Friendship Bench wint Africa Prize van de Koning Boudewijnstichting
Zimbabwe zet grootmoeders op een bankje: ‘Vroeger was het vanzelfsprekend om elkaar om raad te vragen’
)
Esther Tumbare wil dat iedereen in Zimbabwe een bank op wandelafstand heeft.
)
Esther Tumbare wil dat iedereen in Zimbabwe een bank op wandelafstand heeft.
Twintig jaar geleden verloor de Zimbabwaanse psychiater Dixon Chibanda een patiënte omdat de rit naar zijn ziekenhuis te ver en te duur was. Ondertussen biedt hij met Friendship Bench jaarlijks meer dan 300.000 mensen gratis geestelijke gezondheidszorg, geleverd door grootmoeders op een bankje. Vandaag neemt hij samen met directrice Esther Tumbane de tweejaarlijkse Africa Prize van de Koning Boudewijnstichting in ontvangst.
Inmiddels is het al 20 jaar geleden dat dokter Dixon Chibanda zelf een zware ontgoocheling kreeg te verwerken. Erika, zo heette de patiënte die hem zijn pad deed wijzigen.
Het telefoontje van haar moeder met het tragische nieuws dat Erika zich van het leven had beroofd, zou Chibanda nooit vergeten. Dat de familie het busticket niet had kunnen betalen om Erika tijdig naar zijn psychiatrische afdeling te brengen maakte hem moedeloos.
Volgens recente cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie beschikt Zimbabwe over slechts 19 psychiaters en 25 klinische psychologen, op een bevolking van 15 miljoen. Deze verhouding is in veel lage- en middeninkomenslanden vergelijkbaar.
Chibanda is een van die weinige psychiaters. Na de dood van Erika zocht hij zelf zijn moeder op, bij wie hij zijn hart uitstortte. Zo ontstond het idee om de rol die oudere vrouwen cultureel altijd al hadden niet alleen te herstellen, maar ook te versterken.
Exact 20 jaar geleden begon Chibanda met de uitbouw van de Friendship Bench, een netwerk van zitbanken. Vrouwen op leeftijd, de grootmoeders van de gemeenschap, bieden op die bankjes een luisterend oor.
Wat begon met het opleiden van veertien vrouwen in de buurt Mbare, in hoofdstad Harare, is vandaag uitgegroeid tot een netwerk van banken over het hele land, onder leiding van Esther Tumbare.
Friendship bench biedt vandaag jaarlijks meer dan 300.000 mensen gratis en toegankelijke toegang tot probleemoplossende therapie. Dat de aanpak vruchten afwerpt werd ondertussen al in verschillende wetenschappelijk studies aangetoond.
‘Vroeger was het deel van onze traditie om elkaar om raad te vragen, maar we zijn dat onderweg kwijtgeraakt.’Esther Tumbare
De organisatie leidde ondertussen ook gemeenschapswerkers in twaalf andere landen op, om met dezelfde methodiek en de nabijheid van een bank, de wereldwijde mentale gezondheidscrisis aan te pakken.
De tweejaarlijkse Africa Prize van de Koning Boudewijnstichting gaat deze keer naar Friendship Bench. Bilikiss Adebiyi-Abiola, voorzitster van het selectiecomité, benadrukt in de motivatie de grote invloed die de organisatie ondertussen heeft. ‘Wat begon in Zimbabwe, toont vandaag hoe mentale gezondheidszorg in de hele wereld beschikbaar kan worden gemaakt.’ Aan de bekroning is een geldprijs verbonden van 250.000 euro.
Voor directrice Esther Tumbare, die voor de uitreiking naar ons land is afgezakt, is het een opsteker. Het is een erkenning voor iets dat werkt, benadrukt ze.
‘Onlangs sprak ik nog met een vrouw die jaren geleden nog hopeloos was na het overlijden van haar man. Ze had jonge kinderen en wist niet hoe het verder moest, hoe ze die naar school zou kunnen sturen. Ze had op een van onze banken plaatsgenomen. De grootmoeder luisterde naar haar en de vrouw sloot zich vervolgens aan bij een van onze steungroepen. Het gaat echt goed met haar, en ze besloot dat ze ook een grootmoeder wil worden en op een van onze bankjes steun wil geven.’
Mentale problemen gaan vaak gepaard met schaamte of stigma. Hoe zorgen jullie ervoor dat mensen niet vermijden de zitbank op te zoeken, uit schrik voor wat buren ervan zouden denken?
Esther Tumbare: ‘Er rust inderdaad nog altijd een groot stigma op geestelijke gezondheid. Wat wij hebben gedaan, is mee veranderen hoe mensen naar psychische problemen kijken. We spreken niet over depressie of angst, maar over kufungusisa, wat piekeren betekent. Hoe sterk je jezelf ook vindt, iedereen piekert wanneer hij stress ervaart. Daardoor kijken mensen niet naar de bank alsof er iets mis met hen zou zijn als ze plaatsnemen.’
‘Het normaliseren daarvan is een van onze grootste doorbraken. En eigenlijk is dat niets nieuws. Vroeger was het deel van onze traditie om elkaar raad te vragen, maar we zijn dat onderweg kwijtgeraakt.’
Hoe komt dat?
Esther Tumbare: ‘Ik denk dat het te maken heeft met verstedelijking en verwestering. Die processen hebben sommige van onze waarden en eigenheden die ons hebben gevormd en beschermd, geleidelijk uitgehold. Met Friendship Bench proberen we dat weer een beetje te herstellen.’
‘Voor ons, Zimbabwanen, was het idee dat je een dorp nodig hebt om een kind groot te brengen vanzelfsprekend. Maar dat is in de loop der tijd verloren gegaan. Tegenwoordig luisteren kinderen niet naar andere mensen dan hun ouders, en die zijn niet blij wanneer ze horen dat iemand hun kind heeft aangesproken omdat het zich misdroeg. Vroeger werd dat juist gewaardeerd.’
‘Door de economische problemen hebben veel familieleden het land verlaten, waardoor families uiteen zijn gevallen. Ook binnen Zimbabwe trekken mensen van het platteland naar de stad, op zoek naar betere kansen. Vaak vinden ze die niet, maar ze zijn ondertussen kwijt wat ze in het dorp hadden.’
‘Door het gebrek aan jobs – de werkloosheidscijfers zijn heel hoog – krijgen we ook te maken met nieuwe problemen. Jongeren voelen zich nutteloos en grijpen naar drugs.’
‘We zien tegenwoordig drugs die hier vroeger nooit voorkwamen. In het verleden ging het over marihuana, maar nu duiken middelen op als crystal meth en illegaal gestookte alcohol. Daarom willen we nu ook ons programma uitbreiden, nog meer op maat van jongeren.’
Dat klinkt als een complexe problematiek. Moeten we de zitbanken voor zulke problemen dan eerder als een doorverwijsplaats zien?
Esther Tumbare: ‘Je moet het vooral zien als een preventief middel. Als we iemand op die bank krijgen omdat die geen toekomst ziet, zich triest of leeg voelt, en zich daar echt gehoord voelt, kan dat voorkomen dat die persoon een andere weg inslaat.’
‘Het kan er misschien ook toe bijdragen dat jongeren niet naar verdoving grijpen. Tegelijk kan de bank ook helpen bij de revalidatie van mensen die een moeilijk traject na verslaving doormaken. Want ook dan heb je steun nodig.’
Ondertussen vindt jullie methodiek ook ingang in andere landen. Is het probleem universeler dan gedacht?
Esther Tumbare: ‘Wereldwijd is er veel belangstelling, door de eenvoud en de manier waarop je het aan elke omgeving kunt aanpassen. We bewaken heel sterk de kwaliteit en de methodiek die verbonden is aan de opleiding voor de gemeenschapswerkers. Maar andere delen van het model zijn op verschillende manieren toe te passen.’
‘In het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, de VS, en andere Afrikaanse landen waar men met onze aanpak aan de slag is, verschilt het bijvoorbeeld wie op de bank plaatsneemt, of waar die staat. Wij hebben in Zimbabwe ervaren dat de grootmoeders het best die rol opnamen, maar elders in de wereld hoeft de persoon die de diensten verleent niet per se een grootmoeder te zijn. Dat kan een ander lid van de gemeenschap zijn, of een leeftijdsgenoot, zoals een jongere die steun biedt aan een andere jongere.’

CEO Esther Tumbare komt in ons land de Africa Prize 2025-2026 van de Koning Boudewijnstichting in ontvangst nemen.
© Ioana Stoica
Steungroepen
Belangrijk is wel dat het een gratis bank blijft?
Esther Tumbare: ‘Ja. De grootmoeders ontvangen soms een kleine onkostenvergoeding, maar voor wie plaatsneemt blijft het gratis. Uit onderzoek blijkt trouwens ook dat het ook de gezondheid van de grootmoeders zelf bevordert.’
‘Elk gesprek eindigt met de vraag of ze zich bij een steungroep willen voegen. Veel mensen gaan daarop in. Deze steungroepen pakken ook belangrijke oorzaak van psychische problemen aan. De stress die armoede met zich meebrengt, bijvoorbeeld. In de groepen zetten ze samen kleine economische projecten op.’
Hoe gaat dat in zijn werk?
Esther Tumbare: ‘In groepen van tien tot twaalf mensen uit dezelfde buurt, wordt ook gekeken wie welke middelen heeft en hoe ze die kunnen samenleggen. De een heeft een kruiwagen, de ander een stuk grond, en weer iemand anders heeft toegang tot zaden.’
‘Een van de betrokkenen zei het ooit zo: “We dachten dat we arm waren, maar eigenlijk hebben we samen alles wat we nodig hebben.”’
‘We willen ervoor blijven zorgen dat iedereen op loopafstand van een bankje woont.’Esther Tumbare
‘De groepen noemen we Seko Kubatana Tose, wat “een cirkel van vasthouden” betekent: we houden elkaars hand vast en steunen elkaar. Wanneer we mensen in die groepen uiteindelijk vragen wat ze het meest waardevol vinden, gaat het zelden over het financiële aspect.’
‘Wat ze vooral vermelden, is dat ze zich niet langer eenzaam voelen. Ze vertellen dat er mensen zijn die om hen geven, want dat waren ze kwijtgeraakt. Dat iemand daadwerkelijk de telefoon opneemt om te vragen hoe het met hen gaat, en dat mensen langskomen wanneer het niet goed gaat. Die sociale verbondenheid is ongelooflijk waardevol.’
Friendship Bench is ook als handelsmerk geregistreerd. Waarom is dat?
Esther Tumbare: ‘Om onze reputatie en werkwijze te beschermen. Met de training die wij “Friendship Bench in a box” noemen geven we een bepaalde manier van werken door. Onze grootmoeders kregen een opleiding over hoe ze mensen moeten benaderen. Ze maken ook gebruik van de Shona Symptom Screening Tool, waarmee ze kunnen beoordelen of iemand een hoog risico loopt op depressie en angst, en waarmee ze iemand kunnen opvolgen.’
‘Ik ben zelf arts van opleiding. Als mij twintig jaar geleden, toen ik afstudeerde, gevraagd was of ik geloofde dat een lid van de gemeenschap therapie kon geven aan een ander lid, dan had ik nee gezegd.’
‘Maar ik ben van mening veranderd. We moeten wel voorzichtig blijven, want als het verkeerd wordt aangepakt, kan het schadelijk zijn. Daarom willen we er zeker van zijn dat iedereen een opleiding kreeg.’
Hoe zal de prijs van de KBS de organisatie helpen?
Esther Tumbare: ‘De prijs is een grote erkenning. Tegelijk komt die financieel op een zeer cruciaal moment voor ons. We staan voor een grote werf in de digitalisering van onze werking. Daarnaast vraagt de overdracht van onze werking naar de overheid een grote inspanning.’
‘Daarnaast willen we, samen met Unesco, ook sterker inzetten op jongeren. We hopen meer toegang te krijgen tot onderwijsinstellingen in het land. Hoewel de behoefte enorm is, blijft die ambitie ondergefinancierd. Een deel van deze middelen zal daarom cruciaal zijn om dat werk verder uit te bouwen en te versterken.’
Uitdagende tijden
Die overheid werd van bij de start betrokken. Waarom was dat zo belangrijk?
Esther Tumbare: ‘Voor de duurzaamheid. Toen professor Dixon Chibanda met veertien grootmoeders begon in het dichtbevolkte Mbare, waren deze vrouwen al gemeenschapsvrijwilligers, geselecteerd door de overheid in de buurt.’
‘Later werkten we ook samen met de overheid om andere grootmoeders te selecteren voor andere bankjes. De professionele hulp die er is en de klinieken zijn in handen van het ministerie van Gezondheid. Hoewel ons werk buiten die centra plaatsvindt, in een park, onder een boom of in een kerk, is die samenwerking belangrijk.’
‘Het was altijd onze bedoeling dat het overheidsbeleid zou worden om te voorzien in een bankje op wandelafstand van iedereen.’
‘Eind 2024 zijn we begonnen met het verankeren van de Friendship Bench-methode in de richtlijnen van de nationale strategie voor geestelijke gezondheid. Het zal nog even duren voor die overdracht rond is.’
Gaat dat niet gepaard met het risico dat over enkele jaren, of met een ander beleid, die werking uitdooft?
Esther Tumbare: ‘We blijven de overheid technische ondersteuning bieden om de kwaliteit op grote schaal te handhaven. We beschikken over sterke monitoring- en evaluatie-instrumenten, en een doorverwijzingsnetwerk. Dat wordt nu geïntegreerd in het nationale gezondheidssysteem.’
‘Tegelijkertijd hebben we samen met de overheid gewerkt aan een herziening van de Wet op de Geestelijke Gezondheidszorg. We willen waarborgen dat er een specifiek budget wordt opgenomen voor geestelijke gezondheidszorg in de gemeenschap, ook wanneer wij onze ondersteuning loslaten.’
‘Het gaat nog een tijd duren voordat de transitie afgerond is, maar voor de duurzaamheid is dat noodzakelijk. Financiering kan je makkelijker vinden voor een opstart of opschaling, of om nieuwe innovatie te testen. We zijn nu actief in alle tien provincies van het land. Uiteindelijk is het doel dat de overheid de uitvoerder op grote schaal is.’

Grootmoeders hadden altijd al een belangrijke rol in de samenleving.
© Friendship Bench
Wereldwijd zien we dat de financiële middelen voor gezondheidszorg en internationale samenwerking dalen. Heeft dat ook impact gehad op jullie werking?
Esther Tumbare: ‘Ja, absoluut. Vorig jaar was voor ons een bijzonder moeilijk jaar, door het wegvallen van de Amerikaanse overheidsfinanciering via USAID. We moesten echt op zoek naar innovatieve manieren om aanwezig te blijven en diensten te verlenen in de provincies. Tegelijkertijd namen we kostenbesparende maatregelen om ervoor te zorgen dat het werk op de banken doorging, zoals online ondersteuning. Ook hebben we een herstructurering doorgevoerd.’
‘We zien duidelijk dat de concurrentie om financiering toeneemt, net als de vraag naar data die aantoont dat je aanpak werkt. Daarnaast wordt het steeds belangrijker om aan te sluiten bij de prioriteiten van financiers.’
‘Hoe dan ook willen we blijven garanderen dat iedereen op wandelafstand van een bankje woont. Wat dit werk in elk geval heeft gedaan, is het bewustzijn vergroten rond de nood aan geestelijke gezondheidszorg in de gemeenschap.’
‘Zelfs als de overheid deze aanpak misschien niet overal overneemt, hebben gemeenschappen zelf gezien hoe belangrijk die is, en hoe goed die werkt. De sociale samenhang is weer versterkt. Er zijn dus heel veel rimpeleffecten ontstaan door wat begon met de Friendship Bench.’


