betere grensbewaking is voor hem cruciaal. ‘Ik geloof in Europese samenwerking, maar open grenzen binnen de EU kunnen alleen als de buitengrenzen potdicht zijn. Als dat niet lukt, moeten we terugplooien op nationale grenzen.’

Dat migratie zorgt voor een immense inkomensstroom richting ontwikkelingslanden verandert daar voor Vandendriessche weinig aan. Hij is er ‘absoluut tegen’ dat het VOKA Marokkaanse informatici naar hier haalt terwijl er in Wallonië werklozen zijn.

Hij beseft dat sommige Afrikaanse landen voor grote uitdagingen staan, maar dat zijn problemen van anderen. Hij geeft weinig blijk van empathie en solidariteit. Het roept ook de vraag op of je je wel kán afschermen: als het bij je buurman brandt, is ook je eigen huis bedreigd. De pandemie maakt dat duidelijker dan ooit.

Wat opvalt bij extreemrechts is de afkeer van internationale samenwerking. Vandendriessche vindt het niet wenselijk dat we proberen een andere globalisering tot stand te brengen door internationale samenwerking omdat dat gepaard kan gaan met verlies aan nationale soevereiniteit en kan ingaan tegen het sentiment van de eigen gemeenschap.

Voor het Belang zijn internationale, zelfs Europese afspraken inzake fiscaliteit – zoals de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen nu voorstelt met een globale minimumtaks voor multinationals – ongewenst.

‘In Vlaanderen is er draagvlak voor hoge belastingen, maar je kan dat andere landen niet opleggen’, vindt Vandendriessche. ‘Fiscale concurrentie is gezond. Belastingen moeten in lijn zijn met wat als rechtvaardig wordt aangevoeld in een bepaalde gemeenschap. Ook het milieubeleid moet stroken met wat de gemeenschap als wenselijk ervaart. Je mag niet sneller lopen dan het volk.’

Maar het argument van het volkssentiment wordt selectief gebruikt. En uitdrukkelijk niet als het om een vermogensbelasting gaat, waar luidens onderzoek een meerderheid van Vlamingen voor gewonnen is. Vandendriessche: ‘Het is niet zo dat wij automatisch het volkssentiment volgen. Een gezond investeringsklimaat is ook belangrijk.’

De afkeer van internationale samenwerking en afspraken is opmerkelijk, omdat Vlaanderen de regio is die, samen met Nederland en Singapore, voor zijn inkomen het meest afhangt van export. En dus ook van alles wat export vlot laat verlopen: handelsafspraken, veilige handelsroutes, vrede. Hoe je die kan verzekeren zonder internationale samenwerking? Dat is onduidelijk.

© Reuters / Str Old

De andersglobalistische beweging van de jaren ‘90 verdween wat naar de achtergrond. Ze had destijds gelijk, maar slaagde er moeilijker in om dat gelijk ook te krijgen.

© Reuters / Str Old

Niet mee met een andere globalisering

Op terreinen waar een andere globalisering in de steigers staat, zoals met de Green Deal van de Europese Commissie, houdt het Vlaams Belang zich veeleer afzijdig. De partij verwijst naar de christelijke term van het ‘rentmeesterschap’, het goede beheer van wat de mens toevertrouwd wordt, om haar milieuvisie te kaderen.

Waar milieuzorg een pleidooi wordt voor een meer lokale economie, met een opwaardering van streekproducten, zijn extreemrechtse partijen soms nog mee. Maar het Belang toont zich, zoals de meeste extreemrechtse partijen, redelijk onbezorgd als het over de klimaatverandering gaat. Sam Van Rooy, Vlaams parlementslid voor het Belang, gewaagt van een “religie” die steunt op christelijk schuldgevoel: klimaatactivisten zouden zich schuldig voelen over onze welvaart en daarom robuuste klimaatactie eisen.

Op een recent klimaatforum van het Vlaams Belang verkondigde hij dat zonne- en windenergie geen geloofwaardige oplossingen zijn, het moet vooral van kernenergie komen. Nochtans gaat het Internationaal Energieagentschap ervan uit dat wind en zon tegen 2030, in eender welk scenario, minstens acht keer zo sterk zullen groeien als kernenergie. Dat uranium uit Afrika komt, een regio die extreemrechts aan haar lot wil overlaten, blijft buiten beeld. Worden uraniummijnen dan versterkte vestingen in instabiele regio’s?

Over fiscaliteit en klimaat zie je vandaag het soort mondiale afspraken en beloften die dertig jaar geleden ondenkbaar waren.

De extreemrechtse positie is om de bevolking vooral niet teveel lastig te vallen met milieuzorgen en -kosten en daarin het “volkssentiment” te volgen. Of dat ons kan behoeden voor een ramp, is hoogst onzeker. Het volkssentiment kan immers niet meteen de CO2-uitstoot meten of klimaatpatronen inschatten, al zeker niet als het volk niet geïnformeerd wordt.

Met die houding belemmert het Belang krachtige klimaatactie in Vlaanderen. De Britse auteur, professor en journalist Peter Paul Anatol Lieven argumenteert in zijn boek Climate change and the nation state dat de vereiste drastische aanpak van klimaatverandering sterk beleid vereist vanuit de natiestaten.

Hij argumenteert dat de opwarming dezer dagen de grootste bedreiging van de nationale veiligheid is. En dat net dit argument legerkringen en inlichtingendiensten in het Westen – en zo ook rechtse partijen – kan overtuigen om er een prioriteit van te maken. Dat kan het draagvlak leveren voor de ingrijpende maatregelen die nodig zijn. Het is evenwel duidelijk dat het Vlaams Belang zover nog niet is: de bescherming van de zo beminde regio tegen deze enorme bedreiging lijkt geen prioriteit.

Onbedoeld toch steun voor een andere globalisering

Dat de verliezers van de globalisering die globalisering bedreigen, onder meer door extreemrechtse antiglobalisten meer macht te geven, kan bijdragen tot de bereidheid om echt te werken aan een andere globalisering. Zo zou extreemrechts bijdragen tot een vorm van globalisering die het eigenlijk niet wil. Over fiscaliteit en klimaat zie je nu in elk geval het soort mondiale afspraken en beloften die dertig jaar geleden ondenkbaar waren.

Ook Els Hertogen, directeur van 11.11.11, voelt een kentering: ‘Er is dezer dagen meer steun voor die gedeelde agenda van een rechtvaardige transitie, bij allerlei actoren in het middenveld.’ Welke richting het uitgaat, blijft onzeker. De oplopende spanningen tussen het Westen en China kunnen evengoed leiden tot het opbreken van de wereldeconomie in twee systemen. ‘We staan vandaag op een keerpunt.

Dit essay werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.