Auteur Sulaiman Addonia laat zich niet verleiden door dubbele seksuele moraal

Mijn moeder mocht niet genieten van seks. Waarom zou ik het dan doen?

Schrijver Sulaiman Addonia gaat door het leven zonder een ander aan te raken, behalve met zijn woorden. Zoveel anderen uit zijn gemeenschap waren daartoe gedwongen, maar met één verschil: zij waren vrouwen en meisjes, hij niet. Zij hadden niet het mannelijke privilege van de vrije liefde en omarmden hun verlangens in stilte. ‘Dat sprak tot mij, over een revolutie zonder bloedvergieten. Over een maatschappij die vrouwen niet kon beletten te voelen.’

In het kamp verdiende mijn moeder de kost met het vlechten van andermans haar. Daarna vertrok ze naar Saoedi-Arabië om als huisbediende te werken. Ze liet mij en mijn twee broers en zussen achter bij onze grootmoeder. Ik was niet eens vier. Met het verstrijken van de tijd begon haar gezicht te vervagen uit mijn geheugen. Het was dan ook een heerlijk moment toen we, enkele jaren later, een foto van haar ontvingen die ze vanuit Jeddah had gestuurd.

Op de kleurenfoto zat mijn moeder op een stoel zo hoog als haar jukbeenderen. We kaderden de foto in en hingen hem op aan de lemen muur van onze hut. In mijn tienerjaren maakte ik de gelofte me van seks te onthouden, uit solidariteit met mijn moeder.

Ik groeide op in een Soedanees vluchtelingenkamp, waar ik erachter kwam dat lichamelijke liefde belangrijk was voor mijn moeder, maar ook dat het patriarchaat het haar onmogelijk maakte die liefde buiten een huwelijk te ervaren. En een huwelijk wou ze niet. Na de dood van onze vader had ze besloten haar leven louter aan ons te wijden, haar drie kinderen.

© Raymond Depardon / Magnum

Sulaiman Addonia: ’ Ik bad dat mijn moeder de naam van die man niet zou uitspreken in haar droom, koortsig wakker wordend van de liefde.’

Bezoekers die de foto zagen, keken bewonderend naar haar schoonheid. Vrouwelijke gasten merkten op hoe triest het was dat ze niet wilde hertrouwen, dat een man zich nog niet had aangediend. ‘Een vrouw kan leven zonder liefde’, zei de een. ‘Ja, maar ze zou niet zonder moéten leven’, protesteerde een ander. De vrouwen die het liefdesleven van mijn moeder beoordeelden, dat waren onze buren. Hoewel ze getrouwd waren, werkten hun echtgenoten veelal buiten het kamp. Zij begrepen maar al te goed de afwezigheid van de liefde in al haar dimensies in het leven van mijn moeder.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Omdat ik een stil kind was, bleef mijn aanwezigheid onopgemerkt wanneer ik in de buurt zat terwijl zij openlijk alle onderwerpen bespraken. Uit hun gesprekken leerde ik seks kennen. Daarbij viel me de afwezigheid ervan in hun levens meer op dan enige vorm van bevrediging. Ik registreerde ook hoe onrechtvaardig de maatschappij in elkaar zat. Terwijl deze vrouwen gedwongen werden hun verlangens te vergrendelen, hadden mannen losse liefjes.

Mannen hebben losse liefjes, vrouwen worden gedwongen hun verlangens te vergrendelen.

Zij wisten maar al te goed dat hun vrouwen hen niet met gelijke munt zouden betalen: de maatschappelijke controle zou hen wel weer het huis in jagen. Ik ontdekte dat traditie de ketting was waarmee deze Afrikaanse vrouwen tot slaaf gemaakt werden, terwijl mannen vrij spel kregen. Ik verafschuwde dat. Ik verlangde haar vernietiging.

Maar ik merkte ook op dat wanneer verlangen verplicht ingehouden wordt, als het dieper in de ziel verhuist, dat je beenderen dan beginnen te dansen. Dansen, begreep ik, is een eerste stap richting vrijheid. Ik leerde een levenslange les van de manier waarop deze vrouwen liefde uitdrukten, ook al was ze gekooid. Hun sensualiteit was als een bron waaruit ik eindeloos dronk. Bij hen ging het om een liefde die fluistert in plaats van zichzelf luidkeels aan te kondigen. Ik zag het aan de manier waarop ze praatten wanneer mannen die ze leuk vonden langskwamen, hoe de passie hun gezichten maskeerde als make-up.

Ik zag het in de manier waarop ze hun nagels lakten, zorgvuldig een zwart randje in kohl rond hun ogen aanbrachten, hun haar in knotten knoopten voordat ze zich terugtrokken in de douches zonder dak, onder de maan en de sterren van het kamp. De manier waarop ze hun verlangens in stilte omarmden, sprak tot mij over een revolutie zonder bloedvergieten. Over een maatschappij die mannen wel van hen kon weghouden, maar hen niet kon beletten te voelen.

Nu en dan braken hun emoties door de muren waarin ze opgesloten waren. De gevolgen waren niet te overzien. Ik herinner me wat er gebeurde toen iemand een van onze buren, de vrouw van een vermaarde rokkenjager, in haar slaap hoorde praten over een andere man. Ze werd ziek. Ze werd bezeten door die man, dacht men. De vreemdeling had een naam: jinni. Hij moest worden uitgedreven.

Door het raam van haar hut keken haar dochter en ik toe hoe mannelijke ouderlingen de vrouw in elkaar sloegen, terwijl ze de boze geest opriepen haar te verlaten. Ze moest mest eten. ‘Verlaat me’, schreeuwde ze tegen de man in haar, terwijl de mannen haar sloegen alsof ze een bokszak was. ‘Verlaat me.’

Maar ik was ervan overtuigd dat ze die man liefhad. Dat maakte ik op uit de manier waarop ik haar de man die ze op weg naar de markt tegenkwam had horen beschrijven. Deze man was geen djinn, geen boze geest. Hij was een jongeman die met zijn schoonheid haar hart gestolen had.

Uit angst voor zichzelf en haar dochter accepteerde de vrouw het oude, uitgemolken verhaal van een djinn. Ze leefde in een gemeenschap die geleid werd door mannen, ze was getrouwd met een man die in een vreemd land zijn lusten botvierde, maar uit zelfbehoud moest ze doen alsof een vrouw niet naar het lichaam van een man kon verlangen zoals mannen hunkerden naar vrouwen.

De maatschappij smoorde haar lusten overdag en nu ook ‘s nachts. Ze zou nooit meer dromen. Een les voor haar dochter, voor alle andere meisjes. Een les voor mij.

Tegen de tijd dat mijn moeder terugkeerde voor een bezoek aan het kamp, jaren nadat ze er vertrokken was, waren mijn ogen getraind in het herkennen van de subtiele manieren waarop vrouwen hun liefde uitdrukten in een verdrukkende samenleving.

Op een ochtend, een paar dagen na haar terugkeer, ging ik met mijn moeder naar de markt. Toen we aankwamen bij het kraam van een knappe man die onze familie kende, lichtte haar gezicht op. Ik herinnerde me de woorden van een vrouw over mijn moeder: ‘Geen enkele man heeft haar aangeraakt sinds haar man stierf, ook al verlangt ze daar heel erg naar.’ In de grote ogen van mijn moeder zag ik een stoet gedachten voorbijtrekken. Ik had genoeg gezien om te weten dat ze zich tot die man aangetrokken voelde. En hij tot haar. Als beiden ervoor zouden kiezen hun gevoelens te uiten, wist ik, zou slechts een van hen daaronder lijden.

Het was dan dat ik echt razend werd. Om de onrechtvaardigheid dat mannen vrijelijk lief kunnen hebben terwijl vrouwen hun passie moeten laten rotten in hun binnenste.

Toen we later die avond gingen slapen, besliste ik om naast haar te gaan liggen. Ik bad dat mijn moeder de naam van die man niet zou uitspreken in haar droom, koortsig wakker wordend van de liefde. Ik wilde niet dat ze in elkaar zou worden geslagen of stront te eten zou krijgen. Ik wilde niet dat haar lichaam gekneusd werd omdat ze liefdevolle gevoelens koesterde. Dus legde ik mijn armen om haar en hield haar vast, alsof ik haar wilde herinneren aan haar verantwoordelijkheid, aan de reden waarom ze besloten had de liefde op te geven: aan ons. Mijn hand rustte op haar borst.

Misschien was het op dat moment, toen ik haar hart tegen de palm van mijn hand voelde bonken, dat ik pas echt razend werd omwille van de onrechtvaardigheid dat mannen vrijelijk lief kunnen hebben terwijl vrouwen zoals mijn moeder hun passie moeten laten rotten in hun binnenste.

Misschien was het op dat moment dat ik een ambivalente relatie met seks ontwikkelde. Als mijn moeder er in haar leven niet van genoot, dan zag ik geen reden waarom ik, het kind voor wie ze alles opofferde, dat wel zou moeten doen.

***

Over de auteur

Sulaiman Addonia is auteur. Hij woont in Brussel en groeide op in Soedan, als kind van een Eritrese moeder en een Ethiopische vader. Als tiener studeerde hij in Jeddah, Saoedi-Arabië. Zijn boeken “The Consequences Of Love” en “Silence Is My Mother Tongue” zijn internationaal geroemd.

Dit essay verscheen in de speciale editie van MO*magazine. Als je proMO* wordt of als je het al bent, krijg je een print-exemplaar van dit unieke magazine toegestuurd.
Door proMO* te worden, maak je de journalistiek van MO* mee mogelijk. Voor slechts € 4 per maand of € 50 per jaar zorg je er mee voor dat onze website voor iedereen toegankelijk blijft en dat onze journalisten en medewerkers hun werk kunnen doen. Word nu proMO*.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift