Ali, klssk geschoold kanunspeler, zkt artiesteningang

Zaterdaginterview

In de Arabische landen speelde de jonge Iraakse topmuzikant Ali Shaker Hassan voor volle zalen. De podia, zijn status en het succes liet hij achter toen hij Bagdad ontvluchtte. Maar naast zijn kanun, ‘de koning van de Arabische instrumenten’, bracht Ali de drang mee om opnieuw op topniveau te kunnen spelen. In de coulissen van de Brusselse Muziekpublique spreekt hij met MO* over de bezieling naast de eenzaamheid.

  • © Jean-Luc Goffinet Concert en CD-voorstelling op 13 mei in Muziekpublique © Jean-Luc Goffinet
  • © Jean-Luc Goffinet Concert en CD-voorstelling op 13 mei in Muziekpublique © Jean-Luc Goffinet

Muziek noemt hij ‘een oceaan’, tevredenheid een gevoel dat hij niet goed kent. ‘Je denkt dat je het diepste punt hebt gevonden, maar dan ontdek je dat er nog diepere plekken zijn’, vertelt de Iraakse muzikant Ali Shaker Hassan. ‘Je blijft zoeken naar je geluid, er is geen eindniveau.’

Zeventien was Ali (26) toen hij in Bagdad voor het eerst les gaf aan studenten, nadat hij van de jury grootste onderscheiding met speciale vermelding had gekregen. Het eerste was een bijzaak – lesgeven vindt hij te beperkend voor zijn leeftijd, het tweede opende deuren naar een professioneel muzikantenleven. Na een klassieke scholing in Bagdad en Caïro, stond hij als topmuzikant op podia in Irak, Egypte,  Libanon, Jordanië, Tunesië, Algerije.

‘Noem me Ali, de muzikant, niet Ali, de vluchteling.’

Vandaag is Ali Shaker Hassan één van de twintig muzikanten die in België meewerkten aan de nieuwe CD die deze maand werd voorgesteld in de Brusselse concertzaal van Muziekpublique. Muziekpublique – muziekacademie, concerthuis en muzieklabel tegelijk –  richtte zich op het potentieel van zijn thuishaven: het kosmopolitische Brussel. De Brusselse voedingsbodem van nieuw aangekomen talenten benutten en upgraden, nieuwe invloeden laten rondwaaien, daar komt het ongeveer op neer.

Gedurende intense maanden werkten artiesten uit Syrië, Irak, Pakistan, Afghanistan en Tibet samen met Belgische muzikanten aan het project en de CD Amerli - Refugees for Refugees. Een goede ervaring, noemt Ali het project. ‘Maar alsjeblieft, noem me in je artikel Ali, de muzikant, niet Ali, de vluchteling. Wanneer je me vluchteling noemt, lijkt het alsof ik hier nooit zal aarden.’

© Jean-Luc Goffart

Concert en CD-voorstelling op 13 mei in Muziekpublique

Muziek van thuis uit

Ali begon muziek te spelen op zijn zesde. ‘Ik ging naar de muziek- en balletschool van Bagdad, waar je westerse en oosterse muziek kan studeren. De school, die ergens in de jaren zestig door Hoessein werd opgericht, was zeer gerenommeerd in het hele Midden-Oosten. “Wàs”, want ook al geldt ze nog steeds als referentieschool, ook hier zijn de standaarden gedaald onder de huidige context in Irak.’

Het was Ali’s moeder, zelf geen muzikante, die ervoor zorgde dat hij zijn droom leerde kennen.

Het was Ali’s moeder die ervoor zorgde dat hij zijn droom leerde kennen. ‘Het ware logischer geweest moest mijn vader mij naar de muziek geleid hebben. Mijn vader was, net als ik, klassiek geschoold, maar dan in de percussie. Hij stopte echter als muzikant, omdat hij zijn ei niet langer kwijt kon, te weinig gelegenheid kreeg om te spelen. Hij was een klassespeler, maar een die weigerde mee te gaan in het cliëntelisme dat zoals in alle sectoren in Irak, ook in de culturele wereld schering en inslag is.’

‘Mijn vader weigerde aanvankelijk om me te laten musiceren. Hij wilde eenvoudig niet dat zijn zoon zou meemaken wat hij had doorgemaakt, vond het muzikantenleven in Irak geen duurzame keuze. Mijn moeder dreigde hem echter af (lacht). Ze observeerde mijn reacties op muziek, soms  heel lijfelijk, hoorde hoe ik muziek opzoog en liederen meezong in de juiste toonaarden en ritmes.’

De djoza, het instrument dat hij eerst begon te spelen, werd snel vervangen door de kanun, een klassiek Arabisch instrument dat het midden houdt tussen een piano en een snaarinstrument. ‘Mijn moeder vond dat ik de kanun moest spelen. Ze hield van het prestige van het instrument. De kanun wordt de koning van de Arabische instrumenten genoemd en is een van de – echt letterlijk – meest toonaangevende instrumenten.’ 
‘Toen ik mijn eerste kanun kreeg, kon ik het gevoel dat het bespelen ervan me gaf, nog niet vatten. Maar ik herinner me wel de drang om te spelen, en te blijven spelen.’ 

Corruptie in conflictcultuur

In 2003 vielen Amerikaanse en Britse leger Irak binnen. De oorlog herschiep Irak in een conflictstaat bij uitstek, tot op de dag van vandaag. Voor Ali begonnen de problemen pas in de woelige chaosjaren na de oorlog. ‘Ik keerde terug uit Caïro, waar ik lang had verbleven. Nadat ik anderhalf jaar terug in Irak was, werd de situatie onhoudbaar voor mij. Ik moest weg.’

‘Velen vertrekken, omdat de conflicten en de corruptie ook tot de kunsten zijn doorgedrongen.’

Het verhaal waarom hij Bagdad verlaten heeft, vergt een zee van tijd, vertelt hij. ‘Maar om de korte versie te geven: mijn persoonlijke veiligheid was in gevaar en een duurzame politieke  toekomst zag ik niet, integendeel. Ik had twee opties: weggaan of misschien sterven. Ik heb voor het leven gekozen.’

Dat hij niet de enige Iraakse kunstenaar is die vertrok, zegt hij erbij. ‘Er zijn zovelen die vertrekken, omdat de conflicten en de corruptie ook tot de kunsten zijn doorgedrongen.’

‘In de Iraakse muziekwereld kan je bijna spreken van een maffia die controleert wie wel en wie niet optreedt. Het gaat om een radarsysteem waarin macht allesbepalend is. Het verhaal van de culturele en intellectuele zuivering van Irak, de vernietiging van cultuur en historisch erfgoed, gaat onverminderd voort tot en met vandaag.’

Vertrekken en niet meer aankomen

Aanvankelijk vond hij het idee om te vertrekken niet eens zo verschrikkelijk: ‘als muzikant was ik het reizen gewoon, en ik leefde al grotendeels in Caïro.’
Ali werd na zes maanden erkend als vluchteling, vond al een woonplaats na anderhalve maand. Maar de sprong was groot, de afstand te klein ingeschat. ‘Toen ik naar België kwam, was ik de link met het leven dat ik kende, kwijt. Ik liet mijn leven achter in Irak. En ook de muziek was weg.’

‘De beginperiode en de tijd die erop volgde — aankomen en aansluiting vinden — waren echt moeilijk. Ik zat letterlijk aan de grond, dacht voortdurend over terugkeren, ook als het mijn dood zou betekenen. De gedachte dat ik hier ook aan het sterven was, bleef door mijn hoofd spoken.’ De depressie waarin Ali belandde, liet niet los.  Het was een tweestrijd tussen emoties en rationaliteit. ‘Ik zat in een leven van puur verdriet. Ik zag het niet meer, wist niet wat gebeurde, kon zelfs mijn gevoelens niet meer beschrijven. Ik werd ziek, verloor mijn krachten. Ik wilde niemand ontmoeten, niets doen. Ik wilde enkel slapen, hoopte telkens dat iets, hoe klein ook, bij het ontwaken veranderd zou zijn.’

Helende noten tegen de depressie

De eerste keer dat hij voor een publiek speelde — hij zat nog in de asielprocedure — was in de bibliotheek van Lanaken. ‘Het was een beetje een verrassende ontmoeting voor iedereen. Niemand kende de kanun en ik kende niemand.’ Na zijn optreden werd hij de musicerende vluchteling. Mooi, zegt hij, maar liever had hij het accent op zijn muziektalent dan op zijn vluchtelingenstatus gezien. ‘Ik wou als muzikant gezien worden, maar ik was een vluchteling geworden. Ik had het etiket gekregen van een slachtoffer of een potentiële lastpost.’

© Jean-Luc Goffart

Concert en CD-voorstelling op 13 mei in Muziekpublique

Tijdelijk ging de kanun mee in de slaapstand waarin Ali zich bevond. 

Tijdelijk ging de kanun mee in de slaapstand waarin Ali zich bevond. ‘Ik was het doel van mijn muziek kwijt. Ik reisde niet meer, ontmoette geen andere muzikanten meer, miste de podia, miste het niveau.’
Het nam tijd om de band met zijn instrument opnieuw op te bouwen. ‘Het bespelen werd tijdelijk een helend middel: ik speelde om mezelf op te vrolijken.’

De connectie met andere muzikanten in België, cruciaal, kwam via een goede vriend in Egypte die hem introduceerde aan een Marokkaans-Belgische muzikant. Van het een kwam het ander: hij ontmoette nieuwe nationaliteiten en nieuwe muziekstijlen met invloeden uit Macedonië, Albanië, Roemenië. ‘Natuurlijk ben ik gepokt en gemazeld in Arabische tradities. Maar er zijn veel raakvlakken, veel invloeden tussen de verschillende stijlen. Als je een geoefend muzikaal oor hebt, kan je je eigen kleur tijdelijk aanpassen aan de nieuwe stijl. Ik kwam voor het eerst een beetje thuis.’

 

Tot vandaag worstelt Ali met de naweeën van zijn depressie. Hij probeert, zegt hij, om ‘zijn grond’ opnieuw te voelen. ‘Het is moeilijk, althans voor mij. Misschien dat het voor andere nieuwkomers gemakkelijker gaat om aansluiting te vinden.’

‘Echt zoveel is anders dan wat ik gewoon was. Zelfs de manier van netwerken is hier anders. Ik kende het niet: de visitekaartjes, een persoonlijke website. Ik kende de telefoon, die volstond in mijn vorige leven. Het was informeler, directer. En hier zat ik niet in de situatie of positie om dat plots te gaan ontwikkelen. En omdat ik de codes niet kende, werd ik snel weggezet als niet-professioneel. Het blijft moeilijk.’

Hoop

Via een vriend leerde hij Muziekpublique kennen en kwam de vraag om mee te werken aan de cd Refugees for Refugees. ‘Mijn vriend vond het een goed idee om me in te schrijven voor het project, ook al is het niet de stijl die ik meteen zoek. “Het kan een stap betekenen”, zei hij. Zelf vond ik het een mooie gelegenheid om Belgische muzikanten die mee in het project stapten te leren kennen. En grappig genoeg kende ik de Koreaanse-Belgische violiste die meewerkt aan Refugees for Refugees. We hadden nog samen gespeeld op een concert in Abu Dhabi. Het overtuigde me om mee te doen.’

‘Hopelijk staat men hier open voor nieuwe samenwerkingen.’

Dat Ali een sterke muzikant is, staat buiten kijf. Dat zeggen ook de medewerkers van Muziekpublique. Voor de CD componeerde Ali zelf een nummer. Hij noemt het ‘complexloos – simpel – en diep tegelijk: gemakkelijk te volgen maar hard om er gevoel aan toe te voegen.’ 
Zijn verlangen om aansluiting te vinden met de klassieke muziekwereld in België, om zijn talenten ten volle te kunnen tonen, is groot. 
Maar het is wachten tot de deuren opengaan voor een klassiek geschoold muzikant met een niet-Europees instrument. ‘Misschien helpt mijn medewerking aan dit project’, zegt hij, ‘maar of dit de deur voor mij honderd procent zal openzetten, weet ik niet. Al wil ik nu nog drijven op de hoop dat men hier openstaat voor nieuwe samenwerkingen.’

Meer info over de cd vind je op www.muziekpublique.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3058   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur