Dossier: 
Wat blijft nog over van de grote verhalen over milieu en internationale solidariteit?

Het verzet dat de problemen van nu voorzag

© Kristof Devos

 

Een hele generatie leerde dankzij het verzet van de jaren 1960 en 1970 omzien naar het milieu en de ongelijkheid in de wereld. Ze schreef daarmee nieuwe grote verhalen, hoewel conservatieven die tijd dikwijls als ‘normloos’ aanmerken. Wat blijft er nog over van die grote verhalen?

Verzet ontstaat dikwijls uit een nieuwe kijk die mensen samen ontwikkelen op menselijke (ver)houdingen. En die nieuwe kijk komt er omdat iemand de weg toont, omdat iets pijn doet, omdat een bepaalde groep getroffen mensen zich voor het eerst weet te organiseren, omdat de tijd op een of andere manier rijp is, of om al die redenen samen. Verzet schrijft dikwijls een nieuw verhaal over de wereld.

Daarom is het opmerkelijk dat de jaren 1960 en 1970, die in het Westen — terecht of onterecht — als dé periode van verzet worden neergezet, in bepaalde kringen worden voorgesteld als het einde van de grote verhalen. Het heet dan dat die wilde jaren van verzet en rebelsheid zouden zijn uitgemond in de totale afbraak van de meer traditionele “grote verhalen”, zonder dat er iets in de plaats kwam, op een soort normloosheid, consumentisme, individualistisch hedonisme na.

Bart De Wever doet dat onder andere in zijn boekje Over identiteit (mei 2019). Een citaat daaruit: ‘Mei ’68 was de dijkbreuk. Bij ons werd het aloude katholieke Vlaamse cultuurideaal, waarin generatie na generatie werd gesocialiseerd, quasi volledig gesloopt. Grote verhalen werden verworpen. Niet enkel politieke ideologieën maar elke stelling die aanspraak maakt op een zeker objectief waarheidsgehalte, laat staan een universele geldigheid.’

Ik ben zelf een kind van die tijd, zij het van helemaal aan het staartje ervan, en ik vind De Wevers frasen eigenlijk onzin – als ik voor één keer wat brutaal mag zijn. Ik vraag me af in welk universum heer De Wever heeft geleefd. Dit citaat zit zo vol grote onherkenbare woorden voor wie het zelf heeft meegemaakt: zo was het helemaal niet. We kwamen juist uit die tijd met sterke idealen en nieuwe grote verhalen die tot op deze tijd relevant blijven.

Een deel van de rebellie sloot aan bij bestaande grote verhalen en versterkte ze. De vrouwenbeweging kreeg een fameuze impuls door de Dolle Mina’s, Baas in Eigen Buik, de vrouwendagen en talloze andere initiatieven. Seksuele vrijgevochtenheid was er heus niet alleen voor mannen. Het verzet tegen de Vietnamoorlog gaf dan weer een nieuwe invulling aan de vredesbeweging: die ging niet langer meer over vrede in de eigen omgeving, maar ook over wat we in verre landen met onze gesofisticeerde wapens uitvreten.

Het verzet van die tijd genereerde ook nieuwe grote verhalen. Ik denk dat onze generatie minstens twee nieuwe grote verhalen, nieuwe lezingen van de tijd, heeft gegenereerd. Ze waren in zekere zin profetisch, omdat ze zich toen al toelegden op kwesties die een groot deel van de hedendaagse politiek domineren.

De vergroening van het zelf

Laat ons beginnen met de milieubeweging. De westerlingen die volwassen werden in de jaren zestig en zeventig zetten deze beweging en het grote verhaal dat daaraan vasthangt echt op de rails. Dat gebeurde op allerlei manieren. Baanbrekende boeken als Silent Spring van Rachel Carson uit 1962 bereidden de weg.

Maar fundamenteel was dat mensen zich op talloze plaatsen organiseerden tegen de verstoring van hun leefmilieu: rivieren die zo vervuild waren dat alle leven eruit was verdwenen, luchtvervuiling, luchtvervuiling… Kortom: de milieuproblemen van de eerste generatie, die meestal eerder lokaal van aard waren.

Wie zich groen voelt, kan daar elke dag naar handelen. In het besef dat we als mensheid deel uitmaken van en afhankelijk zijn van de ecosystemen.

Deze beweging steunde noodzakelijkerwijs en heel expliciet op feiten, eerder dan wars te zijn van ‘elke stelling die aanspraak maakte op een zeker objectief waarheidsgehalte’, om De Wever opnieuw te citeren. De vervuilde lucht en het vervuilde water moesten wetenschappelijk onderzocht worden; meten was en is weten voor ecologisten.

Wetenschappelijke metingen zijn onlosmakelijk verbonden met de zogenaamde Risikogesellschaft, de risicomaatschappij die volgens de Duitse socioloog Ulrich Beck in dat tijdperk ontstond. Beck definieert risico’s als ‘de gevaren en onzekerheden die samengaan met de modernisering zelf’ en de ‘overontwikkeling van productieve krachten’.

Voor Beck zijn burgers in welvarende staten net zo goed begaan met de ongelijke verdeling van die risico’s als met de verdeling van rijkdom. Om die risico’s te kennen, zijn burgers erg afhankelijk van wetenschappelijke metingen.

Maar het weten speelde ook op een ander niveau. Het rapport De grenzen van de groei van de Club van Rome verschafte de beweging in de vroege jaren zeventig een meer systemische kritiek op het kapitalisme, met de waarschuwing dat er grenzen waren aan de economische groei zoals we die tot dan toe kenden.

Ook dat rapport steunde vooral op feiten, op voorspellingen over hoe de economie op ecologische grenzen zou stoten. Al bleek niet elke voorspelling van het rapport adequaat, dat kon ook moeilijk. Maar het rapport doorbrak wel de heersende filosofie van eindeloze groei en consumptie.

‘Als we sociale bewegingen moeten afmeten aan hun invloed op culturele waarden en maatschappelijke instellingen, dan bekleedt de milieubeweging een speciale plek in het laatste kwart van de twintigste eeuw, ’ schreef de Spaanse socioloog Manuel Castells in 1997. De milieubeweging gaat niet enkel over structuren en systemen, maar ook over hoe mensen leven, voelen en denken. Wie zich groen voelt, kan daar elke dag naar handelen. In het besef dat we als mensheid deel uitmaken van en afhankelijk zijn van de ecosystemen.

‘De groene benadering van politiek heeft iets feestelijks’, schreef de groene Duitse politica Petra Kelly in Thinking Green (uitgegeven in 1994). ‘We erkennen dat elk van ons deel is van ’s werelds problemen en oplossingen. We kunnen meteen beginnen te werken waar we leven. We moeten niet wachten tot de voorwaarden ideaal zijn. We kunnen onze levens vereenvoudigen en leven op manieren die onze ecologische en menselijke waarden bevestigen. (…) Daarom kan je stellen dat het primaire doel van de groene politiek het “vergroenen van het zelf” is.’

Zo is het inderdaad gegaan. Voor een hele generatie werd het ecologisch denken een filosofie die ons leven mee vorm gaf: wat we kochten, wat we studeerden, de banen die we zochten… Natuurlijk bleef en blijft dat altijd een strijd, want iedereen moet zijn brood verdienen. ‘I’m just the same as anyone else when it comes to scratching for my meat’, zong Bob Dylan in Going to Acapulco. Al zal een hedendaagse ecologist eerder plantaardige eiwitten zoals tofu bijeen willen schrapen.

Van verhaal naar beleid

Het groene verhaal was een groot verhaal, dat in die periode als het ware in de lucht hing en onvermijdelijk vele mensen “besmette”, ook al groeiden ze op in gezinnen die vooral bezig waren met welvarender worden. Een totale breuk met het christendom hoefde niet: ecologisme vond makkelijk aansluiting bij het beeld van de Jezus die handelaars uit de tempel verjoeg en sober leefde.

De immense ongelijkheid werd vanaf de jaren 1960 niet meer als een beschavingsprobleem geduid, maar als een onhoudbaar gevolg van een onrechtvaardig economisch systeem.

De milieubeweging verspreidde zich over de wereld, al vond ze moeilijker ingang in autoritair bestuurde landen. Ze nam allerlei vormen aan, ook die van politieke partijen. Ze had in elke regio haar eigen symbolen, zoals de ‘Nein danke’-stickers uit Duitsland. Songs vertolkten het milieudenken: ‘Laat ons een bloem en wat gras dat nog groen is, (…) de wereld die moet nog een eeuwigheid mee’, zong de Vlaamse crooner Louis Neefs. Joni Mitchells stem fladderde in Big Yellow Taxi: ‘They paved paradise and put up a parking lot’.

De beweging genereerde haar eigen mentale meubelen en gevoelens van verbondenheid, die nu, decennia later, springlevend blijken wanneer we meelopen op klimaatmarsen. De milieubeweging is almaar meer gaan wegen op de politiek. Geen enkel land kan nog buiten een klimaatbeleid of het werk aan een meer circulaire economie.

Waar twintig jaar geleden milieuregels sowieso moesten buigen voor handelsafspraken, krijgen de twee stilaan evenveel gewicht. De EU denkt aan koolstoftaksen voor landen die geen klimaatbeleid voeren. Voor vele mensen is ecologie ook zingeving, een zingeving die mensen overal ter wereld kunnen delen. In die zin verschilt dit verhaal sterk van nationalistische identiteiten, die veel exclusiever zijn.

Postkoloniale vrijdenkende missionarissen?

Een andere beweging die ontkiemde in de jaren 1960 en 1970 is de Noord-Zuidbeweging. Natuurlijk waren er voordien missionarissen, die in de kolonies onderwijs of zorg verschaften, maar zij zaten tot 1960 ingemetseld in de koloniale onderneming. Ze deden goede werken, maar tegelijk fungeerden ze als rechtvaardiging voor de koloniale onderwerping. Dat belette een heldere blik op de ongelijke machtsverhoudingen en dito verdeling van de rijkdom die ermee gepaard ging.

De Noord-Zuidbeweging, die aanvankelijk meestal derdewereldbeweging genoemd werd, was een bijna onvermijdelijk gevolg van de dekolonisering en de mensenrechtenverklaring. Naarmate landen zich ontworstelden aan het koloniale juk en het besef doordrong dat alle mensen gelijkwaardig zijn, moest de bittere werkelijkheid van de extreme inkomensongelijkheid in de wereld wel meer mensen opvallen.

De fundamentele visie dat vrede en stabiliteit in de wereld moeilijk haalbaar zijn als de ongelijkheid zo groot is, blijft relevant.

Biafra en Bangladesh werden haast synoniem voor hongersnood. In 1971 bleek een vierde van de mensheid ondervoed te zijn. De Verenigde Naties riepen de rijke landen op om jaarlijks 0,7 procent van hun inkomen aan ontwikkelingssamenwerking te geven. Ontwikkelingslanden eisten een Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO). De immense ongelijkheid werd niet meer als een beschavingsprobleem geduid, maar als een onhoudbaar gevolg van een onrechtvaardig economisch systeem.

In Vlaanderen legde het toenmalige NCOS expliciet het verband tussen vrede en ontwikkeling met zijn 11.11.11-campagne, die het in 1966 ook om elf uur op Wapenstilstand lanceerde. De fundamentele visie dat vrede en stabiliteit in de wereld moeilijk haalbaar zijn als de ongelijkheid zo groot is, blijft relevant. Dat is nu, in een wereld die almaar kleiner wordt, misschien nog juister dan veertig jaar geleden. Virussen reizen snel. Als Congo in arren moede zijn regenwoud kapt, zal heel de wereld dat voelen door de klimaatverandering.

Nog acuter is het feit dat migratiebewegingen onvermijdelijk zijn in een ongelijke wereld, en dat een deel van de bevolking in de rijkere landen het daar moeilijk mee heeft. De hele westerse politiek is bij momenten door het migratievraagstuk gebiologeerd, met een heropleving van racisme en xenofobie en alle gevaren van dien.

De Noord-Zuidbeweging werkte op allerlei manieren en niveaus aan die ongelijkheid. Sommige ngo’s zetten sociale en economische projecten op in het Zuiden. Andere, zoals de Wereldwinkels of Fair Trade, probeerden een niche tot stand te brengen die eerlijker was. Nog andere legden zich toe op bewustmaking en beleidsbeïnvloeding. Ze wezen erop dat echt structurele verandering er maar zou komen als handelsakkoorden voldoende rekening hielden met de noden van de minst ontwikkelde landen, als de schuldencrisis minder gebruikt werd om de ontwikkelingslanden een voor hen ongepast beleid op te dringen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De NIEO kwam er niet, de neoliberale orde wel. De sterkste ontwikkelingslanden slaagden er desondanks in een ontwikkelingsgaatje in het systeem te vinden, met hard werken en met voldoende ruimte om een eigen beleid te ontwikkelen. In heel wat ontwikkelingslanden steeg het inkomen, wat zorgde voor meer migratie: mensen migreren niet naar Europa vanuit het oerwoud, maar vanuit steden waar ze al wat inkomen vergaard hebben.

Intussen gaat het verhaal van de Noord-Zuidbeweging over een klimaatbeleid dat een totale ramp moet voorkomen. Over een financieel stelsel dat minder asymmetrisch is, in de zin dat landen die over een reservemunt beschikken een veel comfortabeler positie hebben. Over de gedegen opvang van vluchtelingen, over een respectvolle opstelling ten opzichte van migranten — wat niet hetzelfde is als open grenzen.

Kortom: de Noord-Zuidbeweging wil een meer empathische diplomatie, die ook oog heeft voor de noden van de ontwikkelingslanden, al was het maar uit verlicht eigenbelang. In die zin kan je de Noord-Zuidbeweging zien als een eigentijdse invulling van de christelijke filosofie.

Ook de Noord-Zuidbeweging is niet louter een abstracte ideologie, maar iets waar dagelijks naar geleefd kan worden. Door nieuwkomers bij te staan in hun zoektocht naar hun plaats hier, door klimaatbewust te handelen, door zelf samen te werken met mensen in het Zuiden, door ontwikkelingsngo’s te steunen.

Er is geen tegenstelling

Het verzet van de jaren 1960-1970 genereerde deze twee opmerkelijke grote verhalen. Hoe is het mogelijk dat politici als Bart De Wever, een van de voornaamste Belgische politici van de voorbije twintig jaar, zoiets niet zien, en velen met hem? Is het omdat hij maar op één plaats naar grote verhalen zoekt, naar cultureelnationalistische verhalen of identiteiten?

Soms zien conservatieven ook een tegenstelling tussen een globale blik en de gehechtheid aan het lokale. Die tegenstelling hoeft er absoluut niet te zijn. Een mens kan perfect begaan zijn met het klimaat en zich tegelijk verbonden weten met de oude abdij om de hoek of met het West-Vlaamse dialect. Dat ontkennen doet geen recht aan onze veelzijdigheid. Het doet geen recht aan wat het betekent mens te zijn in de 21ste eeuw.

Dit essay werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur