Deel II van "50 jaar FESPACO"

Congo op het FESPACO, dé plek waar Afrikaanse filmmakers professionele erkenning krijgen

Dit is het tweede artikel in een reeks van drie over het FESPACO (festival panafricain du cinéma et de la télévision à Ouagadougou). Vanuit Burkina Faso schrijf ik over hét belangrijkste Afrikaanse film festival. Het eerste artikel ging over de boeiende ontstaansgeschiedenis van FESPACO. Dit tweede artikel biedt een focus op de Congolese deelname op het festival via een interview met producent Emmanuel Lupia. Emmanuel Lupia is Congolees producent gebaseerd in Kinshasa. Hij produceerde Maki’la van Machérie Ekwa, een langspeelfilm geselecteerd op FESPACO. Het derde artikel zal kijken naar de thematiek van het Anthropoceen doorheen de films van deze editie, en blikt daarmee op de toekomst.FESPACO, het Festival PanAfricain du Cinéma et de la télévision à Ouagadoudou, het belangrijkste filmfestival van het Afrikaanse continent, blaast dit jaar vijftig kaarsjes uit. Een uitgelezen moment om terug te blikken en vooruit te kijken. Matthias De Groof is ter plekke en sprak met Emmanuel Lupia, de producent van de Congolese film uit Kinshasa.

Wat te denken over de relatie tussen Congolese cinema en FESPACO?

Emmanuel Lupia: Het begon met Roger Kwami en zijn kortfilm Moseka, maar het is Mweze Ngangura die hier de eerste Congolese langspeler voorstelde [Pièces d’identité]. De film won de Etallon de Yennenga, de hoofdprijs.

Hij toonde hier ook Kin Kiesse, de docu over Kinshasa met de toen nog jonge Chéri Samba. Balufu Bakupa-Kanyinda toonde hier in de jaren negentig zijn films Dix mille ans de cinéma en Thomas Sankara, L’Espoir Assassiné. In ’97 was het de beurt aan Le damier, ongetwijfeld zijn beste film tot nu toe?

Emmanuel Lupia: Volgens mij wel. Nadien kwamen, Michée Sunzu, Machérie Ekwa en Dieudo Hamadi, die hier nu ook de documentaire Kinshasa Makambo voorstelt. De enige Congolese film in competitie.

Allemaal filmmakers die deelnamen aan Djo Munga’s “Ateliers Action”?

Emmanuel Lupia: Ja, behalve Machérie Ekwa, maar haar ploeg komt volledig uit de Ateliers. Het is een 100% Congolese film.

Uit die Ateliers groeide een hele “nouvelle vague” van Congolese cinema. Hoe kijk je naar de Congolese deelname aan het FESPACO vandaag? Geeft het FESPACO gehoor aan wat er in Kinshasa, Goma en Lubumbashi gebeurt? Voldoet het FESPACO aan jullie verwachtingen?

Emmanuel Lupia: Met het uitstekende parcours van Maki’la – van Berlinale tot “Ecrans Noirs” (beste film), “écrans d’or” en “JCC” (prix du jury) – dachten we dat het hier in competitie geselecteerd zou worden. Het was een ontgoocheling.

Waarom zijn Afrikaanse filmfestivals zoals het FESPACO belangrijk voor jullie?

Emmanuel Lupia: Voor een Afrikaanse filmmaker is het FESPACO dé plek waar men professionele erkenning krijgt. FESPACO is een zeer belangrijke stap, een must. Met een goed Europees parcours achter ons, hebben we nood aan een goede receptie bij ons, in Afrika. FESPACO is de uitgelezen spiegel voor ontmoetingen met diverse publieken en professionals.

Voor jullie is de thuiskomst de ultieme erkenning, terwijl Maki’la niet in competitie geselecteerd werd juist omdat het al een heel parcours achter de rug zou hebben.

Emmanuel Lupia: Inderdaad. Naar ik heb vernomen, bevoorrecht men recentere films.

Je gebruikte de metafoor van een spiegel. Weerspiegelt het FESPACO de Afrikaanse cinema als geheel? Nollywood bijvoorbeeld is algeheel afwezig.

Emmanuel Lupia: Ik krijg de indruk dat FESPACO meer voor Franstalig Afrika is.

Bij aanvang was dat ook al zo. De eerste niet francofone filmmaker was de Ghanees Kwah Ansah. Nadien kwamen behoorlijk veel filmmakers uit de diaspora in de V.S. zoals Haile Gerima of England zoals John Akomfrah. Het lijkt me dat dit in deze editie wat minder is.

Emmanuel Lupia: Wat Nollywood betreft – toch de belangrijkste filmindustrie in Afrika – vraag ik me af of het een probleem van FESPACO is, of eerder van Nigeria dat in een geheel ander en onafhankelijke richting evolueerde. Misschien schrijven ze hun films zelfs niet in. In die zin kàn FESPACO niet representatief zijn.

Een opzet bij aanvang van het FESPACO was dat film zou “dekoloniseren”. Hiervoor moest filmproductie onafhankelijk gemaakt worden van koloniale mogendheden. We weten echter dat FESPACO nog steeds steunt op Europees geld. Is dat volgens jou een probleem?

Emmanuel Lupia: Wel, de afhankelijkheid is niet enkel evident op het festival, maar ook zichtbaar in de filmproductie. Wat Congolese film betreft, bijvoorbeeld, investeert de staat niets. We zijn verplicht om ons te wenden tot Europa via Noord-Zuid coproducties, of Europese producties te zoeken. Afrikaanse filmproducties worden in zekere zin hierdoor beïnvloed en geformatteerd. Maki’la is een uitzondering. We hadden de film al gedraaid voordat we geld zochten.

Pan-Afrikaanse economische zelfbeschikking is nodig alvorens men zich kan inbeelden dat ook het Pan-Afrikaanse filmfestival niet meer zou afhangen van het Europa.

Indien de problemen bij filmproductie ook zouden opgaan voor het festival (ondanks investering van staat en privé), is het festival misschien wel net een goéde spiegel van de huidige politiek-economische situatie van het continent. Pan-Afrikaanse economische zelfbeschikking is nodig alvorens men zich kan inbeelden dat ook het Pan-Afrikaanse filmfestival niet meer zou afhangen van het Europa.

Emmanuel Lupia: Het herinnert me aan een conversatie tussen een filmmaker uit Madagascar en een filmmaker uit Kameroen met wie ik het hotel deel. Ze vertelden me dat vele delegaties uit Europa beschouwd worden als v.i.p., en beter gelogeerd en vervoerd worden dan de filmmakers.

De films zijn slechts éen ingrediënt van het festival. Films kijken is een optie tussen forums, debatten, colloquia en recepties. Bijgevolg is de plaats van de cinéast niet per se centraal. Desalniettemin vormt FESPACO een belangrijke erkenning zoals je zegt. Wat is er nodig opdat Congo de volgende grote prijs wint?

Emmanuel Lupia: We moeten meer produceren. Als we de hoeveelheid langspeelfilms kwantificeren, zijn er slechts weinig. Er is La vie est belle, van Mweze Ngangura. We hebben 20 jaar moeten wachten voor de daaropvolgende fictie langspeler: Viva Riva van Djo Munga. Er zijn er natuurlijk anderen zoals Villa Matata, Cocaïne Light en nu Maki’la.

Is de formule “meer films”?

Emmanuel Lupia: Ja, met een focus op een betere esthetiek en techniek. Het is wat men ons verwijt in Maki’la, totdat men beseft met welke schaarse middelen we de film maakten.

Belooft de huidige machtswissel in Congo goeds voor de Congolese culturele sector? Balufu Bakupa-Kanyinda als nieuwe minister van cultuur?

Emmanuel Lupia: Voor het ogenblik is er nog geen programma of benoemingen, maar ik ben wel overtuigd dat cultuur prioritair is indien men een globale verandering wil bewerkstellingen. Cultuur moet op de voorgrond treden, want er is een mentaliteitsverandering nodig. Cultuur kan beïnvloeden en cinema is een krachtig instrument. Ik ga verduidelijken aan de hand van een voorbeeld. Tv-kanalen kopieerden de Hollywoodfilms die Canal+ uitzond. Na een rechtszaak moest de Congolese regering ongeveer 6 miljoen aan Canal+. De Tv-kanalen kopieerden dan maar Nollywood en de Ivoriaanse serie Ma Famille. Deze serie had zo’n succes dat de Congolees praatte zoals in de serie. In Congo praten we een correct frans, maar in de periode van de uitzendingen imiteerde iedereen het Ivoriaans accent.

Cinema kan mentaliteitsverandering teweeg brengen, maar dus niet perse in de goede richting.

Emmanuel Lupia: Een goede film is ook een kwestie van middelen. Belangrijker vandaag in Congo is dat we de lokale markt aanspreken om autonoom te zijn. In Kinshasa zijn er 4 zalen die 1200 zetels tellen. Vandaag draaien ze er Amerikaanse blockbusters. We moeten films maken die de Congolees aanspreekt en vandaaruit een economie creëren en zo de afhankelijkheid overstijgen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Dat is de formule geweest voor het succes van Nollywood! Een verkoper uit Lagos kwam op het idee meer geld te kunnen halen uit zijn lege vhs en vcd’s door er zelf beelden op te zetten die hij gefilmd had, zo gaat het verhaal. De films verkochten als zoete broodjes. Het ging natuurlijk niet enkel om mogelijkheid eindelijk iets te zien waarin men zich in kon herkennen. Ook het medium is van belang. Misschien is de cinemazaal te klassiek? 4 zalen kan toch geen markt zijn?

Emmanuel Lupia: Ik denk dat er een markt is die ontwikkeld kan worden. Kinshasa telt 12 miljoen inwoners. Er zijn ook massa’s kleine zalen in de populaire buurten van Kinshasa, sommigen tot 300 plaatsen. Vanaf 22 uur is het porno, en voordien tonen ze oude Jean-Claude Van Damme films. We moeten onze eigen films tonen, in onze eigen zalen, en zo van onderuit een canon ontwikkelen. L’étallon de Yennenga volgt dan misschien wel.

Deze reeks kwam tot stand dankzij de steun van Africalia dat tevens partner is van het FESPACO.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift